
Het Praagoffensief vond plaats van 6 tot 11 mei 1945 en was de laatste grote militaire operatie van het Rode Leger in Europa tijdens de Tweede Wereldoorlog . Terwijl nazi-Duitsland op 8 mei 1945 officieel capituleerde, werd er in en rond de Tsjechische hoofdstad Praag nog enkele dagen doorgevochten . Het offensief leidde tot de vernietiging van de laatste intacte Duitse troepenmacht (Heeresgruppe Mitte) en maakte een einde aan de jarenlange Duitse bezetting van Tsjechoslowakije . Als sluitstuk van de strijd in Europa markeerde het Praagoffensief daarmee definitief het einde van de Tweede Wereldoorlog op het Europese vasteland.
Historische achtergrond van het Praagoffensief
Begin mei 1945 was de militaire situatie van Nazi-Duitsland praktisch uitzichtloos. Berlijn was gevallen of op het punt van vallen en het merendeel van Duitsland was al veroverd door de geallieerden. Toch bevonden zich in het zuiden van Duitsland, Oostenrijk en vooral in Tsjechoslowakije nog grote concentraties van Duitse troepen, behorend tot Heeresgruppe Mitte (Legergroep Midden) en de restanten van Heeresgruppe Ostmark. Op 2 mei 1945 gaf Generaloberst Alfred Jodl, stafchef van het Duitse opperbevel, zijn troepen bevel om onder alle omstandigheden Russische krijgsgevangenschap te ontwijken en zich indien mogelijk aan de westelijke geallieerden over te geven. Vanaf dat moment probeerden de Duitse eenheden in Bohemen enkel nog stand te houden tegen het Rode Leger, terwijl men aan het westfront bereid was tot overgave of wapenstilstand.
De nazi-leiding beschouwde het gebied Tsjechoslowakije en omgeving als laatste toevluchtsoord voor een eventueel doorzettend verzet na de val van Berlijn. In de eerste maanden van 1945 hadden de Duitsers daarom sterke eenheden naar deze regio verplaatst, waaronder delen van de 6e SS-Pantserleger, het 1e en 4e Pantserleger en het 7e, 8e en 17e Leger. Er werden zelfs voorbereidingen getroffen om in Bohemen een nieuw Nazi-hoofdkwartier in te richten: belangrijke gebouwen in Praag en omstreken werden versterkt en geschikt gemaakt als mogelijk laatste bolwerk van de Duitse regering en het opperbevel.
Tegelijkertijd groeide de onrust onder de Tsjechische bevolking in het bezette Protectoraat Bohemen en Moravië. Op 30 april 1945 sprak SS-Obergruppenführer Karl Hermann Frank, de hoge SS- en politiemeester in Praag, de bevolking via de radio toe. Hij waarschuwde dat hij elke opstand in een “zee van bloed” zou doen eindigen. Franks dreigement toont de gespannen situatie: hij wist dat meerdere Sovjetlegers Praag naderden, terwijl de bevolking steeds openlijker snakte naar bevrijding.
In deze chaotische laatste oorlogsweek bevonden zich ook troepen van het Russisch Bevrijdingsleger (ROA) rond Praag. Deze formaties van Sovjetdeserteurs onder generaal Andrej Vlasov, formeel bondgenoten van de Duitsers, hadden zich begin mei in de omgeving van de stad gelegerd. De ROA was echter opportunistisch in haar loyaliteit en zou afhankelijk van de omstandigheden van kamp wisselen. Ondertussen spraken de westerse en Sovjet-geallieerden een demarcatielijn af in Zuidwest-Tsjechoslowakije die hun beider opmarsgebieden afbakende (de eerdere grenslijn van Jalta werd daarbij iets opschoven). Praag lag in de Sovjetzone, wat zou betekenen dat de westelijke geallieerden de bevrijding van de stad aan de Sovjets zouden overlaten.
Militaire planning en strategie van het Rode Leger
Zowel de geallieerden als de Sovjetleiding beseften dat de inname van Praag van grote politieke betekenis zou zijn voor de machtsverhoudingen na de oorlog. De Britse premier Winston Churchill en de Sovjetleider Jozef Stalin beschouwden Praag beiden als een felbegeerde prijs die de toekomstige koers van Tsjechoslowakije kon bepalen. Stalin was vastbesloten Praag door zijn troepen te laten bevrijden en nam al maatregelen voordat de slag om Berlijn voorbij was. Op 1 mei 1945, nog tijdens de laatste gevechten in Berlijn, droeg Stalin het 1e Wit-Russische Front (maarschalk Zjoekov) op om de sector Berlijn over te nemen van het 1e Oekraïense Front (maarschalk Ivan Konev), zodat Konev’s troepen zich konden hergroeperen en zuidwaarts richting Praag konden oprukken. Ook het 2e Oekraïense Front (onder maarschalk Rodion Malinovski) kreeg op 2 mei bevel zich vanuit het zuidoosten naar Praag te bewegen.
