Home Schepen Vliegdekschepen USS Monterey (CVL-26): Lichte vliegdekschip VS WOII

USS Monterey (CVL-26): Lichte vliegdekschip VS WOII

USS Monterey (CVL-26) op zee tijdens 1944, lichte Amerikaanse vliegdekschip van de Independence-klasse actief in de Stille Oceaan.
De USS Monterey (CVL-26) tijdens een operatie in 1944, onderdeel van Task Force 58 in de Stille Oceaan.

De USS Monterey (CVL-26) was een lichte vliegdekschip van de Verenigde Staten, behorend tot de Independence-klasse. Het schip werd in 1943 in dienst gesteld en speelde een actieve rol tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Stille Oceaan. De Monterey nam deel aan verschillende grootschalige maritieme operaties, waaronder luchtaanvallen op de Caroline-, Mariana- en Filipijnse eilanden. Na de oorlog werd het schip ingezet als opleidingsschip en later als hulpschip. Aan boord diende onder meer Gerald R. Ford, de latere president van de Verenigde Staten. De USS Monterey ontving elf battle stars voor haar oorlogsoperaties, waarmee zij een belangrijke bijdrage leverde aan de geallieerde zeemacht in de Stille Oceaan.

Ontwerp en constructie

De USS Monterey werd oorspronkelijk ontworpen als lichte kruiser Dayton (CL-78), maar tijdens de bouw werd het ontwerp gewijzigd om te worden omgebouwd tot een lichte vliegdekschip. Deze wijziging maakte deel uit van een bredere Amerikaanse strategie om snel meer vliegdekschepen te produceren na het verlies van schepen tijdens de Slag bij Midway in 1942.

Het schip werd gebouwd door New York Shipbuilding Corporation in Camden, New Jersey, en te water gelaten op 28 februari 1943. De Monterey werd officieel in dienst gesteld op 17 juni 1943 onder bevel van kapitein Lestor T. Hundt. Het schip behoorde tot de Independence-klasse, die was gebaseerd op de romp van de Cleveland-klasse lichte kruisers. De conversie omvatte de toevoeging van een vliegdek, hangar, vliegtuigliften en katapulten.

De technische specificaties van de USS Monterey waren als volgt:

  • Waterverplaatsing: circa 11.000 ton (standaard), 14.700 ton (volbeladen)

  • Lengte: 190 meter

  • Breedte: 33 meter

  • Diepgang: 7,9 meter

  • Voortstuwing: vier stoomturbines, aangedreven door vier schroeven, met een totaal vermogen van 100.000 pk

  • Snelheid: maximaal 31,5 knopen

  • Bemanning: ongeveer 1.550 officieren en manschappen

De lichte constructie maakte de Independence-klasse geschikt voor snelle productie en inzet, maar leverde in ruil daarvoor minder bepantsering en beperkte vliegtuigcapaciteit op vergeleken met de grotere Essex-klasse vliegdekschepen.

Bewapening

De USS Monterey beschikte over een gemengde luchtafweerbewapening, bedoeld om bescherming te bieden tegen vijandelijke vliegtuigen en lichte oppervlakteschepen. De hoofdcomponenten van haar bewapening bestonden uit:

  • 26 × 40 mm Bofors luchtafweerkanonnen (in dubbele en viervoudige opstellingen)

  • 16 × 20 mm Oerlikon luchtafweerkanonnen

Deze wapens werden tijdens de oorlog voortdurend aangepast om beter te kunnen reageren op de steeds intensievere Japanse luchtaanvallen, waaronder kamikaze-aanvallen. De vuurkracht van de luchtafweer was aanzienlijk, maar de dekruimte en bemanningscapaciteit beperkten de uitbreiding van zware geschutposities.

Bepantsering

Als lid van de Independence-klasse had de Monterey slechts lichte bepantsering. De pantsergordel en het dek waren ontworpen om bescherming te bieden tegen fragmentatie en lichte luchtaanvallen, maar niet tegen voltreffers van zware bommen of torpedo’s. De vitale ruimtes, zoals de machinekamers en munitieopslag, waren voorzien van lokale pantsering tot maximaal 50 mm. Dit beperkte pantser was een compromis tussen snelheid en bescherming.

