Home Schepen Torpedobootjagers USS Stack (DD-406): Benham-klasse destroyer WOII

USS Stack (DD-406): Benham-klasse destroyer WOII

USS Stack (DD-406), torpedobootjager van de Benham-klasse, actief in Atlantische en Pacifische operaties tijdens de Tweede Wereldoorlog.
USS Stack (DD-406), een Benham-klasse destroyer van de Amerikaanse marine tijdens de Tweede Wereldoorlog.

USS Stack (DD-406) was een torpedobootjager van de Benham-klasse in dienst bij de United States Navy tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het schip werd gebouwd in de jaren dertig, in gebruik genomen in 1939 en diende op zowel de Atlantische als de Pacifische Oceaan. Stack nam deel aan diverse maritieme operaties, waaronder konvooibegeleiding, patrouilles, amfibische landingen en grote zeeslagen in de Stille Oceaan. Na de oorlog werd zij ingezet bij de atoomproeven van Operation Crossroads in 1946, waarna het schip buiten dienst werd gesteld en later tot zinken werd gebracht.

Ontwerp en constructie

USS Stack behoorde tot de Benham-klasse, een serie van tien torpedobootjagers die tussen 1936 en 1939 werden gebouwd. De schepen waren een verdere ontwikkeling van de Sims-klasse en werden ontworpen om te voldoen aan de eisen van de Amerikaanse vloot in de jaren voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog. Het ontwerp legde de nadruk op snelheid, manoeuvreerbaarheid en torpedobewapening.

Stack werd op 25 juni 1937 neergelegd bij de Norfolk Navy Yard in Portsmouth, Virginia. Zij werd te water gelaten op 5 mei 1938 en op 20 november 1939 officieel in dienst gesteld. Het schip had een standaard waterverplaatsing van circa 1.500 ton en een volle belading van ongeveer 2.250 ton. De lengte bedroeg 104 meter, de breedte 10,8 meter en de diepgang 3,8 meter.

De aandrijving bestond uit vier ketels en twee stoomturbines die 50.000 shp leverden, goed voor een topsnelheid van ruim 37 knopen. De actieradius bedroeg circa 6.500 zeemijlen bij 12 knopen, waardoor Stack geschikt was voor lange oceaanoperaties. De bemanning bestond uit ongeveer 180 tot 200 manschappen, afhankelijk van de operationele situatie.

Bewapening

De oorspronkelijke bewapening van USS Stack omvatte vier 5-inch (127 mm) kanonnen in enkele opstellingen, ontworpen voor zowel oppervlakte- als luchtdoelen. Daarnaast beschikte het schip over zestien 21-inch (533 mm) torpedobuizen in vier viervoudige opstellingen, wat een van de kernpunten van het ontwerp was.

Voor luchtafweer had de torpedobootjager aanvankelijk enkele 0.50 inch mitrailleurs. Naarmate de oorlog vorderde, werd de luchtafweer uitgebreid met 20 mm Oerlikon-kanonnen en later ook 40 mm Bofors-kanonnen. Ook dieptebomrekken en -werpers werden toegevoegd om de onderzeebootbestrijding te versterken.

Bepantsering

Als torpedobootjager beschikte Stack niet over zware bepantsering. De bescherming was beperkt tot lichte bepantsering van vitale delen, zoals de brug en de machinekamers. Het ontwerp was gericht op snelheid en slagkracht, niet op bescherming tegen zware vijandelijke wapens.

Sensoren en dataverwerking

De gevechtskracht van torpedobootjagers zoals de USS Stack werd niet alleen bepaald door bewapening en snelheid, maar ook door de sensoren en de capaciteit voor dataverwerking.

Vanaf haar indienststelling beschikte Stack over basisapparatuur voor navigatie en communicatie. Met de intrede van de oorlog werd de uitrusting uitgebreid. Het schip kreeg sonar (destijds vaak aangeduid als ASDIC) om onderzeeboten te detecteren. Deze technologie was van groot belang tijdens konvooibegeleiding in de Atlantische Oceaan, waar Duitse U-boten een voortdurende bedreiging vormden.

Daarnaast werd Stack uitgerust met verschillende typen radar, waaronder luchtwaarschuwingsradar en oppervlaktezoekradar. Dit stelde de bemanning in staat om vijandelijke vliegtuigen en schepen vroegtijdig te signaleren, ook bij slecht zicht of in de nacht.

In de loop van de oorlog voerde de Amerikaanse marine verbeteringen door in de radarapparatuur, waardoor de nauwkeurigheid en het bereik toenamen. Het gebruik van radar gaf de Amerikaanse torpedobootjagers een tactisch voordeel bij nachtgevechten, zoals bleek tijdens acties in de Salomonseilanden.

Een belangrijk aspect van de sensorontwikkeling was de introductie van het Combat Information Center (CIC). Dit centrum fungeerde als coördinatiepunt waar informatie van radar, sonar en verrekijkers werd verzameld, geanalyseerd en doorgegeven aan de commandant. De aanwezigheid van een CIC maakte het mogelijk om sneller en effectiever te reageren op vijandelijke dreigingen.

Voor 1943 was het gebruik van een volledig geïntegreerd CIC nog niet standaard op alle schepen. Naarmate de oorlog vorderde, werden steeds meer torpedobootjagers, waaronder Stack, aangepast met dergelijke faciliteiten. Hierdoor nam hun gevechtswaarde aanzienlijk toe, vooral tijdens complexe operaties met meerdere schepen en luchtsteun.

