
Amon Leopold Göth (1908–1946) was een Oostenrijkse SS-Hauptsturmführer en kampcommandant tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij was verantwoordelijk voor de leiding van het concentratiekamp Płaszów bij Krakau, waar hij zich schuldig maakte aan massale moorden, mishandelingen en andere misdaden tegen de menselijkheid. Göth werd na de oorlog veroordeeld door het Poolse Hooggerechtshof en opgehangen voor zijn daden. Zijn naam is nauw verbonden met het geweld en de terreur van het naziregime, mede bekend door de verfilming van ‘Schindler’s List’.
Vroege leven en opleiding
Amon Göth werd geboren op 11 december 1908 in Wenen, destijds hoofdstad van de Oostenrijks-Hongaarse monarchie. Zijn familie was actief in de uitgeverswereld. Hij groeide op in een omgeving die tijdens de jaren twintig sterk beïnvloed werd door nationalistische en antisemitische denkbeelden. Op 17-jarige leeftijd sloot Göth zich aan bij een nationaal-socialistische jeugdgroep en later bij de Heimwehr, een paramilitaire organisatie.
Vanaf 1930 werd hij lid van de Oostenrijkse NSDAP, met lidmaatschapsnummer 510.764, en trad hij toe tot de SS (SS-nr. 43.673). In de jaren dertig klom hij binnen deze organisaties op, waarbij hij vooral actief was in de Ortsgruppen in de Weense districten Margareten en Mariahilf. Zijn werkzaamheden bestonden onder meer uit het organiseren van politieke activiteiten en het smokkelen van wapens voor de illegale NSDAP in Oostenrijk.
Na verschillende arrestaties en een korte gevangenschap vluchtte Göth in 1934 naar Duitsland, waar hij terechtkwam in het SS-opleidingscentrum bij Dachau. Zijn betrokkenheid bij de moord op kanselier Dollfuss werd nooit juridisch vastgesteld, maar leidde wel tot zijn tijdelijke terugtrekking uit SS-activiteiten.
Na de Anschluss in 1938 hervatte Göth zijn werk voor de SS en trouwde hij met Anna Geiger. Hij was inmiddels uitgegroeid tot een vaste kracht binnen de SS-Standarte in Wenen en werd in 1941 bevorderd tot SS-Untersturmführer.
Activiteiten tijdens de Tweede Wereldoorlog
Inzet in Oost-Europa
In augustus 1942 werd Göth overgeplaatst naar het Generalgouvernement in bezet Polen. Hier werd hij onderdeel van Operatie Reinhard, het nazi-programma voor de systematische vernietiging van de Joodse bevolking in Polen. Göth werkte in deze periode onder SS-Brigadeführer Odilo Globočnik, die de coördinatie voerde over de vernietigingskampen Bełżec, Sobibór en Treblinka.
Hoewel zijn specifieke activiteiten in deze fase niet volledig zijn gedocumenteerd, blijkt uit processtukken dat hij betrokken was bij deportaties en het organiseren van massale transporten naar de vernietigingskampen.
Kampcommandant van Płaszów
Op 11 februari 1943 kreeg Göth de opdracht tot de bouw van een kamp op de locatie van twee voormalige Joodse begraafplaatsen in Płaszów, nabij Krakau. Dit kamp, aanvankelijk opgezet als dwangarbeiderskamp, groeide uit tot een officieel concentratiekamp onder beheer van de SS-Wirtschafts-Verwaltungshauptamt.
De bouw werd uitgevoerd met gebruik van dwangarbeiders. Grafstenen uit de begraafplaatsen werden hergebruikt als bouwmateriaal voor wegen in het kamp. Op 13 maart 1943 vond de ontruiming van het getto van Krakau plaats, waarbij ongeveer 2.000 mensen werden gedood, vaak onder directe supervisie of door eigen hand van Göth.
Geweld en terreur
Göth leidde het kamp met extreme wreedheid. Hij stond bekend om zijn willekeurige executies, het mishandelen van gevangenen en het gebruik van zijn honden, Rolf en Ralf, die hij had afgericht om gevangenen te doden. Ooggetuigen rapporteerden dat hij gevangenen neerschoot vanaf zijn balkon of kantoor wanneer zij volgens hem te langzaam werkten.
In mei 1944 gaf Göth opdracht om alle kinderen uit het kamp over te brengen naar Auschwitz, waar zij vrijwel direct na aankomst werden omgebracht. Dit gebeurde in het kader van het creëren van plaats voor Hongaarse Joden die in het kamp werden ondergebracht.
Volgens getuigenissen tijdens het proces dat na de oorlog tegen hem werd gevoerd, was Göth direct verantwoordelijk voor de dood van duizenden mensen in het kamp en tijdens ghetto-ontruimingen, zoals in Tarnów en Szebnie.
