Karl Braune Krim 1941 massamoord Einsatzgruppe

Karl Rudolf Werner Braune (11 april 1909–7 juni 1951) was een Duitse SS-functionaris, Gestapo-officier en dader van de Holocaust. Tijdens de Duitse aanval op de Sovjet-Unie voerde hij Einsatzkommando 11b aan, een onderdeel van Einsatzgruppe D. Onder zijn leiding werden in Zuid-Oekraïne en op de Krim massamoorden op Joodse burgers uitgevoerd.

Vroege leven en opleiding

Karl Rudolf Werner Braune kreeg onderwijs aan een Duits Gymnasium. Deze schoolvorm bereidde leerlingen voor op universitair onderwijs en werd afgesloten met het Abitur. Braune behaalde dit diploma in 1929. Daarna begon hij aan een studie rechten aan de universiteiten van Jena, Bonn en München. In 1933 rondde hij zijn juridische opleiding af aan de Universiteit van Jena, waar hij een graad in burgerlijk recht behaalde.

Zijn juridische opleiding viel samen met de politieke radicalisering van Duitsland in de laatste jaren van de Weimarrepubliek. Op 1 juli 1931, toen hij 22 jaar oud was en nog studeerde, werd Braune lid van de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij. Hij kreeg partijnummer 581.277. Daarmee sloot hij zich al vóór de machtsovername van Adolf Hitler aan bij de nationaalsocialistische beweging.

Braune promoveerde op een juridisch onderwerp dat verband hield met de tenuitvoerlegging van rechterlijke uitspraken. Zijn dissertatie verscheen in 1934 in Osnabrück. De combinatie van juridische scholing en vroege partijtrouw paste bij het profiel van meerdere latere functionarissen binnen de SS, SD en Gestapo. Zij gebruikten hun opleiding binnen instellingen die onder het nationaalsocialistische bewind direct bij vervolging, onderdrukking en staatsgeweld betrokken raakten.

Interbellum: politieke radicalisering en politiedienst

Braune trad in november 1931 toe tot de Sturmabteilung, meestal aangeduid als SA. Deze paramilitaire organisatie speelde in de jaren vóór en direct na de machtsovername van Hitler een rol bij politieke intimidatie en straatgeweld. Zijn aansluiting bij de SA volgde kort na zijn toetreding tot de NSDAP. Daarmee bewoog hij zich al vroeg binnen de gewapende en hiërarchische structuren van het nationaalsocialisme.

In november 1934 werd Braune lid van de Schutzstaffel, de SS. Hij kreeg SS-nummer 107.364. In hetzelfde jaar begon hij te werken voor de Sicherheitsdienst, de inlichtingendienst van de SS. De SD verzamelde informatie over politieke tegenstanders, maatschappelijke groepen en personen die door het regime als vijand werden beschouwd. Braune kwam zo terecht in een omgeving waarin partijpolitiek, politieoptreden en inlichtingenwerk steeds nauwer met elkaar verbonden raakten.

Vanaf 1936 was Braune ook werkzaam bij de Gestapo, de geheime staatspolitie. De Gestapo trad op tegen politieke tegenstanders, Joden, verzetsgroepen en andere vervolgde groepen. In 1938 werd Braune waarnemend Gestapo-leider in Münster. Deze functie liet zien dat hij binnen korte tijd doorgroeide van partijactivist en SS-lid naar een uitvoerende positie binnen het repressieve apparaat van de Duitse staat.

In 1940 werd Braune Gestapo-chef in Koblenz. Daarna werkte hij bij het staatspolitiebureau in Wesermünde. In mei 1941 kreeg hij een functie in Halle. Deze opeenvolgende posten tonen zijn plaats binnen het netwerk van de Gestapo en de SS. Vóór zijn inzet in het oosten had hij dus al ervaring opgedaan met politiewerk, interne veiligheid en de uitvoering van nationaalsocialistisch beleid.

