Home Schepen Lichte Kruisers USS Honolulu (CL-48): Brooklyn-klasse kruiser van de VS

USS Honolulu (CL-48): Brooklyn-klasse kruiser van de VS

De Amerikaanse lichtkruiser USS Honolulu (CL-48) vaart op zee op 9 februari 1939 tijdens oefeningen in vredestijd.
De USS Honolulu (CL-48), een lichtkruiser van de Brooklyn-klasse, onderweg op zee op 9 februari 1939 tijdens vredestijd.

De USS Honolulu (CL-48) was een lichte kruiser van de Brooklyn-klasse, in dienst van 1938 tot 1947. In de Tweede Wereldoorlog voer zij in de Stille Oceaan, waar zij konvooien begeleidde, kustdoelen bestookte en deelnam aan nachtelijke zeeslagen bij de Salomonseilanden. Op 7 december 1941 liep Honolulu bij Pearl Harbor schade op door een bom-nabijontploffing. Het schip werd later tweemaal door torpedo’s getroffen: bij Kolombangara (13 juli 1943) en tijdens de landingen op Leyte (20 oktober 1944). Na reparaties in de Verenigde Staten keerde de kruiser niet meer terug in gevechtsdienst; dit artikel behandelt ontwerp, bewapening, sensoren, modificaties en inzetgeschiedenis.

O>Ontwerp en constructie

p>De Brooklyn-klasse werd in de jaren dertig ontworpen als antwoord op verdragsbeperkingen en op buitenlandse kruisers met een 152 mm-hoofdbewapening. Honolulu werd gebouwd op de New York Navy Yard in Brooklyn, New York. De kiel werd gelegd op 10 september 1935; de tewaterlating volgde op 26 augustus 1937 en de indienststelling op 15 juni 1938. Het ontwerp was gericht op hoge snelheid binnen vlootformaties.

Belangrijkste afmetingen en prestaties van Honolulu (als gebouwd):

  • Waterverplaatsing: 9.767 long tons standaard (ca. 9.924 ton) en 12.207 long tons volbeladen (ca. 12.403 ton).
  • Lengte: 608 ft 4 in (ca. 185,4 m) over alles; breedte: 61 ft 9 in (ca. 18,8 m).
  • Diepgang: circa 19 ft (gemiddeld) tot circa 24 ft (maximaal).
  • Voortstuwing: stoomturbines met acht ketels, 100.000 shp, vier schroeven.
  • Snelheid en bereik: 32,5 knopen (ca. 60 km/u) en circa 10.000 zeemijl bij 15 knopen.

De standaardbemanning bedroeg 868 man. In oorlogsomstandigheden nam dit aantal doorgaans toe, omdat extra luchtafweer bemand moest worden. Ook kwamen radartechnici aan boord. Voor verkenning waren twee katapulten en ruimte voor vier SOC Seagull-watervliegtuigen aanwezig.

B>Bewapening

p>De bewapening van Honolulu was ingericht voor oppervlaktegevechten en luchtafweer. De hoofdartillerie bestond uit vijftien 6-inch/47 (152 mm) kanonnen in vijf drievoudige torens. Drie torens stonden voor en twee achter, zodat het schip zowel vooruit als achteruit een zwaar salvo kon afgeven. Deze batterijen waren bedoeld voor gevechten tegen schepen en voor vuursteun.

Bij oplevering had Honolulu acht 5-inch/25 (127 mm) kanonnen in enkelopstellingen als secundaire batterij. Voor korte afstand waren aanvankelijk acht 0,50-inch (12,7 mm) machinegeweren aanwezig. In de loop van de oorlog werd de luchtafweer versterkt met 40 mm Bofors- en 20 mm Oerlikon-kanonnen. Tijdens latere herstel- en moderniseringsperioden werd ook de 5-inch batterij aangepast; in 1945 wordt vaak een configuratie vermeld met acht 5-inch/38 kanonnen in vier tweelingopstellingen, aangevuld met 40 mm- en 20 mm-luchtafweer.

B>Bepantsering

p>Het pantserplan van de Brooklyn-klasse combineerde zijbescherming met dekpantser tegen granaatinslagen en scherven. Bij Honolulu varieerde het gordelpantser langs vitale delen van ongeveer 83 tot 127 mm en bedroeg het dekpantser circa 51 mm. Barbettes en delen rond munitietoevoer waren zwaarder uitgevoerd, tot ongeveer 152 mm. De geschuttorens hadden een wisselende dikte: de voorplaat kon rond 152–165 mm liggen, terwijl zijkanten en achterzijde dunner waren (ongeveer 32 mm); ook de commandotoren was gepantserd.

