Reichskulturkammer controle culturele leven in Duitsland 1933

Reichskulturkammer controle culturele leven in Duitsland 1933
Reichskulturkammer controle culturele leven in Duitsland 1933

In het hart van nazi-Duitsland, op 22 september 1933, werd een aanzienlijke stap gezet in de consolidatie van de macht over de culturele sector door de oprichting van de Reichskulturkammer (RKK). Dit initiatief, voortgekomen uit het proces van Gleichschaltung en gedreven door Reichsminister Joseph Goebbels, markeerde het begin van een rigoureuze controle en manipulatie van de kunsten ten gunste van de nazi-ideologie.

De Missie van Goebbels: Het Vormen van Arische Kunst

De RKK, ontworpen om de concurrerende invloeden van het Duitse Arbeidsfront (DAF) onder leiding van Robert Ley te weerstaan, had als hoofddoel het hele culturele leven in Duitsland te beheersen. Door middel van deze overheidsinstelling streefden de nazi’s ernaar om “Arische” kunst te creëren en te bevorderen, in lijn met hun ideologische waarden en principes.

Om toe te treden tot de RKK, was het voor kunstenaars noodzakelijk om een “Arische oorkonde” te overleggen. Dit lidmaatschap werd een vereiste voor het uitoefenen van hun beroep; een afwijzing betekende dan ook een de facto beroepsverbod. Dit systeem van exclusie en controle benadrukt de verstrekkende invloed van de RKK op het culturele leven in Duitsland.

Structuur en Invloed van de RKK

De RKK bestond uit verschillende afdelingen, elk verantwoordelijk voor een specifiek kunstdomein, waaronder film, muziek, beeldende kunst, theater, literatuur, media en radio. Deze afdelingen werden geleid door vooraanstaande figuren binnen hun respectievelijke velden, van Carl Froelich die de Reichsfilmkammer leidde vanaf 1939 tot Wilhelm Kreis aan het hoofd van de Reichskammer der bildenden Künste vanaf 1943.

De RKK speelde een cruciale rol in het sturen en vormgeven van de culturele uitdrukking binnen Duitsland, met als doel de nazistische visie op kunst en cultuur te versterken. De invloed van de RKK strekte zich uit over alle aspecten van het culturele leven, waarbij kunstenaars werden gedwongen binnen de strikte kaders van de nazi-ideologie te werken.

‎Verschillende afdelingen van de RKK hielden zich bezig met ‎‎film‎‎, ‎‎muziek‎‎, beeldende kunst, theater, literatuur, media en radio, georganiseerd in zeven afdelingen: ‎

  1. ‎Reichsfilmkammer‎‎, onder leiding van ‎‎Carl Froelich‎‎ vanaf 1939‎
  2. ‎Reichsmusikkammer‎‎, onder leiding van ‎‎Richard Strauss‎‎, vanaf 1935 door ‎‎Peter Raabe‎
  3. ‎Reichskammer der bildenden Künste‎‎ (‎‎de‎‎), onder leiding van ‎‎Eugen Hönig‎‎ uit 1933, Adolf ‎‎Ziegler‎‎ uit 1936 en ‎‎Wilhelm Kreis‎‎ vanaf 1943‎
  4. ‎Reichstheaterkammer‎‎, onder leiding van ‎‎Rainer Schlösser‎‎ 1935-1938, door ‎‎Paul Hartmann‎‎ uit 1942
  5. ‎Reichsschrifttumskammer‎‎, onder leiding van ‎‎Hans-Friedrich Blunck‎‎, vanaf 1935 door ‎‎Hanns Johst‎
  6. ‎Reichspressekammer‎‎, onder leiding van ‎‎Max Amann‎
  7. ‎Reichsrundfunkkammer‎‎ (taken toegewezen aan ‎‎Reichs-Rundfunk-Gesellschaft‎‎ in 1939

De Rol van de Reichskulturkammer in de Nazi-Onderdrukking van Moderne Kunst

Onder de strakke leiding van de Reichskulturkammer (RKK), ontplooide nazi-Duitsland een systematische campagne tegen wat zij beschouwden als “on-Duitse” of “gedegenereerde” kunst. Dit beleid was gericht op het uitroeien van moderne artistieke bewegingen, die vaak werden belasterd onder de term “Cultureel Bolsjewisme”. De RKK was een cruciaal instrument in deze culturele zuivering, waarbij de nazi’s streefden naar een uniforme esthetiek die hun ideologie weerspiegelde.