Deelname aan de Tweede Wereldoorlog

Einsatzgruppe D en Einsatzkommando 11b

Tijdens de Duitse aanval op de Sovjet-Unie in 1941 werden achter het front speciale eenheden ingezet. Deze Einsatzgruppen hadden tot taak om Joden, communistische functionarissen, Roma en andere door het regime aangewezen groepen op te sporen en te doden. Braune werd in oktober 1941 commandant van Einsatzkommando 11b. Deze eenheid maakte deel uit van Einsatzgruppe D, die onder bevel stond van Otto Ohlendorf.

Einsatzgruppe D opereerde in het achtergebied van Legergroep Zuid en in gebieden die onder Duits bezettingsbestuur kwamen te staan. Daaronder vielen delen van Zuid-Oekraïne en de Krim. De eenheden werkten vaak samen met militaire autoriteiten, lokale bestuurders en andere Duitse politiediensten. Hun optreden was geen gewone militaire operatie, maar onderdeel van het vernietigingsbeleid van nazi-Duitsland tegen Joodse burgers en andere vervolgde groepen.

Als commandant van Einsatzkommando 11b droeg Braune verantwoordelijkheid voor de werkzaamheden, bevelen en rapportages van zijn eenheid. Zijn juridische achtergrond en eerdere Gestapo-functies maakten hem geen buitenstaander binnen dit systeem. Hij was een ervaren functionaris binnen de veiligheidsorganen van het regime. Daardoor kon hij bevelen omzetten in georganiseerde acties, registratie, transport, bewaking en executies.

De massamoord van Simferopol

De zwaarste misdaad die met Braune wordt verbonden, was de massamoord in Simferopol op de Krim. Tussen 11 en 13 december 1941 werden daar ongeveer 14.300 Joodse inwoners vermoord. De slachtoffers waren burgers. De moordactie werd uitgevoerd door Einsatzkommando 11b onder leiding van Braune. De rechtbank behandelde deze gebeurtenis later als een kernpunt in de zaak tegen hem.

De moord in Simferopol paste binnen het bredere patroon van de Holocaust in bezet Sovjetgebied. Anders dan in veel later ingerichte vernietigingskampen werden in deze fase grote groepen mensen dicht bij hun woonplaats doodgeschoten. De daders gebruikten administratieve voorbereiding, verzamelplaatsen, bewaking en transport naar executielocaties. Deze werkwijze maakte de vervolging zichtbaar in lokale gemeenschappen en direct verbonden met militair en politieel bezettingsbestuur.

Braune gaf later toe dat hij verantwoordelijkheid droeg voor deze moordactie. Tijdens het proces werd zijn betrokkenheid niet gezien als een passieve of ondergeschikte rol. De rechtbank stelde vast dat hij als commandant wist wat het bevel inhield en dat hij de uitvoering ervan leidde. Zijn positie maakte hem verantwoordelijk voor de daden van zijn kommando en voor de manier waarop de actie werd uitgevoerd.

Terugkeer naar Duitsland en latere functies

In september 1942 keerde Braune terug naar Halle. Zijn inzet als commandant van Einsatzkommando 11b eindigde daarmee, maar zijn loopbaan binnen het nationaalsocialistische apparaat ging door. In 1943 werd hij bevorderd tot SS-Obersturmbannführer. Deze rang stond binnen de SS-structuur in de orde van een hogere stafofficier en was ongeveer vergelijkbaar met luitenant-kolonel.

Van 1943 tot 1944 leidde Braune de Academie van de Duitse Buitenlandse Dienst. Deze functie lag buiten het directe frontgebied, maar bleef verbonden met de instellingen van het nationaalsocialistische staatsapparaat. De overstap van politie- en veiligheidsdienst naar een opleidingsinstelling liet zien hoe functionarissen uit de SS en Gestapo ook in bredere bestuurlijke en diplomatieke omgevingen werden ingezet.

In 1945 werd Braune naar Noorwegen gestuurd. Daar kreeg hij een functie als commandant van de Sicherheitspolizei en de SD. Deze plaatsing vond plaats in de laatste fase van de oorlog, toen nazi-Duitsland op meerdere fronten terrein verloor. Noorwegen bleef tot de Duitse capitulatie bezet gebied. Braune bleef daardoor tot het einde van het conflict werkzaam binnen de Duitse veiligheidsstructuur.