Strafrechtelijk onderzoek en ontslag
In september 1944 werd Göth uit zijn functie ontheven door de SS. Hij werd beschuldigd van verduistering van Joodse eigendommen (die volgens de naziwetgeving aan de staat toekwamen), misbruik van zijn positie, en het schenden van kampreglementen. Door de oorlogssituatie kwam hij echter niet meer voor een Duitse rechtbank. SS-artsen verklaarden hem psychisch ongeschikt, waarop hij werd opgenomen in een sanatorium in Bad Tölz.
Na de oorlog
Na de Duitse capitulatie in mei 1945 werd Amon Göth gearresteerd door Amerikaanse troepen. Hij had zich vermomd in een Wehrmacht-uniform en gaf aanvankelijk niet zijn ware identiteit prijs. Hij werd vastgezet in een tijdelijk gevangenkamp op het terrein van het voormalige concentratiekamp Dachau.
Later dat jaar wist overlevende Josef Lewkowicz, zelf voormalig gevangene van Płaszów, Göth te identificeren. Lewkowicz verzamelde getuigenverklaringen van andere overlevenden om zijn identiteit definitief vast te stellen. Göth werd uitgeleverd aan Polen, waar hij in Krakau voor het Hooggerechtshof terechtstond.
Proces en terechtstelling
Tussen 27 augustus en 5 september 1946 stond Göth terecht voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Hij werd onder meer veroordeeld voor persoonlijk gegeven bevelen tot moord, marteling, en mishandeling van gevangenen, evenals voor directe betrokkenheid bij massamoorden.
Op 13 september 1946 werd hij opgehangen bij de Montelupich-gevangenis in Krakau. Zijn as werd uitgestrooid in de rivier de Wisła.
Militaire rangen
Amon Göth bekleedde tijdens zijn loopbaan binnen de SS en de Waffen-SS de volgende rangen:
- SS-Mann (1930)
- SS-Scharführer (1935)
- SS-Oberscharführer (1941)
- SS-Untersturmführer (14 juli 1941)
- SS-Hauptsturmführer (1 augustus 1943)
- SS-Hauptsturmführer der Reserve in de Waffen-SS (20 april 1944)
- (Onbevestigde promotie tot SS-Sturmbannführer)
Onderscheidingen
Göth ontving meerdere onderscheidingen van het naziregime. Deze decoraties waren vaak symbolisch en werden uitgereikt aan leden van de ‘Alte Kämpfer’ (vroege aanhangers van de NSDAP). Tot zijn onderscheidingen behoren:
- Medaille ter Herinnering aan 13 maart 1938 (Anschlussmedaille)
- Ehrenwinkel der Alten Kämpfer
- Julleuchter der SS
- Rijksinsigne voor Sport
Conclusie
Amon Göth vertegenwoordigt de geweldscultuur van het naziregime in zijn meest gewelddadige vorm. Zijn rol als kampcommandant van Płaszów stond in het teken van systematisch geweld, terreur en willekeur. Göth gebruikte zijn macht om gevangenen structureel te mishandelen en te vermoorden. Zijn handelen leidde tot de dood van duizenden mensen, onder wie vrouwen en kinderen. Hoewel hij aanvankelijk bescherming genoot binnen de SS, werd hij uiteindelijk zelf aangeklaagd wegens misbruik van macht en verduistering. Na de oorlog volgde een proces waarin hij verantwoordelijk werd gehouden voor zijn misdaden. Zijn veroordeling en terechtstelling maken hem tot een van de weinige nazi-functionarissen die juridisch werd afgerekend op persoonlijke betrokkenheid bij massamoord.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: The original uploader was Julo at Polish Wikipedia., Public domain, via Wikimedia Commons
- Bennett, Geoffrey (2005). Naval Battles of the First World War. Barnsley: Pen & Sword Military Classics. ISBN 978-1-84415-300-8.
- Crowe, David M. (2004). Oskar Schindler: The Untold Account of His Life, Wartime Activities, and the True Story Behind the List. Cambridge, MA: Westview Press. ISBN 978-0-465-00253-5.
- MacLean, French L. (1999). The Camp Men: The SS Officers Who Ran the Nazi Concentration Camp System. Atglen, PA: Schiffer. ISBN 978-0-7643-0636-5.
- Teege, Jennifer (2015). My Grandfather Would Have Shot Me: A Black Woman Discovers Her Family’s Nazi Past. London: Hodder & Stoughton. ISBN 978-1-4736-1622-6.
- Rzepliński, Andrzej (2004). Prosecution of Nazi Crimes in Poland in 1939–2004. Interpol General Secretariat. ISBN 978-83-01-14107-4.
- Sachslehner, Johannes (2008). Kalder: Der Tod ist ein Meister aus Wien. Leben und Taten des Amon Leopold Göth. Wien: Styria Verlag. ISBN 978-3-222-13233-9.
- Lewkowicz, Josef; Calvin, Michael (2024). The Survivor: How I Survived Six Concentration Camps and Became a Nazi Hunter. London: Penguin. ISBN 978-1-5291-7749-7.








