Home Slagen, Veldtochten, Zeeslagen en Operaties Elfde Slag aan de Isonzo 1917 op Bainsizza-plateau

Elfde Slag aan de Isonzo 1917 op Bainsizza-plateau

Italiaanse infanteristen rukken op over het Bainsizza-plateau tijdens de Elfde Slag aan de Isonzo in 1917
Italiaanse militairen tijdens de opmars op het Bainsizza-plateau gedurende de Elfde Slag aan de Isonzo in 1917.

De Elfde Slag aan de Isonzo was een veldslag aan het Italiaanse front van de Eerste Wereldoorlog. De strijd werd gevoerd van 18 augustus tot 12 september 1917 tussen Italië en Oostenrijk-Hongarije. Italië behaalde terreinwinst op het Bainsizza-plateau, maar brak de Oostenrijks-Hongaarse verdediging niet volledig.

Militaire en Politieke Situatie

In de zomer van 1917 bevond het Italiaanse front zich in een fase van uitputting. Sinds 1915 had Italië meerdere aanvallen uitgevoerd langs de Isonzo, een rivier die door bergachtig gebied loopt en uitmondt in de Adriatische Zee. De eerdere gevechten hadden veel verliezen veroorzaakt, terwijl de frontlijn slechts langzaam verschoof. Toch bleef de Italiaanse legerleiding zoeken naar een doorbraak richting Gorizia, de Karst en uiteindelijk Triëst.

Luigi Cadorna, de Italiaanse chef van de generale staf, stond onder militaire en politieke druk om opnieuw aan te vallen. De geallieerden wilden dat Italië Oostenrijk-Hongarije aan het front bleef binden. Tegelijk maakte de verslechterende situatie aan het oostfront de kans groter dat Oostenrijk-Hongarije later versterkingen vrij kon maken. Voor Italië was daarom snelheid van belang, maar de eerdere veldslagen hadden het leger zwaar belast.

Oostenrijk-Hongarije verdedigde de Isonzo-sector onder moeilijke omstandigheden. Het leger had minder reserves dan Italië en moest een lange bergfrontlijn vasthouden. De verdediging was echter sterk uitgebouwd met loopgraven, mitrailleurstellingen, artillerieposities, grotten en schuilplaatsen in rotsachtig terrein. Daardoor kon een kleinere verdediger op veel plaatsen lang standhouden tegen grotere aanvallende formaties.

Locatie

De slag vond plaats langs de Soča, in het Italiaans de Isonzo. Het aanvalsfront liep van de omgeving van Tolmin in het noorden tot aan de Adriatische Zee in het zuiden. Dit maakte de operatie breed en moeilijk te coördineren. De rivier zelf vormde al een hindernis, omdat zij op veel plaatsen door smalle dalen en steile oevers werd begrensd.

Het zwaartepunt lag op het Bainsizza-plateau, tegenwoordig bekend als het Banjšice-plateau in Slovenië. Dit hoogland lag ten noordoosten van Gorizia en beheerste verschillende routes achter de Oostenrijks-Hongaarse linies. Wie het plateau in handen kreeg, kon druk uitoefenen op de verbindingen tussen Tolmin, Gorizia en de Karst.

Andere plaatsen waren eveneens van groot militair belang. Monte Santo, Monte San Gabriele en Monte Hermada vormden sterke steunpunten in de verdediging. Monte San Gabriele lag bij Gorizia en bood uitzicht over de omgeving. Monte Hermada lag dichter bij de kust en beschermde de toegang tot de Karst en Triëst. Door deze ligging bleef de Oostenrijks-Hongaarse verdediging ook na Italiaanse terreinwinst samenhang behouden.

Militaire Leiders

Aan Italiaanse zijde lag de hoogste leiding bij Luigi Cadorna. Hij bepaalde de algemene strategie en gaf opdracht tot de nieuwe aanval langs de Isonzo. Cadorna koos voor een grootschalige operatie met zware artillerievoorbereiding en aanvallen over een breed front. Zijn aanpak was gericht op druk, massa en herhaalde aanvallen op zwakke punten in de verdediging.

De Italiaanse Tweede Leger werd geleid door generaal Luigi Capello. Dit leger droeg het grootste deel van de aanval op het Bainsizza-plateau. Capello beschikte over sterke infanterieformaties, artillerie en ondersteunende eenheden. De Derde Leger stond onder bevel van Emanuele Filiberto, hertog van Aosta. Dit leger voerde aanvallen uit op de Karst en in de richting van Monte Hermada.

