J. Lawton Collins Europa en Pacific 1942

Joseph Lawton Collins (1896–1987) was een Amerikaanse generaal die tijdens de Tweede Wereldoorlog in zowel de Stille Oceaan als in West-Europa bevel voerde, iets wat slechts weinig hoge Amerikaanse commandanten deden. Daarna werd hij stafchef van het Amerikaanse leger tijdens de Koreaanse Oorlog en vervulde hij NAVO- en diplomatieke functies.

Vroege leven en opleiding

Familie en schooltijd

Joseph Lawton Collins werd op 1 mei 1896 geboren in New Orleans, Louisiana, als tiende van elf kinderen in een groot Iers-katholiek gezin. Zijn vader Jeremiah Bernard Collins was eigenaar van een winkel in textielwaren en van een café, terwijl zijn moeder Catherine Lawton het gezin mee droeg. Collins bezocht katholieke scholen in Algiers, een stadsdeel van New Orleans, en behaalde in 1912 zijn diploma aan Boys High School. De familie kende meerdere militaire loopbanen, wat later ook zichtbaar werd in de carrières van zijn broer en neven.

West Point

Na een periode aan Louisiana State University dong Collins mee naar een congresbenoeming voor de United States Military Academy in West Point. Hij was eerst reservekandidaat van afgevaardigde H. Garland Dupré, maar kreeg de plaats nadat de eerste kandidaat niet werd toegelaten. Daarmee volgde hij het pad van zijn oudere broer James Lawton Collins, die al in 1907 aan West Point was afgestudeerd. Collins begon zijn opleiding op 14 juni 1913 en rondde die in april 1917 versneld af door de Amerikaanse deelname aan de Eerste Wereldoorlog. Hij eindigde als vijfendertigste van 139 cadetten.

Familiebanden in latere jaren

De militaire achtergrond van de familie bleef ook na zijn eigen opleiding zichtbaar. Zijn oudere broer James Lawton Collins bereikte de rang van generaal-majoor in het Amerikaanse leger. Zijn neef James Lawton Collins Jr. diende later in de Tweede Wereldoorlog, de Koreaanse Oorlog en de Vietnamoorlog. Een andere neef, Michael Collins, werd in 1969 de command module pilot van Apollo 11 en sloot zijn loopbaan bij de United States Air Force af als generaal-majoor. Deze familiebanden plaatsen Joseph Collins in een bredere traditie van openbare en militaire dienst.

Deelname aan de Eerste Wereldoorlog

Eerste functies en bevorderingen

Kort voor zijn eenentwintigste verjaardag werd Collins benoemd tot tweede luitenant bij het 22nd Infantry Regiment. Hij vervulde eerst functies als pelotonscommandant en vervolgens als compagniescommandant. In korte tijd volgden meerdere bevorderingen: tot eerste luitenant op 15 mei 1917, tot tijdelijk kapitein op 5 augustus 1917, tot kapitein in juni 1918 en tot tijdelijk majoor in september 1918. In dezelfde periode volgde hij opleiding aan de Infantry School of Arms in Fort Sill, Oklahoma, en kreeg hij het bevel over het 3rd Battalion van het 22nd Infantry Regiment.

Frankrijk en Duitsland na de wapenstilstand

Door het tijdstip van zijn afstuderen kwam Collins tijdens de oorlog zelf niet meer in een overzeese gevechtsrol terecht. Na de wapenstilstand van 11 november 1918 diende hij wel in Europa. In juni 1919 voerde hij in Frankrijk het bevel over het 3rd Battalion van het 18th Infantry Regiment. Daarna werkte hij van 1920 tot 1921 in Duitsland als assistent-chef-staf voor operaties, aangeduid als G-3, bij de American Forces in Germany. In die functie maakte hij deel uit van het bezettingsleger dat na de oorlog in Duitsland aanwezig bleef.

Interbellum: opleiding, stafwerk en vorming

Onderwijs en huwelijk

Na de oorlog viel Collins op 10 maart 1919 terug naar zijn vaste rang van kapitein, zoals bij veel officieren na het einde van de oorlog gebruikelijk was. Op 15 juli 1921 trouwde hij in Coblenz met Gladys Easterbrook, de dochter van de protestantse legerpredikant Edmund P. Easterbrook. In dezelfde periode begon hij aan West Point als docent scheikunde. Van 1921 tot 1925 werkte hij daar in de afdeling scheikunde, waarmee zijn loopbaan voor enkele jaren verschoof van troependienst naar militair onderwijs.

