
HMS Berwick (pennantnummer 65) behoorde tot de County-klasse zware kruisers van de Britse Royal Navy en maakte deel uit van de Kent-subklasse. Deze klasse werd ontworpen binnen de beperkingen van het Washington Naval Verdrag van 1922, dat het tonnage en de bewapening van oorlogsschepen aan banden legde.
Berwick werd gebouwd door de Fairfield Shipbuilding and Engineering Company in Govan, Schotland. De kiel werd gelegd op 15 september 1924. De tewaterlating vond plaats op 30 maart 1926 en de indienststelling volgde op 12 juli 1927.
Technische kenmerken
Bij voltooiing had HMS Berwick een standaard waterverplaatsing van 9.750 ton, oplopend tot 13.450 ton bij volledige belading. De kruiser was 190 meter lang, met een breedte van 20,8 meter en een diepgang van 4,95 meter. De voortstuwing werd verzorgd door acht Admiralty-driedrumketels en vier Brown Curtis-getande turbines, die samen een vermogen leverden van 80.000 shp. Dit resulteerde in een maximale snelheid van 31,5 knopen (ongeveer 58,3 km/u). De actieradius bedroeg 13.300 zeemijlen bij een snelheid van 12 knopen.
De bemanning bestond uit ongeveer 700 personen.
Bewapening en pantser
De oorspronkelijke bewapening bestond uit:
- Acht 8-inch (203 mm) kanonnen in vier dubbele geschutskoepels
- Vier 4-inch (102 mm) luchtafweerkanonnen
- Acht 2-ponder luchtafweerkanonnen (40 mm)
- Acht 0.5-inch (12,7 mm) mitrailleurs
- Acht 21-inch (533 mm) torpedobuizen
In de loop van de jaren onderging HMS Berwick meerdere aanpassingen aan haar bewapening, waarbij het aantal luchtafweerwapens werd uitgebreid. Tijdens de periode 1941–1945 beschikte het schip onder andere over veertien 20-mm Oerlikon-kanonnen en een radarinstallatie van het type 286M, evenals een High Angle Control System (HACS) voor luchtafweercoördinatie.
De pantsering was relatief licht, overeenkomstig de bepalingen van het Washingtonverdrag. In de oorspronkelijke configuratie beschikte het schip over een gepantserde gordel van maximaal 4,5 inch (114 mm), aangevuld met 1 tot 4 inch (25–102 mm) dek- en bulkheadbescherming. In de periode 1937–1938 werd een 100 mm dikke, 1,8 meter diepe gecementeerde pantsergordel toegevoegd aan beide zijden van de romp, ter hoogte van de waterlijn.
Vroege loopbaan en inzet in het Verre Oosten
Na voltooiing werd HMS Berwick toegewezen aan het China Station, waar zij tot 1936 gestationeerd bleef. In dat jaar werd het schip tijdelijk overgeplaatst naar de Middellandse Zee.
In 1937–1938 vond een grootschalige modernisering plaats, waarbij onder meer de luchtafweerbewapening werd verdubbeld en de pantsering aanzienlijk werd verbeterd. Deze aanpassingen weerspiegelden de groeiende zorgen binnen de Royal Navy over de luchtbedreiging, die zich sinds de Eerste Wereldoorlog sterk had ontwikkeld.
Dienst in de Westelijke Atlantische Oceaan
Op 18 januari 1939 arriveerde HMS Berwick op de Noord-Amerika en West-Indië-station, waar zij de HMS York verving als vlaggenschip van het 8e kruisersquadron. Met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd zij ingedeeld bij Force F, een jachtgroep belast met het onderscheppen van Duitse handelsschepen en hulpkruisers. In maart 1940 onderschepte zij de Duitse blokkadebrekers Wolfsburg en Uruguay in de Deens-Groenlandse zee.
Inzet tijdens de Noorse campagne en de bezetting van IJsland
Op 9 april 1940 nam HMS Berwick deel aan de Noorse campagne. Kort daarop, op 10 mei, was zij betrokken bij de Britse bezetting van IJsland. Deze actie, uitgevoerd zonder noemenswaardige tegenstand, had tot doel te voorkomen dat Duitse troepen zich op het eiland zouden vestigen en een strategische bedreiging zouden vormen voor de Atlantische zeeroutes.
Gevechten in de Middellandse Zee
In november 1940 werd HMS Berwick toegevoegd aan Force H in Gibraltar. Op 27 november nam zij deel aan Operatie Collar, een konvooioperatie richting Malta. Tijdens deze actie werd zij getroffen door een 203 mm granaat van een Italiaanse zware kruiser, waarschijnlijk Pola of Fiume. Het projectiel schakelde de achterste “Y”-geschutstoren uit en kostte het leven aan zeven bemanningsleden. Een tweede inslag beschadigde de elektrische schakelkasten in het achterschip, waardoor dat deel van het schip zonder stroom kwam te zitten. Andere bronnen schrijven deze tweede treffer toe aan een Trento-klasse kruiser, mogelijk Trento of Trieste.
