Egon Gustav Adolf Zill (1906–1974) was een officier van de Schutzstaffel (SS) en commandant van meerdere Duitse concentratiekampen tijdens het nationaalsocialistische regime. Zijn loopbaan liep van eenvoudige taken binnen de bewakingsafdelingen tot leidinggevende functies in kampen als Natzweiler-Struthof en Flossenbürg. Zill stond bekend om een streng regime en mishandelingen jegens gevangenen. Na de Tweede Wereldoorlog werd hij gearresteerd, berecht en veroordeeld voor betrokkenheid bij moorden in concentratiekampen. Hij bracht een periode van detentie door, waarna zijn straf werd herzien. Zill overleed in 1974 in Dachau.
Vroege leven en opleiding
Egon Zill werd geboren op 28 maart 1906 in Plauen, als zoon van een brouwer. Het gezin kende financiële moeilijkheden na de Eerste Wereldoorlog, doordat zijn vader zwaar gewond terugkeerde. Hierdoor werd Zill al vroeg in het arbeidsproces opgenomen. Na de lagere school begon hij in 1923 een opleiding tot bakker, die hij met succes afrondde. Vervolgens had hij wisselende betrekkingen als hulpkracht, waarna hij in 1927 als portier in een textielfabriek werkte. Zijn vroege levensloop kenmerkte zich door economische noodzaak en een zoektocht naar sociale stabiliteit.
Interbellum: toetreding tot de nationaalsocialistische beweging
Lidmaatschap NSDAP, SA en SS
Zill sloot zich in 1923 aan bij de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP) en de Sturmabteilung (SA). Na het tijdelijke verbod op de NSDAP in 1925 trad hij opnieuw toe. Op 1 augustus 1926 werd hij lid van de SS en kreeg het lage lidnummer 535, wat hem tot een van de vroege leden maakte. Deze vroege aansluiting leverde hem later aanzien binnen de organisatie op. Zijn echtgenote, met wie hij in 1934 trouwde, was eveneens actief in nationaalsocialistische verenigingen. Het echtpaar kreeg drie kinderen.
Begin van de carrière bij de SS
Vanaf mei 1934 werkte Zill voltijds voor de SS. Hij werd ingezet als bewaker in het concentratiekamp Hohnstein en later in Sachsenburg. In oktober 1934 kreeg hij de leiding over de bewakingseenheid van het kamp Lichtenburg. Daar groeide hij door tot Schutzhaftlagerführer, feitelijk plaatsvervanger van de kampcommandant. In deze periode bouwde Zill een reputatie op van willekeur en hardhandigheid. Gevangenen verklaarden later dat mishandelingen en vernederingen onder zijn verantwoordelijkheid plaatsvonden.
Deelname aan de Tweede Wereldoorlog
Functies in verschillende kampen
Na zijn periode in Lichtenburg vervulde Zill vanaf 1937 korte functies in Dachau en Buchenwald. Begin 1938 werd hij adjudant in het vrouwenkamp Lichtenburg, gevolgd door eenzelfde positie in Ravensbrück. In december 1939 werd hij benoemd tot Erster Schutzhaftlagerführer van Dachau. In december 1941 volgde zijn benoeming tot commandant van het SS-Sonderlager Hinzert. Daarna werd hij de eerste commandant van het concentratiekamp Natzweiler-Struthof. Van september 1942 tot juli 1943 leidde hij Flossenbürg, waar hij een streng en gewelddadig regime hanteerde.
Overplaatsing naar de Waffen-SS
In augustus 1943 werd Zill naar de Waffen-SS overgeplaatst. Hij diende bij een bevoorradingseenheid van de 7. SS-Freiwilligen-Gebirgs-Division „Prinz Eugen” en later bij de 23. Waffen-Gebirgs-Division „Kama”. Ook werkte hij bij een depot in Danzig. Zijn militaire prestaties werden door superieuren als onvoldoende beoordeeld; zij wezen op een gebrek aan opleiding en tactisch inzicht. In oktober 1944 stelde hij voor om geselecteerde gevangenen in te zetten in de Waffen-SS. Dit idee werd door Oskar Dirlewanger overgenomen en leidde tot inzet van gevangenen in diens eenheid.