Sen>Sensoren en dataverwerking

De inzet van Honolulu in de Stille Oceaan vroeg om snelle detectie en doelopsporing, vooral bij luchtaanvallen en nachtelijke acties. Naast optische waarneming (kijkers, afstandmeters en richtmiddelen) kreeg het schip radar- en vuurleidingsapparatuur. De gegevensstroom liep via vaste telefoon- en luidspreekcircuits naar de brug, de artillerieleiding en het Combat Information Center (CIC). Daar werden contacten geplot en beoordeeld voordat ze als doelen of dreigingen werden gemeld. Het systeem werd tijdens de oorlog stapsgewijs uitgebreid.

Voor vroegtijdige waarschuwing tegen vliegtuigen werd luchtzoekradar gebruikt. Bij Honolulu wordt in latere oorlogsjaren het Type SK-2 genoemd, bedoeld voor detectie op grote afstand en het volgen van formaties in hoogte en richting. Voor oppervlaktewaarneming was het Type SG belangrijk, dat schepen en kustlijnen kon opsporen en peiling en afstand aanleverde. Voor herkenning en samenwerking werden radarmeldingen gekoppeld aan procedures voor identificatie en aan tactische spraakradio. Hierdoor konden eenheden doelen verdelen zonder dat visueel contact noodzakelijk was.

Voor onderzeebootwaarneming beschikte Honolulu over een QC-type sonar. Een lichte kruiser was geen gespecialiseerd onderzeebootbestrijdingsschip, maar sonar hielp bij het signaleren van contacten en bij het doorgeven van meldingen aan escortes. In escortes kon sonar helpen om waarschuwingen te bevestigen en koerswijzigingen te onderbouwen. Sonar- en radarwaarneming werden aangevuld met uitkijkposten en rapporten van andere schepen in de formatie.

De artillerie werd geleid met director- en rekenketens die in Amerikaanse documenten vaak als Gun Fire Control System (GFCS) worden aangeduid. Voor de 6-inch batterijen wordt de Mark 34 GFCS genoemd en voor de 5-inch batterij de Mark 33 GFCS. In de loop van de oorlog werden deze ketens gekoppeld aan vuurleidingsradar, waaronder Mark 3 en Mark 8 voor de hoofdartillerie en Mark 12 en Mark 22 voor luchtafweer-vuurleiding. Radarafstand en -peiling konden worden ingevoerd in mechanische rekenapparaten, waarmee richtgegevens sneller werden berekend en correcties op salvo’s sneller konden volgen.

Het CIC was het knooppunt waar radarplots, radioverkeer en rapporten van eigen en andere schepen samenkwamen. Operators gebruikten plottafels en statusborden om koers, snelheid en vermoedelijke identiteit van contacten bij te houden. Vanuit het CIC gingen meldingen naar commandant, navigatie en artillerieleiding, zodat vuren en manoeuvres op elkaar aansloten.

Bij nachtgevechten in de Salomonseilanden verkortte dit de tijd tussen eerste detectie en het openen van vuur. Het CIC ondersteunde ook de uitwisseling van contactinformatie met andere schepen en met eigen verkenning. Bij kustbombardementen konden waarnemingen van verkenningsmiddelen worden gebruikt om inslagen te corrigeren.

Modif>Modificaties

jdens de oorlog werd Honolulu meerdere keren aangepast aan veranderende dreigingen. De grootste wijzigingen betroffen de luchtafweer. Het oorspronkelijke korteafstandswapenpakket werd vervangen en uitgebreid met 40 mm Bofors- en 20 mm Oerlikon-kanonnen. Bij modernisering werden ook radars en bijbehorende antennes geplaatst of vervangen.

Na de torpedotreffer bij Kolombangara (juli 1943) volgden noodreparaties in het operatiegebied. Daarna werd herstel uitgevoerd in Pearl Harbor en op de Amerikaanse westkust. Daarbij werd een tijdelijke boegconstructie gebruikt om het schip zeewaardig te houden. Na de torpedotreffer bij Leyte (oktober 1944) werd Honolulu in Norfolk hersteld en aangepast, met verdere wijzigingen aan luchtafweer, radar en de 5-inch batterij.