Confrontatie met de Admiral Hipper
Op 25 december 1940 was HMS Berwick betrokken bij een confrontatie met de Duitse zware kruiser KMS Admiral Hipper ten westen van de Canarische Eilanden. Berwick begeleidde konvooi WS-5A, dat bestond uit transportschepen met troepen voor het Midden-Oosten. Tijdens het treffen werd Berwick geraakt door meerdere 203 mm granaten en lichtere 105 mm projectielen. De meeste granaatinslagen gingen door het schip zonder te ontploffen, maar veroorzaakten toch aanzienlijke schade. Vier bemanningsleden kwamen om het leven. Ondanks de schade slaagde Berwick erin de aanval van Admiral Hipper af te slaan, waardoor het konvooi gespaard bleef. Het schip keerde terug naar Groot-Brittannië voor herstelwerkzaamheden, die duurden tot juni 1941.
Operaties in Noord-Europa en de Barentszzee
Na de reparaties werd HMS Berwick ingedeeld bij de Home Fleet. Ze werd ingezet voor de bescherming van konvooien richting Noord-Rusland en patrouilles in het noordelijk deel van de Noordzee. In deze periode stond het schip onder bevel van kapitein Norman Vere Grace, van januari tot augustus 1944.
In oktober 1944 vervoerde HMS Berwick Noorse troepen van het Verenigd Koninkrijk naar Moermansk, in het kader van de bevrijding van Finnmark in Noord-Noorwegen. Daarnaast nam zij deel aan twee vliegdekschipoperaties tegen het Duitse slagschip KMS Tirpitz, in respectievelijk 1944 en 1945. Deze acties hadden als doel om Tirpitz uit te schakelen, die ondanks beperkte inzet als een bedreiging voor de geallieerde scheepvaart werd beschouwd.
In het laatste oorlogsjaar bleef Berwick actief voor de Noorse kust, waar zij vliegdekschepen escorteerde tijdens aanvallen op Duitse posities.
Einde van de operationele loopbaan
Na het beëindigen van haar actieve dienst in 1946 werd HMS Berwick buiten dienst gesteld. Ze werd op 15 juni 1948 toegewezen aan de British Iron & Steel Corporation (BISCO) voor ontmanteling. Op 12 juli van datzelfde jaar arriveerde ze bij het sloopbedrijf Hughes Bolckow in Blyth, waar ze werd gesloopt.
Conclusie
HMS Berwick vertegenwoordigde een generatie van Britse zware kruisers die ontworpen waren binnen de beperkingen van internationale verdragen, maar die door voortdurende aanpassingen en inzet tijdens kritieke maritieme operaties in zowel de Atlantische als Arctische regio een rol speelden in het bredere maritieme strategische kader van de Royal Navy tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ondanks beperkte bepantsering en technische uitdagingen wist het schip effectief dienst te doen bij talrijke operaties, waaronder konvooibescherming, interdictie van vijandelijke eenheden en ondersteuning van bondgenoten in Noord-Europa.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: Royal Navy official photographer, Public domain, via Wikimedia Commons
- Campbell, N.J.M. (1980). Great Britain. In: Chesneau, R. (ed.). Conway’s All the World’s Fighting Ships 1922–1946. New York: Mayflower Books. ISBN 0-8317-0303-2.
- Friedman, Norman (2010). British Cruisers: Two World Wars and After. Barnsley, UK: Seaforth Publishing. ISBN 978-1-59114-078-8.
- Raven, Alan & Roberts, John (1980). British Cruisers of World War Two. Annapolis, MD: Naval Institute Press. ISBN 0-87021-922-7.
- Rohwer, Jürgen (2005). Chronology of the War at Sea 1939–1945: The Naval History of World War Two (3e herziene uitgave). Annapolis, MD: Naval Institute Press. ISBN 1-59114-119-2.
- Howse, Derek (1993). Radar At Sea: The Royal Navy in World War 2. Naval Institute Press. ISBN 1-55750-704-X.
- Whitley, M. J. (1995). Cruisers of World War Two: An International Encyclopedia. London: Cassell. ISBN 1-86019-874-0.
- Stern, R.C. (2015). Big Gun Battles: Warship Duels of the Second World War. Seaforth Publishing. ISBN 978-1473849693.
- O’Hara, V.P. (2009). Struggle for the Middle Sea. Annapolis, MD: Naval Institute Press. ISBN 978-1-59114-648-3.
- Orchard, S. (2020). “The Evacuation of Finnmark and the Re-entry of Norwegian Forces into Norway, Oct 1944–May 1945.”
- Bronnen en meer informatie









