
Alexander Heinrich Rudolph von Kluck werd geboren op 20 mei 1846 in Münster, een stad in de Westfaalse regio van het toenmalige Koninkrijk Pruisen. Hij was de zoon van Karl von Kluck, een architect, en diens echtgenote Elisabeth Tiedemann . Von Kluck volgde zijn opleiding aan het gymnasium Paulinum in zijn geboortestad .
In 1874 trad hij in het huwelijk met Fanny von Donop (1850–1938). Het echtpaar kreeg vier kinderen: drie zonen en één dochter.
Militaire loopbaan vóór 1914
Von Kluck trad in dienst bij het Pruisische leger en nam deel aan de Oostenrijks-Pruisische Oorlog van 1866. Tijdens de Frans-Duitse Oorlog van 1870-1871 raakte hij tweemaal gewond in de Slag bij Colombey-Neuilly. Voor zijn optreden werd hij onderscheiden met het IJzeren Kruis tweede klasse .
Gedurende de decennia die volgden, bekleedde von Kluck diverse hogere militaire functies binnen het keizerlijke leger. In 1906 werd hij benoemd tot generaal der infanterie. Zeven jaar later, in 1913, volgde zijn aanstelling tot inspecteur-generaal van het Zevende Legerdistrict .
Aanvang van de Eerste Wereldoorlog
Met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in augustus 1914 kreeg von Kluck het bevel over het Eerste Leger van Duitsland. Binnen de strategie van het Schlieffenplan — zoals herzien door stafchef Helmuth von Moltke de Jongere — maakte het Eerste Leger deel uit van de rechtervleugel die via België naar Frankrijk zou oprukken. Het plan voorzag dat het Eerste Leger samen met het Tweede Leger, onder leiding van generaal Karl von Bülow, op zou trekken richting Parijs. Een omsingelende aanval vanuit west en oost moest de hoofdstad in een greep brengen.
Na confrontaties met het Britse expeditieleger bij de Slagen van Mons en Le Cateau, zette het Eerste Leger de achtervolging in op het Franse Vijfde Leger onder leiding van generaal Charles Lanrezac. Von Kluck bevond zich op dat moment ongeveer dertig mijl van Parijs. Toen Bülow zijn opmars stopzette vanwege de verwachting van een directe confrontatie met Lanrezac, kreeg von Kluck het bevel hem te ondersteunen. Deze instructie betekende dat hij zijn oorspronkelijke marsroute moest wijzigen en zijn positie dichter bij het Tweede Leger moest brengen .
Strategische koerswijziging en gevolgen
Op 30 augustus 1914 nam von Kluck het besluit om zijn troepen oostelijk om Parijs heen te leiden, in plaats van ten westen van de stad te blijven zoals het oorspronkelijke plan voorzag. Deze manoeuvre betekende een duidelijke afwijking van het Schlieffenplan. Op 31 augustus begon hij de beweging richting het zuidoosten om aansluiting te zoeken bij von Bülows leger. Hierdoor ontstond echter een kwetsbare opening van bijna vijftig kilometer in de Duitse frontlijn tussen het Eerste en Tweede Leger .
Deze situatie werd snel ontdekt door Franse verkenningsvliegtuigen en onderschepte radioverkeer op 3 september. De Fransen zagen hierin een kans om het Duitse offensief te ondermijnen.
De Eerste Slag bij de Marne
Op 5 september 1914 viel het Franse Zesde Leger onder bevel van generaal Michel-Joseph Maunoury de westelijke flank van von Klucks leger aan. Von Kluck reageerde door twee korpsen in te zetten om deze aanval af te slaan. Op 8 september voerde het Franse Vijfde Leger, nu onder leiding van generaal Franchet d’Espèrey, een aanval uit op het Tweede Leger van Bülow. Deze actie vergrootte het reeds bestaande gat tussen de Duitse legers, wat het Britse Expeditieleger in staat stelde zich in deze opening te bewegen .
