Otto von Below en de Slag bij Caporetto 1917

Otto von Below was een Pruisische generaal die tijdens de Eerste Wereldoorlog meerdere legers en legergroepen aanvoerde. Zijn naam wordt verbonden met het Oostfront, het Macedonische front, de Duitse voorjaarsoffensieven van 1918 en in het bijzonder met de doorbraak bij Caporetto in 1917.

Geboorte en afkomst

Otto Ernst Vinzent Leo von Below werd geboren op 18 januari 1857 in Danzig, het huidige Gdańsk. Hij kwam uit het oude adellijke geslacht von Below. Zijn vader, Hugo von Below, diende later als Pruisisch luitenant-generaal. Zijn moeder was Alexandra Ludowika Friederike von Lupinski.

Below groeide op in een familie waarin militaire dienst een vaste plaats had. Ook zijn jongere broers Hans en Günther Friedrich Wilhelm kozen voor een loopbaan in het leger. Deze achtergrond sloot aan bij de Pruisische officierstraditie van de negentiende eeuw. Daardoor begon zijn militaire vorming al op jonge leeftijd.

Militaire loopbaan voor 1914

Below volgde onderwijs aan gymnasia in Wiesbaden en Weilburg. Daarna ging hij naar de kadettenanstalten in Oranienstein en Berlijn. Op 15 april 1875 werd hij als tweede luitenant geplaatst bij het Füsilier-Regiment “von Gersdorff” Nr. 80 in Wiesbaden. Daarmee begon een lange loopbaan binnen de Pruisische infanterie.

Tussen 1884 en 1887 bezocht hij de Kriegsakademie. In 1889 kwam hij bij de Grote Generale Staf, waar officieren werden voorbereid op hogere bevelsfuncties. Daarna volgden posten bij regimenten en divisies in onder meer Schwerin, Ulm, Weißenburg, Görlitz en Kassel. In 1909 werd hij generaal-majoor en in 1912 luitenant-generaal.

Zijn laatste functie voor de Eerste Wereldoorlog was het commando over de 2e Divisie. Het hoofdkwartier daarvan lag in Königsberg. Deze positie bracht hem dicht bij het gebied waar hij in 1914 direct bij zware gevechten betrokken zou raken. Zijn ervaring als stafofficier en divisiecommandant bepaalde later zijn optreden aan meerdere fronten.

Eerste Wereldoorlog

Oostfront

Bij de mobilisatie in augustus 1914 kreeg Below het bevel over het I. Reservekorps binnen het 8e Leger. Dit leger stond aan het Oostfront tegenover Russische troepen die Oost-Pruisen binnendrongen. Zijn korps kwam in actie bij Gumbinnen, Tannenberg en de Masurische Meren. Na deze eerste veldtochten werd hij op 30 augustus 1914 bevorderd tot generaal der infanterie.

In november 1914 kreeg Below het bevel over het 8e Leger. In februari 1915 voerde hij dit leger aan tijdens de Tweede Slag bij de Masurische Meren. Later werd zijn legerverband verbonden met operaties richting Koerland en Litouwen. De Duitse opmars reikte tot in de zuidelijke omgeving van de Westelijke Dvina.

De gevechten aan het Oostfront gaven Below een reputatie als bevelhebber die grote verbanden kon leiden. Zijn successen waren niet alleen het gevolg van frontale aanvalskracht, maar ook van beweging, timing en samenwerking tussen legeronderdelen. Toch bleef de oorlog in het oosten zwaar en uitgestrekt. Bevoorrading, terrein en afstand bleven voortdurend bepalend voor de uitvoering van operaties.

Macedonië

Op 11 oktober 1916 kreeg Below het bevel over Legergroep Below aan het Macedonische front. Dit verband bestond uit Duitse en Bulgaarse strijdkrachten, waaronder het Duitse 11e Leger en Bulgaarse legers. Het front liep door bergachtig en moeilijk begaanbaar terrein. Daardoor waren plaatselijke hoogtepunten, verbindingswegen en weersomstandigheden van groot belang.

In november 1916 werd de verovering van hoogte 1212 in de Cernaboog verbonden met zijn bevelsgebied. Lauenburgse jagers namen deze hoogte in onder zeer zware omstandigheden. De actie kreeg aandacht in Duitse en Bulgaarse meldingen. Keizer Wilhelm II benoemde Below daarna tot chef van het Lauenburgse Jäger-Bataillon Nr. 9.