Vliegtuigen aan boord

Tijdens de Tweede Wereldoorlog vervoerde de USS Monterey gemiddeld 30 tot 35 vliegtuigen, afhankelijk van de missie. De standaard luchtgroep bestond uit:

Deze toestellen voerden luchtverdedigings-, verkennings- en aanvalsmissies uit. De samenstelling werd soms aangepast afhankelijk van de operationele eisen van de Amerikaanse vloot.

Sensoren en dataverwerking

De USS Monterey was uitgerust met radar- en communicatiesystemen die essentieel waren voor luchtverdediging en gevechtscoördinatie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde de Amerikaanse marine het concept van het Combat Information Center (CIC), dat op vliegdekschepen werd aangeduid als het Combat Direction Center (CDC). Dit centrum was het zenuwcentrum van de luchtoperaties.

In de CDC van de USS Monterey werden gegevens van verschillende radars samengebracht, waaronder:

  • SK-luchtzoekradar: voor vroegtijdige detectie van vijandelijke vliegtuigen

  • SG-oppervlakteradar: voor het volgen van schepen en navigatie

  • SC-hoogtemeter: voor het bepalen van de hoogte van inkomende vliegtuigen

De Fighter Directors (jachtleider-officieren) gebruikten de radarinformatie om vijandelijke formaties te identificeren en Amerikaanse jagers te sturen naar hun doelen. De informatie werd weergegeven op PPI-schermen (Plan Position Indicator) waarop radarcontacten als stippen zichtbaar waren. Zodra onbekende doelen werden gedetecteerd, werden koers, snelheid en hoogte geanalyseerd. Via radioverbindingen dirigeerde het CDC de jachtvliegtuigen om aanvallen te onderscheppen of te voorkomen.

Het CDC fungeerde daarnaast als coördinatiecentrum voor:

  • de begeleiding van startende en landende vliegtuigen

  • de communicatie met schepen binnen de Task Force 58/38

  • het voorkomen van luchtruimconflicten boven de vloot

Dit geïntegreerde systeem maakte het mogelijk om snel tactische beslissingen te nemen. De USS Monterey beschikte niet over sonar, aangezien haar primaire taak luchtoperaties betrof. Het gebruik van het CDC werd in de loop van 1944 verder verbeterd door de integratie van meer gesynchroniseerde luchtwaarschuwingsradars en geautomatiseerde plotboards. Deze technologische ontwikkeling verhoogde de gevechtskracht van Amerikaanse vliegdekschepen aanzienlijk.

Modificaties

Gedurende haar actieve dienst onderging de USS Monterey verschillende aanpassingen. In 1944 werd het vliegdek versterkt om zwaardere vliegtuigen te kunnen ontvangen, zoals de SB2C Helldiver. Tijdens haar revisie in Bremerton, Washington, begin 1945, werden de radarinstallaties geüpdatet en de luchtafweer uitgebreid. In de jaren vijftig, toen het schip werd ingezet als opleidingsschip, werden de katapultsystemen en communicatiemiddelen aangepast aan moderne trainingsvereisten. Bij haar herclassificatie tot AVT-2 in 1959 werd de vlieguitrusting grotendeels verwijderd.

Status schip tijdens de oorlog

De USS Monterey werd beschouwd als een modern, snel en operationeel capabel vliegdekschip. Ondanks haar beperkte bepantsering voldeed zij aan de standaarden van 1943. Regelmatig onderhoud en upgrades zorgden ervoor dat het schip technisch up-to-date bleef. De Independence-klasse werd echter na 1944 geleidelijk overschaduwd door de grotere Essex-klasse, die meer vliegtuigen kon dragen en een langere actieradius had. Toch bleef de Monterey tot het einde van de oorlog effectief inzetbaar.

Operationele geschiedenis

Deelname aan vroege operaties (1943–1944)

Na haar proefvaarten vertrok de USS Monterey naar de westelijke Stille Oceaan, waar zij op 19 november 1943 deelnam aan de aanval op Makin Island in de Gilbert-eilanden. Vervolgens nam het schip deel aan luchtaanvallen op Kavieng (Nieuw-Ierland) op 25 december 1943, als onderdeel van Task Group 37.2. Begin 1944 ondersteunde zij de landingen op Kwajalein en Eniwetok.

