Leslie James Morshead (1889–1959) was een Australisch militair die tijdens beide wereldoorlogen een rol van betekenis speelde. Hij was commandant tijdens de belegering van Tobruk en nam leiding bij de Tweede Slag om El Alamein, waar hij met zijn divisie deel uitmaakte van de strijd tegen het Afrikakorps van Erwin Rommel. Naast zijn militaire loopbaan werkte hij als leraar en zakenman. Zijn bijnaam onder de troepen was “Ming”, een verwijzing naar een stripfiguur. Dit artikel geeft een overzicht van zijn leven, militaire carrière en de gevolgen van zijn optreden in de eerste helft van de twintigste eeuw.
Vroege leven en opleiding
Morshead werd geboren op 18 september 1889 in Ballarat, Victoria. Hij was het zesde van zeven kinderen in een gezin waarvan de vader, afkomstig uit Cornwall, werkzaam was als goudzoeker. Na diens overlijden groeide Morshead verder op onder de zorg van zijn moeder. Hij bezocht Mount Pleasant High School, waar hij later als hulponderwijzer begon. In 1909 startte hij een opleiding aan het Melbourne Teachers’ Training College. Hoewel hij een beurs kreeg om verder te studeren, koos hij ervoor om les te geven in landelijke gebieden, waaronder Swan Hill en Horsham.
Tijdens zijn tijd als docent werd Morshead betrokken bij schoolkadetten. In 1908 kreeg hij een aanstelling als luitenant in de cadetten en later in de Militie. Deze ervaring legde de basis voor zijn militaire discipline en zijn bekendheid met militaire organisatie. In 1912 trad hij in dienst van The Armidale School in New South Wales, waar hij zowel les gaf als de cadetten eenheid leidde. In 1914 werd hij benoemd bij Melbourne Grammar School, waar hij ook zijn toekomstige echtgenote ontmoette.
Deelname aan de Eerste Wereldoorlog
Gallipoli
Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in augustus 1914 nam Morshead ontslag als docent en meldde zich aan als gewoon soldaat bij het 2nd Infantry Battalion. Kort daarop kreeg hij een officiersrang. Op 25 april 1915 landde hij met zijn bataljon bij Anzac Cove, Gallipoli. Zijn eenheid drong verder door dan andere Australische bataljons, maar werd teruggedreven door tegenaanvallen. Morshead nam deel aan hevige gevechten bij Lone Pine en overleefde als enige officier van zijn bataljon zonder verwondingen. Uiteindelijk werd hij wegens ziekte geëvacueerd.
Westelijk Front
Na herstel kreeg hij het bevel over het 33rd Infantry Battalion, waarmee hij naar Frankrijk vertrok. Onder zijn leiding nam het bataljon deel aan veldslagen bij Messines, Passendale en Amiens. Morshead verwierf een reputatie als streng maar bekwaam commandant. Zijn eenheid voerde succesvolle raids uit en speelde een rol bij het tegenhouden van Duitse aanvallen bij Villers-Bretonneux. Voor zijn optreden werd hij onderscheiden met de Distinguished Service Order en opgenomen in de Légion d’honneur. Daarnaast werd hij herhaaldelijk genoemd in officiële verslagen.
Interbellum: loopbaan en maatschappelijke activiteiten
Na terugkeer in Australië in 1919 beëindigde Morshead zijn actieve dienst. Hij probeerde korte tijd landbouw op een toegewezen soldatenboerderij, maar keerde terug naar stedelijke arbeid. In 1924 trad hij in dienst bij de Orient Steam Navigation Company, waar hij verschillende functies bekleedde in Sydney, Melbourne en Brisbane. Hij bouwde een zakelijke loopbaan op die hem financieel stabiliteit bracht. Tegelijk bleef hij actief in de Militie, waar hij diverse bataljons en brigades leidde. In 1938 werd hij bevorderd tot brigadegeneraal.
Morshead stond bekend om zijn conservatieve politieke overtuigingen en was betrokken bij de New Guard, een paramilitaire organisatie die zich verzette tegen linkse bewegingen in Australië. Deze activiteiten weerspiegelden de politieke spanningen van de jaren dertig en de invloed van internationale ontwikkelingen. Zijn ervaring in de Militie maakte hem in 1939 geschikt om een brigade te leiden in het nieuwe Australian Imperial Force dat voor de Tweede Wereldoorlog werd opgericht.
Deelname aan de Tweede Wereldoorlog
Tobruk
Aan het begin van de oorlog kreeg Morshead het commando over de 18th Infantry Brigade. Kort daarna werd hij benoemd tot commandant van de 9th Division. In 1941 kreeg hij de opdracht Tobruk te verdedigen tegen de opmars van Rommels Afrikakorps. Met beperkte middelen en een geïmproviseerde verdediging hield zijn divisie acht maanden stand. Morshead stimuleerde actief patrouilleren en tegenaanvallen om de vijand onder druk te zetten. De verdediging van Tobruk werd een symbool van Australische vasthoudendheid. Voor deze prestatie ontving hij Britse en Poolse onderscheidingen.
