Operatie Juno: Duitse zeeslag met geallieerde schepen in Noorwegen 1940

Operatie Juno: Duitse vlootoperatie in 1940, gericht op het vernietigen van geallieerde schepen en heroveren van Narvik tijdens de Noorse campagne.
Operatie Juno: Duitse vlootoperatie in 1940, gericht op het vernietigen van geallieerde schepen en heroveren van Narvik tijdens de Noorse campagne.

Operatie Juno vond plaats in juni 1940 tijdens de Noorse campagne van de Tweede Wereldoorlog. De Duitse vloot vertrok op 4 juni 1940 vanuit Kiel en de belangrijkste acties, waaronder het onderscheppen en zinken van de Britse vliegdekschip HMS Glorious samen met haar escorterende torpedobootjagers HMS Acasta en HMS Ardent, gebeurden op 8 juni 1940.

De Aanloop naar Operatie Juno

De Duitse invasie van Noorwegen begon op 9 april 1940, en was primair gericht op het veiligstellen van belangrijke Noorse havens en het voorkomen van de mijnwinning van ijzererts die cruciaal was voor de Duitse oorlogsinspanning. De invasie begon dynamisch, maar stuitte al snel op hevige weerstand en logistieke problemen. Admiral Hipper, een zware kruiser van de Kriegsmarine, had schade opgelopen na een botsing met de Britse torpedobootjager HMS Glowworm. Bovendien hadden de slagschepen Scharnhorst en Gneisenau storm- en gevechtsschade opgelopen na een ontmoeting met de HMS Renown tijdens de actie bij Lofoten op 9 april.

Strategische Overwegingen en Krachtenopbouw

De Duitse marineleiding onder Admiral Erich Raeder zag de noodzaak in om de strijdkrachten in Noord-Noorwegen te ondersteunen. Eind mei, toen de geallieerde krachten zich begonnen terug te trekken uit centraal Noorwegen en Narvik innamen, beval Raeder de samenstelling van een slagkracht om de Duitse troepen te assisteren. Deze vloot bestond uit de gerepareerde Scharnhorst en Gneisenau, de zware kruiser Admiral Hipper, en verschillende torpedobootjagers zoals Z20 Karl Galster en Z10 Hans Lody. Deze schepen werden onder het commando van Admiral Wilhelm Marschall geplaatst, met het doel om de geallieerde marinebasis in Harstad aan te vallen en de Duitse troepen die over land naar Narvik oprukten te ondersteunen.

De Uitvoering van Operatie Juno

Op 4 juni vertrok de Duitse vloot vanuit Kiel en navigeerde onopgemerkt met hoge snelheid door de Skagerrak, langs de Noorse kust en naar de Arctische wateren. Deze operatie toonde de behendigheid en het vermogen van de Kriegsmarine om snel en effectief te reageren op veranderende oorlogsomstandigheden.

Cruciale Ontmoetingen op Zee

Tijdens de nacht van 6 juni voerden twee torpedobootjagers een tankbeurt uit bij de slagschepen. Op 7 juni vond er nog een tankbeurt plaats tussen de kruiser Admiral Hipper en twee andere torpedobootjagers uit een bevoorradingsschip nabij het eiland Jan Mayen. Diezelfde avond hield Admiral Marschall een vergadering aan boord van de Gneisenau om de aanval op Harstad te organiseren. Luchtverkenningen rapporteerden echter dat de geallieerden mogelijk al begonnen waren met de evacuatie van Noorwegen, wat Marschall deed besluiten de aanval op Harstad af te blazen en in plaats daarvan de konvooien te vernietigen.

Engagements en Schermutselingen

Op 8 juni om 06:45 uur ontdekte de Admiral Hipper een tanker en een begeleidend vissersvaartuig. De kruiser zonk het begeleidende schip HMT Juniper met haar secundaire bewapening en redde een overlevende. Kort daarna opende de Gneisenau het vuur op de tanker Oil Pioneer, die vlam vatte en uiteindelijk werd vernietigd door een torpedo van de torpedobootjager Hermann Schoemann. Deze acties toonden de efficiëntie en de dodelijke precisie van de Kriegsmarine in maritieme confrontaties.