Aan Oostenrijks-Hongaarse zijde speelde Svetozar Boroević von Bojna de centrale militaire rol aan de Isonzo. Hij stond bekend als een ervaren verdediger en leidde de Isonzo Armee. Zijn opdracht was het vasthouden van de linie, het beperken van Italiaanse doorbraken en het behoud van de verbindingen achter het front. De Oostenrijks-Hongaarse legerleiding zag na deze slag dat Duitse steun noodzakelijk werd.

Doelstelling en planning

Het Italiaanse doel was het doorbreken van de Oostenrijks-Hongaarse linie langs de Isonzo. Cadorna concentreerde daarvoor ongeveer drie kwart van zijn beschikbare strijdmacht in deze sector. De Italiaanse inzet omvatte ongeveer 600 bataljons, verdeeld over 52 divisies, met ongeveer 5.200 stukken geschut. Deze concentratie moest een doorbraak mogelijk maken die de eerdere aanvallen niet hadden bereikt.

De planning richtte zich vooral op het oversteken van de rivier en het innemen van het Bainsizza-plateau. Het Italiaanse leger moest de Isonzo op meerdere plaatsen oversteken met tijdelijke bruggen en loopbruggen. Daarna moesten de aanvallende eenheden de hoogten bezetten, de Oostenrijks-Hongaarse linie in twee delen snijden en de steunpunten bij Monte San Gabriele en Monte Hermada isoleren.

De operatie bevatte ook aanvallen door de Derde Leger op de Karst. Deze aanvallen moesten Oostenrijks-Hongaarse reserves binden en de zuidelijke verdediging onder druk zetten. De Italiaanse planning was daarmee breed opgezet, maar zij stelde hoge eisen aan artillerie, verbindingslijnen, brugslag, munitieaanvoer, watertransport en medische afvoer.

Militaire eenheden

De Italiaanse Tweede Leger vormde de hoofdmacht van de aanval op het Bainsizza-plateau. Binnen dit leger speelden onder meer het XXVII, XXIV en II Legerkorps een grote rol. Zij moesten de rivier oversteken, de eerste verdedigingsgordels doorbreken en daarna doorstoten naar de achterliggende hoogten en routes. Andere korpsen ondersteunden de operatie door aanvallen rond Gorizia en langs aangrenzende sectoren.

De Derde Leger van de hertog van Aosta viel zuidelijker aan op de Karst. Deze sector was moeilijk door kalksteen, loopgraven, prikkeldraad, mitrailleurs en artillerie. De aanvallen waren bedoeld om de Oostenrijks-Hongaarse verdediging over het hele front te belasten. De Regia Marina ondersteunde sommige gevechten aan de kust met varende batterijen en monitoren, terwijl ook Britse monitoren werden ingezet.

Tijdens deze slag werden Italiaanse aanvalsafdelingen, de Reparti d’Assalto of Arditi, ingezet. Zij waren bedoeld voor snelle aanvallen op versterkte punten. Ook de Italiaanse luchtmacht werd breed gebruikt voor verkenning, verbindingen en ondersteuning. Aan Oostenrijks-Hongaarse zijde verdedigde de Isonzo Armee het front met meerdere legerkorpsen en divisies, gesteund door artillerie, machinegeweren en goed voorbereide stellingen.

Het verloop van de Elfde Slag aan de Isonzo

De slag begon op 18 augustus 1917 met een zwaar Italiaans artilleriebombardement. Daarna probeerden Italiaanse troepen de Isonzo op verschillende plaatsen over te steken. Dit gebeurde met tijdelijke bruggen, pontons en loopbruggen. De operatie was moeilijk, omdat Oostenrijks-Hongaarse artillerie en mitrailleurs de overgangsplaatsen onder vuur namen.

In de nacht van 18 op 19 augustus verliepen de overgangen niet overal volgens plan. Sommige bruggen werden beschadigd of kwamen later gereed dan bedoeld. Daardoor raakten bewegingen van troepen verstoord. Eenheden die op een bepaalde plaats hadden moeten oversteken, moesten uitwijken naar andere bruggen. Dit vertraagde het tempo van de aanval en maakte de coördinatie moeilijker.

Ondanks deze problemen boekte de Tweede Leger vooruitgang. Italiaanse eenheden drongen door op het Bainsizza-plateau en namen verschillende hoogten en dorpen in. De Oostenrijks-Hongaarse verdedigers werden op meerdere plaatsen teruggedrongen. Monte Santo kwam in Italiaanse handen en het Bainsizza-plateau werd grotendeels veroverd. Dit was de grootste Italiaanse terreinwinst langs de Isonzo tot dan toe.

De gevechten bleven echter zwaar. De Oostenrijks-Hongaarse troepen trokken zich terug op nieuwe verdedigingslijnen en bleven steunpunten vasthouden. Monte San Gabriele werd een centrum van hevige strijd. Italiaanse eenheden, waaronder Arditi, wisten delen van de stellingen aan te vallen en tijdelijk te bezetten. Toch kon Italië het massief niet duurzaam gebruiken voor een verdere doorbraak.

