
Het Verdrag van Lateranen (Italiaans: Patti Lateranensi; Latijn: Pacta Lateranensia) maakt deel uit van de Lateraanse Akkoorden, die op 11 februari 1929 werden ondertekend tussen het Koninkrijk Italië en de Heilige Stoel. Met deze overeenkomst werd de zogeheten Romeinse kwestie formeel beëindigd. Het verdrag erkende Vaticaanstad als een onafhankelijke staat en voorzag in financiële compensatie voor het verlies van de Kerkelijke Staat in 1870. De akkoorden vormen een belangrijk keerpunt in de relatie tussen kerk en staat in Italië en markeren het begin van een nieuwe juridische en diplomatieke status voor de Heilige Stoel binnen de internationale gemeenschap.
Achtergrond: De Romeinse Kwestie
De inlijving van de Kerkelijke Staat
Tijdens de Italiaanse eenwording in de negentiende eeuw verzette de pauselijke overheid zich tegen de opkomst van het Italiaanse koninkrijk. Paus Pius IX verloor in 1860 de controle over Romagna en in 1870 ook over Latium, inclusief Rome. Daarmee kwam een einde aan de wereldlijke macht van de paus. Deze ontwikkelingen leidden tot een langdurig conflict tussen de Italiaanse staat en de Heilige Stoel, bekend als de Romeinse kwestie.
Wet van Garanties en het ‘gevangenschap’ van de paus
In 1871 stelde de Italiaanse regering de Wet van Garanties in, waarin de paus het gebruik van het Vaticaan en het Lateraanpaleis kreeg aangeboden, alsmede een jaarlijkse uitkering. De Heilige Stoel weigerde dit voorstel, omdat het geen sprake was van soevereiniteit. Paus Pius IX en zijn opvolgers beschouwden zich sindsdien als “gevangenen in het Vaticaan”, waarmee zij het gebrek aan onafhankelijke status van de paus benadrukten.
Onderhandelingen en ondertekening van het verdrag
Begin van de dialoog
De onderhandelingen tussen de Italiaanse regering, onder leiding van premier Benito Mussolini, en de Heilige Stoel begonnen in 1926. Namens paus Pius XI voerde kardinaal Pietro Gasparri, de staatssecretaris van het Vaticaan, de gesprekken. Mussolini vertegenwoordigde koning Victor Emanuel III. De onderhandelingen resulteerden op 11 februari 1929 in de ondertekening van de Lateraanse Akkoorden in het Lateraanpaleis in Rome.
Ratificatie en symboliek
De Italiaanse Kamer van Afgevaardigden ratificeerde de akkoorden op 7 juni 1929. Ter herdenking van de overeenkomst gaf Mussolini opdracht tot de aanleg van de Via della Conciliazione, een brede laan die het Sint-Pietersplein verbindt met het centrum van Rome. Deze symbolische daad benadrukte de hernieuwde relatie tussen kerk en staat.
Opbouw en inhoud van de Lateraanse Akkoorden
Indeling van de akkoorden
De Lateraanse Akkoorden bestaan formeel uit drie onderdelen, al beschouwt de Heilige Stoel deze als twee hoofdcomponenten:
- Politiek verdrag: hierin wordt de soevereiniteit van de Heilige Stoel erkend en Vaticaanstad als onafhankelijke staat ingesteld.
- Financiële conventie (als bijlage bij het politiek verdrag): voorziet in een definitieve financiële regeling ter compensatie voor het verlies van de Kerkelijke Staat.
- Concordaat: een overeenkomst die de betrekkingen tussen de katholieke kerk en de Italiaanse staat regelt.
Politiek verdrag
Het politiek verdrag erkent de volledige soevereiniteit van de Heilige Stoel over Vaticaanstad. De paus verklaart zich hierin neutraal in internationale conflicten en onthoudt zich van bemiddeling tenzij alle betrokken partijen daarom verzoeken. Het verdrag voorziet tevens in het extraterritoriale statuut van bepaalde gebouwen in Rome, zoals kerken en pauselijke residenties.
Financiële regeling
De Italiaanse staat betaalde eenmalig 750 miljoen lire en gaf obligaties ter waarde van één miljard lire met een jaarlijkse rente van 5%. Dit bedrag was lager dan het aanbod in 1871, maar werd door de Heilige Stoel geaccepteerd als definitieve regeling van de financiële claims sinds 1870.