De combinatie van sonar, radar en CIC-technologie maakte de USS Stack tot een veelzijdig schip dat zowel offensieve als defensieve taken kon uitvoeren. De technologische ontwikkelingen versterkten haar rol in het beschermen van konvooien, het bestrijden van onderzeeboten en het coördineren van acties tijdens grote invasies.

Modificaties

Tijdens de oorlog werd de bewapening van Stack herhaaldelijk aangepast. De lichte mitrailleurs werden vervangen door zwaardere luchtafweerbewapening, waaronder 20 mm en 40 mm kanonnen. Ook werd de radarinstallatie gemoderniseerd en uitgebreid. De toevoeging van dieptebomwerpers en hedgehogs verhoogde de capaciteit tegen onderzeeboten.

Status schip tijdens de oorlog

USS Stack bleef gedurende de oorlog operationeel inzetbaar. Hoewel het schip behoorde tot een vooroorlogse klasse, werd zij doorlopend onderhouden en aangepast aan de eisen van de oorlogvoering. Dankzij de toevoeging van moderne radar, sonar en een CIC bleef het schip tot het einde van de oorlog bruikbaar in frontlinie-operaties.

Operationele geschiedenis

Vroege inzet in de Atlantische Oceaan

Na haar indienststelling in 1939 voerde Stack proeftochten uit en werd zij in 1940 naar Pearl Harbor gestuurd voor operaties met de Pacific Fleet. In juni 1941 keerde zij terug naar de oostkust voor onderhoud. Kort voor de Amerikaanse oorlogsdeelname patrouilleerde het schip bij Bermuda in het kader van de Neutrality Patrol.

Na de aanval op Pearl Harbor werd Stack ingezet voor patrouilles in het Caribisch gebied en escorteerde zij het vliegdekschip USS Wasp. Vanaf begin 1942 nam zij deel aan konvooibegeleiding naar IJsland en Ierland. Tijdens deze periode werd zij betrokken bij een aanval op U-132, dat beschadigd werd gedwongen terug te keren naar Frankrijk.

Overplaatsing naar de Stille Oceaan

In juni 1942 werd Stack ingedeeld bij Task Force 18 en nam zij deel aan de voorbereidingen voor de landingen op Guadalcanal. Vanaf augustus 1942 opereerde zij in de Salomonseilanden. Het schip voerde escortetaken uit, nam deel aan patrouilles en ondersteunde landingsoperaties.

In augustus 1943 vocht Stack mee in de Slag in de Golf van Vella, waar drie Japanse torpedobootjagers tot zinken werden gebracht. Dit nachtelijke gevecht toonde het nut van radar en coördinatie aan.

Operaties in de centrale en westelijke Stille Oceaan

Vanaf eind 1943 nam Stack deel aan de Gilbertseilanden-campagne, waaronder de landingen op Tarawa en Makin. Later volgden operaties bij Nauru, de Marshalleilanden en de aanval op Truk in februari 1944.

Het schip werd vervolgens ingezet bij de landingen op Morotai, Leyte en later Luzon. Tijdens deze operaties voerde zij artillerieondersteuning, mijnenveegacties en luchtafweer uit.

Laatste oorlogsjaar

In 1945 nam Stack deel aan de Slag om Okinawa. Het schip patrouilleerde rond de landingszones, voerde antisubmarine- en luchtafweeroperaties uit en begeleidde konvooien. In augustus 1945 nam zij deel aan voorbereidende acties voor de Japanse capitulatie, waaronder overlegmissies naar Truk.

Na de Japanse overgave diende Stack kort als onderdeel van de bezettingsmacht bij de Bonin-eilanden en de Marianen.

Na de oorlog

Na haar terugkeer naar de Verenigde Staten eind 1945 werd Stack geselecteerd voor deelname aan Operation Crossroads, de atoomproeven bij Bikini in 1946. Zij werd ingezet als doelwit bij zowel de lucht- als onderwaterproeven. Hoewel het schip deze tests overleefde, werd zij in augustus 1946 buiten dienst gesteld. In april 1948 werd zij bij Kwajalein tot zinken gebracht en formeel van de vlootlijst verwijderd.

Conclusie

USS Stack was een voorbeeld van een torpedobootjager uit de overgangsperiode tussen de vooroorlogse en de moderne marineschepen van de jaren veertig. Haar bewapening en snelheid maakten haar veelzijdig inzetbaar, terwijl de toevoeging van radar, sonar en een Combat Information Center haar tot het einde van de oorlog relevant hield. Zonder deze moderniseringen zou het schip na 1943 als verouderd zijn beschouwd volgens de militaire normen van die tijd.

Bronnen en meer informatie

  1. Friedman, Norman (1982). U.S. Destroyers: An Illustrated Design History. Naval Institute Press. ISBN 978-0-87021-733-9.

  2. Morison, Samuel Eliot (2001). History of United States Naval Operations in World War II, Volume 5: The Struggle for Guadalcanal. University of Illinois Press. ISBN 978-0-252-07065-5.

  3. Roscoe, Theodore (1953). United States Destroyer Operations in World War II. Naval Institute Press. ISBN 978-0-87021-326-3.

  4. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946