Statu>Status schip tijdens de oorlog

nolulu was op 7 december 1941 in Pearl Harbor en liep door een nabijontploffing rompschade en elektrische storingen op. Binnen vijf dagen waren noodreparaties afgerond, waarna het schip weer kon uitvaren. In 1942 en 1943 bleef het schip doorgaans operationeel. Daarbij waren werfperiodes nodig voor onderhoud en uitbreiding van luchtafweer en radar.

De torpedotreffer van 13 juli 1943 leidde tot een langdurige reparatiefase, waardoor Honolulu pas eind 1943 weer aan het front kon terugkeren. Na de tweede torpedotreffer op 20 oktober 1944 werd het schip naar de Verenigde Staten gestuurd voor herstel en aanpassing. Het bleef tot het einde van de oorlog in reparatie en modernisering. Daarna nam het geen gevechtsoperaties meer deel.

Opera>Operationele geschiedenis

earl Harbor en eerste inzet (1941–1942)

Honolulu lag op 7 december 1941 afgemeerd in de marinewerf van Pearl Harbor. In de eerste aanvalsgolf bleef het schip intact, maar later veroorzaakte een bom die op de kade en in het water naast het schip ontplofte rompschade en storingen in elektrische en vuurleidingscircuits.

Een technisch schadeverslag beschrijft ingedrukte huidplaten en beschadigde kabelgangen en leidingen bij magazijnen, waardoor compartimenten konden vollopen. Er was geen doorslag van fragmenten, maar systemen zoals gyrocompassen en een afstandmeter moesten worden hersteld. Het schip werd kort daarop gedokt voor herstel.

Na noodreparaties vertrok Honolulu op 12 januari 1942 als escorteschip naar San Francisco. In de maanden erna volgde konvooidienst in de Pacific, met trajecten tussen de Verenigde Staten, Samoa en Australië. De taken bestonden uit afscherming tegen lucht- en onderzeebootdreiging en het beveiligen van scheepvaart naar vooruitgeschoven bases.

Aleoeten>Aleoeten (mei–augustus 1942)

mei 1942 werd Honolulu naar het noorden gestuurd om de Amerikaanse positie rond Alaska te versterken. Vanuit Kodiak voerde zij patrouilles en ondersteuningsopdrachten uit. Op 7 augustus nam het schip deel aan een bombardement van Kiska, waar Japanse installaties in de Aleoeten lagen. Op 21 augustus schermde Honolulu de eerste Amerikaanse landing op Adak af. Adak fungeerde daarna als vooruitgeschoven basis in de eilandengroep. Daarna volgde een werfperiode aan de Amerikaanse westkust.

Guadalcana>Guadalcanal en Tassafaronga (november 1942)

mber 1942 escorteerde Honolulu een konvooi naar Nouméa en werd daarna ingezet vanuit Espiritu Santo in verband met de strijd om Guadalcanal. In de nacht van 30 november op 1 december raakte het schip betrokken bij de Slag bij Tassafaronga, een treffen met Japanse torpedobootjagers die voorraden vervoerden. Amerikaanse kruisers kregen torpedotreffers; de kruiser USS Northampton zonk en andere eenheden raakten beschadigd. Honolulu bleef onbeschadigd.

New Georgia>New Georgia, Kula Gulf en Kolombangara (juli 1943)

de New Georgia-operaties leverde Honolulu in mei en juni 1943 vuursteun op kustdoelen en dekking voor transporten. Na steun aan de landingen op 4 juli kwam het tot de Slag in de Golf van Kula (5–6 juli), een nachtgevecht met Japanse torpedobootjagers. Daarbij werd de Japanse torpedobootjager Niizuki tot zinken gebracht; Nagatsuki raakte zwaar beschadigd en liep aan de grond. In dezelfde actie ging de Amerikaanse lichte kruiser USS Helena verloren.

Op 12–13 juli volgde de Slag bij Kolombangara. In dit gevecht zonk de Japanse lichte kruiser Jintsū. Honolulu werd getroffen door een torpedo aan stuurboord; het voorschip liep zware structurele schade op, waardoor de kruiser zich moest terugtrekken. Door de boegschade voer het schip in omgekeerde vaart naar Tulagi voor tijdelijke reparaties. Daar werd een tijdelijke boegconstructie aangebracht om overtochten mogelijk te maken. Op 16 augustus arriveerde Honolulu voor verder herstel in Pearl Harbor en ging daarna naar een werf aan de Amerikaanse westkust. Pas eind 1943 werd zij opnieuw inzetbaar.