Van februari tot juli 1944 opereerde de Monterey binnen Task Force 58 en nam zij deel aan luchtaanvallen op de Caroline-eilanden, de Mariana-eilanden, Noord-Nieuw-Guinea en de Bonin-eilanden. Tijdens de Slag in de Filipijnenzee (19–20 juni 1944) droeg de Monterey bij aan de vernietiging van Japanse vliegdekschepen en hun luchtgroepen.

Typhoon Cobra (december 1944)

In december 1944 kwam de Monterey in zwaar weer terecht tijdens Typhoon Cobra, waarbij windstoten van meer dan 100 knopen werden geregistreerd. Door het geweld van de storm braken vliegtuigen los in de hangar, wat brand veroorzaakte. Toenmalig luitenant Gerald R. Ford hielp bij het blussen en rapporteren van de schade, waarmee hij een belangrijke rol speelde in de redding van het schip. Ondanks schade wist de bemanning het vuur te bedwingen en koers te houden.

Eindfase van de oorlog (1945)

Na een grote onderhoudsperiode in Bremerton keerde de Monterey terug naar de vloot in mei 1945 en nam deel aan luchtaanvallen ter ondersteuning van de invasie van Okinawa. Van mei tot augustus 1945 voerde zij luchtaanvallen uit op Nansei Shoto, Kyūshū, Honshū en Hokkaidō. De Monterey bleef actief tot de Japanse capitulatie op 15 augustus 1945.

Na de oorlog

Na de capitulatie van Japan vertrok de Monterey op 7 september 1945 vanuit Tokio met aan boord terugkerende Amerikaanse troepen. Het schip arriveerde in New York op 17 oktober 1945. Vervolgens werd het ingezet in de Operation Magic Carpet, het repatriëren van Amerikaanse militairen. Op 11 februari 1947 werd de USS Monterey buiten dienst gesteld en toegevoegd aan de reservevloot.

Met het uitbreken van de Koreaanse Oorlog in 1950 werd zij opnieuw in dienst genomen als trainingsschip onder bevel van de Naval Training Command in Pensacola, Florida. Hier werden duizenden vliegers en helikopterpiloten opgeleid. In 1955 keerde het schip terug naar de reservevloot en werd uiteindelijk op 16 januari 1956 definitief uit dienst gesteld. In 1971 werd de Monterey verkocht voor sloop.

Conclusie

De USS Monterey (CVL-26) vertegenwoordigde een overgangsperiode in de Amerikaanse marinetechnologie. Hoewel het schip oorspronkelijk was ontworpen als lichte kruiser, werd het effectief ingezet als licht vliegdekschip dankzij snelle aanpassingen in ontwerp en radarontwikkeling. De aanwezigheid van een geavanceerd Combat Direction Center gaf het schip een moderne operationele capaciteit volgens de normen van 1943. De Monterey was technisch niet verouderd en voldeed aan de vereisten van luchtoorlogvoering in de Stille Oceaan. De combinatie van snelheid, operationele flexibiliteit en radarondersteuning maakte haar tot een waardevol onderdeel van de Amerikaanse vloot.

Bronnen en meer informatie

  1. Naval Historical Center. Dictionary of American Naval Fighting Ships: USS Monterey (CVL-26). Washington D.C.: U.S. Navy Department.

  2. Bennett, Geoffrey (2005). Naval Battles of the Second World War. Barnsley: Pen & Sword Military Classics. ISBN 978-1-84415-301-5.

  3. Naval Historical Foundation. Lieutenant Gerald Ford and Typhoon Cobra. Washington D.C., 2013.

  4. National Naval Aviation Museum. Pensacola’s Flattops. 2014. ISSN 0099-0149.

  5. Friedman, Norman (1983). U.S. Aircraft Carriers: An Illustrated Design History. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 978-0-87021-739-5.

  6. Air Operations Center (AirOps) – Vliegdekschepen, in: Schepen USA.

  7. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946.