Deze strategische herschikking betekende dat vers op Berlijn veroverde Sovjetlegers onmiddellijk werden doorgestuurd naar het nieuwe front in Tsjechoslowakije. Het Praagoffensief werd opgezet als een gecoördineerde tangbeweging van drie grote Sovjet-legergroepen (fronten) in samenwerking met bondgenoten. Het 1e Oekraïense Front (Konev) zou vanuit het noorden en noordwesten richting Praag aanvallen, het 2e Oekraïense Front (Malinovski) vanuit het oosten en zuidoosten, en het 4e Oekraïense Front (generaal Ivan Petrov) vanuit het zuiden en oosten (Noord-Slowakije). Daarnaast sloot ook het 2e Poolse Leger onder Sovjetbevel zich aan bij de aanvalsmacht. In totaal brachten de Sovjets meer dan twee miljoen manschappen op de been voor de operatie. Het 1e Oekraïense Front werd kort na de inname van Berlijn razendsnel zuidwaarts verplaatst om op tijd aan het Praagoffensief te kunnen deelnemen.
De Duitse troepen die verdediging moesten bieden, stonden onder bevel van veldmaarschalk Ferdinand Schörner, de bevelhebber van Heeresgruppe Mitte. Deze legergroep bestond uit bijna 900.000 soldaten, waaronder het 1e en 4e Pantserleger, het 7e en 17e Leger, aangevuld met eenheden van de zuidelijke Heeresgruppe Ostmark onder generaal Lothar Rendulic. De Duitse plannen waren er in feite op gericht zoveel mogelijk tijd te rekken en een doorgang naar het westen open te houden voor een eventuele overgave aan de Amerikanen. Op 5 mei kwam het echter tot een grootschalige opstand in Praag tegen de Duitse bezetters. Deze opstand, die door Frank was gevreesd, bemoeilijkte de Duitse verdediging aanzienlijk. Schörners troepen onderdrukten de rebellie met harde hand via de Waffen-SS, maar gingen op 8 mei 1945 een wapenstilstand aan met de opstandelingen om verdere chaos te voorkomen. Door de revolte in de stad en de oprukkende Sovjetlegers raakte de Duitse positie onhoudbaar.
Stalin’s strategie was er niet alleen op gericht Praag in te nemen, maar ook om te voorkomen dat Heeresgruppe Mitte zich massaal aan de Amerikanen zou overgeven voordat de Sovjets arriveerden. De gecoördineerde aanval vanuit meerdere richtingen moest de Duitse troepen omsingelen en dwingen tot overgave aan het Rode Leger. Ook politiek gezien wilde Stalin een krachtig Sovjetpresence in Tsjechoslowakije op het moment van de Duitse capitulatie. Deze bedoelingen vormden de achtergrond van de militaire plannen voor het Praagoffensief.
Verloop van het offensief (6–11 mei 1945)
6 mei 1945 – Begin van de aanval: In de vroege uren van 6 mei openden de Sovjets het offensief op de Duitse linies in Tsjechoslowakije. Het 4e Oekraïense Front viel aan in noordelijke richting met als doel de stad Olomouc in Moravië te veroveren. Die dag botsten deze troepen op felle tegenstand van het Duitse 1e Pantserleger ten westen van Olomouc. Verder noordelijk rukte Konev’s 1e Oekraïense Front op vanuit Saksen (omgeving Dresden) richting het Reuzengebergte en Noord-Bohemen. Tegelijk zette het 2e Oekraïense Front de aanval in vanuit Oost-Slowakije richting Moravië en Bohemen. De Duitsers waren nu in het defensief gedwongen op meerdere fronten tegelijk.
De situatie in Praag zelf bleef gespannen: de Tsjechische opstand was op 5 mei in volle gang losgebarsten, wat extra verwarring schiep in de Duitse commandostructuur. De 1e Divisie van het Russisch Bevrijdingsleger (ROA) onder generaal Vlasov, officieel een Duitse bondgenoot, keerde zich op 6 mei onverwacht tegen de SS. Deze divisie verbrandde zijn Duitse vlag en liep over naar de Tsjechische opstandelingen, wat hen ineens konvooien van zware wapens en tanks opleverde. Deze actie van de ROA verschafte de partizanen tijdelijke steun en zorgde voor extra druk op de Duitse troepen in en rond Praag.