Zuidelijker verliep de aanval op de Karst moeilijker. De Derde Leger behaalde plaatselijke terreinwinst, maar de Oostenrijks-Hongaarse verdediging bleef sterk. Monte Hermada bleef in Oostenrijks-Hongaarse handen. Hierdoor bleef de zuidelijke toegang richting Triëst afgesloten. De Italiaanse druk was groot, maar het verdedigingssysteem brak niet volledig.

Vanaf eind augustus nam de kracht van de Italiaanse aanval af. De veroverde posities op het Bainsizza-plateau waren lastig te bevoorraden. Het gebied had weinig wegen, weinig water en weinig beschutting. Artillerie kon maar langzaam naar voren worden gebracht. Daardoor konden de Italianen hun terreinwinst niet snel genoeg omzetten in een nieuwe aanval.

Begin september verschoof de strijd opnieuw naar Monte San Gabriele en de hoogten bij Gorizia. Daar volgden zware bombardementen, infanterieaanvallen en tegenaanvallen. Beide partijen leden grote verliezen. De Oostenrijks-Hongaarse verdedigers maakten gebruik van grotten en ondergrondse schuilplaatsen, waardoor zij bombardementen konden doorstaan. Op 12 september was de Italiaanse aanval uitgeput en eindigde de slag zonder volledige doorbraak.

Resultaat

Het Italiaanse leger behaalde een duidelijk taktisch resultaat. Het Bainsizza-plateau werd grotendeels ingenomen en de frontlijn verschoof op sommige plaatsen ongeveer 10 tot 12 kilometer. Ook Monte Santo ging verloren voor Oostenrijk-Hongarije. De Italiaanse aanval toonde dat de Oostenrijks-Hongaarse verdediging aan de Isonzo niet onbeperkt stand kon houden onder zware druk.

Het strategische resultaat was anders. Italië bereikte geen beslissende doorbraak en slaagde er niet in de Oostenrijks-Hongaarse linie in twee blijvende delen te breken. Monte San Gabriele en Monte Hermada bleven de verdere opmars blokkeren. De Italiaanse troepen stonden na de slag op moeilijk bevoorraadbare posities, met een deel van de Tweede Leger over de Isonzo en een deel achter de rivier.

Voor Oostenrijk-Hongarije was de slag een waarschuwing. Het leger had zware verliezen geleden en kon een nieuwe Italiaanse aanval waarschijnlijk niet met dezelfde middelen opvangen. Daarom werd Duitse steun gevraagd. Dit leidde tot voorbereiding van de latere aanval bij Caporetto. De maatschappelijke gevolgen lagen vooral in de aanhoudende uitputting van de legers en de verdere druk op soldaten, families en oorlogsproductie.

Miltaire en burger slachtoffers

De verliezen waren zeer hoog. De Italiaanse verliezen worden meestal geraamd op ongeveer 150.000 tot 160.000 doden, gewonden, vermisten en krijgsgevangenen. De Oostenrijks-Hongaarse verliezen lagen lager, maar waren eveneens zwaar en worden vaak rond 100.000 tot 120.000 geplaatst. Daaronder vielen ook veel gevangenen, vooral tijdens de Italiaanse opmars op het Bainsizza-plateau.

Italië had meer personeel beschikbaar dan Oostenrijk-Hongarije, maar de kwaliteit van de reserves stond onder druk. Veel ervaren soldaten waren in eerdere Isonzo-gevechten al gesneuveld of gewond geraakt. Nieuwe manschappen konden de verliezen in aantallen deels aanvullen, maar niet altijd in opleiding, samenhang en gevechtservaring. De Tweede Leger was na de slag uitgeput en stond op een kwetsbare positie.

Oostenrijk-Hongarije had grotere moeite om verliezen aan te vullen. Het leger bestond uit manschappen uit verschillende delen van de dubbelmonarchie en had te maken met taalverschillen, vermoeidheid en beperkte reserves. De verliezen aan ervaren onderofficieren, artilleristen en infanteristen verzwakten de verdediging. Daardoor werd Duitse hulp aan het Isonzo-front militair noodzakelijk.

Over burgerslachtoffers zijn voor deze slag geen betrouwbare aantallen als afzonderlijk totaal bekend. Het gebied was al sinds 1915 frontgebied, waardoor veel burgers eerder waren geëvacueerd of verdreven. Toch had de strijd gevolgen voor dorpen, landbouwgrond, wegen en huizen. Beschietingen, verplaatsingen van troepen en de aanleg van verdedigingswerken maakten normaal burgerlijk leven in de frontzone vrijwel onmogelijk.

