
Z22 Anton Schmitt was een torpedobootjager van het Type 1936, gebouwd voor de Kriegsmarine in de late jaren 1930. Het schip had een totale lengte van 125,1 meter en een waterlijnlengte van 120 meter. De breedte bedroeg 11,8 meter en de maximale diepgang was 4,5 meter. Bij standaardbelading was de waterverplaatsing 2.411 ton, oplopend tot 3.415 ton bij maximale belading.
De voortstuwing bestond uit twee Wagner stoomturbines, elk verbonden aan een schroefas, aangedreven door zes Wagner-hogedrukketels. Deze combinatie leverde een vermogen van 70.000 PS (ongeveer 51.000 kW), bedoeld voor een maximale snelheid van 36 knopen. Tijdens proeven tussen 7 en 11 november 1939 werd een snelheid van 36,9 knopen bereikt, hoewel geen volledige snelheidsproeven zijn uitgevoerd.
Met een brandstofcapaciteit van 739 ton stookolie kon het schip ongeveer 2.050 zeemijlen afleggen bij een kruissnelheid van 19 knopen. De bemanning bestond uit 10 officieren en 313 manschappen.
Bewapening en elektronische uitrusting
Z22 Anton Schmitt was uitgerust met vijf 12,7 cm SK C/34 kanonnen in enkele opstellingen met beschermende schildplaten. Twee waren in een over/onder-configuratie aan de voorzijde en twee aan de achterzijde van de opbouw geplaatst. Het vijfde kanon bevond zich boven op het achterste dekgebouw.
Voor luchtafweer beschikte het schip over vier 3,7 cm SK C/30 kanonnen in dubbele opstellingen aan weerszijden van de achterste schoorsteen, en zes 2 cm C/30 snelvuurkanonnen in enkele opstellingen. De torpedobewapening bestond uit acht 53,3 cm torpedobuizen, verdeeld over twee elektrisch aangedreven viervoudige opstellingen, met twee reservetorpedo’s per opstelling.
Verder was het schip uitgerust met vier dieptebomwerpers en kon het tot 60 zeemijnen vervoeren op het achterdek. De onderzeebootdetectie werd verzorgd door passieve hydrofoons van het type GHG (Gruppenhorchgerät) en een actieve sonarinstallatie, die tegen het einde van 1939 was geplaatst.
Bouw en dienstgeschiedenis tot begin 1940
Naamgeving en bouwproces
Z22 Anton Schmitt werd vernoemd naar bootsmansmaat Anton Schmitt, die sneuvelde aan boord van de lichte kruiser SMS Frauenlob tijdens de Slag bij Jutland op 31 mei 1916. Het schip werd besteld op 6 januari 1936 bij scheepswerf AG Weser (Deschimag) in Bremen, waar de kiel werd gelegd op 3 januari 1938 onder bouwnummer 924. De tewaterlating vond plaats op 20 september 1938, gevolgd door de indienststelling op 24 september 1939.
Operaties in de Noordzee
Na de proefvaart werd Z22 Anton Schmitt ingezet voor mijnenlegacties in de Noordzee. In de nacht van 10 op 11 januari 1940 legde zij samen met de torpedobootjagers Z21 Wilhelm Heidkamp, Z16 Friedrich Eckoldt en Z20 Karl Galster een offensief mijnenveld nabij de kust van Newcastle. Twee andere schepen, Z14 Friedrich Ihn en Z4 Richard Beitzen, zouden deelnemen maar moesten terugkeren vanwege technische problemen. Het mijnenveld eiste slechts één slachtoffer: een visserssloep van 251 bruto registerton.
Inzet tijdens Operatie Weserübung
Voorbereiding op de Noorse campagne
In april 1940 werd Z22 Anton Schmitt toegewezen aan Groep 1 van Operatie Weserübung, het Duitse plan voor de invasie van Noorwegen. De taak van deze groep was het transport van het 139e Gebirgsjägerregiment en het hoofdkwartier van de 3e Bergdivisie naar de havenstad Narvik. Het inschepen begon op 6 april en de groep vertrok een dag later richting het noorden.
Landing bij de Ofotfjord
Op de ochtend van 9 april 1940 kwam de vloot aan bij de monding van de Ofotfjord. Z22 Anton Schmitt en Z18 Hans Lüdemann zetten troepen aan wal bij de Ramnes-passage om vermeende Noorse kustartillerie te neutraliseren. Z17 Diether von Roeder bleef op zee om vuursteun te kunnen verlenen en diende als voorpost tegen een mogelijke Britse tegenaanval. Rond 11:00 uur werd het bevel gegeven om de troepen weer aan boord te nemen, waarna de schepen verder voeren naar Narvik. Die nacht werd Z22 Anton Schmitt ingedeeld voor wachtpostendienst.
Eerste Zeeslag bij Narvik
Verrassing door Britse torpedobootjagers
In de vroege ochtend van 10 april 1940 werden de Duitse schepen in de haven van Narvik verrast door de Britse 2e Destroyer Flotilla, bestaande uit HMS Hardy, Havock, Hunter, Hotspur en Hostile. Z22 Anton Schmitt werd als een van de eerste schepen geraakt. HMS Hunter trof haar met een 120 mm granaat en een torpedo in de voortstuwingsruimte. Kort daarna volgde een tweede torpedotreffer van HMS Havock, die het schip in tweeën brak.
