Mitsuru Ushijima: Japans generaal en Slag om Okinawa

Mitsuru Ushijima (1887–1945) was een Japanse generaal die een rol speelde in de laatste fase van de Tweede Wereldoorlog. Hij werd vooral bekend als bevelhebber van het Japanse 32e Leger tijdens de Slag om Okinawa, een van de zwaarste veldslagen in de Stille Oceaan. Daarvoor vervulde hij functies als instructeur en commandant binnen het Japanse leger. Zijn loopbaan weerspiegelt de militaire en politieke spanningen van het Japanse rijk en laat zien hoe legerofficieren hun carrière combineerden met onderwijs en frontdienst. Ushijima’s leven eindigde in juni 1945, toen hij na maanden van strijd op Okinawa besloot tot zelfmoord samen met zijn staf.

Vroege leven en opleiding

Mitsuru Ushijima werd geboren op 31 juli 1887 in Kagoshima. Zijn familie had een achtergrond als samurai in dienst van het voormalige Satsuma-domein, een traditie die hem sterk beïnvloedde. Zijn vader, een officier in het vroege Japanse leger, overleed kort na zijn geboorte, waarna het gezin terugkeerde naar Kagoshima. Ondanks de jonge leeftijd waarop hij zijn vader verloor, kreeg Ushijima een gedegen opvoeding en onderwijs. Hij toonde al vroeg academische aanleg en sportieve vaardigheid, kenmerken die hem later hielpen in zijn militaire loopbaan.

Ushijima doorliep de lagere en middelbare school met goede resultaten. In 1901 trad hij toe tot de voorbereidende militaire opleiding in Kumamoto en vervolgde zijn studie aan de centrale militaire school in Tokio. In 1908 behaalde hij zijn diploma aan de Keizerlijke Militaire Academie, als onderdeel van de twintigste lichting. Hij viel op door zijn discipline en door zijn beheersing van Jigen-ryū, een traditionele school van Japanse zwaardkunst. Acht jaar later, in 1916, voltooide hij de stafopleiding aan het Legerstafcollege, waar hij les kreeg naast tijdgenoten als Tomoyuki Yamashita en Shizuichi Tanaka.

Deelname aan de Eerste Wereldoorlog

Hoewel Japan tijdens de Eerste Wereldoorlog een beperkte militaire rol speelde, was Ushijima in deze periode actief in Siberië. In 1918 werd hij toegevoegd aan de staf van het Japanse expeditieleger in Vladivostok. Dit leger nam deel aan de Siberische interventie tijdens de Russische Burgeroorlog. Zijn taak bestond vooral uit de organisatie van troepentransporten en de coördinatie van bevoorrading over grote afstanden. Zijn inzet werd gewaardeerd en hij werd in datzelfde jaar bevorderd tot kapitein. Na terugkeer in Japan ontving hij de Orde van de Gouden Wouw, vijfde klasse, als erkenning voor zijn verdiensten.

Interbellum: onderwijs en bevelsfuncties

Na zijn terugkeer uit Siberië volgden meerdere jaren waarin Ushijima lesgaf en verschillende commando’s bekleedde. In 1920 werd hij instructeur aan de Infanterieschool, waar hij officieren opleidde in tactiek en discipline. Zijn promotie tot majoor in 1924 bracht hem het bevel over een bataljon, en een jaar later werd hij tijdelijk gedetacheerd aan zijn voormalige middelbare school in Kagoshima. Dit maakte deel uit van een landelijk programma waarbij actieve officieren militaire training gaven aan scholieren. Zijn onderwijsperiode duurde drie jaar en stond in het teken van het combineren van fysieke training, discipline en academische begeleiding.

Vanaf 1928 nam Ushijima opnieuw leidinggevende functies binnen het leger op zich. Als luitenant-kolonel kreeg hij het bevel over het 23e Infanterieregiment en enkele jaren later werd hij stafchef van de vesting Shimonoseki. In 1932 werd hij directeur van de Toyama-school, een eliteopleiding voor jonge officieren. Opvallend in deze periode was zijn afwijzende houding tegenover politieke radicalisering. Terwijl veel officieren werden beïnvloed door de nationalistische denkbeelden van Kita Ikki, benadrukte Ushijima dat militairen zich moesten concentreren op hun professionele taak. Hij verwierp openlijk politieke inmenging binnen het leger, een standpunt dat hem onderscheidde in een tijd van toenemende factievorming.