Na de oorlog
Onderduik en arrestatie
Na de Duitse capitulatie gebruikte Zill de valse naam „Willi Sonntag” en werkte hij in een transporteenheid van het Britse leger. In 1951 gaf hij zijn ware identiteit prijs bij de erkenning van een kind. Later werkte hij als terreinbeheerder in Hamburg. In 1952 werd hij opgespoord en in april 1953 gearresteerd. Getuigen verklaarden dat hij gevangenen had mishandeld en opdrachten tot moord had gegeven in Dachau. Deze verklaringen vormden de basis voor zijn vervolging.
Rechtszaken en gevangenisstraf
In 1955 veroordeelde de rechtbank in München hem tot een levenslange gevangenisstraf wegens aanzetten tot moord. De aanklacht betrof onder meer de executie van een Sovjet-krijgsgevangene en de dodelijke mishandeling van twee gevangenen door een kapo. Een herziening in 1961 leidde tot strafvermindering tot 15 jaar, waarna Zill in 1963 werd vrijgelaten. Rapporten uit de gevangenis beschreven hem als een persoon zonder berouw, die nazistische denkbeelden bleef uitdragen. Na zijn vrijlating vestigde hij zich in Dachau, waar hij tot zijn dood op 23 oktober 1974 woonde.
Militaire rangen
- 15 april 1931: SS-Scharführer
- 15 november 1933: SS-Oberscharführer
- 20 april 1934: SS-Untersturmführer
- 15 september 1935: SS-Obersturmführer
- 30 januari 1937: SS-Hauptsturmführer
- 30 januari 1942: SS-Sturmbannführer
Conclusie
Egon Zill was een vroeg lid van de SS die uitgroeide tot commandant van meerdere concentratiekampen. Zijn carrière werd gekenmerkt door loyaliteit aan het nationaalsocialistische regime en betrokkenheid bij misdrijven tegen gevangenen. Tijdens en na de oorlog kreeg hij leidinggevende functies, maar zijn militaire prestaties werden door de Waffen-SS als zwak beoordeeld. Na 1945 werd hij berecht en veroordeeld, al leidde een herziening tot strafvermindering en vrijlating. Tot zijn overlijden bleef hij in Duitsland wonen. Zijn levensloop illustreert de rol van kampcommandanten binnen het systeem van vervolging en dwangarbeid.
Bronnen en meer informatie
- Paul B. Jaskot. The Architecture of Oppression: The SS, Forced Labor and the Nazi Monumental Building Economy. Routledge, 2002. ISBN 978-0-415-93104-6.
- Tom Segev. Soldiers of Evil. Berkley Books, 1991. ISBN 978-0-425-12596-4.
- Johannes Tuchel. Konzentrationslager: Organisationsgeschichte und Funktion der Inspektion der Konzentrationslager 1934–1938. H. Boldt, 1991. ISBN 3-7646-1902-3.
- Stanislav Zámečník (Hrsg., Comité International de Dachau). Das war Dachau. Luxemburg: Comité International de Dachau, 2002. ISBN 978-2-87996-948-0.
- Ernst Klee. Das Personenlexikon zum Dritten Reich: Wer war was vor und nach 1945. Frankfurt am Main: Fischer, 2007. ISBN 978-3-596-16048-8.
- Tom Segev. Die Soldaten des Bösen. Zur Geschichte der KZ-Kommandanten. Rowohlt, Reinbek bei Hamburg, 1995. ISBN 3-499-18826-0.
- Karin Orth. Karrieren der Gewalt. Nationalsozialistische Täterbiographien. Wissenschaftliche Buchgesellschaft, Darmstadt, 2004. ISBN 3-534-16654-X.
- Nikolaus Wachsmann. KL: Die Geschichte der nationalsozialistischen
- Konzentrationslager. Siedler Verlag, München, 2016. ISBN 978-3-88680-827-4.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946