Zijn periode in Macedonië duurde niet lang tot het einde van de oorlog. Op 23 april 1917 werd hij naar het westen gestuurd om tijdelijk het bevel over het 6e Leger rond Lille te voeren. Kort daarna kreeg hij alweer een andere opdracht. Die zou hem naar het Italiaanse front brengen.

Italië en Caporetto

In september 1917 werd Below bevelhebber van het nieuw gevormde 14e Leger aan het Italiaanse front. Dit leger bestond uit Duitse en Oostenrijks-Hongaarse divisies. De operatie werd uitgevoerd in samenhang met de Oostenrijks-Hongaarse legerleiding, waaronder Svetozar Borojević. Het doel was een doorbraak in de Isonzostellingen van het Italiaanse leger.

De Slag bij Caporetto, ook bekend als de Slag bij Karfreit, begon in oktober 1917. Het was de twaalfde en laatste Isonzoslag. Below voerde zijn leger aan tegen Italiaanse troepen onder opperbevel van Luigi Cadorna. De aanval leidde tot een zware Italiaanse nederlaag.

De doorbraak bij Caporetto werd mede mogelijk door infiltratietactiek, stormtroepen en het gebruik van gifgas. De Italiaanse Tweede Armee raakte ontwricht, terwijl mobiele reserves onvoldoende beschikbaar waren. Italiaanse verliezen liepen op tot meer dan 300.000 man, onder wie ongeveer 270.000 krijgsgevangenen. Ook ging een groot deel van de zware artillerie verloren.

De opmars kwam uiteindelijk tot stilstand bij de Piave. Duitse en Oostenrijks-Hongaarse aanvoerlijnen konden de snelle beweging niet onbeperkt dragen. Bovendien kreeg Italië geallieerde steun, waardoor het front opnieuw werd gestabiliseerd. Caporetto bleef daardoor een grote overwinning, maar geen beslissende beëindiging van de oorlog in Italië.

Westfront in 1918

Op 1 februari 1918 kreeg Below het bevel over het nieuw gevormde 17e Leger. Dit leger werd ingezet tijdens het Duitse voorjaarsoffensief van maart 1918. In de planning werd veel verwacht van een doorbraak bij Arras. Below stond daar tegenover de Britse Third Army, die sterker en beter voorbereid was dan de Duitse leiding had gehoopt.

Zijn aanval had minder succes dan Duitse aanvallen verder zuidelijk tegen de Britse Fifth Army. Daardoor bleef het gewenste operationele resultaat uit. De Duitse aanval bereikte wel terreinwinst, maar niet de strategische doorbraak waarop werd gerekend. De oorlog aan het westfront bleef hierdoor in een uitputtende fase.

Op 12 oktober 1918 kreeg Below nog het bevel over het 1e Leger. Enkele weken later, op 8 november 1918, werd hij belast met de organisatie van Heimatschutz West. Dat hield verband met voorbereidingen voor een mogelijke verdediging op Duits grondgebied. Kort daarna maakte de wapenstilstand een einde aan de oorlog.

Onderscheidingen

Below ontving tijdens de oorlog meerdere hoge onderscheidingen. Hij had beide klassen van het IJzeren Kruis gekregen. Op 16 februari 1915 werd hij onderscheiden met de Pour le Mérite. Deze onderscheiding behoorde tot de hoogste militaire onderscheidingen van Pruisen.

Op 27 april 1917 ontving hij het eikenloof bij de Pour le Mérite. Dat gold als een aanvullende erkenning voor latere verdiensten. Na Caporetto volgden nog hogere onderscheidingen. Op 1 november 1917 kreeg hij de Orde van de Zwarte Adelaar en kort daarna het Grootkruis van de Militaire Max-Joseph-Orde.

Na de oorlog

Na de Novemberrevolutie bleef Below korte tijd in militaire dienst. Op 28 december 1918 werd hij kommanderend generaal van het XVII. Armeekorps. Dit korps werd ingezet bij de grensbescherming in West-Pruisen. Na de Duitse aanvaarding van het Verdrag van Versailles ging hij op 27 juni 1919 met pensioen.

Een geallieerde poging om hem na de oorlog als oorlogsmisdadiger te berechten liep op niets uit. In de Weimarperiode was hij actief in nationalistische kringen. Hij was lid van de Alldeutscher Verband en de Deutschnationale Volkspartei. Ook werd zijn naam verbonden met putschplannen tegen de republiek tot in 1923.

