
De Slag om Bessang Pass, in het Filipijns Labanan sa Pasong Bessang en in het Ilocano Gubat ti Paso Bessang, was een gevecht in Noord-Luzon tussen 9 januari en 15 juni 1945. Bij Cervantes probeerde USAFIP-NL de Japanse bergverdediging rond de pas te breken. De val van de pas op 14 juni opende de toegang tot de Cordillera.
Militaire en Politieke Situatie
De slag maakte deel uit van de Filipijnse campagne in de Tweede Wereldoorlog. In Noord-Luzon draaide de strijd om passen, bergwegen en routes die toegang gaven tot het binnenland. Bessang Pass hoorde bij de noordelijke driehoeksverdediging van Yamashita. Samen met Balete Pass en de Villa Verde Trail dekte deze stelling de grenzen van Ifugao, Benguet en Vizcaya.
De controle over de pas beïnvloedde ook de toegang tot de Cordillera en de route naar Baguio. Daarom kreeg de strijd rond Cervantes betekenis voor de bredere geallieerde opmars in Noord-Luzon. Na de val van de pas werden de Japanse troepen verder in het berggebied teruggedrongen. Daar bleven zij tot de overgave van Yamashita in september 1945 vastzitten.
>Locatie
Bessang Pass lag bij Cervantes in de provincie Ilocos Sur, ongeveer 382 kilometer ten noorden van Manilla. De omgeving vormde een toegang tot de Cordillera en tot de stad Baguio. Daarmee lag de pas op een verbinding tussen kustgebied en berggebied. Die ligging maakte de positie militair relevant.
Het terrein werkte in het voordeel van de Japanse verdediging. De Japanse strijdmacht versterkte heuvels en bergruggen om een aanval in de richting van Cervantes tegen te houden. Daardoor moest iedere opmars eerst door een reeks hogere posities heen breken. De gevechten omvatten dus niet alleen de pas zelf, maar ook de omliggende ruggen die de benadering afschermden.
>Militaire Leiders
Aan geallieerde zijde stond kolonel Russell W. Volckmann aan het hoofd van United States Army Forces in the Philippines – Northern Luzon, afgekort USAFIP-NL. Deze strijdmacht voerde de aanval in de sector uit en droeg het grootste deel van de gevechten. Op vijf Amerikaanse officieren na bestond USAFIP-NL geheel uit Filipijnse militairen. Dat bepaalde ook het karakter van de slag.
Aan Japanse zijde stond de verdediging in de noordelijke sector onder generaal Tomoyuki Yamashita. Hij werd ook aangeduid als de Tiger of Malaya en als de veroveraar van Singapore. De eenheden bij Bessang Pass vielen onder de 19e Divisie van luitenant-generaal Yoshiharu Ozaki. In de gevechten zelf stonden vooral het 73e en het 76e Infanterieregiment tegenover de troepen van Volckmann.
>Doelstelling en planning
De geallieerde doelstelling was het openbreken van de Japanse bergverdediging bij Bessang Pass en het veiligstellen van Cervantes. Dat moest de toegang tot de Cordillera openen en de Japanse verdedigingsruimte verder verkleinen. De planning kreeg meer vaart nadat San Fernando in La Union op 23 maart 1945 was bevrijd. Vanaf dat moment begon de volledige aanval op de pas.
De Japanse planning was gericht op vertraging. Door heuvels en bergruggen te versterken, probeerden de verdedigers iedere aanval op Cervantes vast te laten lopen. Dat lukte in elk geval tijdelijk, want op 17 mei voerde het 73e Infanterieregiment van de 19e Divisie een sterke tegenaanval uit. Daardoor werd het 121e Infanterieregiment teruggedrongen en moest de aanval opnieuw worden opgebouwd.
Op 1 juni begon Volckmann zijn hernieuwde aanval met drie regimenten naast elkaar. Daarmee werd de druk over een breder front verdeeld. De opzet maakte het mogelijk om de omliggende ruggen systematisch in te nemen. Die hernieuwde planning leidde binnen twee weken tot de val van de pas en daarna tot de inname van Cervantes.