Concordaat
Het concordaat bevat bepalingen over de rol van de katholieke kerk in Italië. Zo werd het katholicisme erkend als de enige religie van de staat, en kreeg de kerk invloed op het onderwijs en het huwelijk. Kerkelijke huwelijken werden automatisch erkend door de burgerlijke overheid, en religieus onderwijs werd verplicht op openbare scholen.
Herziening na de Tweede Wereldoorlog
Integratie in de Italiaanse Grondwet van 1948
Na de val van het fascistische regime en het einde van de monarchie werd op 1 januari 1948 de nieuwe Grondwet van de Italiaanse Republiek van kracht. Artikel 7 van deze grondwet bepaalt dat de verhouding tussen de staat en de katholieke kerk wordt geregeld door de Lateraanse Verdragen, waarmee deze akkoorden een constitutionele status kregen in het moderne Italië.
De erkenning van het verdrag in de grondwet versterkte de juridische basis van Vaticaanstad als soevereine entiteit, en bevestigde de wederzijdse onafhankelijkheid van staat en kerk binnen de nieuwe republikeinse context.
Herziening van het concordaat in 1984
Beëindiging van de staatsgodsdienst
Op 18 februari 1984 ondertekenden de Italiaanse Republiek en de Heilige Stoel een nieuw akkoord waarmee het concordaat uit 1929 werd herzien. De katholieke religie werd niet langer erkend als de enige religie van de staat. Dit betekende een belangrijke wijziging in de verhouding tussen religie en overheid. Artikel 1 van de nieuwe overeenkomst stelt dat de staat en de kerk ieder in hun eigen sfeer onafhankelijk en soeverein zijn.
Nieuwe regeling van de financiering
Met de herziening werd de exclusieve staatsfinanciering van de katholieke kerk afgeschaft. In de plaats daarvan kwam het systeem van de otto per mille, een regeling waarbij belastingbetalers kunnen aangeven welk erkend religieus of sociaal-cultureel doel een klein percentage (acht promille) van hun inkomstenbelasting ontvangt. Vanaf 2013 hadden ook tien andere religieuze gemeenschappen toegang tot deze regeling, waaronder protestantse, joodse en islamitische organisaties.
Hervorming van het huwelijksrecht
De aangepaste overeenkomst voorzag eveneens in wijzigingen op het gebied van het huwelijk. Kerkelijke huwelijken bleven rechtsgeldig in de burgerlijke wetgeving, maar de voorwaarden voor erkenning en nietigverklaring werden strikter geregeld. Het civiele gezag kreeg hierdoor een duidelijkere rol in de beoordeling van kerkelijke uitspraken over het huwelijk.
Afschaffing van bepaalde privileges
De herziening leidde ook tot het schrappen van een aantal voorrechten die de katholieke kerk sinds 1929 had behouden. Zo werd de automatische erkenning van adellijke titels en kerkelijke onderscheidingen ingetrokken. Daarnaast verviel het recht van de staat om bezwaar te maken tegen de benoeming van bisschoppen, een praktijk die nog stamde uit de tijd van de Italiaanse monarchie.
Onafhankelijkheid ten opzichte van Italiaanse wetgeving
In 2008 verklaarde het Vaticaan dat het voortaan niet langer automatisch Italiaanse wetten zou overnemen. Aanleiding hiervoor was de toenemende spanning tussen sommige nieuwe wetten in Italië en de morele doctrine van de katholieke kerk, met name op het gebied van bio-ethiek en het recht op leven. De beslissing werd mede ingegeven door de juridische en ethische discussie rond de zaak-Eluana Englaro, waarin euthanasie centraal stond.
Overtredingen en spanningen
Italiaanse rassenwetten van 1938
Tijdens het fascistische bewind vaardigde de Italiaanse regering rassenwetten uit die onder andere gemengde huwelijken tussen joden en niet-joden, waaronder katholieken, verboden. De Heilige Stoel beschouwde deze wetten als een schending van het concordaat, waarin was vastgelegd dat kerkelijke huwelijken door de staat erkend zouden worden, ongeacht de religieuze achtergrond van de betrokkenen.
Artikel 34 van het concordaat bepaalde dat huwelijken gesloten door katholieke geestelijken altijd als geldig moesten worden beschouwd door de civiele overheid. De toepassing van de rassenwetten leidde dan ook tot ernstige fricties tussen het Vaticaan en de Italiaanse staat, die door de kerk werd beschuldigd van inmenging in kerkelijke aangelegenheden.