De jaren dertig waren ook binnen de Japanse strijdkrachten onrustig. Tijdens de mislukte coup van 26 februari 1936 was Ushijima in China, maar na zijn terugkeer kreeg hij het bevel over het 1e Infanterieregiment, een eenheid die betrokken was geweest bij de opstand en daarom onder toezicht stond. Deze benoeming illustreerde dat hij door de legerleiding werd gezien als een betrouwbare officier, in staat om discipline te herstellen binnen een beschadigde eenheid.

Deelname aan de Tweede Wereldoorlog

China en vroege oorlogsjaren

Met het uitbreken van de Tweede Chinees-Japanse Oorlog in 1937 werd Ushijima bevorderd tot generaal-majoor. Hij kreeg het bevel over de 36e Infanteriebrigade, die bestond uit regimenten uit Miyakonojō en Kagoshima. De brigade vocht in Noord-China en nam deel aan operaties bij de Grote Muur en later in de omgeving van Shanghai en Nanjing. Hoewel de gevechten hoge verliezen opleverden, stond Ushijima bekend om zijn aanwezigheid aan het front en zijn vermogen om soldaten direct aan te moedigen. Zijn eenheid nam deel aan de inname van Wuhu en later aan de Slag om Wuhan in 1938.

In 1939 werd hij teruggeroepen naar Japan en gepromoveerd tot luitenant-generaal. Hij kreeg het bevel over de 11e Divisie, die gelegerd was in Hulin, nabij de Sovjetgrens in Mantsjoerije. In deze functie hield hij zich bezig met defensieve taken tegen een mogelijke aanval vanuit de Sovjet-Unie. Kort voor de aanval op Pearl Harbor, in 1941, keerde hij terug naar Japan als commandant van de onderofficiersschool.

Kritiek op de oorlog in de Stille Oceaan

De aanval op Pearl Harbor in december 1941 verraste Ushijima. Hij sprak zich binnen besloten kring uit tegen een oorlog met de Verenigde Staten. Volgens hem zou dit conflict de middelen van Japan uitputten en de strijd in China verlengen, terwijl de Sovjet-Unie in zijn ogen de grotere dreiging vormde. Vanwege deze kritische houding werd hij in 1942 uit zijn functie verwijderd. Toch kreeg hij later opnieuw een hoge positie, als commandant van de Japanse Militaire Academie. Daar waarschuwde hij studenten en officieren voor het onderschatten van de industriële kracht van de Verenigde Staten, die volgens hem beslissend kon worden in een langdurige oorlog.

Commandant van het 32e Leger

In 1944 kreeg Ushijima het bevel over het nieuw gevormde 32e Leger, belast met de verdediging van de Ryukyu-eilanden, waaronder Okinawa. Zijn voorganger had al een plan opgesteld voor de evacuatie van burgers naar Japan of Taiwan. Ushijima slaagde erin ongeveer 80.000 inwoners van Okinawa en 30.000 mensen van de Yaeyama-eilanden te laten evacueren. Toch bleef een groot deel van de bevolking achter, deels door voedseltekorten, ziekte en omdat veel mannen werden ingezet bij de aanleg van verdedigingswerken. Het hoofdkwartier van het leger werd gevestigd in een tunnelcomplex onder Shuri-kasteel.

Slag om Okinawa

Tijdens de Amerikaanse invasie in april 1945 volgde Ushijima aanvankelijk een strategie van verdediging in diepte, ontwikkeld door zijn stafchef Hiromichi Yahara. Deze strategie was bedoeld om de vijand te vertragen en zware verliezen toe te brengen. Zijn plaatsvervanger, generaal Isamu Chō, drong echter herhaaldelijk aan op grootschalige tegenaanvallen. Een aanval begin mei 1945 mislukte en kostte duizenden Japanse levens. Ondanks deze tegenslagen wist Ushijima een georganiseerde terugtocht naar het zuidelijkste punt van Okinawa te leiden. Daar werd de verdediging echter gefragmenteerd en raakte het leger geïsoleerd.