Zijn jongere broer Fritz Braune was eveneens binnen de Einsatzgruppen actief. Fritz Braune voerde Sonderkommando 4b aan. Deze familieverbinding toont dat beide broers binnen de gewelddadige instellingen van het nazi-regime functies bekleedden. Voor Werner Braune bleef zijn eigen bevel over Einsatzkommando 11b echter het onderdeel dat later de kern vormde van de strafzaak tegen hem.

Na de oorlog

Proces voor het Neurenbergse militaire tribunaal

Na de Duitse nederlaag werd Braune aangeklaagd als oorlogsmisdadiger. Hij stond terecht in het Einsatzgruppenproces, een van de processen die na de oorlog werden gevoerd voor een Amerikaans militair tribunaal in Neurenberg. Dit proces richtte zich op commandanten en functionarissen van de mobiele moordeenheden die in Oost-Europa en de Sovjet-Unie actief waren geweest.

De aanklacht tegen Braune ging over zijn rol als commandant van Einsatzkommando 11b. De rechtbank onderzocht rapportages, bevelstructuren, verklaringen en de uitvoering van moordacties. In het proces kwamen vooral de gebeurtenissen in Simferopol naar voren. Braune werd niet alleen beoordeeld op lidmaatschap van organisaties, maar op zijn concrete verantwoordelijkheid als bevelvoerend officier bij massamoord.

Zijn verdediging beriep zich op bevelen van hogerhand. Dit argument werd vaak aangeduid als de Neurenbergverdediging. Het kwam erop neer dat de beklaagde stelde dat hij handelde volgens orders en daarom niet persoonlijk strafrechtelijk verantwoordelijk zou zijn. De rechtbank verwierp dit verweer. Zij oordeelde dat een bevel tot moord niet als rechtvaardiging kon gelden voor de uitvoering van strafbare daden.

De rechtbank stelde vast dat Braune het Führerbevel kende en het uitvoerde. Daarbij werd zijn positie als commandant zwaar meegewogen. Hij had leiding gegeven aan de eenheid die de moord in Simferopol uitvoerde en hij had zijn verantwoordelijkheid voor deze actie erkend. Op 10 april 1948 werd Braune ter dood veroordeeld.

Executie in Landsberg

Het doodvonnis tegen Braune werd niet direct uitgevoerd. In de jaren na de processen ontstond in West-Duitsland en bij de geallieerde autoriteiten discussie over strafvermindering, gratieverzoeken en de omgang met veroordeelde oorlogsmisdadigers. Enkele doodstraffen werden omgezet, maar het vonnis tegen Braune bleef in stand. Daardoor bleef hij in gevangenschap in Landsberg.

Kort na middernacht op 7 juni 1951 werd Braune opgehangen in de gevangenis van Landsberg. Op dezelfde datum werden ook andere veroordeelde nazi-misdadigers geëxecuteerd, onder wie Otto Ohlendorf, Erich Naumann, Paul Blobel en Oswald Pohl. De executies in Landsberg behoorden tot de laatste voltrekkingen van doodvonnissen tegen Duitse oorlogsmisdadigers na de Neurenbergse processen.

Toen Braune naar de galg werd gebracht, riep hij in het Duits: “Kameraden, es lebe Deutschland!” Deze woorden werden later vermeld in berichtgeving over zijn executie. De uitspraak veranderde niets aan de juridische beoordeling van zijn daden. Zijn veroordeling bleef gebaseerd op zijn bevelspositie, zijn kennis van de moordbevelen en zijn rol bij de uitvoering van massaal geweld tegen burgers.

Militaire Rangen

Braune was geen gewone frontofficier, maar een SS- en politiefunctionaris binnen het nationaalsocialistische veiligheidsapparaat. Zijn loopbaan liep via partijorganisaties, de SA, de SS, de SD en de Gestapo. De belangrijkste rang die uit de beschikbare gegevens naar voren komt, is zijn bevordering tot SS-Obersturmbannführer in 1943. Daarnaast bekleedde hij meerdere commandofuncties.