Von Kluck rapporteerde op de avond van 8 september aan het Duitse hoofdkwartier dat hij een doorslaggevende overwinning verwachtte op de volgende dag. Op 9 september echter oordeelde luitenant-colonel Richard Hentsch, die namens het Duitse opperbevel de situatie ter plaatse evalueerde, dat de positie van het Tweede Leger gevaarlijk was en gaf het bevel tot een algemene terugtocht van de Duitse legers. Von Kluck, die op dat moment zijn tegenoffensief grotendeels had hersteld, werd hierdoor verrast.
Militaire historicus Ian Senior stelt dat de stelling dat von Kluck alsnog had kunnen zegevieren op 9 september, zoals beschreven in de Duitse officiële geschiedschrijving, als onjuist moet worden beschouwd. Op dat moment was het Britse leger reeds ten zuiden van de Marne en had het Duitse aanvalscorps onder Quast geen doorbraak bij Maunoury kunnen forceren .
Terugtocht en impasse aan de Aisne
Na de terugtocht vestigde het Duitse leger zich circa zestig kilometer ten noorden van de Marne, langs de rivier de Aisne. Hier begon de patstelling die zou uitmonden in jarenlange loopgravenoorlog.
De gebrekkige coördinatie tussen von Kluck en von Bülow en het falen om een samenhangend front te behouden, worden gezien als belangrijke oorzaken van het mislukken van het Schlieffenplan. Hoewel sommige Duitse bronnen von Kluck en zijn chef-staf Hermann von Kuhl hoog waarderen vanwege hun initiatief, wijzen anderen op het gevaar van een bijna-omsingeling van het Eerste Leger, wat de kwetsbaarheid van zijn koerswijziging blootlegt .
Citaat en bijnaam
Von Kluck verwees in zijn carrière graag naar een uitspraak van Julius Caesar: “In grote en gevaarlijke operaties moet men niet denken maar handelen” . Tijdens de oorlog werd hij in Britse kringen spottend “old one o’clock” genoemd.
Verwonding en pensioen
Eind maart 1915, tijdens een inspectie van een geavanceerde linie aan het front, raakte generaal von Kluck zwaargewond door granaatscherven. Hij liep zeven verwondingen op, waaronder een ernstige beenblessure. Terwijl hij herstelde in het ziekenhuis, werd hem de hoogste militaire onderscheiding van het Duitse Rijk toegekend: de Orde Pour le Mérite .
In oktober 1916 meldde het Militär-Wochenblatt dat von Kluck op eigen verzoek met pensioen was gegaan en op half soldij was gesteld. Deze beslissing viel in een periode waarin hij fysiek herstellende was van zijn verwondingen. Tragisch genoeg was zijn zoon, luitenant Egon von Kluck, reeds in het begin van 1915 gesneuveld aan het front .
Publicaties en leven na de oorlog
Na de oorlog legde von Kluck zijn ervaringen vast in publicaties. In 1920 verscheen zijn boek Führung und Taten der Erste Armee, waarin hij verslag doet van zijn rol in de beginfase van de oorlog en de veldtocht richting Parijs. In datzelfde jaar publiceerde hij ook zijn memoires onder de titel The March on Paris and the Battle of the Marne, waarin hij reflecteert op de operaties, bevelsstructuren en strategische keuzes die hij tijdens de oorlog had ervaren .
Von Kluck overleed op 19 oktober 1934 in Berlijn. Hij werd begraven op de Südwestkirchhof Stahnsdorf, een begraafplaats ten zuidwesten van de stad.
Vermelding in populaire cultuur
Von Kluck werd genoemd in een satirisch Brits soldatenlied dat populair was tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het werd gezongen op de melodie van het volkslied The Girl I Left Behind Me. De oorspronkelijke versie bevatte expliciete taal die in latere versies werd aangepast of gecensureerd. De vermelding van “von Kluck” illustreert de bekendheid van zijn naam bij geallieerde troepen, hoewel het lied geen nauwkeurige historische waarde had .