Vervolgopleiding en contact met Marshall

In 1926 voltooide Collins de compagniesopleiding aan de Infantry School in Fort Benning, gevolgd door de gevorderde cursus van de Field Artillery School in Fort Sill in 1927. Vervolgens was hij van 1927 tot 1931 instructeur wapens en tactiek aan de Infantry School. In deze jaren kwam hij voor het eerst in aanraking met George C. Marshall, die later stafchef van het Amerikaanse leger zou worden. Dat contact was van belang, omdat Marshall in de jaren veertig invloed kreeg op de selectie en bevordering van hogere commandanten.

Filipijnen en hogere stafscholen

Collins werd in augustus 1932 bevorderd tot majoor en diende daarna als uitvoerend officier van de 23rd Brigade in Manila. Tussen 1933 en 1934 was hij tevens G-2, dus stafchef inlichtingen, bij de Philippine Division. Daarna volgden nieuwe opleidingen aan de Army Industrial College in 1937 en de Army War College in 1938. Van 1938 tot 1940 gaf hij les aan de Army War College. Op 25 juni 1940 werd hij luitenant-kolonel en op 15 januari 1941 kolonel. In 1941 werd hij chef-staf van het VII Corps.

Deelname aan de Tweede Wereldoorlog

Stille Oceaan

Toen de Verenigde Staten in december 1941 in de oorlog kwamen, diende Collins als stafchef van het Hawaiian Department. Op 14 februari 1942 werd hij brigadier-generaal en op 26 mei 1942 generaal-majoor. Nog vóór die tweede bevordering kreeg hij op 6 mei 1942 het bevel over de 25th Infantry Division op Oahu. Met 46 jaar was hij toen de jongste divisiecommandant in het Amerikaanse leger. Als assistent-divisiecommandant koos hij John R. Hodge, een officier die later zelf tot de hoogste legerleiding zou behoren.

Guadalcanal en New Georgia

Met de 25th Infantry Division voerde Collins bevel in de campagne op Guadalcanal en later op New Georgia, waar de divisie tussen juli en oktober 1943 tegen Japanse troepen opereerde. In deze fase kreeg hij de bijnaam “Lightning Joe”, die werd verbonden aan zijn snelle en agressieve manier van optreden. Zijn bevelvoering leverde hem onder meer de Distinguished Service Medal, de Legion of Merit en de Silver Star op. Bij de actie waarvoor hij de Silver Star ontving, bezocht hij op 11 januari 1943 onder vijandelijk vuur een voorste commandopost en hielp hij bij het richten van mortiervuur op Japanse stellingen.

Overplaatsing naar West-Europa

Na zijn inzet in de Pacific werd Collins overgeplaatst naar het European Theater of Operations. Omar Bradley, die hem uit de vooroorlogse jaren kende, zocht voor het VII Corps een commandant met gevechtservaring en kennis van amfibische operaties. Collins werd gekozen als vervanger van Roscoe B. Woodruff na een kort gesprek met Bradley en Dwight D. Eisenhower. Tijdens dat gesprek legde hij zijn tactische benadering uit, waarbij het bezetten van hoog terrein een vast uitgangspunt vormde. Op 47-jarige leeftijd werd hij zo de jongste Amerikaanse korpscommandant in het Europese operatiegebied.

Normandië en de opmars in Frankrijk

Het VII Corps speelde onder Collins een grote rol bij de landingen in Normandië in juni 1944 en in de daaropvolgende strijd in Noordwest-Frankrijk. Zijn korps nam deel aan de gevechten in Normandië en werd daarna vooral bekend door de uitbraakoperatie Cobra eind juli 1944. Vervolgens droeg het bij aan de omsingeling van Duitse troepen in de Falaise-pocket, de bevrijding van Parijs en de geallieerde opmars van Parijs naar de Rijn. In deze reeks operaties viel Collins’ manier van optreden op door snelheid, concentratie van kracht en duidelijk afgebakende doelen.