Materiele verliezen

De materiele inzet was zeer groot. Italië vuurde tijdens de slag ongeveer 5,5 miljoen artilleriegranaten af, waaronder ook gasgranaten. Dit toont de omvang van de operatie, maar ook de belasting van de Italiaanse voorraden. Munitie moest over bergwegen, spoorlijnen en geïmproviseerde routes naar het front worden gebracht. Na de verovering van het plateau werd die aanvoer nog moeilijker.

Oostenrijk-Hongarije verloor naast manschappen ook veel materieel. Italiaanse troepen maakten kanonnen, bombarden, mitrailleurs, munitie en ander oorlogsmaterieel buit. In sommige overzichten wordt voor de eerste fase gesproken over meer dan honderd buitgemaakte kanonnen, tientallen bombarden en ongeveer tweehonderd mitrailleurs. Zulke verliezen konden niet snel worden hersteld aan een front dat al onder druk stond.

Voor Italië lag het probleem minder in buitgemaakt materieel en meer in verbruik, slijtage en verplaatsing. Artillerie moest naar voren worden gebracht over moeilijk terrein. Bruggen moesten worden gebouwd, hersteld en beschermd. Wegen op het Bainsizza-plateau waren beperkt, waardoor vervoer van granaten, voedsel, water en geneeskundige middelen traag verliep.

Brandstof speelde in 1917 een kleinere rol dan in latere, sterk gemechaniseerde oorlogen, maar voertuigen, generatoren en luchtvaart hadden wel voorraden nodig. Het grootste probleem bleef de toevoer van munitie, paarden, muildieren, brugmateriaal en water. Door de slechte infrastructuur konden de Italiaanse voorraden niet snel genoeg worden aangevuld om direct een nieuwe grote aanval mogelijk te maken.

Conclusie

De Italiaanse doelstelling werd gedeeltelijk gehaald. Het Bainsizza-plateau werd veroverd en de Oostenrijks-Hongaarse verdediging werd ver teruggedrongen. Daarmee was de slag een taktisch succes voor Italië. De planning bereikte echter niet het strategische doel: de vijandelijke linie werd niet blijvend in twee delen gesneden en de sterke punten bij Monte San Gabriele en Monte Hermada bleven de verdere opmars blokkeren.

De gevolgen waren groot. Italië won terrein, maar verloor veel manschappen en verbruikte enorme hoeveelheden munitie. De nieuwe posities waren moeilijk te bevoorraden en maakten delen van de Tweede Leger kwetsbaar. Oostenrijk-Hongarije werd zwaar belast en vroeg Duitse steun. Daardoor vormde de Elfde Slag aan de Isonzo de directe aanloop naar de Twaalfde Slag aan de Isonzo, beter bekend als Caporetto.

Bronnen en meer informatie

  1. Schindler, John R. (2001). Isonzo: The Forgotten Sacrifice of the Great War. Westport: Praeger. ISBN 978-0-275-97204-2.
  2. Thompson, Mark (2010). The White War: Life and Death on the Italian Front, 1915–1919. New York: Basic Books. ISBN 978-0-465-02037-9.
  3. Macdonald, John; Cimprič, Željko (2011). Caporetto and the Isonzo Campaign: The Italian Front, 1915–1918. Barnsley: Pen & Sword Military. ISBN 978-1-84884-671-5.
  4. Gooch, John (2014). The Italian Army and the First World War. Cambridge: Cambridge University Press. ISBN 978-0-521-14937-2.
  5. Morselli, Mario (2001). Caporetto 1917: Victory or Defeat? London: Frank Cass. ISBN 978-0-7146-5073-9.
  6. Strachan, Hew (2003). The First World War: Volume I: To Arms. Oxford: Oxford University Press. ISBN 978-0-19-926191-8.
  7. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946
Previous articleOtto Hahn en de ontdekking van kernsplijting
Redactie Mei 1940
De redactie van mei1940.org bestaat uit een diverse groep schrijvers met een gemeenschappelijke interesse in geschiedenis, militaire geschiedenis en de Tweede Wereldoorlog. Sommige redacteuren hebben een militaire achtergrond en brengen praktijkervaring, operationeel inzicht en kennis van commandostructuren mee. Andere redacteuren houden zich bezig met historisch onderzoek, educatieve content en kennisprojecten. Door deze combinatie van achtergronden ontstaan goed gedocumenteerde artikelen waarin feitelijke nauwkeurigheid, bronnenkritiek, context en analyse centraal staan. De redactie streeft naar objectieve en zorgvuldig onderbouwde publicaties die bijdragen aan een beter begrip van deze belangrijke periode in de geschiedenis.