Bij de aanval kwamen meer dan 50 bemanningsleden om het leven of raakten gewond. De overlevenden van het schip voegden zich bij andere Duitse zeelieden aan wal en vormden een geïmproviseerde eenheid voor grondverdediging.
Dank je voor je bevestiging. Hieronder volgt deel 2 van het artikel, inclusief de conclusie en bronnen.
Nasleep van de Slag bij Narvik
Improviseerde verdediging door overlevenden
Na het verlies van Z22 Anton Schmitt voegden de overlevenden zich bij andere bemanningsleden van gezonken schepen. Samen vormden zij ad-hoc infanterie-eenheden, die in samenwerking met Duitse bergtroepen een tijdelijke verdediging in de stad Narvik opbouwden. Deze situatie illustreerde het improvisatievermogen van de Duitse marine in de begindagen van de Noorse campagne, waar zeelieden vaak plotseling ingezet werden in een landgevechtscontext.
De Duitsers slaagden erin Narvik in eerste instantie te behouden, ondanks dat meerdere van hun torpedobootjagers werden vernietigd of buiten gevecht werden gesteld. De slag betekende een zware tegenslag voor de Kriegsmarine, die in korte tijd een groot deel van haar destroyervloot in het noorden verloor.
Strategische gevolgen voor de Kriegsmarine
De Eerste Zeeslag bij Narvik betekende het begin van een langdurige strijd om de Noorse havenstad. Hoewel de Duitse landtroepen hun positie konden handhaven met steun van latere versterkingen per vliegtuig en onderzeeër, had de marine zware verliezen geleden. Vijf Duitse destroyers, waaronder Z22 Anton Schmitt, werden in deze fase van de strijd tot zinken gebracht of zwaar beschadigd.
De marinevloot was hierdoor tijdelijk niet in staat om haar invloed in de Noord-Atlantische regio uit te breiden. De inzet van torpedobootjagers zoals Z22 Anton Schmitt was daarom van beperkte duur, mede door de beperkte logistieke ondersteuning en de intensieve Britse tegenmaatregelen in Noorse wateren.
Technologische beoordeling en operationele beperkingen
Sterke en zwakke punten van het ontwerp
Het Type 1936, waartoe Z22 Anton Schmitt behoorde, werd ontwikkeld als een verbeterde opvolger van eerdere Duitse torpedobootjagers. Deze klasse werd gekenmerkt door krachtige bewapening en hoge snelheden. Echter, de schepen hadden ook operationele nadelen, waaronder beperkte actieradius, kwetsbaarheid voor luchtaanvallen en tekortkomingen in stabiliteit bij ruwe zee.
Hoewel de snelheid indrukwekkend was tijdens proefvaarten, kwam dit zelden tot volledige uiting in gevechtsomstandigheden. De machines waren complex en onderhoudsintensief, wat de inzetbaarheid beperkte tijdens langere operaties op zee.
Radar en sonar: een beperkte rol
Z22 Anton Schmitt beschikte over passieve hydrofoonapparatuur (GHG) en vanaf eind 1939 een actief sonarapparaat. In de context van de campagne in Noorwegen was deze technologie nog in een relatief vroeg stadium van ontwikkeling en had zij weinig invloed op het detecteren van vijandelijke schepen of onderzeeërs. Tijdens de verrassingsaanval van de Britse torpedobootjagers op 10 april 1940 speelde radar geen rol van betekenis, omdat de Duitse marine nog niet over effectieve radarcapaciteiten beschikte.
Conclusie
Z22 Anton Schmitt was een representatief voorbeeld van de Duitse torpedobootjagers van het Type 1936, ontworpen met nadruk op vuurkracht en snelheid. De inzet van het schip tijdens de vroege fasen van de Tweede Wereldoorlog, waaronder mijnenlegoperaties in de Noordzee en deelname aan Operatie Weserübung, toont de veelzijdige inzetmogelijkheden van deze klasse.
Het snelle verlies van het schip tijdens de Eerste Zeeslag bij Narvik benadrukt echter de beperkingen van de Duitse marinestrategie in 1940. Ondanks technische verfijning en gedisciplineerde bemanning, bleken de Duitse torpedobootjagers kwetsbaar voor goed gecoördineerde aanvallen van de Royal Navy. De geschiedenis van Z22 Anton Schmitt weerspiegelt daarmee zowel de ambities als de kwetsbaarheid van de Duitse oppervlaktevloot in de eerste fase van de oorlog.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: Naval History & Heritage Command , Public domain, via Wikimedia Commons
Gröner, Erich (1990). German Warships 1815–1945. Vol. 1: Major Surface Warships. Naval Institute Press. ISBN 0-87021-790-9.
Haarr, Geirr H. (2009). The German Invasion of Norway, April 1940. Naval Institute Press. ISBN 978-1-59114-310-9.
Koop, Gerhard & Schmolke, Klaus-Peter (1992). German Destroyers 1939–1945. Naval Institute Press.
Rohwer, Jürgen (2005). Chronology of the War at Sea 1939–1945. Naval Institute Press. ISBN 1-59114-119-2.
Whitley, M. J. (1991). German Destroyers of World War Two. Naval Institute Press. ISBN 978-1-55750-302-2.
- Bronnen Mei1940