Conclusie
Het Verdrag van Lateranen van 1929 markeerde het einde van een decennialang conflict tussen de Heilige Stoel en de Italiaanse staat. Door de oprichting van de onafhankelijke staat Vaticaanstad en de regeling van financiële en juridische geschillen werd een nieuwe balans gevonden in de verhouding tussen kerk en staat. Het verdrag bood de paus de gewenste soevereiniteit, zonder dat hij wereldlijke macht hoefde uit te oefenen over Rome of andere Italiaanse gebieden.
De opname van het verdrag in de Italiaanse grondwet van 1948 onderstreepte het belang ervan in het moderne staatsbestel van Italië. De herziening van het concordaat in 1984 weerspiegelde de maatschappelijke en juridische veranderingen in Italië na de Tweede Wereldoorlog. De overgang van een exclusieve staatsgodsdienst naar een pluralistische benadering van religie, gecombineerd met hervormingen op het gebied van financiering en huwelijk, getuigde van een evoluerende visie op religieuze vrijheid en staatsneutraliteit.
Hoewel er in de loop van de twintigste eeuw spanningen en overtredingen zijn geweest, zoals bij de invoering van de rassenwetten in 1938, bleef het fundament van de Lateraanse Akkoorden grotendeels intact. Vaticaanstad fungeert tot op heden als een unieke entiteit in de wereldpolitiek: klein in omvang, maar met invloed op internationaal en moreel niveau.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: Original: de:Bild:Vatikanstadt_Annex.jpg, amended by gugganij, Public domain, via Wikimedia Commons
- Kertzer, David I. (2004). Prisoner of the Vatican: The Popes’ Secret Plot to Capture Rome from the New Italian State. Boston: Houghton Mifflin. ISBN 978-0-618-22442-5.
- Kertzer, David I. (2014). The Pope and Mussolini: The Secret History of Pius XI and the Rise of Fascism in Europe. Oxford: Oxford University Press. ISBN 978-0-19-871616-7. DOI: 10.1093/acprof:oso/9780198716167.001.0001
- Pollard, John F. (1985). The Vatican and Italian Fascism, 1929–32: A Study in Conflict. Cambridge: Cambridge University Press. ISBN 978-0-521-02366-5. JSTOR: 10.1017/CBO9780511523672
- Pollard, John F. (2014). The Papacy in the Age of Totalitarianism, 1914–1958. Oxford: Oxford University Press. ISBN 978-0-19-920856-2. DOI: 10.1093/acprof:oso/9780199208562.001.0001
- Rhodes, Anthony R.E. (1974). The Vatican in the Age of the Dictators, 1922–1945. New York: Holt, Rinehart and Winston. ISBN 978-0-03-007736-4.
- Riccards, Michael P. (1998). Vicars of Christ: Popes, Power, and Politics in the Modern World. New York: Crossroad. ISBN 978-0-8245-1694-9.
- Latourette, Kenneth Scott (1958). Christianity in a Revolutionary Age: A History of Christianity in the 19th and 20th Century. Vol. 4: The 20th Century in Europe. New York: Harper. OCLC 174036.
- Zuccotti, Susan (2000). Under His Very Windows: The Vatican and the Holocaust in Italy. New Haven: Yale University Press. ISBN 978-0-300-09310-0. S2CID: 151633097.
- McCormick, Anne O’Hare (1957). Vatican Journal: 1921–1954. New York: Farrar, Straus and Cudahy. OCLC 1237586.
- “Agreement between the Italian Republic and the Holy See (English translation).” American Society of International Law. Archived version available at: ASIL PDF Archive
- Constitution of the Italian Republic, Article 7 (1948). Beschikbaar via de officiële website van de Italiaanse Senaat: https://www.senato.it
- Reuters (2008). “Vatican ends automatic adoption of Italian law.” Reuters, 31 December 2008. Archief: https://www.reuters.com
- CIA World Factbook. “Holy See (Vatican City)”. Retrieved 26 October 2013. ISSN 1553-8133. https://www.cia.gov/the-world-factbook
- Vatican News (2020). “Vatican City turns 91.” 11 February 2020. Beschikbaar op: https://www.vaticannews.va
- “Patti Lateranensi, 11 febbraio 1929 – Segreteria di Stato, card. Pietro Gasparri”. Officiële publicatie op de website van het Vaticaan: https://www.vatican.va
- Bronnen Mei1940









