Home Slagen, Veldtochten, Zeeslagen en Operaties Slag bij Hamel 1918: Monash & Geallieerde Tactiek

Slag bij Hamel 1918: Monash & Geallieerde Tactiek

Brandend Hamel en met rook gevulde Hamelbos tijdens Australische aanval op 4 juli 1918, met bomenrij langs het Sommekanaal.
Het brandende dorp Hamel en Hamelbos tijdens de succesvolle Australische aanval op 4 juli 1918, gezien vanaf geallieerde zijde.

De Slag bij Hamel vond plaats op 4 juli 1918 tijdens de Eerste Wereldoorlog, nabij het dorp Le Hamel in Noord-Frankrijk. Deze korte, maar intensieve veldslag is opmerkelijk vanwege het gedetailleerde geallieerde aanvalsschema onder leiding van de Australische generaal John Monash. Voor het eerst werden infanterie, artillerie, tanks en luchtmacht nauwkeurig gecoördineerd op het Westfront. De inzet van Australische en Amerikaanse troepen markeerde een nieuwe benadering van gecombineerde wapentactiek, waarmee het dorp binnen anderhalf uur werd ingenomen. De operatie werd beschouwd als een model voor latere aanvallen tijdens de geallieerde eindoffensieven van 1918.

Militaire en Politieke Situatie

In het voorjaar van 1918 had het Duitse leger terreinwinst geboekt aan de Westelijke Front, mede door de terugtrekking van Rusland uit de oorlog. De Duitse lenteoffensieven dwongen de geallieerden tot hergroepering. Rond Amiens werd de situatie kritiek, omdat Duitse troepen deze stad wilden bereiken om zo het Britse en Franse leger uiteen te drijven. De stad Villers-Bretonneux was kort bezet door Duitse eenheden, maar werd eind april door Australische brigades heroverd.

De Duitse aanval verloor in juni aan kracht. De geallieerde commandostructuur, onder de algemene leiding van de Franse maarschalk Foch, besloot over te gaan tot een reeks voorbereidende tegenaanvallen. De Slag bij Hamel was onderdeel van deze strategie. Doel was het terugdringen van de Duitse vooruitgeschoven posities en het veiligstellen van observatiepunten, als voorbereiding op de latere Operatie Amiens.

Plaats

Het dorp Le Hamel ligt ten oosten van Amiens en ongeveer drie kilometer ten noordoosten van Villers-Bretonneux. Door de ligging op een verhoging kon de Duitse artillerie effectief het achterland van de geallieerden beschieten. Het gebied bestond uit open landbouwgrond, afgewisseld met bossen zoals het Bois de Vaire, strategisch voor de Duitse verdediging. De sector werd bewaakt door het Duitse XI. Armee-Korps. De geallieerde troepen bezetten stellingen ten westen van het dorp en hadden als doel het dorp en omliggende hoogten veilig te stellen.

Militaire Leiders

Aan geallieerde zijde stond generaal John Monash aan het hoofd van het Australian Corps. Hij ontwikkelde het aanvalsschema dat bekend werd door zijn nadruk op planning, samenwerking tussen wapentakken en het vermijden van onnodige verliezen. Zijn directe bevelhebbers waren onder andere brigadiers C. Brand, J. Paton, E. A. Wisdom en J. H. Cannan.

De Britse 4e Leger, onder leiding van generaal Henry Rawlinson, verleende artilleriële en tankondersteuning. De Amerikaanse bijdrage stond onder toezicht van generaal George Bell van de 33e Divisie. Aan Duitse zijde was generaal Viktor Kühne verantwoordelijk voor de verdediging van het front, met onder zijn bevel de 13e Infanteriedivisie en 43e Reserve-Divisie.

Doelstelling

De geallieerden wilden het dorp Le Hamel innemen om daarmee een Duitse saillant op het front te elimineren. Deze uitstulping maakte het mogelijk voor Duitse troepen om geallieerde troepen in de flank aan te vallen en hun aanvoerroutes te observeren. De geallieerden wilden ook de strategische heuvel 104 veiligstellen, die uitzicht gaf over de regio Villers-Bretonneux. Daarnaast had de aanval een symbolische betekenis: het vond plaats op de Amerikaanse Onafhankelijkheidsdag, 4 juli, en markeerde de eerste inzet van Amerikaanse infanterie onder geallieerd bevel in een aanval.