Entartete Kunst: De Tentoonstelling als Wapen

Een van de meest beruchte initiatieven van de RKK was de organisatie van de “Entartete Kunst” (Gedegenereerde Kunst) tentoonstelling. Onder leiding van Adolf Ziegler, hoofd van de Bildende Künste (Schone Kunsten) divisie, werd deze expositie voor het eerst geopend in juli 1937 in München. De tentoonstelling was bedoeld om publieke afkeer op te wekken tegen moderne kunstvormen, door werken te tonen die door de nazi’s als moreel en esthetisch inferieur werden beschouwd.

De tentoonstelling trok verrassend genoeg miljoenen bezoekers, mede doordat de toegang gratis was. Dit fenomeen suggereert dat de zogenaamde gedegenereerde kunst mogelijk populairder was bij het Duitse publiek dan de nazi’s hadden voorzien. Desondanks bleef de RKK vastbesloten om deze kunstvormen uit te bannen en de voorkeur te geven aan werken die de Arische identiteit en traditionele waarden verheerlijkten.

De Impact op Kunstenaars en de Kunstmarkt

De repressieve maatregelen van de RKK hadden niet alleen invloed op de tentoonstellingsmogelijkheden van kunstenaars, maar stelden ook strikte beperkingen aan hun creatieve vrijheid. Kunstenaars zoals Max Liebermann en Emil Nolde, die ooit werden gesteund door figuren als Joseph Goebbels, zagen zich plotseling verstoten en hun werken bestempeld als ongewenst. In een poging om fondsen te werven voor de oorlogsinspanningen, werden sommige kunsthandelaren zelfs toegestaan om naar New York te emigreren en daar de “gedegenereerde” kunst te verkopen.

De Langdurige Impact op Kunst en Cultuur

De nalatenschap van de RKK en de nazi-onderdrukking van de moderne kunst resoneert nog steeds in hedendaagse discussies over artistieke vrijheid en de rol van de overheid in de kunsten. De verhalen van de kunstenaars die hun carrière en soms hun leven riskeren om zich tegen het regime te verzetten, herinneren ons aan de kracht van kunst als een vorm van verzet en expressie.

Hoewel de RKK bedoeld was om de culturele uitingen strikt te controleren en te beperken tot het promoten van de nazi-ideologie, leidde het paradoxalerwijs tot een verhoogd bewustzijn en waardering voor de “gedegenereerde” kunst die het probeerde uit te roeien. De tentoonstellingen van Entartete Kunst, hoewel bedoeld als waarschuwing, hebben de werken van verstoten kunstenaars onbedoeld vereeuwigd en bijgedragen aan hun blijvende erfenis.

Opheffing RKK in 1945

‎De RKK werd uiteindelijk ontbonden en haar bezittingen geconfisqueerd door ‎‎wet nr. 2‎‎ (10 oktober 1945) van de ‎‎Geallieerde Controleraad‎‎. Beeldmateriaal en archiefmateriaal worden bewaard door het ‎‎Duitse Federale Archief‎‎ (‎‎Bundesarchiv‎‎) en het ‎‎Berlin Document Center‎‎.‎

Conclusie

De geschiedenis van de Reichskulturkammer is een sombere herinnering aan de gevaren van overheidsbemoeienis in de culturele en artistieke vrijheid. Het onderstreept de noodzaak om kunst en expressie te beschermen tegen de krachten van onderdrukking en censuur. Terwijl we terugkijken op deze donkere periode, is het cruciaal om de lessen te herinneren die het ons leert over de waarde van artistieke vrijheid en de weerstand tegen pogingen om cultuur te politiseren.

Bronnen

Voor verdere studie en onderzoek naar de Reichskulturkammer en haar invloed op de kunst en cultuur tijdens het nazi-regime, bieden het Duitse Federale Archief (Bundesarchiv) en het Berlin Document Center uitgebreide archieven en materialen. Deze instellingen zijn van onschatbare waarde voor het begrijpen van deze complexe periode in de geschiedenis en het bewaren van het geheugen voor toekomstige generaties.

Afbeelding: Bundesarchiv, Bild 183-H29353 / UnknownUnknown / CC-BY-SA 3.0, CC BY-SA 3.0 DE, via Wikimedia Commons