
De HMS Salvia (K97) was een Flower-class corvette van de Britse Royal Navy, ontworpen als escorteschip voor konvooien en andere ondersteunende marinetaken. Dit type schip speelde een cruciale rol tijdens de Tweede Wereldoorlog vanwege de snelle bouwtijd en veelzijdigheid. HMS Salvia werd op de vooravond van de oorlog besteld en kwam in september 1940 in dienst. Ondanks haar korte dienstperiode verwierf ze een tragische bekendheid, vooral vanwege haar betrokkenheid bij het redden van overlevenden van de SS Shuntien, een transport- en gevangenisschip dat op 23 december 1941 werd getorpedeerd. Slechts enkele uren later, op kerstavond 1941, werd de Salvia zelf tot zinken gebracht met alle opvarenden en geredde passagiers aan boord.
Algemene kenmerken van HMS Salvia
De Flower-class corvettes waren bedoeld als eenvoudig te bouwen en kosteneffectieve schepen, gericht op konvooibescherming en mijnenvegen. HMS Salvia had de volgende algemene specificaties:
- Klasse en type: Flower-class corvette
- Waterverplaatsing:
- 940 ton (standaard)
- 1.170 ton (volgeladen)
- Lengte: 62,5 meter
- Breedte: 10,1 meter
- Diepgang: 4,52 meter
- Aandrijving:
- 2 Scotch ketels
- Een drievoudige expansie-stoommachine
- Enkel schroefas
- Snelheid: 16 knopen (30 km/u)
- Bereik: 3.500 nautische mijlen (6.482 km) bij 12 knopen (22 km/u)
- Bemanning: 4 officieren, 54 manschappen
De bewapening omvatte onder andere:
- Een 4-inch BL Mk.IX kanon
- Vier machinegeweren (.50 en .303 inch)
- Dieptebommen en mijnenveeguitrusting
HMS Salvia was uitgerust met sleepvoorzieningen, wat haar veelzijdigheid verder vergrootte.
De bouw en indienststelling
De Flower-class corvettes werden geïntroduceerd als onderdeel van de Britse herbewapening voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog. Het ontwerp was eenvoudig genoeg om gebouwd te worden door scheepswerven die normaal geen marineschepen produceerden.
Productie en indienstneming
HMS Salvia was een van de schepen uit de tweede productieserie, besteld op 31 augustus 1939, de dag vóór het uitbreken van de oorlog. Het schip werd gebouwd door William Simons and Company in Renfrew, Schotland. De bouw begon op 26 september 1939. Het schip werd te water gelaten op 6 augustus 1940 en op 20 september van dat jaar in dienst genomen door de Royal Navy.
Het bevel over HMS Salvia werd gegeven aan luitenant-commandant John Isdale Miller, DSO, RD, RNR. Hij had eerder gediend op de antiduikboottrawler HMS Blackfly. Na de indienststelling onderging het schip oefeningen in Tobermory, Schotland, voordat het operationeel werd ingezet.
Kenmerken van de ‘ongewijzigde’ Flower-klasse
HMS Salvia behoorde tot de vroege “ongewijzigde” variant van de Flower-class corvettes. Dit ontwerp kenmerkte zich door een verhoogd voorschip (fo’c’sle), een open midden dek, een brug en een doorlopend achterdek. Hoewel het ontwerp uitstekend zeewaardig was, had het ook nadelen. Bij zware zeeën kon het voorschip grote hoeveelheden water overnemen, wat zich vervolgens verzamelde in het lage middengedeelte van het dek. Deze eigenschap zorgde voor ongemakken en operationele uitdagingen voor de bemanning.
De leefruimtes van de bemanning waren gevestigd in het voorschip, terwijl de kombuis aan de achterkant van het schip lag, wat leidde tot een inefficiënte logistiek voor voedselvoorziening tijdens missies.
Operationele inzet van HMS Salvia in de Middellandse Zee
Na haar voltooiing en training werd HMS Salvia toegewezen aan de Britse Middellandse Zeevloot. Haar belangrijkste taak was het escorteren van konvooien en het bieden van mijnenveegondersteuning in strategisch belangrijke gebieden. Haar operationele inzet begon tijdens enkele van de zwaarste gevechten in de Middellandse Zee, waaronder Operatie Collar en de evacuatie van troepen tijdens de Slag om Griekenland.
Operatie Collar en de Slag bij Kaap Spartivento
Op 16 november 1940 vertrok HMS Salvia, samen met haar zusterschepen HMS Gloxinia, Hyacinth en Peony, vanuit de haven van Liverpool als escorte voor een konvooi richting Gibraltar. Dit maakte deel uit van Operatie Collar, een missie om essentiële voorraden te vervoeren naar Britse troepen in de Middellandse Zee.
Gevechten bij Kaap Spartivento
Nadat het konvooi op 25 en 26 november Gibraltar was gepasseerd, werd het een onderdeel van Force F, geleid door de kruisers HMS Manchester en Southampton, versterkt door de torpedobootjager HMS Hotspur. De konvooischepen werden op 27 november aangevallen door een Italiaanse vloot tijdens de Slag bij Kaap Spartivento.
Hoewel de Italiaanse Regia Marina een aanzienlijke strijdmacht inzette, konden de escorteschepen, waaronder HMS Salvia, de handelsschepen beschermen. Het gevecht resulteerde in een tactische overwinning voor de geallieerden, waarbij de korvetten erin slaagden de vrachtschepen veilig naar Malta te begeleiden. Na het lossen van lading in Malta begeleidde HMS Salvia de Nieuw-Zeelandse vrachtvaarder New Zealand Star naar Alexandrië.