Below bracht zijn latere jaren grotendeels in Kassel door. Hij overleed op 9 maart 1944 in Besenhausen, bij Göttingen. Daarmee stierf hij tijdens de laatste fase van de Tweede Wereldoorlog, bijna dertig jaar na de veldtochten die zijn militaire naam hadden bepaald. Zijn loopbaan bleef vooral verbonden met de Eerste Wereldoorlog.

Familie en verwarring met Fritz von Below

Otto von Below was een neef van Fritz von Below. Ook Fritz von Below was een Duitse generaal tijdens de Eerste Wereldoorlog. Door hun gelijke achternaam en vergelijkbare periode van militaire dienst worden zij soms door elkaar gehaald. Hun loopbanen moeten daarom goed van elkaar worden onderscheiden.

Otto von Below wordt vooral verbonden met het Oostfront, Macedonië, Caporetto en het 17e Leger in 1918. Fritz von Below had een eigen bevelscarrière aan andere delen van het front. De naam “von” hoort bij de adellijke familienaam, maar bij alfabetische ordening staat de familie doorgaans onder Below. Dat verklaart waarom bronnen hem vaak als Below, Otto von vermelden.

Betekenis van Otto von Below

Otto von Below was geen theoreticus die vooral door geschriften invloed kreeg. Zijn betekenis lag in zijn functies als bevelhebber van korpsen, legers en legergroepen. Hij trad op in verschillende soorten oorlogvoering: mobiele operaties in het oosten, bergachtig frontterrein in Macedonië, doorbraakoorlog in Italië en uitputtingsstrijd in Frankrijk. Daardoor laat zijn loopbaan de breedte van de Duitse militaire inzet in de Eerste Wereldoorlog zien.

Zijn grootste militaire succes bleef Caporetto. Daar kwamen Duitse tactische vernieuwing, Oostenrijks-Hongaarse samenwerking en Italiaanse kwetsbaarheid samen. Tegelijk toont het einde van de opmars bij de Piave de grenzen van een doorbraak zonder voldoende logistieke draagkracht. Below wordt daarom vooral herinnerd als bevelhebber van een grote overwinning die tactisch indrukwekkend was, maar strategisch beperkt bleef.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding: See page for author, Public domain, via Wikimedia Commons
  2. Pawly, Ronald (2012). The Kaiser’s Warlords: German Commanders of World War I. Osprey Publishing. ISBN 9781780966731.
  3. Cron, Hermann (2002). Imperial German Army 1914–18: Organisation, Structure, Orders-of-Battle. Helion & Company. ISBN 1874622701.
  4. Hildebrand, Karl-Friedrich; Zweng, Christian (1999). Die Ritter des Ordens Pour le Mérite des I. Weltkriegs. Band 1: A–G. Biblio Verlag. ISBN 3764825057.
  5. Stuhlmann, Friedrich (1955). Below, Otto Ernst Vinzent Leo von. Neue Deutsche Biographie. Duncker & Humblot. ISSN 1180-6625.
  6. Campbell, James M. (2021). The Great War Through German Eyes: Otto von Below and Command on the Eastern Front. Journal of Military History. JSTOR.
  7. Watson, Alexander (2014). Ring of Steel: Germany and Austria-Hungary in World War I. Basic Books. ISBN 9780465013296.
  8. Herwig, Holger H. (2009). The Marne, 1914: The Opening of World War I and the Battle That Changed the World. Random House. ISBN 9781400066711.
  9. Showalter, Dennis E. (2013). Instrument of War: The German Army 1914–1918. Osprey Publishing. ISBN 9781782002918.
  10. Tucker, Spencer C. (2014). World War I: The Definitive Encyclopedia and Document Collection. ABC-CLIO. ISBN 9781851099641.
Previous articleElfde Slag aan de Isonzo 1917 op Bainsizza-plateau
Redactie Mei 1940
De redactie van mei1940.org bestaat uit een diverse groep schrijvers met een gemeenschappelijke interesse in geschiedenis, militaire geschiedenis en de Tweede Wereldoorlog. Sommige redacteuren hebben een militaire achtergrond en brengen praktijkervaring, operationeel inzicht en kennis van commandostructuren mee. Andere redacteuren houden zich bezig met historisch onderzoek, educatieve content en kennisprojecten. Door deze combinatie van achtergronden ontstaan goed gedocumenteerde artikelen waarin feitelijke nauwkeurigheid, bronnenkritiek, context en analyse centraal staan. De redactie streeft naar objectieve en zorgvuldig onderbouwde publicaties die bijdragen aan een beter begrip van deze belangrijke periode in de geschiedenis.