7–8 mei 1945 – Duitse instorting en capitulatie
Op 7 mei tekende de Duitse opperbevelhebber in Reims de onvoorwaardelijke capitulatie, die op 8 mei om 23:01 uur in werking zou treden (in Moskou al op 9 mei) . In West-Europa legden de Duitse troepen de wapens neer, maar ten oosten van Praag vochten Schörners eenheden nog verbeten door. Generaal Schörner zelf negeerde de capitulatie en gaf zijn troepen opdracht stand te houden tegen de Sovjets en zich indien mogelijk terug te trekken richting het westen. Op 8 mei liet hij via een bode die onder Amerikaanse bescherming naar Praag reisde, weten dat zijn legers moesten proberen de Sovjets te ontwijken en zich over te geven aan de Amerikanen. Diezelfde dag ontvluchtte Schörner zelf Praag per vliegtuig, op weg naar het zuiden; uiteindelijk zou hij op 18 mei door de Amerikanen in Oostenrijk worden gevangengenomen.
In de straten van Praag kwam het op 8 mei tot een climax van de opstand. Hoewel de Duitse troepen erin geslaagd waren delen van de stad te heroveren, slaagden de Tsjechische verzetsleiders erin een akkoord af te dwingen. Op de avond van 8 mei 1945 tekenden vertegenwoordigers van de Praagse Nationale Raad en het Duitse garnizoen een wapenstilstand. Daarbij werd afgesproken dat de Duitse troepen vrije aftocht kregen uit de stad richting het westen. In ruil daarvoor zouden de Duitsers Praag verlaten zonder verdere vernietiging aan te richten. Veel Duitse eenheden begonnen daarop een chaotische aftocht richting de Amerikaanse linies.
Niet alle Duitse militairen gehoorzaamden echter: fanatieke Waffen-SS onderdelen weigerden te capituleren en bleven strijden in de stad. Hierdoor ging het gevecht in Praag door, zelfs nadat elders in Europa de oorlog officieel was afgelopen. In de nacht van 8 op 9 mei zetten Sovjet-eenheden een allerlaatste versnelling in om de stad Praag te bereiken, officieel om de nog “strijdende” Tsjechische opstandelingen te hulp te komen. Die snelle nachtmars resulteerde erin dat de voorhoede van het Rode Leger in de vroege ochtend van 9 mei 1945 de buitenwijken van Praag bereikte.
9 mei 1945 – Bevrijding van Praag
In de ochtend van 9 mei trokken Sovjettanks en infanterie Praag binnen, waar ze door de bevolking als bevrijders werden onthaald. De stad was op dat moment praktisch al bevrijd door het lokale verzet, aangezien het gros van de Duitse troepen zich volgens het akkoord van 8 mei had teruggetrokken. De binnenmarcherende Sovjetstrijdkrachten werden echter geconfronteerd met de laatste koppige verzetshaarden: enkele SS-scharfschutters en achtergebleven eenheden die zich niet aan het staakt-het-vuren hadden gehouden, boden nog sporadisch weerstand. Deze werden spoedig uitgeschakeld, waarmee Praag definitief in geallieerde handen was. Intussen bevonden duizenden Duitse militairen zich op de wegen ten westen van Praag, op de vlucht voor de Sovjets. Ongeveer 6.000 Duitse soldaten bereikten op 9 mei de Amerikaans-Sovjet demarcatielijn in West-Bohemen, in de regio tussen de dorpjes Milín, Slivice en Čimelice Hier kwamen ze in een chaotische situatie terecht: lokale verzetsgroepen en ook troepen van Vlasovs ROA hinderden hun doortocht, en er ontstonden vuurgevechten waarbij zelfs Amerikaanse en Sovjetpatrouilles in elkaars buurt opereerden. Deze schermutselingen vormden een van de laatste vuurgevechten van de Tweede Wereldoorlog in Europa en zouden nog doorgaan tot 11–12 mei 1945.

10–11 mei 1945 – Laatste gevechten
Na de bevrijding van Praag op 9 mei rukten de Sovjetlegers verder westwaarts op, diep Bohemen in, tot aan de overeengekomen ontmoetinglijn met de Amerikanen. Het 2e Oekraïense Front bereikte de omgeving van České Budějovice (Budweis) en Písek in Zuidwest-Bohemen, waar het contact maakte met voorhoedes van het Amerikaanse Derde Leger onder generaal Patton Verder noordelijk ontmoetten het 1e en 2e Oekraïense Front de Amerikanen nabij Karlovy Vary (Karlsbad) en Plzeň (Pilsen). Daarmee was Tsjechoslowakije volledig door de geallieerden bezet en omsingeld.