Bijdrage aan de Slag om Griekenland
HMS Salvia speelde een belangrijke rol tijdens de Slag om Griekenland in 1941, een operatie waarin geallieerde troepen werden geëvacueerd uit het vasteland van Griekenland en verschillende eilanden.
Mijnenvegen en evacuaties
In april 1941 voerde HMS Salvia mijnenveegacties uit bij de haven van Piraeus, waar ze vijf magnetische mijnen onschadelijk maakte. Ze werd vervolgens ingezet bij de evacuatie van geallieerde troepen naar veiliger gebieden, zoals Kreta en Alexandrië. Tijdens deze operatie evacueerde ze onder meer soldaten uit Kapsali Bay op het eiland Kythera naar Souda Bay op Kreta. De evacuatie werd uitgevoerd onder zware vijandelijke luchtaanvallen, wat de gevaren van deze missie benadrukte.
Op 3 juni 1941 werd Lt Cdr John Isdale Miller onderscheiden met de Distinguished Service Cross (DSC) voor zijn dapperheid en leiderschap tijdens deze acties.
De ondergang van de SS Shuntien
In december 1941 werd HMS Salvia ingezet in de konvooi-escorte in de oostelijke Middellandse Zee. Ze maakte deel uit van Convoy TA 5, dat vanuit Tobruk naar Alexandrië voer. Tijdens deze missie kwam ze in actie bij de ramp met de SS Shuntien, een Brits gevangenisschip dat Duitse en Italiaanse krijgsgevangenen vervoerde, samen met bewakers van het Durham Light Infantry.
Getorpedeerd door U-559
Op de avond van 23 december 1941, nabij de kust van Cyrenaica, werd de Shuntien getroffen door een torpedo van de Duitse onderzeeër U-559. Het schip zonk binnen vijf minuten, zonder dat er reddingsboten konden worden gelanceerd. HMS Salvia was een van de eerste schepen die ter plaatse kwam om overlevenden te redden. Ze slaagde erin ongeveer 100 personen te redden, waaronder de kapitein van de Shuntien, enkele bemanningsleden en een onbekend aantal gevangenen en bewakers.
Hoewel HMS Heythrop, een ander escortevaartuig, een kleiner aantal overlevenden redde, was de meerderheid van de geredden aan boord van HMS Salvia.
De ondergang van HMS Salvia
Na de redding van de overlevenden van de SS Shuntien zette HMS Salvia koers naar Alexandrië. Ondanks de gevaren van vijandelijke onderzeeërs bleef het schip in actie, met aan boord zowel de bemanning als de geredde passagiers. Wat een reddingsmissie had moeten zijn, eindigde tragisch op kerstavond 1941.
Getorpedeerd door U-568
In de vroege uren van 24 december 1941 bevond HMS Salvia zich ongeveer 100 nautische mijlen (190 km) ten westen van Alexandrië, in de oostelijke Middellandse Zee. Hier werd het schip aangevallen door de Duitse onderzeeër U-568, een Type VIIC-onderzeeër onder bevel van Kapitänleutnant Joachim Preuss.
Meerdere torpedo’s gelanceerd
U-568 lanceerde vier torpedo’s richting HMS Salvia. Eén van de torpedo’s trof het schip, dat daardoor in tweeën brak. De zware bunkerolie aan boord kwam vrij en vatte vlam, wat de overlevingskansen van de opvarenden aanzienlijk verminderde. De achtersteven zonk vrijwel direct, gevolgd door de boeg enkele minuten later. Alle bemanningsleden en geredde passagiers aan boord kwamen om bij deze aanval.
HMS Peony, een ander escortevaartuig, arriveerde ter plaatse om te zoeken naar overlevenden. De enige vondst was een grote olievlek op het wateroppervlak; er werden geen overlevenden aangetroffen. Dit markeerde het einde van HMS Salvia en de bijna 100 personen die zij aan boord had.
Eerbetoon en erfenis
Op 8 januari 1942 ontving luitenant-commandant John Isdale Miller postuum een tweede Distinguished Service Cross (DSC) voor zijn moed en leiderschap. De bemanning van HMS Salvia wordt herdacht op de Plymouth Naval Memorial in het Verenigd Koninkrijk, evenals de geredde passagiers van de SS Shuntien, wier leven uiteindelijk niet kon worden gered.
De ondergang van HMS Salvia benadrukt de enorme risico’s waarmee konvooibeschermers in de Tweede Wereldoorlog werden geconfronteerd. Het incident illustreert ook de wreedheid van de onderzeebootoorlog in de Middellandse Zee, waar honderden schepen en duizenden levens verloren gingen.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: Royal Navy official photographer, Public domain, via Wikimedia Commons
- Guðmundur Helgason. “HMS Salvia (K97)”. uboat.net: Allied Warships.
Beschikbaar op: uboat.net - Caledonian Maritime Research Trust. “Salvia”. Scottish Built Ships.
Beschikbaar op: clydeships.co.uk - Grace’s Guide. “William Simons and Co”. Grace’s Guide: The Best of British Engineering.
Beschikbaar op: gracesguide.co.uk - Malta War Diary. “23 December 1941: 700 Prisoners Killed”.
Beschikbaar op: maltagc70.com - BBC WW2 People’s War. “My Uncle Bill”.
Beschikbaar op: bbc.co.uk - Bronnen Mei1940