Militaire Eenheden

Geallieerde eenheden

De aanval werd uitgevoerd door onderdelen van drie Australische divisies:

  • 3e Australische Divisie (generaal-majoor John Monash),
  • 4e Australische Divisie (generaal-majoor Ewen Sinclair-Maclagan),
  • 5e Australische Divisie (generaal-majoor Joseph Hobbs).

Binnen deze divisies namen meerdere brigades deel aan de aanval, waaronder de 4e, 6e, 7e, 11e en 15e brigade. De Britse 5e Tankbrigade leverde 60 tanks van het type Mark V en Whippet.

Amerikaanse troepen van het 131e en 132e infanterieregiment, onderdeel van de 33e Amerikaanse Divisie, werden aan Australische bataljons toegevoegd. In totaal namen ongeveer 1000 Amerikaanse soldaten deel, hoewel sommigen op het laatste moment werden teruggetrokken op bevel van generaal Pershing.

Duitse eenheden

De Duitse verdediging werd verzorgd door het XI. Armee-Korps, bestaande uit:

  • 13e Infanteriedivisie, met regimenten 13, 15 en 55;
  • 43e Reserve-Divisie, met reserve-infanterieregimenten 201, 202 en 203.

Het dorp Le Hamel zelf werd bezet door het 202e regiment, met ondersteuning uit de bossen van Vaire en Notamel. De Duitse verdediging was gebaseerd op diep ingesneden loopgraven, mitrailleurnesten en versterkte posities in het beboste terrein.

Het verloop van de Slag bij Hamel

Voorbereiding en planning

Generaal Monash stelde een gedetailleerd aanvalsschema op, waarbij infanterie, artillerie, tanks en luchtsteun gelijktijdig werden ingezet. De voorbereiding begon eind juni 1918, met als doel een gecoördineerde aanval bij het eerste daglicht. De aanval zou plaatsvinden over een breedte van ongeveer zes kilometer, met een diepte van drie kilometer.

Monash beval intensieve samenwerking tussen de verschillende eenheden. Infanteriebataljons trainden samen met tankbemanningen en oefenden gemeenschappelijke aanvalstechnieken. Elk infanteriebataljon markeerde “zijn” tanks met herkenbare insignia om verwarring tijdens de aanval te voorkomen. Om verrassing te garanderen, werden ook oudere vliegtuigen met luidruchtige motoren ingezet om het geluid van oprukkende tanks te maskeren.

Een bijkomend logistiek element was het gebruik van tanks voor bevoorrading, in plaats van menselijke dragers. Tijdens de aanval zouden ook medische en munitievoorraden per parachute worden afgeworpen – een toen innovatieve tactiek.

Start van de aanval

De aanval begon op 4 juli 1918 om 03:02 uur. De artillerie opende met een vertragingsvuur, gevolgd door een rollend spervuur. Tegelijkertijd zetten 60 Britse Mark V en Whippet-tanks zich in beweging richting de vijandelijke linies. Luchtsteun werd geleverd door vliegtuigen van het Royal Air Force No. 101 Squadron en het Australian Flying Corps, die bombardementen uitvoerden op Duitse stellingen in de diepte.

De Australische infanterie volgde het spervuur op korte afstand, meestal binnen 75 meter. Ondanks de duisternis en het rookgordijn wisten de meeste eenheden hun doelen te bereiken. Enkele Australische eenheden liepen echter vertraging op doordat tanks hun posities niet tijdig bereikten, wat op sommige plaatsen tot extra verliezen leidde.

Aanval op de Vaire- en Hamel-bossen

De Vaire- en Hamel-bossen waren zwaar verdedigde gebieden met onderling verbonden loopgraven en machinegeweerposities. De Australische 4e Brigade kreeg de taak deze gebieden in te nemen. In deze sector onderscheidde zich onder andere het 16e Bataljon, dat ondanks zware verliezen in staat was door te dringen tot de vijandelijke linies.

Een belangrijk element van succes was het gebruik van Lewis-mitrailleurs, vaak vanaf de heup afgevuurd vanwege het hoge gras. Deze mobiele vuursteun stelde de infanterie in staat om Duitse mitrailleurnesten te neutraliseren. In deze fase van de strijd werden ook meerdere Duitse soldaten krijgsgevangen gemaakt.

Inname van het dorp Hamel

Het 43e Australische Bataljon had als opdracht het dorp Hamel zelf te veroveren, gesteund door 27 tanks en mortierondersteuning. Het dorp lag in een komvormige ligging en was goed voorbereid op een aanval. Aanvankelijk ontbrak ook hier tankondersteuning, waardoor de infanterie de eerste fase zelfstandig moest uitvoeren.