De laatste gevechten vonden plaats ten zuiden van Praag, waar nog verspreide Duitse groepen trachtten de Sovjet-opmars te ontwijken. Bij Milín/Slivice kwam het op 11 mei tot een kort gevecht tussen resten van een SS-divisie en Sovjeteenheden, ondersteund door Tsjechische partizanen. Dit wordt wel beschouwd als de laatste veldslag op Europese bodem van de Tweede Wereldoorlog. Op 11 mei 1945 legden ook deze laatste Duitse eenheden de wapens neer. Alle overgebleven Duitse soldaten van Heeresgruppe Mitte werden nu krijgsgevangen gemaakt of waren op de vlucht voor de geallieerden.
Het Praagoffensief had in zes dagen tijd de volledige vernietiging of capitulatie van een Duitse troepenmacht van bijna een miljoen man bewerkstelligd. De Sovjettroepen en hun Poolse en Roemeense bondgenoten betaalden hiervoor een prijs: ongeveer 52.000 Sovjet- en bondgenootsoldaten waren in deze operatie omgekomen of gewond geraakt. Onder de Tsjechische opstandelingen vielen circa 1.700 doden en een vergelijkbaar aantal gewonden. Het aantal omgekomen Tsjechische burgers tijdens de gevechten en de voorafgaande bezetting wordt op vele duizenden geschat, mede door vergeldingsacties en bombardementen. Aan Duitse zijde waren uiteindelijk vrijwel alle soldaten gedood of gevangengenomen; naar schatting 850.000 tot 900.000 Duitse militairen belandden in gevangenschap als resultaat van het Praagoffensief.

De rol van de Tsjechoslowaakse opstand
In de dagen voor het offensief werd Praag van binnenuit al opgeschud door een volksopstand. Op 5 mei 1945 gingen Tsjechische burgers en verzetsstrijders in de stad spontaan de straat op om de Duitse bezetters te bevechten Na bijna zes jaar van Duitse overheersing en onderdrukking was de anti-Duitse stemming onder de bevolking tot een hoogtepunt gekomen. Het snel naderen van zowel het Rode Leger als het Amerikaanse leger wekte de hoop dat een lokale opstand de bevrijding kon bespoedigen.
Gewapend met buitgemaakte wapens en gesteund door overlopende Tsjechische politie-eenheden bouwden de opstandelingen barricades in de straten van Praag. Duitse troepen sloegen hard terug en trachtten strategische punten in de stad met geweld te heroveren. Er ontstonden hevige straatgevechten rond onder andere het gebouw van de Praagse radiozender, dat op 5 mei door verzetsstrijders was ingenomen. De Duitse bezettingsautoriteiten, waaronder Karl Hermann Frank, maakten hun dreigementen waar: ze zetten luchtaanvallen in en lieten burgers als gijzelaars gebruiken om het verzet te breken.
Toch slaagde de opstand er niet in om Praag zelfstandig te bevrijden. De Tsjechische strijders hadden te weinig zware wapens en training om de goedbewapende Duitse garnizoenseenheden volledig te verslaan. Een onverwachte wending kwam op 6 mei, toen duizenden manschappen van het Russisch Bevrijdingsleger (ROA) onder generaal Vlasov zich bij de opstand voegden. Deze troepen, die aanvankelijk aan Duitse zijde vochten, keerden zich tegen de SS en leverden de opstandelingen broodnodige versterking in de vorm van tanks, artillerie en ervaren soldaten. Met hulp van de ROA konden de Tsjechen hun posities iets langer houden en de Duitse tegenaanval vertragen. De situatie bleef echter kritiek; de Duitsers brachten zelfs pantserdivisies van buiten de stad in stelling om Praag te heroveren.
Op 7 en 8 mei werd de opstand uiteindelijk teruggedrongen door Duitse overmacht. Om verdere massavernietiging van de stad te voorkomen, zochten de verzetsleiding en de Duitse commandant generaal Rudolf Toussaint contact. Dit leidde op 8 mei tot een wapenstilstandsakkoord: de Duitsers stemden in met een capitulatie van Praag en mochten in ruil daarvoor ongehinderd terugtrekken richting het westen. De meeste Duitse eenheden in Praag legden daarop de wapens neer en begonnen de stad te verlaten. Sommige fanatieke SS-detachementen negeerden het staakt-het-vuren echter, waardoor er tot in de nacht nog schotenwisselingen plaatsvonden. Pas toen in de ochtend van 9 mei de eerste Sovjettanks door de straten rolden, kwam er definitief een einde aan de strijd in Praag.