Verdere Acties en Veranderingen in de Missie

Na deze engagementen hernamen de Duitse schepen hun patrouilleformatie, zoekend naar het hoofdkonvooi. Later die ochtend lanceerden de Admiral Hipper en de Scharnhorst elk een Arado Ar 196 verkenningswatervliegtuig, maar deze vonden slechts twee schepen en geen konvooi. Uiteindelijk leidde dit tot de beslissing van Marschall om de zoektocht naar het konvooi te staken en de operatie te richten op het ondersteunen en dekken van de Duitse troepen in Trondheim, conform het tweede deel van zijn operationele orders.

Het Zinken van de HMS Glorious

Een van de meest dramatische momenten van Operatie Juno was het zinken van de Britse vliegdekschip HMS Glorious. Dit incident benadrukt de gevaren en de onvoorspelbaarheid van oorlog op zee.

Onvoorbereid op Confrontatie

In de vroege ochtenduren van 8 juni besloot de kapitein van de Glorious, Guy D’Oyly-Hughes, om zich met zijn escorterende torpedobootjagers Acasta en Ardent af te scheiden van het hoofdkonvooi. Dit was een riskante zet, gezien het schip niet volledig was voorbereid op een mogelijke confrontatie met vijandige schepen. De luchtpatrouille was niet actief en het schip voer niet op volle kracht, wat zijn vermogen om snel te reageren aanzienlijk beperkte.

De Fatale Ontmoeting

Terwijl ze door de Noorse Zee voeren, werd de Glorious plotseling opgemerkt door de Duitse slagschepen Scharnhorst en Gneisenau. De Duitse schepen gaven onmiddellijk jacht en openden het vuur op de Glorious. De ongelijke strijd leidde snel tot de vernietiging van het Britse vliegdekschip en zijn escorteschepen. De aanval was bijzonder effectief; Scharnhorst en Gneisenau wisten Glorious binnen twee uur tot zinken te brengen, ondanks pogingen van Acasta en Ardent om torpedoaanvallen uit te voeren tegen de Duitse slagschepen.

Gevolgen van de Aanval

De aanval op de Glorious had verstrekkende gevolgen voor de Britse marine, met een aanzienlijk verlies aan leven en materieel. Deze gebeurtenis toonde ook de effectiviteit en de agressiviteit van de Kriegsmarine onder druk. Het zinken van de Glorious leidde tot een kritische evaluatie van Britse marineprocedures en gereedheid in oorlogstijd.

Nasleep en Evaluatie van Operatie Juno

De afloop van Operatie Juno had belangrijke strategische implicaties voor zowel de Asmogendheden als de geallieerden. De operatie toonde de veerkracht en het vermogen van de Kriegsmarine om invloedrijke acties uit te voeren onder moeilijke omstandigheden.

Reparaties en Strategische Heroverwegingen

Na de succesvolle acties keerden de beschadigde Scharnhorst en Gneisenau terug naar Trondheim voor reparaties. Deze schepen voegden zich bij de Admiral Hipper en de vier torpedobootjagers. Ondanks pogingen om opnieuw uit te varen voor verdere operaties, dwong het gebrek aan luchtverkenning en de aanwezigheid van de Britse vloot de Duitse schepen om terug te keren naar hun basis. Scharnhorst onderging noodreparaties na torpedoschade en vertrok uiteindelijk naar Duitsland voor verdere reparaties.

Kritiek en Commandowisselingen

Hoewel de operatie op sommige vlakken succesvol was, ontving Admiral Marschall kritiek van Admiral Erich Raeder voor het niet strikt volgen van de operationele bevelen. Marschall, die geloofde dat hij operationele vrijheid had, werd ontslagen en vervangen door Admiral Günther Lütjens. Dit benadrukt de complexiteit van commandovoering en strategische besluitvorming tijdens oorlogstijd.

Slachtoffers en Verliezen

De operatie resulteerde in zware verliezen voor beide zijden. De Britse marine verloor niet alleen het vliegdekschip Glorious, maar ook vele levens, waaronder 1,207 manschappen van de Glorious, 160 van de Acasta, en 152 van de Ardent. De Duitse zijde leed ook verliezen en materiële schade, maar de precieze details blijven onderwerp van militaire evaluaties en historische analyse.

Conclusie

Operatie Juno was een cruciaal moment in de Noorse campagne en belicht de complexiteit van maritieme oorlogsvoering. De operatie illustreert de uitdagingen van snelle strategische beslissingen en de gevolgen van commando- en controleproblemen in oorlogstijd. De nasleep van de operatie had een blijvende impact op de strategieën van zowel de Asmogendheden als de geallieerden, en de lessen die werden getrokken uit deze confrontaties blijven van invloed op militaire doctrine.

Bronnen

Bronnen mei1940