De aanval verliep volgens het plan, ondanks hevige tegenstand. De infanterie omsingelde het dorp gedeeltelijk via het nabijgelegen Notamelbos. In Hamel kwam het tot hevige gevechten in straatjes, huizen en loopgraven. Met behulp van tanks en mortieren werden Duitse versterkte posities opgeruimd. Rond 07:00 uur was het dorp volledig in geallieerde handen.

Zuidflank en de Römerstraße

Ten zuiden van Hamel lag de strategisch belangrijke Römerstraße. De Australische 6e Brigade kreeg de opdracht dit gebied in te nemen, ondersteund door artillerie en mortieren. Hoewel het 21e en 23e Bataljon relatief weinig tegenstand ondervond, liep het 25e Bataljon zware verliezen op. Dit kwam door goed gepositioneerde Duitse mitrailleurs die het oprukkende bataljon in de flank bestookten.

Desondanks slaagde men erin de Duitse stellingen te neutraliseren. Artillerievuur en tanks maakten het uiteindelijk mogelijk om ook deze sector volledig onder controle te krijgen. De tanks drongen ongeveer 1.100 meter door tot voorbij de oorspronkelijke Duitse linies.

Afleidingsaanval bij Ville-sur-Ancre

Parallel aan de hoofdaanval voerde de Australische 15e Brigade een afleidingsaanval uit ten noorden van de rivier de Somme bij Ville-sur-Ancre. Deze aanval had tot doel de aandacht van de Duitse verdediging af te leiden van Hamel. Ondersteund door artillerie en mortieren wist een compagnie van het 58e Bataljon enkele Duitse vooruitgeschoven posten in te nemen. Hoewel deze operatie beperkte terreinwinst opleverde, werd het hoofddoel – verstoring van de Duitse coördinatie – bereikt.

Uitkomst van de Slag bij Hamel

De geallieerden behaalden op 4 juli 1918 binnen 93 minuten al hun vooraf gestelde doelen. De aanval was daarmee bijzonder efficiënt in vergelijking met eerdere operaties aan het Westfront, waar successen vaak weken of maanden op zich lieten wachten en met veel hogere verliezen gepaard gingen.

De coördinatie tussen infanterie, artillerie, tanks en luchtsteun toonde aan dat gecombineerde wapentactiek effectief kon zijn bij een zorgvuldig geplande en kleinschalig uitgevoerde aanval. De precisie van het artillerievuur, het gebruik van rook- en gasgranaten ter verwarring, en de logistieke inzet van tanks voor bevoorrading, versterkten het operationeel vermogen van de geallieerde eenheden.

De aanval bewees ook dat samenwerking tussen verschillende nationale legers mogelijk was. De inzet van Amerikaanse troepen onder Australisch bevel was een historisch precedent binnen de Eerste Wereldoorlog. Hoewel sommige Amerikaanse eenheden op het laatste moment door hun eigen legerleiding werden teruggetrokken, namen vier compagnieën actief deel aan de aanval.

Het succes van deze operatie versterkte het moreel binnen de geallieerde linies en diende als test voor de grotere geallieerde aanval tijdens de Slag bij Amiens op 8 augustus 1918. Daar werd het tactisch model van Hamel op grotere schaal toegepast.

Militaire en Burger Slachtoffers

Geallieerde verliezen

De geallieerde verliezen bedroegen in totaal ongeveer 1.380 militairen die gedood of gewond raakten. Van de Australische troepen werden 1.062 man als verlies opgegeven, waarvan ongeveer 800 dodelijke slachtoffers. De Amerikaanse strijdkrachten verloren 176 man, waaronder ten minste 26 doden. De Australische 15e Brigade, die betrokken was bij de afleidingsaanval bij Ville-sur-Ancre, meldde nog eens 142 slachtoffers.

De Britse 5e Tankbrigade verloor 13 bemanningsleden. Vijf tanks raakten beschadigd maar konden later worden gerepareerd. De inzet van tanks werd door de Australische infanterie aanvankelijk met scepsis bekeken, maar het succes bij Hamel leidde tot herwaardering van deze wapencategorie binnen de geallieerde tactiek.

Duitse verliezen

De Duitse verliezen waren aanzienlijk. Ongeveer 2.000 manschappen werden uitgeschakeld, waarvan 1.600 als krijgsgevangene werden afgevoerd. Daarbij werd veel materiaal buitgemaakt, waaronder 177 machinegeweren en 32 mortieren. Veel eerder veroverde Britse uitrusting, die de Duitsers sinds april in bezit hadden, werd teruggevonden bij de herovering van Hamel.