De Praagse Opstand kostte aan honderden Tsjechen het leven en ging gepaard met wraakacties en oorlogsmisdaden langs beide zijden. Duitse troepen executeerden gijzelaars en pleegden diverse massamoorden op de burgerbevolking tijdens hun terugtocht. Aan de andere kant werden ook Duitse burgers en collaborateurs het doelwit van vergeldingsgeweld door Tsjechische partizanen, zowel tijdens als vlak na de opstand. Deze excessen werden achteraf door de Tsjechoslowaakse regering-in-ballingschap gerechtvaardigd als wraak voor de bezetting en als prikkel voor de Duitse minderheid om het land te verlaten.
Hoewel de opstand uiteindelijk zonder de directe komst van de Amerikanen moest standhouden, werd hij achteraf een sterk symbool van Tsjechisch verzet tegen de nazi’s. In de naoorlogse communistische historiografie werd de rol van de opstand echter ondergeschikt gemaakt aan die van het Rode Leger, dat als “bevrijder” alle krediet kreeg.
De rol van de geallieerden (VS en VK)
De westelijke geallieerden, met name de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, speelden een beperkt directe rol in het Praagoffensief. In mei 1945 bevond het Amerikaanse Derde Leger onder generaal George S. Patton zich op ongeveer 80 kilometer van Praag, in West-Bohemen bij de stad Plzeň (Pilsen). Pattons troepen hadden op 6 mei 1945 Plzeň bevrijd en stonden klaar om verder op te rukken richting de Tsjechische hoofdstad. Zowel Churchill als Patton zelf hadden de wens om Praag te bevrijden voordat de Sovjets dat zouden doen, deels om humanitaire redenen (hulp aan de opstandelingen) en deels om politieke invloed veilig te stellen.
Echter, de geallieerde opperbevelhebber Dwight D. Eisenhower hield zich aan de eerder gemaakte afspraken met de Sovjet-Unie over de scheidslijn van hun operaties. In april 1945 was op hoger niveau al vastgelegd dat West-Bohemen tot een bepaalde lijn (globaal de Karlsbad-Plzeň-České Budějovice lijn) het uiterste opmarsgebied van de westelijke geallieerden zou zijn. Praag lag duidelijk voorbij deze lijn, in de Sovjetzone.
Op aandringen van Churchill peilde Eisenhower begin mei bij het Sovjetopperbevel de mogelijkheid of Amerikaanse troepen toch verder mochten oprukken richting Praag. In een diplomatieke briefwisseling vroeg Eisenhower op 4 mei 1945 aan maarschalk Antonov (Stavka) toestemming om door te stoten “tot aan de lijn van de rivieren de Moldau (Vltava) en Elbe” in Bohemen.
De volgende dag antwoordde Antonov afwijzend: hij protesteerde dat het Rode Leger reeds met een eigen “Praagse Operatie” bezig was en waarschuwde voor het risico op onderling vuur tussen Sovjet- en Amerikaanse troepen. Deze reactie was misleidend, aangezien de Sovjetoperatie in werkelijkheid pas op 7 mei zou beginnen. Niettemin besloot Eisenhower elke verdere Amerikaanse opmars te staken om conflicten te vermijden. In feite lieten de westelijke geallieerden de bevrijding van Praag bewust over aan het Rode Leger. Patton kreeg geen toestemming om zijn tanks naar Praag te sturen, ondanks de dringende radioberichten van de Tsjechische opstandelingen.
Tijdens de gevechten in Praag bleven de Amerikanen dus op afstand. Wel zonden zij enkele verkennings- en contactmissies uit. Zo stuurde het Amerikaanse hoofdkwartier een colonel (Colonel Pratt) naar het Duitse front in Oost-Bohemen om Schörner officieel op de hoogte te brengen van de Duitse capitulatie van 7 mei. Deze kleine delegatie bereikte op 8 mei Praag en werd door de bevolking enthousiast ontvangen, maar had uitsluitend de taak de Duitsers tot overgave te bewegen, niet om de stad te bevrijden. Daarnaast infiltreerden in de laatste oorlogsdagen enkele Amerikaanse OSS-inlichtingenofficieren tot in West-Bohemen en Praag om de situatie op te nemen. Er kwam echter geen grootschalige Amerikaanse inmenging meer, overeenkomstig Eisenhowers instructies.
Groot-Brittannië was in deze fase van de oorlog afhankelijk van Amerikaanse troepen voor operaties in Midden-Europa. Churchill had graag gezien dat er vanuit het noorden (via Duitsland) of vanuit het bevrijde Westen meer naar Tsjechoslowakije was opgerukt, maar zonder steun van Eisenhower was dat niet haalbaar. Britse eenheden zelf stonden niet in de buurt van Praag.