El Alamein
Na Tobruk bleef de 9th Division actief in het Midden-Oosten. In 1942 voerde Morshead zijn troepen aan bij de Tweede Slag om El Alamein. De divisie kreeg een sleutelpositie in de noordelijke sector en slaagde erin de Duitse linies open te breken. Hoewel de verliezen hoog waren, leverde de strijd een geallieerde doorbraak op die de terugtocht van Rommels troepen inluidde. De Australische bijdrage werd internationaal erkend en Morshead zelf ontving verdere onderscheidingen. Deze slag werd een keerpunt in de woestijnoorlog.
Nieuw-Guinea en Borneo
In 1943 keerde Morshead terug naar Australië en kreeg hij het bevel over II Corps, dat actief werd in Nieuw-Guinea. Hij paste zich aan aan de eisen van jungleoorlogvoering en leidde operaties bij Finschhafen, Sattelberg en Madang. Zijn aanpak vereiste nauwe samenwerking tussen infanterie en pantser, ondersteund door luchtmacht en artillerie. In 1945 voerde hij I Corps aan tijdens de Borneo-campagne, waaronder landingen op Tarakan, Balikpapan en Noord-Borneo. Deze operaties verliepen georganiseerd en leverden terreinwinst op met relatief beperkte verliezen.
Na de oorlog
Na de oorlog hervatte Morshead zijn werk bij de Orient Steam Navigation Company, waar hij tot algemeen directeur voor Australië werd benoemd. Daarnaast bekleedde hij functies in de zakenwereld, waaronder bij de Bank of New South Wales en warenhuis David Jones. Hij bleef maatschappelijk actief, onder meer als voorzitter van jeugdorganisaties zoals de Boy Scouts Association van New South Wales. In de jaren vijftig speelde hij een rol in defensieadviescommissies, waar hij zich inzette voor hervorming van de Australische krijgsmacht. Morshead overleed in 1959 aan kanker en kreeg een militaire uitvaart.
Militaire rangen
Morshead begon zijn loopbaan als luitenant in de Militie. Tijdens de Eerste Wereldoorlog klom hij op tot luitenant-kolonel, commandant van een bataljon. In de jaren dertig bereikte hij de rang van brigadegeneraal in de Militie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij bevorderd tot generaal-majoor bij zijn benoeming tot divisiecommandant, en later tot luitenant-generaal toen hij het bevel voerde over een corps. Deze rang behield hij tot het einde van zijn militaire loopbaan.
Onderscheidingen
Voor zijn inzet tijdens de Eerste Wereldoorlog ontving Morshead de Distinguished Service Order en werd hij opgenomen in de Franse Légion d’honneur. Hij werd meerdere malen genoemd in officiële rapporten. Na Tobruk werd hij benoemd tot Knight Commander of the Order of the British Empire en ontving hij de Poolse Virtuti Militari. Na El Alamein werd hij onderscheiden als Knight Commander of the Order of the Bath. Later volgden vermeldingen in despatches en de Amerikaanse Medal of Freedom met Silver Palm.
Conclusie
Leslie James Morshead was een Australisch officier die door zijn optreden in beide wereldoorlogen een plaats kreeg in de militaire geschiedenis. Zijn loopbaan illustreert de ontwikkeling van Australië van koloniale mogendheid tot een land dat zelfstandig strijd leverde op wereldtoneel. Zijn bijdragen bij Tobruk en El Alamein gaven hem internationale erkenning, terwijl zijn werk in Nieuw-Guinea en Borneo de geallieerde strategie in de Pacific ondersteunde. Na de oorlog zette hij zijn ervaring in binnen het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Zijn nalatenschap leeft voort in monumenten en herinneringsplaatsen.
Bronnen en meer informatie
Bean, Charles (1924). Volume II – The Story of ANZAC: From 4 May 1915 to the Evacuation. Official History of Australia in the War of 1914–1918. Sydney: Angus and Robertson. OCLC 271462380.
Bean, Charles (1937). Volume V – The Australian Imperial Force in France during the Main German Offensive, 1918. Australia in the War of 1914–1918. Canberra: Australian War Memorial. ISBN 0702217239. OCLC 9066797.
Coates, John (1999). Bravery Above Blunder: The 9th Australian Division at Finschhafen, Sattelberg and Sio. Australian Army History Series. South Melbourne: Oxford University Press. ISBN 0-19-550837-8. OCLC 43736921.
Coombes, David (2001). Morshead: Hero of Tobruk and El Alamein. Australian Army History Series. South Melbourne: Oxford University Press. ISBN 0-19-551398-3. OCLC 45766272.
Horner, David (1992). General Vasey’s War. Melbourne: Melbourne University Press. ISBN 0-522-84462-6. OCLC 26195398.
Horner, David (2001). Making the Australian Defence Force. The Australian Centennial History of Defence. South Melbourne: Oxford University Press. ISBN 0-19-554119-7. OCLC 48109091.
Johnston, Mark; Stanley, Peter (2002). Alamein: The Australian Story. Australian Army History Series. South Melbourne: Oxford University Press. ISBN 0195516303. OCLC 50494738.
Moore, John (1976). Morshead. Sydney: Haldane Publishing Co Pty Ltd. ISBN 0909918082. OCLC 3771379.