Daarnaast wordt von Kluck vermeld in aflevering 2 van het eerste seizoen van de Amerikaanse animatieserie Hey Arnold!, waarin het personage van Arnolds grootmoeder bij het zien van haar bedroefde kleinzoon zegt: “Ik heb je niet zo somber gezien sinds von Kluck door België trok in augustus ’14.” Deze verwijzing benadrukt hoe zijn naam is blijven hangen in het collectieve geheugen, zij het in anekdotische vorm.
Conclusie
Alexander von Kluck was een hoge Duitse bevelhebber tijdens de eerste fase van de Eerste Wereldoorlog. Zijn leiderschap van het Eerste Leger bracht hem in een strategisch sleutelmoment: de opmars naar Parijs in 1914. Zijn besluit om ten oosten van Parijs te trekken leidde tot de doorbraak van het Franse Zesde Leger en het Britse Expeditieleger bij de Marne, wat het begin markeerde van een langdurige loopgravenoorlog.
Zijn carrière en handelen worden binnen militaire historiografie wisselend beoordeeld. Enerzijds wordt zijn initiatief geprezen, anderzijds wordt zijn afwijking van het Schlieffenplan gezien als een risicovolle manoeuvre die uiteindelijk bijdroeg aan het Duitse falen om Frankrijk snel te verslaan. De gevolgen van deze strategische beslissingen zouden jarenlang voelbaar zijn in de uitputtingsslag die volgde aan het Westfront.
Na zijn actieve dienst publiceerde von Kluck zijn memoires, waarin hij zijn militaire handelen verdedigde en toelichtte. Tot zijn overlijden bleef hij in Duitsland een bekend, zij het controversieel, militair persoon.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: Mayer, DresdenPublished as a postcard in the Kingdom of Prussia by Gustav Liersch, Berlin, card#95., Public domain, via Wikimedia Commons
Herwig, Holger H. (2009). The Marne, 1914: The Opening of World War I and the Battle that Changed the World. New York: Random House. ISBN 978-0-8129-7829-2.
→ Beschrijft de militaire ontwikkelingen en het besluitvormingsproces rondom de Slag bij de Marne.Senior, Ian (2012). Home Before the Leaves Fall: A New History of the German Invasion of 1914. Oxford: Osprey Publishing. ISBN 978-1-84884-209-0.
→ Geeft een hernieuwde analyse van de Duitse invasie in Frankrijk en België.Tuchman, Barbara W. (1962). The Guns of August. New York: Macmillan. ISBN 978-0-345-38623-6.
→ Klassiek werk over de aanloop naar en de eerste maand van de Eerste Wereldoorlog.Pieper, Josef (1976). Noch wußte es niemand: Autobiographische Aufzeichnungen 1904–1945. München: Kösel-Verlag. ISBN 978-3-466-30002-2.
→ Bevat persoonlijke herinneringen aan de periode 1904–1945, inclusief beschouwingen over de oorlog.Von Kluck, Alexander (1920). Führung und Taten der Erste Armee. Leipzig: Koehler & Amelang. OCLC 14706099.
→ Von Klucks verslag van zijn bevelvoering in 1914.- Rines, George Edwin (Ed.) (1920). “Kluck, Alexander H. R. von”. Encyclopedia Americana. New York: Americana Corporation. OCLC 832095101.
→ Algemene encyclopedische bron. Reynolds, Francis J. (Ed.) (1921). “Kluck, Alexander von”. Collier’s New Encyclopedia. New York: P.F. Collier & Son Company. OCLC 690709132.
Chisholm, Hugh (Ed.) (1922). “Kluck, Alexander von”. Encyclopædia Britannica (12th ed.). London & New York: The Encyclopædia Britannica Company. ISSN 2154-0294.
Stevenson, David (2005). 1914-1918: The History of the First World War. London: Penguin. ISBN 978-0-14-303518-3. → Een uitgebreid overzicht van het verloop van de Eerste Wereldoorlog.
- Bronnen Mei1940