De enige geallieerde troepen die Praag uiteindelijk bereikten, waren de Sovjets. Dit had belangrijke gevolgen: de Amerikaanse terughoudendheid werd door veel Tsjechen ervaren als een vorm van in de steek laten. Generaal Patton betreurde dat hij niet mocht ingrijpen, maar volgde de orders. In de naoorlogse perceptie in Tsjechoslowakije ondermijnde de afwezigheid van westelijke hulp tijdens de Praagse opstand het prestige van de Westelijke geallieerden. Tegelijk konden de Sovjets zich profileren als de redders van Praag. Het feit dat Praag door de Russen en niet door de Amerikanen was bevrijd, zou dan ook politiek doorslaggevend blijken in de machtsverhoudingen na de oorlog.
Politieke en maatschappelijke gevolgen voor Tsjechoslowakije
De bevrijding van Praag en het verslaan van de Duitse troepen hadden ingrijpende politieke en sociale consequenties voor Tsjechoslowakije. Allereerst was het land voor het eerst sinds eind 1938 weer volledig vrij van de Duitse bezetter. De vooroorlogse staat Tsjechoslowakije werd in ere hersteld, zij het met een wijziging in de landsgrenzen: in juli 1945 dwong Stalin de overdracht van Karpato-Oekraïne (Transkarpatië, het oostelijkste deel van Tsjechoslowakije) aan de Sovjet-Unie af.
Deze annexatie werd door de geallieerden geaccepteerd, wat betekende dat Tsjechoslowakije kleiner uit de oorlog kwam. Het overgrote deel van het land, waaronder Bohemen, Moravië en Slowakije, bleef echter intact en eindelijk ontdaan van nazibewind.
Na de bevrijding werd Tsjechoslowakije feitelijk opgedeeld in invloedssferen. In het westen van Bohemen (rond Plzeň en Karlsbad) stonden tijdelijk Amerikaanse troepen, terwijl het grootste deel van het land – inclusief Praag – door het Rode Leger werd bezet. De Amerikanen trokken zich eind 1945 netjes terug uit Tsjechoslowakije, maar het Sovjet-leger bleef nog tot eind 1945 aanwezig en behield op politiek vlak een zeer grote invloed. Sterker nog, Sovjet-Russische adviseurs en de lokale communisten consolideerden hun positie in de jaren direct na de oorlog.
De invloed van de Communistische Partij in het Tsjechoslowaakse bestuur en leger nam gestaag toe. Tsjechische officieren en politici die tijdens de oorlog vanuit Londen of met de westelijke geallieerden hadden gestreden, kwamen steeds meer buitenspel te staan.
In 1948 pleegden de communisten onder leiding van Klement Gottwald een staatsgreep, waarbij ze de democratische regering omverwierpen en Tsjechoslowakije omvormden tot een satellietstaat van de Sovjet-Unie. Het Praagoffensief en de daaropvolgende bezetting door het Rode Leger creëerden zo de omstandigheden waarin Tsjechoslowakije binnen enkele jaren in de Sovjet-invloedssfeer belandde.
Op maatschappelijk vlak leidde het einde van de oorlog tot ingrijpende demografische verschuivingen in Tsjechoslowakije. Eén van de meest dramatische gevolgen was de verdrijving van de Duitse minderheid uit het land. Direct na de bevrijding sloeg de opgebouwde wrok tijdens de nazi-bezetting om in represaillemaatregelen tegen de Sudeten-Duitsers (etnische Duitsers woonachtig in Bohemen en Moravië). Onder toezicht van de Tsjechoslowaakse autoriteiten werden in de maanden na mei 1945 honderdduizenden Duitsers gedwongen huis en haard te verlaten. Dit proces mondde uit in de Beneš-decreten die de massale onteigening en uitzetting van de Duitse bevolking legaliseerden.
Uiteindelijk zijn meer dan drie miljoen Duitstaligen in 1945–1946 uit Tsjechoslowakije verdreven. Velen kwamen daarbij om het leven door mishandeling, hongertochten of willekeurig geweld. Deze etnische zuivering, die destijds werd gerechtvaardigd als vergelding voor Hitlers agressie, werd door de geallieerden in principe toegestaan onder de voorwaarde dat het “ordelijk en humaan” zou verlopen. In werkelijkheid gingen de “Expulsie van de Duitsers” en de zogeheten wilde verdrijvingen gepaard met veel leed en blijvende trauma’s aan beide zijden. Tsjechoslowakije veranderde hierdoor van een meertalig land in een vrijwel homogeen Slavisch land, wat de sociale verhoudingen fundamenteel wijzigde.