>Militaire eenheden
USAFIP-NL bestond uit vijf infanterieregimenten en een veldartilleriebataljon, samen ongeveer 20.000 man. Op vijf Amerikaanse officieren na waren deze troepen Filipijns. In de slag bij Bessang Pass vochten het 121e, het 15e en het 66e Infanterieregiment, samen met het Provisional Battalion en het 122e Veldartilleriebataljon. Deze eenheden droegen het hoofdgewicht van de operatie van januari tot half juni.
De Japanse verdediging bestond in deze sector uit het 73e en het 76e Infanterieregiment. Beide eenheden maakten deel uit van de 19e Divisie onder Ozaki. Hun stellingen op heuvels en bergruggen waren bedoeld om een geallieerde opmars naar Cervantes en verder naar het Cordillera-gebied van Yamashita te blokkeren. Daardoor werd de aanval uitgevochten in bergterrein en tegen versterkte posities.
>Het verloop van de Slag om Bessang Pass
De eerste gevechten begonnen in februari 1945, toen het 121e Infanterieregiment landinwaarts oprukte naar Cervantes. Daarmee bereikte de strijd de benadering van de pas. Toch bleef de opmars in deze fase beperkt. De verdedigers maakten gebruik van het terrein en dwongen de aanvallers tot een voorzichtige en trage benadering.
Na de bevrijding van San Fernando op 23 maart begonnen de troepen van USAFIP-NL aan de volledige aanval op Bessang Pass. Dat betekende niet dat de pas meteen viel. De Japanse stellingen lagen diep in versterkte hoogten en boden sterk verzet. De strijd verliep daarom als een reeks opeenvolgende aanvallen op ruggen en heuvels die de toegang tot de pas afschermden.
Op 17 mei volgde een zware Japanse tegenaanval. Het 73e Infanterieregiment wist het 121e terug te dringen en liet zien dat de verdediging nog niet was gebroken. Deze fase maakte duidelijk dat een aanval over een te smalle as onvoldoende was. Volckmann koos daarom voor een nieuwe opzet, waarbij hij op 1 juni drie regimenten naast elkaar inzette om de druk over het hele front te vergroten.
De hernieuwde aanval leverde vervolgens resultaat op. Op 5 juni waren Lamagan Ridge en Lower Cadsu Ridge gezuiverd. Op 10 juni viel Magun Hill en op 12 juni werd Upper Cadsu Ridge ingenomen. Daarmee verdween stap voor stap de bescherming van de pas zelf. De inname van de omliggende hoogten maakte de doorbraak bij de pas mogelijk.
Op 10 juni begonnen onderdelen van het 121e regiment aan de laatste aanval. Vier dagen later verdween het laatste georganiseerde verzet bij de pas. Op 14 juni 1945 viel Bessang Pass in handen van USAFIP-NL. Op 15 juni werd Cervantes veiliggesteld. Daarmee kwam een einde aan een maandenlange strijd waarin de uitkomst pas na een tweede aanval werd beslist.
>Resultaat
Taktisch resultaat. De geallieerde strijdmacht nam Bessang Pass op 14 juni en stelde Cervantes op 15 juni veilig. Daarmee werd de Japanse blokkade van deze toegang tot het berggebied doorbroken. De uitkomst was daarom helder op het niveau van terrein en positie. De verdedigers verloren een vaste stelling die bedoeld was om verdere opmars te verhinderen.
Strategisch resultaat. Volgens Smith leverde USAFIP-NL een duidelijke bijdrage aan de campagne van de Sixth Army in Noord-Luzon. De Japanse 19e Divisie bleef vastzitten in de driehoek Bontoc, KP 90 en Bessang Pass. Bovendien maakten de inname van San Fernando en het vrijmaken van Route 3 langs de westkust het voor de Sixth Army mogelijk om daar geen reguliere divisie meer in te zetten. In die zin reikte het effect van de slag verder dan de pas alleen.