Siegfriedlinie, Ardennen en Duitsland

In het begin van september 1944 nam het VII Corps tijdens de gevechten rond Mons ongeveer 25.000 Duitse krijgsgevangenen. Daarna doorbrak het korps de Siegfriedlinie en raakte het betrokken bij zware gevechten in het Hürtgenwald. Later speelde het ook een grote rol in het Ardennenoffensief, de grootste veldslag aan het Westfront voor Amerikaanse troepen tijdens de oorlog. In de laatste oorlogsmaanden nam Collins met het VII Corps deel aan de invasie van Duitsland. In april 1945 werd hij bevorderd tot luitenant-generaal.

Beoordelingen van zijn oorlogsdienst

Collins behoorde tot de weinige hoge Amerikaanse commandanten die in dezelfde oorlog tegen zowel Japanse als Duitse strijdkrachten vochten. In latere gesprekken stelde hij dat Duitse troepen tactisch vaardiger waren, terwijl Japanse troepen volgens hem meer volharding toonden in langdurige gevechten. Omar Bradley sprak later waarderend over hem en merkte op dat Collins, ondanks zijn betrekkelijk jonge leeftijd, in aanmerking zou zijn gekomen voor een legercommando als in Europa nog een extra Amerikaans leger was gevormd. Ook aan Duitse zijde rekenden sommige bevelhebbers hem, samen met Troy H. Middleton, tot de betere Amerikaanse korpscommandanten.

Na de oorlog

Van Army Ground Forces naar legerleiding

Na het einde van de oorlog in Europa werd Collins van augustus tot december 1945 plaatsvervangend bevelhebber en chef-staf van Army Ground Forces. Daarna werkte hij van 1945 tot 1947 als directeur voor informatie, later chief of public information, binnen het Amerikaanse leger. Vervolgens werd hij plaatsvervangend stafchef en daarna vice chief of staff van het leger in de jaren 1947 tot 1949. In januari 1948 kreeg hij de tijdelijke rang van generaal en tegelijk de vaste rang van generaal-majoor binnen het Regular Army.

Stafchef tijdens de Koreaanse Oorlog

Van 16 augustus 1949 tot 15 augustus 1953 was Collins stafchef van het Amerikaanse leger. Daardoor was hij de hoogste legerofficier tijdens de Koreaanse Oorlog. In die functie lag zijn hoofdtaak bij het leveren van voldoende opgeleide en uitgeruste militairen voor de strijd in Korea. Hij hield zich bovendien bezig met de inzet van militaire spoorwegen, met de opname van de eerste Special Forces-groep in de orde van strijd en met de uitbouw van de bijdrage van het Amerikaanse leger aan de pas gevormde NAVO.

NAVO, Vietnam en pensionering

Na zijn termijn als stafchef vertegenwoordigde Collins de Verenigde Staten in 1953 en 1954 in het Militair Comité en de Standing Group van de NAVO. Daarna was hij van 1954 tot 1955 speciaal vertegenwoordiger van de Verenigde Staten in de Staat Vietnam, met persoonlijke ambassadeursrang. Vervolgens keerde hij terug naar zijn NAVO-taak. In maart 1956 ging hij met pensioen na bijna veertig jaar actieve militaire dienst. Collins overleed op 12 september 1987 in Washington, D.C., 91 jaar oud, en werd begraven op Arlington National Cemetery in Virginia.

Militaire Rangen

Collins’ rangontwikkeling laat het verschil zien tussen tijdelijke oorlogsrangen en vaste rangen in het Regular Army. Hij werd tweede luitenant op 20 april 1917, eerste luitenant op 15 mei 1917 en tijdelijk kapitein op 5 augustus 1917. Daarna volgden kapitein op 25 juni 1918 en tijdelijk majoor op 9 september 1918. Na de oorlog keerde hij op 25 juni 1919 terug naar de rang van kapitein. Op 1 augustus 1932 werd hij opnieuw majoor en op 25 juni 1940 luitenant-kolonel.