Daarnaast werden direct na de oorlog prominente collaborateurs en nazi-functionarissen berecht of uitgeschakeld. In Praag werd de gehate collaborateur Emanuel Moravec al op 5 mei 1945 door een wanhoopsdaad (zelfmoord) uitgeschakeld. De president van het Protectoraat, Emil Hácha, werd in mei 1945 gearresteerd en stierf in gevangenschap. Karl Hermann Frank werd in 1946 door een Tsjecho-Slowaakse rechtbank ter dood veroordeeld en opgehangen als oorlogsmisdadiger. Zulke juridische afrekeningen brachten een gevoel van gerechtigheid bij de bevolking, maar markeerden ook de harde breuk met het vooroorlogse maatschappelijke bestel.
Naoorlogse herinnering en historiografie
Nationale herinnering
In de decennia na de oorlog kreeg het Praagoffensief – en de bevrijding van Praag in het algemeen – een verschillende lading afhankelijk van de heersende politieke wind. In het communistische Tsjechoslowakije (1948–1989) stond de officiële lezing volledig in het teken van de dankbaarheid aan de Sovjet-Unie. De rol van het Rode Leger werd nadrukkelijk gevierd, en de opofferingen van de Sovjet-soldaten werden jaarlijks herdacht op 9 mei, de dag die als Bevrijdingsdag gevierd werd. De Tsjechische opstandelingen van mei 1945 kregen in deze lezing minder aandacht of werden afgeschilderd als hulpeloos zonder de Sovjets.
De communistische propagandamachine zette de bevrijding van Praag neer als een triomf van de internationale solidariteit van Sovjet-, Tsjechische, Poolse en Roemeense strijders voor de vrijheid van het Tsjechoslowaakse volk. Tegelijk werd verzwegen dat Stalin met het offensief vooral zijn eigen machtspositie in Centraal-Europa had willen versterken. De bijdrage van de westelijke geallieerden aan de bevrijding van Tsjechoslowakije werd geminimaliseerd, wat het officiële narratief eenzijdig maakte. Wel koesterde het communistische regime de Praagse Opstand als onderdeel van de antifascistische traditie, zij het met de nadruk dat de opstand pas succesvol kon zijn dankzij de komst van het Rode Leger. De deelname van Vlasovs ROA aan de opstand werd volledig doodgezwegen, omdat deze feit politiek gevoelig lag ten aanzien van de Sovjetinterpretatie (de ROA bestond immers uit “verraders” in Sovjetogen).
Historiografie
Westerse en latere historici hebben het Praagoffensief in breder perspectief geplaatst. Tijdens de Koude Oorlog verschenen in de Sovjet-Unie en Oostbloklanden officiële geschiedwerken die de strijd om Praag voornamelijk militair beschreven en de partijlijn volgden. Zo behandelde deel 10 van de officiële Sovjetgeschiedenis van de Tweede Wereldoorlog het Praagoffensief louter als een briljant uitgevoerde militaire operatie en prees het de internationale samenwerking van de Rode Leger-troepen en hun geallieerde contingenten.
Over Stalins politieke bedoelingen zweeg men, en de uiteindelijke haastige opmars naar Praag in de nacht van 8 op 9 mei 1945 werd gepresenteerd alsof deze strikt noodzakelijk was om de noodlijdende Praagse opstand te hulp te komen. Opmerkelijk is dat Sovjet-schrijvers zelfs kritiek uitten op sommige Tsjechische officieren die tijdens de opstand de barricades zouden hebben “verlaten”, waarmee ze impliciet de niet-communistische elementen in het Tsjechische verzet in een kwaad daglicht stelden.
In West-Duitsland en later verenigd Duitsland ontstond een andere kijk. De Duitse officiële krijgsgeschiedenis (Das Deutsche Reich und der Zweite Weltkrieg, 2008) zette vraagtekens bij de Sovjetlezing van de gebeurtenissen. Men wees erop dat de verliezen van het Rode Leger tijdens het Praagoffensief relatief beperkt waren in vergelijking met bijvoorbeeld de Slag om Berlijn, wat suggereert dat de gevechten minder hevig waren dan Sovjet-bronnen deden voorkomen. Tevens benadrukte men dat Stalin duidelijke politieke motieven had: hij wilde koste wat kost verhinderen dat Heeresgruppe Mitte zich aan de Amerikanen zou overgeven en wilde zelf het gezag over Praag voeren. Ironisch genoeg bevatte de Duitse geschiedschrijving over mei 1945 wel een hoofdstuktitel “Het Einde van Legergroep Midden”, maar ging men slechts summier in op de daadwerkelijke capitulatie van deze legergroep – de focus lag meer op algemene beschouwingen dan op de lokale situatie in Bohemen.