Burgerbevolking

In en rond het dorp Le Hamel bevond zich nauwelijks nog een burgerbevolking. Eerdere beschietingen en de frontpositie van het dorp hadden ertoe geleid dat vrijwel alle inwoners geëvacueerd waren. Er zijn geen betrouwbare gegevens over burgerslachtoffers in deze specifieke slag, mede omdat het gevechtsterrein vrijwel volledig door militaire eenheden werd ingenomen.

Conclusie

De Slag bij Hamel op 4 juli 1918 vormde een voorbeeld van militaire innovatie aan het Westfront tijdens de Eerste Wereldoorlog. De operatie demonstreerde dat een goed geplande, beperkte aanval met geïntegreerde inzet van infanterie, tanks, artillerie en luchtsteun binnen korte tijd tot succes kon leiden, met relatief beperkte verliezen in vergelijking met eerdere veldslagen.

Onder leiding van generaal John Monash werd het dorp Le Hamel ingenomen binnen 93 minuten, een zeldzaamheid in een oorlog die werd gekenmerkt door langdurige en bloedige gevechten. De samenwerking tussen Australische en Amerikaanse troepen markeerde bovendien een nieuw hoofdstuk in de geallieerde oorlogvoering.

Hoewel de slag op zichzelf geen strategisch keerpunt was, leverde zij wel waardevolle inzichten op die kort daarna op grotere schaal werden toegepast tijdens de Slag bij Amiens. De toepassing van gecombineerde wapentactiek groeide hierdoor uit tot een standaardbenadering binnen de laatste fase van de oorlog, waarin het initiatief geleidelijk verschoof naar de geallieerden.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding: Unknown Australian Official Photographer, Public domain, via Wikimedia Commons
  2. Bean, Charles Edwin Woodrow (1942). The Australian Imperial Force in France during the Allied Offensive, 1918. Official History of Australia in the War of 1914–1918. Volume VI. Sydney: Angus and Robertson. OCLC 41008291. ISBN 978-0-7022-1685-4. https://www.awm.gov.au/collection/C1416794
  3. Hughes-Wilson, John (2019). Hamel 4th July 1918: The Australian & American Triumph. London: Uniform Press. ISBN 978-1-911604-42-6.
  4. Laffin, John (1999). The Battle of Hamel: The Australians’ Finest Victory. East Roseville, NSW: Kangaroo Press. ISBN 978-0-86417-970-8.
  5. Browne, George W.; Pillsbury, Rosecrans W. (1921). Divisional records of the American expeditionary forces in Europe. Overseas Book Company. ISBN 978-0-559-71628-6.
  6. Baldwin, Hanson (1962). World War I: An Outline History. London: Hutchinson. ISBN 978-0-306-80446-9.
  7. Coulthard-Clark, Chris (1998). Where Australians Fought: The Encyclopaedia of Australia’s Battles. St Leonards, New South Wales: Allen & Unwin. ISBN 978-1-86448-611-7.
  8. Dando-Collins, Stephen (2018). Heroes of Hamel. Milsons Point, NSW: Vintage Books. ISBN 978-0-14378-760-0.
  9. Neillands, Robin (2004) [1999]. The Great War Generals On the Western Front 1914–1918. London: Magpie Books. ISBN 978-1-84119-863-8.
  10. Serle, Geoffrey (1982). John Monash: A Biography. Carlton, Victoria: Melbourne University Press. ISBN 978-0-522-84239-3.
  11. Tucker, Spencer (2014). World War I: The Definitive Encyclopedia and Document Collection: A–C. Volume I. Santa Barbara, California: ABC-CLIO. ISBN 978-1-85109-964-1.
  12. Andrews, E. M.; Jordan, B. G. (1991). “Hamel: Winning a Battle”. Journal of the Australian War Memorial (April): 5–12. ISSN 1327-0141.
  13. Nunan, Peter (2000). “Diggers’ Fourth of July”. Military History. Vol. 17, No. 3: 26–32 & 80. ISSN 0889-7328.
  14. McAulay, Lex (2013). “The Action at Ville-sur-Ancre, 4 July 1918”. Australian Infantry Magazine. No. October 2012 – April 2013. Surfers Paradise, Queensland: Power Pacific International. pp. 70–80. ISSN 1447-5545.
  15. Perry, Roland (2004). “The Man Who Stormed Hamel Against the Odds”. The Daily Telegraph (Sydney), 8 November 2004. ISSN 0312-6331.
  16. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946