Terugkeer en oper>Terugkeer en operaties in de Centrale Pacific (eind 1943–september 1944)

rde Honolulu eind 1943 terug in de westelijke Pacific. Op 27 december 1943 nam zij deel aan beschietingen bij Bougainville. Begin 1944 volgden patrouilles en vuursteun in de noordelijke Salomons, waaronder afscherming van de landing op Green Island op 13 februari.

In juni 1944 ondersteunde Honolulu de landingen op Saipan en later Guam met bombardementen op kustdoelen. Tijdens de Slag in de Filipijnenzee (19–20 juni) opereerde zij met taakgroepen die de invasievloot afschermden tegen Japanse tegenaanvallen. Daarna werd opnieuw steun gegeven rond Guam, waarbij de kruiser meerdere weken in het gebied bleef. Na de acties bij Guam werd in Eniwetok bevoorraad en keerde Honolulu in augustus kort terug naar Purvis Bay. In september werd Honolulu ingezet bij de Palau-eilanden en leverde zij vuursteun rond Peleliu.

Leyte en uitval (okto>Leyte en uitval (oktober 1944–1945)

begon Honolulu met beschietingen bij Leyte ter voorbereiding van de landingen op de Filipijnen. De volgende dag schermde zij de invasievloot af. Op 20 oktober werd het schip aan bakboord geraakt door een torpedo van een Japans torpedovliegtuig; 64 bemanningsleden kwamen om en 35 raakten gewond. Honolulu bereikte Manus op 29 oktober voor noodreparaties en vertrok op 19 november richting Norfolk, Virginia. Via Pearl Harbor, San Diego en het Panamakanaal arriveerde zij op 20 december 1944.

De kruiser bleef in Norfolk tot het einde van de oorlog in herstel en modernisering, met onder meer wijzigingen aan luchtafweer, radar en de 5-inch batterij. Tijdens deze periode werd ook een configuratie met vier tweelingopstellingen 5-inch/38 vermeld. Honolulu ondernam in 1945 nog proefvaarten, maar keerde niet terug naar gevechtsoperaties. Voor haar dienst in de Tweede Wereldoorlog ontving het schip acht battle stars.

Na de oorlog

Na>Na de oorlog in Norfolk voer Honolulu in 1945 proefvaarten. Daarna werd zij ingezet als opleidingsschip. In januari 1946 arriveerde zij in Philadelphia. Daar werd de kruiser op 3 februari 1947 buiten dienst gesteld en in de reservevloot opgenomen.

Op 1 maart 1959 werd Honolulu geschrapt uit het Naval Vessel Register. Daarna werd het schip verkocht voor de sloop aan Bethlehem Steel. De ontmanteling vond plaats bij Sparrow Point, Maryland. Dit gebeurde in 1960.

Conclusie

De US>Conclusie48) was een Brooklyn-klasse lichte kruiser met vijftien 152 mm-kanonnen. In de Tweede Wereldoorlog werd het schip ingezet voor escortes, kustbombardementen en nachtelijke oppervlaktegevechten. Het nam deel aan onder meer Tassafaronga, Kula Gulf en Kolombangara. De torpedotreffers van juli 1943 en oktober 1944 leidden tot langdurige herstelperiodes en beperkten de inzet.

Tijdens de oorlog kreeg Honolulu radar en radarondersteunde vuurleiding. Ook was er een Combat Information Center (CIC). Daarmee sloot het schip aan bij de werkwijze die vanaf 1943 in de Amerikaanse vloot steeds gebruikelijker werd. Na 1944 was de kruiser door reparaties niet meer beschikbaar voor het front.

Bronnen en meer informa>Bronnen en meer informatie

href="https://commons.wikimedia.org/wiki/File:USS_Honolulu_(CL-48)_underway_at_sea_on_9_February_1939_(NH_53562).jpg"> Naval History & Heritage Command, Public domain, via Wikimedia Commons
  • Friedman, Norman (1980). “United States of America”. In: Gardiner, Robert & Chesneau, Roger (red.). Conway’s All the World’s Fighting Ships 1922–1946. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 978-0-87021-913-9.
  • Morison, Samuel Eliot (2001). History of United States Naval Operations in World War II, Volume 6: Breaking the Bismarcks Barrier, July 22, 1942 – May 1, 1944. New York: Castle Books. ISBN 0-7858-1307-1.
  • Paustian, Don (2000). History of the “Blue Goose” CL-48, 7 December 1941 – 12 October 1959: U.S.S. Honolulu, Mau Lanakila. Author. ISBN 978-0-9709300-0-8.
  • Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946