Moderne historici proberen doorgaans een evenwichtige benadering te geven van het Praagoffensief. Zo beschrijft de Britse historicus John Erickson in The Road to Berlin (1983) de operatie met aandacht voor zowel de militaire uitvoerbaarheid als de politieke achtergrond. Erickson erkent de strategische briljantheid van de Sovjetopmars, maar benoemt ook expliciet Stalins drijfveren en de rol van de Praagse opstand en zelfs de inzet van het Russisch Bevrijdingsleger in de strijd. Zijn werk tracht een gebalanceerd beeld te geven van de complexe interactie tussen militaire noodzaak en politieke opportuniteit in de laatste dagen van de oorlog.
In Tsjechië en Slowakije zelf is na de val van het communisme in 1989 het beeld van mei 1945 verder genuanceerd. Er is meer erkenning gekomen voor de eigen nationale verzetsdaad (de Praagse Opstand) en ook voor de dubbelzinnige rol van groepen als Vlasovs ROA. Tegelijk blijft 9 mei (nu 8 mei) in de collectieve herinnering voortleven als de dag van de bevrijding en het einde van de oorlog, zij het dat men zich tegenwoordig bewuster is van de dankbare én beladen erfenis van de Sovjet-bevrijding.
Conclusie
Het Praagoffensief in mei 1945 vormde de laatste grootschalige slag van de Tweede Wereldoorlog in Europa en bezegelde de definitieve nederlaag van Nazi-Duitsland. In deze korte maar felle campagne versloeg het Rode Leger de resterende Duitse troepen in Tsjechoslowakije en bevrijdde het de stad Praag van de bezetting. Het offensief vond plaats op een uniek moment: hoewel Duitsland al capituleerde, moest er nog hard gevochten worden om de laatste weerstand te breken.
De operatie verliep in samenhang met de Praagse Opstand, een moedige volksrevolte die het Duitse garnizoen uiteenrukte. Zonder de snelle Sovjetopmars zou de opstand mogelijk tragisch zijn geëindigd; omgekeerd profiteerden de Sovjets van de verzwakte Duitse verdediging dankzij de opstand.
Het einde van de gevechten op 11 mei 1945 betekende het einde van de oorlog in Europa. Tienduizenden Sovjetsoldaten hadden de ultieme prijs betaald, maar hun overwinning in Praag maakte de weg vrij voor een nieuw politiek hoofdstuk in Centraal-Europa. Tsjechoslowakije was weer vrij, maar raakte al snel in de invloedssfeer van Moskou.
De keuzes en gebeurtenissen rondom het Praagoffensief – van de berekende stilstand van de Amerikanen tot de haast van Stalin – hadden direct invloed op de naoorlogse orde. In de jaren erna werd de herinnering aan deze laatste slag gekleurd door ideologie en politiek, maar met de tijd is duidelijk geworden dat het Praagoffensief zowel militair als historisch een cruciale schakel was in de afsluiting van de Tweede Wereldoorlog. Het was de finale ontknoping op het Europese strijdtoneel, die de laatste schoten deed verstommen en een nieuw, zij het ingewikkeld, tijdperk van vrede inluidde.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding : Mil.ru, CC BY 4.0, via Wikimedia Commons
- Beevor, Antony (2002). Berlijn – De Ondergang 1945. Amsterdam: De Bezige Bij. ISBN 978-90-234-1681-0.
Erickson, John (1983). The Road to Berlin. London: Weidenfeld & Nicolson. ISBN 978-0-297-77238-5.
Gosztony, Peter (1991). Stalins Fremde Heere. Bonn: Bernard & Graefe Verlag. ISBN 978-3-7637-5889-0.
Krivosheev, Grigori F. (1997). Soviet Casualties and Combat Losses in the Twentieth Century. London: Greenhill Books. ISBN 978-1-85367-280-4.
Lukes, Igor (2012). On the Edge of the Cold War: American Diplomats and Spies in Postwar Prague. New York: Oxford University Press. ISBN 978-0-19-516679-8.
Ustinov, Dmitri (1982). Geschiedenis van de Grote Patriottische Oorlog van 1941–1945, deel 10. Moskou: Staatsuitgeverij. ISBN 978-5-7030-0032-9.
- Tait, Robert. “The Germans and Czechs trying to deal with ghosts of the past.” The Guardian, 11 november 2016 (The Germans and Czechs trying to deal with ghosts of the past | Czech Republic | The Guardian). (Over verdrijving Duitsers)
- Radio Prague International. “The US Army and the liberation of Czechoslovakia in 1945.” 8 mei 2020 (The US Army and the liberation of Czechoslovakia in 1945 | Radio Prague International)
- Bronnen Mei1940