De snelle bevorderingen van de oorlogsjaren begonnen met kolonel op 15 januari 1941, brigadier-generaal op 14 februari 1942 en generaal-majoor op 26 mei 1942. Op 16 april 1945 volgde de rang van luitenant-generaal binnen de Army of the United States. Daarna kreeg hij op 19 juni 1945 de vaste rang van brigadier-generaal in het Regular Army, op 24 januari 1948 de vaste rang van generaal-majoor en diezelfde dag de tijdelijke rang van generaal. Bij zijn pensionering op 31 maart 1956 behield hij de rang van generaal.

Onderscheidingen

Amerikaanse onderscheidingen

Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog ontving Collins meermalen hoge Amerikaanse onderscheidingen. Over zijn gehele oorlogsdienst werd hij driemaal onderscheiden met de Army Distinguished Service Medal, tweemaal met de Silver Star en tweemaal met de Legion of Merit. Een van de bekendste toekenningen was de Silver Star voor zijn optreden op Guadalcanal in januari 1943. Daarbij begaf hij zich over recent veroverd terrein waar nog sluipschutters aanwezig waren en stelde hij zich bloot aan geweer-, mitrailleur- en mortiervuur om het gevecht van voren te kunnen beoordelen.

Buitenlandse onderscheidingen

Ook buitenlandse regeringen eerden zijn bevelvoering. Tijdens zijn commando over het VII Corps ontving Collins van de Sovjet-Unie tweemaal de Orde van Soevorov, tweede klasse. Daarnaast kreeg hij uit Britse zijde de onderscheiding Companion of the Order of the Bath. Zulke onderscheidingen waren binnen de Amerikaanse legerleiding niet gebruikelijk en hingen samen met geallieerde erkenning voor operationele leiding in Europa. De combinatie van Amerikaanse en buitenlandse onderscheidingen weerspiegelt dat zijn loopbaan niet alleen uit directe gevechtsbevelen bestond, maar ook uit samenwerking binnen brede coalities en hogere stafstructuren.

Conclusie

Joseph Lawton Collins doorliep een militaire loopbaan die begon in de infanterie van het Amerikaanse leger en uitmondde in de hoogste legerfuncties van de vroege Koude Oorlog. Tijdens de Tweede Wereldoorlog voerde hij bevel in twee verschillende operatiegebieden, waarna hij als stafchef het leger door de Koreaanse Oorlog leidde. Zijn dienstjaren tonen een combinatie van frontbevel, opleiding, stafwerk, internationale samenwerking en langdurige betrokkenheid bij de organisatie van het Amerikaanse leger.

Bronnen en meer informatie

  1. Collins, J. Lawton (1979). Lightning Joe: An Autobiography. Novato, California: Presidio Press. ISBN 0-89141-530-0.
  2. Empric, Bruce E. (2024). Uncommon Allies: U.S. Army Recipients of Soviet Military Decorations in World War II. Teufelsberg Press. ISBN 979-8-3444-6807-5.
  3. Jeffers, H. Paul (2009). Taking Command: General J. Lawton Collins From Guadalcanal to Utah Beach and Victory in Europe. New American Library. ISBN 978-0-451-22687-7.
  4. Moore, Theo K. (2011). The Crux Of The Fight: General Joseph Lawton Collins’ Command Style. Fort Leavenworth, Kansas: U.S. Army Command and General Staff College. ISBN 978-1-249-41359-2.
  5. Taaffe, Stephen R. (2013). Marshall and His Generals: U.S. Army Commanders in World War II. Lawrence, Kansas: University Press of Kansas. ISBN 978-0-7006-1942-9.
  6. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946.
Previous articleNapoleon Bonaparte leven en oorlog 1769–1821
Redactie Mei 1940
De redactie van mei1940.org bestaat uit een diverse groep schrijvers met een gemeenschappelijke interesse in de Tweede Wereldoorlog. Sommigen hebben een militaire achtergrond en brengen praktijkervaring en strategisch inzicht mee, terwijl anderen een academische of wetenschappelijke opleiding hebben gevolgd, zoals aan de Koninklijke Militaire Academie (KMA) of in historisch onderzoek. Deze combinatie van expertise zorgt voor diepgaande, goed onderbouwde artikelen die zowel feitelijk accuraat als analytisch sterk zijn. De redactie streeft ernaar om objectieve en goed gedocumenteerde informatie te bieden, waarbij kennis en ervaring samenkomen om een genuanceerd beeld te schetsen van deze ingrijpende periode in de geschiedenis.