Laatste bevelen en overlijden

In juni 1945 was het 32e Leger vrijwel vernietigd. Ushijima weigerde de oproepen van de Amerikaanse generaal Simon Bolivar Buckner Jr. tot overgave. Op 18 juni gaf hij zijn laatste bevel: soldaten moesten onder bevel van hun directe officieren doorvechten en geen gevangenschap accepteren. Kort daarna besloot hij samen met Chō seppuku te plegen. In de vroege ochtend van 22 juni 1945 voltrok hij het ritueel, bijgestaan door een adjudant die hem de genadeslag gaf. Zijn stafchef Yahara overleefde en werd krijgsgevangen. Op 27 juni werden de lichamen van Ushijima en Chō door Amerikaanse troepen herbegraven in de nabijheid van hun laatste commandopost.

Na de oorlog

Na zijn dood werd Ushijima herinnerd in zowel Japan als de Verenigde Staten. Amerikaanse militaire waarnemers beschouwden hem als een bekwame en evenwichtige bevelhebber. Binnen Japan bleef de beoordeling verdeeld: sommigen prezen zijn toewijding en humane omgang met ondergeschikten, anderen bekritiseerden het feit dat zijn bevelen tot zelfopoffering het aantal slachtoffers onder soldaten en burgers verhoogden. Zijn optreden op Okinawa markeerde het einde van georganiseerde Japanse weerstand op het eiland, en de datum van zijn dood, 23 juni, wordt in Okinawa herdacht als een dag van herinnering aan de oorlogsslachtoffers.

Militaire rangen

  • 1908: Tweede luitenant infanterie

  • 1911: Eerste luitenant

  • 1918: Kapitein

  • 1924: Majoor

  • 1928: Luitenant-kolonel

  • 1932: Kolonel

  • 1937: Generaal-majoor

  • 1939: Luitenant-generaal

  • 1945: Generaal

Onderscheidingen

  • Orde van de Gouden Wouw, 5e klasse (na terugkeer uit Siberië)

  • Orde van de Heilige Schat, Grootlint (1940)

  • Orde van de Gouden Wouw, 2e klasse (1940)

  • Orde van de Rijzende Zon, Grootlint (1944)

Conclusie

Mitsuru Ushijima belichaamde de rol van een professionele Japanse officier in een tijdperk van politieke instabiliteit en oorlog. Zijn carrière begon in de vroege twintigste eeuw, waarin hij zowel docent als commandant was. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij vooral bekend door zijn leiding over het 32e Leger op Okinawa. Zijn strategieën waren gericht op vertraging en uitputting van de vijand, maar werden vaak doorkruist door druk tot offensieve acties. Zijn weigering tot overgave leidde tot zijn zelfgekozen dood, een beslissing die tot op heden onderwerp van debat is. Ushijima blijft een voorbeeld van de complexe keuzes waarmee Japanse legerleiders in de laatste oorlogsjaren werden geconfronteerd.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding: See page for author, Public domain, via Wikimedia Commons
  2. Yahara, Hiromichi; Gibney, Frank B. (1995). The Battle for Okinawa. John Wiley & Sons, Inc. ISBN 0-471-18080-7.

  3. Wheelan, Joseph (2020). Bloody Okinawa. New York: Hachette. ISBN 978-0-306-90320-5.

  4. Toland, John (1970). The Rising Sun: The Decline and Fall of the Japanese Empire 1936–1945. Random House. ISBN 0-8129-6858-1.

  5. Dupuy, Trevor N. (1992). Encyclopedia of Military Biography. I.B. Tauris & Co Ltd. ISBN 1-85043-569-3.

  6. Fuller, Richard (1992). Shokan: Hirohito’s Samurai. London: Arms and Armour. ISBN 1-85409-151-4.

  7. Hata, Ikuhiko (2005). Nihon Rikukaigun Sōgō Jiten (Japanese Army and Navy General Encyclopedia). Tokyo: St. Martin’s Press. ISBN 4130301357.

  8. Hayashi, Saburo; Cox, Alvin (1959). Kogun: The Japanese Army in the Pacific War. Quantico, VA: Marine Corps Association. ISBN 978-0898751670.

  9. Sledge, Eugene B. (2008). With the Old Breed: At Peleliu and Okinawa. New York: Oxford University Press. ISBN 978-0-19-506714-9.

  10. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946