Jaar of periodeRang of functieOrganisatie of dienst
1931LidNSDAP
1931LidSA
1934LidSS
1934MedewerkerSD
1936FunctionarisGestapo
1938Waarnemend Gestapo-leider in MünsterGestapo
1940Gestapo-chef in KoblenzGestapo
1941Gestapo-functie in HalleGestapo
1941–1942Commandant van Einsatzkommando 11bEinsatzgruppe D
1943SS-ObersturmbannführerSS
1943–1944Leider van de Academie van de Duitse Buitenlandse DienstDuitse Buitenlandse Dienst
1945Commandant van de Sicherheitspolizei en SD in NoorwegenSiPo en SD

De rang SS-Obersturmbannführer gaf Braune een hoge positie binnen de SS-hiërarchie. Toch lag zijn werk vooral in politie, inlichtingen en bezettingsbestuur. Zijn functies tonen hoe de SS, SD en Gestapo in het Derde Rijk met elkaar verweven waren. In bezet gebied werden deze diensten gebruikt voor vervolging, bewaking, deportatie en moord.

Zijn commandantschap over Einsatzkommando 11b was de zwaarst belaste functie in zijn loopbaan. Daar had hij direct gezag over een eenheid die betrokken was bij massamoord. De latere rechterlijke beoordeling richtte zich daarom niet alleen op zijn rang, maar vooral op zijn daadwerkelijke bevelsrol. Binnen het strafrecht woog die verantwoordelijkheid zwaarder dan zijn formele plaats in de organisatie.

Conclusie

Karl Rudolf Werner Braune was een juridisch geschoolde SS- en Gestapo-functionaris die zich al vroeg aansloot bij de nationaalsocialistische beweging. Zijn loopbaan voerde van partij- en politiedienst naar het bevel over Einsatzkommando 11b. In die functie was hij verantwoordelijk voor massamoord op Joodse burgers in bezet Sovjetgebied, vooral bij Simferopol op de Krim.

Na de oorlog werd Braune in het Einsatzgruppenproces veroordeeld. Zijn beroep op bevelen van hogerhand werd verworpen, omdat de rechtbank oordeelde dat hij als commandant persoonlijk verantwoordelijk bleef voor de uitvoering van moordbevelen. Op 7 juni 1951 werd hij in Landsberg geëxecuteerd. Zijn zaak vormt een duidelijk voorbeeld van de strafrechtelijke vervolging van daders binnen de mobiele moordeenheden van nazi-Duitsland.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding: US Army Signal Corps, Public domain, via Wikimedia Commons
  2. Earl, Hilary (2009). The Nuremberg SS-Einsatzgruppen Trial, 1945–1958: Atrocity, Law, and History. Cambridge: Cambridge University Press. ISBN 978-0-521-45608-1.
  3. Frei, Norbert (1996). Vergangenheitspolitik: die Anfänge der Bundesrepublik und die NS-Vergangenheit. München: Beck. ISBN 3-406-41310-2.
  4. Klee, Ernst (2007). Das Personenlexikon zum Dritten Reich. Frankfurt am Main: Fischer. ISBN 978-3-596-16048-8.
  5. Time (1951). Germany: Slow Trip to the Gallows. Time. ISSN 0040-781X.
  6. Der Spiegel (1951). Mr. Brit ist eingetroffen. Der Spiegel. ISSN 0038-7452.
  7. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946.
Previous articleIFF, radarbakens en radarreflectoren WO2 gebruik
Redactie Mei 1940
De redactie van mei1940.org bestaat uit een diverse groep schrijvers met een gemeenschappelijke interesse in de Tweede Wereldoorlog. Sommigen hebben een militaire achtergrond en brengen praktijkervaring en strategisch inzicht mee, terwijl anderen een academische of wetenschappelijke opleiding hebben gevolgd, zoals aan de Koninklijke Militaire Academie (KMA) of in historisch onderzoek. Deze combinatie van expertise zorgt voor diepgaande, goed onderbouwde artikelen die zowel feitelijk accuraat als analytisch sterk zijn. De redactie streeft ernaar om objectieve en goed gedocumenteerde informatie te bieden, waarbij kennis en ervaring samenkomen om een genuanceerd beeld te schetsen van deze ingrijpende periode in de geschiedenis.