Politieke en maatschappelijke gevolgen. De val van Bessang Pass verkleinde de ruimte waarbinnen Yamashita zijn troepen nog kon handhaven. Dat droeg bij aan de verdere isolatie van Japanse eenheden in de Cordillera tot aan de overgave in september 1945. Daarnaast liet de operatie zien dat een overwegend Filipijnse strijdmacht een zware bergstelling kon innemen. Ook dat gaf de uitkomst een bredere betekenis binnen de Filipijnse campagne.
>Miltaire en burger slachtoffers
Militaire slachtoffers. USAFIP-NL droeg het grootste deel van de gevechten en leed van 9 januari tot en met 15 juni 1945 meer dan 3.375 slachtoffers. Onder hen bevonden zich meer dan 900 gesneuvelden. Deze cijfers laten zien dat het gevecht om Bessang Pass niet los kan worden gezien van de langere campagne in dezelfde sector. De doorbraak in juni kwam voort uit maanden van aanhoudende gevechten.
Aan Japanse zijde noemt de beschikbare beschrijving geen volledig verliescijfer voor de hele periode van 9 januari tot 15 juni. Wel blijkt uit het verloop van de strijd dat de verdediging zwaar werd aangetast en haar stellingen niet kon behouden. Over de vraag of deze verliezen na de slag konden worden aangevuld, geeft de beschikbare beschrijving geen precies antwoord. Ook over de aanwezigheid en de kwaliteit van reservepersoneel worden geen concrete gegevens genoemd.
Burgerslachtoffers. In de beschikbare beschrijving worden geen aantallen burgerslachtoffers genoemd. Daardoor kan niet nauwkeurig worden vastgesteld hoeveel burgers direct door de gevechten bij Cervantes en Bessang Pass zijn getroffen. Het blijft alleen duidelijk dat de strijd plaatsvond in een bewoonde regio en dat langdurige militaire operaties daar gevolgen hadden voor de omgeving. Zonder nadere bronvermelding binnen de beschikbare tekst blijft het echter bij die vaststelling.
>Materiele verliezen
Verlies aan materieel. De beschikbare beschrijving bevat geen uitgewerkte opsomming van verloren wapens, voertuigen of artilleriestukken tijdens de slag. Daardoor is niet precies vast te stellen welk materieel aan beide zijden uitviel of onbruikbaar werd. Wel volgt uit het karakter van de strijd dat de verdediging steunde op versterkte posities op heuvels en ruggen. De val van die stellingen betekende in elk geval verlies van voorbereide verdedigingswerken en vuurposities.
Gevolgen voor herstel en voorraden. De beschikbare beschrijving noemt geen concrete gegevens over herstel, aanpassing of vervanging van materieel na de slag. Ook over de aanvulling van munitie en brandstof worden geen cijfers gegeven. Daarom kan op basis van deze tekst niet nauwkeurig worden vastgesteld hoe snel verliezen aan materieel konden worden opgevangen. Feitelijk staat alleen vast dat USAFIP-NL de aanval kon voortzetten tot de inname van de pas en daarna Cervantes veiligstelde.
>Conclusie
De doelstelling van de aanval werd gehaald. USAFIP-NL doorbrak de Japanse verdediging bij Bessang Pass, nam de pas op 14 juni 1945 en stelde Cervantes een dag later veilig. Daarmee werd de toegang tot de Cordillera geopend en werd de bewegingsruimte van de troepen van Yamashita verder verkleind. De planning werd niet in één keer uitgevoerd, maar na de Japanse tegenaanval van 17 mei aangepast en vervolgens alsnog tot een succesvol einde gebracht.
De gevolgen van het resultaat waren groter dan de verplaatsing van de frontlijn alleen. Volgens Smith droeg USAFIP-NL meer bij aan de campagne in Noord-Luzon dan GHQ SWPA, Sixth Army en I Corps vooraf hadden verwacht. Daar stond een hoge tol in slachtoffers tegenover, terwijl de beschikbare beschrijving over reservepersoneel, burgerslachtoffers en materiële uitval maar beperkt is. Daardoor blijft de slag vooral zichtbaar als een langdurige en kostbare bergoperatie die eindigde in een geallieerde overwinning.









