Home WO2 Blog USS Helm (DD-388) – Amerikaanse torpedobootjager WO2

USS Helm (DD-388) – Amerikaanse torpedobootjager WO2

USS Helm (DD-388), Bagley-klasse torpedobootjager van de Amerikaanse marine, actief in de Stille Oceaan tijdens de Tweede Wereldoorlog.
De USS Helm (DD-388), een Bagley-klasse torpedobootjager, diende in de Stille Oceaan en nam deel aan belangrijke veldslagen.

De USS Helm (DD-388) was een torpedobootjager van de Bagley-klasse in dienst van de United States Navy. Het schip werd vernoemd naar Rear Admiral James Meredith Helm en nam actief deel aan de belangrijkste campagnes in de Stille Oceaan tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Helm werd op 16 oktober 1937 in dienst gesteld en ontving elf battle stars voor haar inzet. Van de aanval op Pearl Harbor tot de landingen op Okinawa leverde zij een bijdrage aan talrijke operaties, waarbij zij fungeerde als escorteschip, luchtafweerplatform en reddingsvaartuig. De geschiedenis van de USS Helm biedt een gedetailleerd beeld van de rol van Amerikaanse torpedobootjagers in de maritieme oorlogsvoering tussen 1941 en 1945.

Ontwerp en constructie

De USS Helm behoorde tot de Bagley-klasse, bestaande uit acht schepen die tussen 1935 en 1939 in dienst werden gesteld. De klasse werd ontwikkeld als opvolger van de Mahan-klasse en kenmerkte zich door verbeterde torpedobewapening en een grotere actieradius, aangepast voor operaties in de Stille Oceaan.

De Helm werd gebouwd op de Norfolk Navy Yard in Virginia. De kiel werd gelegd op 25 september 1936, waarna de tewaterlating volgde op 27 mei 1937. Het schip werd gesponsord door de weduwe van admiraal Helm en formeel in gebruik genomen op 16 oktober 1937. De eerste commandant was Lieutenant Commander Philip H. Talbot.

Technische gegevens van de Bagley-klasse:

  • Waterverplaatsing: 1.500 ton (standaard), 2.325 ton (volgeladen)
  • Lengte: 104 meter
  • Breedte: 10,8 meter
  • Diepgang: 3,8 meter
  • Voortstuwing: vier ketels, twee Parsons-turbines, 49.000 pk, twee schroeven
  • Snelheid: maximaal 38 knopen
  • Bereik: 6.940 zeemijlen bij 12 knopen
  • Bemanning: ongeveer 158 officieren en manschappen

De ontwerpfilosofie van de Bagley-klasse legde nadruk op torpedoaanvallen en begeleiding van grotere oppervlakteschepen, wat duidelijk naar voren kwam in de operationele inzet van de USS Helm.

Bewapening

De oorspronkelijke bewapening van de USS Helm bestond uit:

  • Vier 127 mm/38 kaliber kanonnen in enkelvoudige opstelling
  • Vier 12,7 mm Browning M2 machinegeweren voor luchtafweer
  • Vier drievoudige torpedolanceerinrichtingen (24 torpedo’s in totaal)
  • Dieptebomrekken en -werpers voor onderzeebootbestrijding

Tijdens de oorlog werd de luchtafweer uitgebreid. Er werden 20 mm Oerlikon-geschut en later 40 mm Bofors-kanonnen toegevoegd om bescherming te bieden tegen Japanse lucht- en kamikaze-aanvallen. Deze aanpassingen verhoogden de overlevingskansen tijdens de intensieve gevechten in de Stille Oceaan.

Bepantsering

De Bagley-klasse was, zoals de meeste Amerikaanse torpedobootjagers, nauwelijks bepantserd. Het ontwerp was gericht op snelheid en manoeuvreerbaarheid in plaats van bescherming. Alleen vitale delen, zoals de commandotoren, kregen lichte bepantsering. De zwakke bepantsering maakte de schepen kwetsbaar, maar hun taak was vooral offensief en ondersteunend, niet om zware gevechten met slagschepen te voeren.

Sensoren en dataverwerking

Tijdens de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde de maritieme oorlogvoering zich snel op het gebied van elektronische detectie en coördinatie. De USS Helm onderging meerdere moderniseringen waarbij radars en sonars werden toegevoegd om de gevechtskracht te vergroten.

Radar

In de vroege oorlogsjaren werd de Helm uitgerust met de CXAM-radar, een van de eerste operationele scheepsradars die door de Amerikaanse marine werd ingezet. Later werd deze vervangen en aangevuld door modernere types zoals de SG Surface Search Radar en de SC Air Search Radar. Deze systemen maakten het mogelijk om vijandelijke vliegtuigen en schepen eerder te detecteren, ook ’s nachts en bij slecht weer.

Sonar

Voor onderzeebootbestrijding beschikte de USS Helm over een QC-sonarinstallatie. Dit systeem stelde haar in staat vijandelijke onderzeeërs onder water op te sporen en nauwkeuriger dieptebommen in te zetten.

Combat Information Center (CIC)

Vanaf 1943 werd de USS Helm uitgerust met een Combat Information Center (CIC). Dit was een centrale ruimte waar radarinformatie, visuele waarnemingen en radioberichten werden samengebracht. De CIC maakte het mogelijk om tactische beslissingen sneller en beter gecoördineerd uit te voeren. Voor destroyers betekende dit een belangrijke versterking van de operationele effectiviteit, vooral bij luchtaanvallen en konvooibescherming.

De combinatie van radar, sonar en een CIC stelde de Helm in staat om niet alleen als escorte, maar ook als zelfstandige gevechtseenheid te functioneren. Dit weerspiegelde de algemene trend binnen de Amerikaanse marine waarbij technologische vooruitgang leidde tot een toename in slagkracht en flexibiliteit van middelgrote schepen.

Modificaties

Gedurende de oorlog onderging de USS Helm meerdere moderniseringen. De belangrijkste waren:

  • Toevoeging van luchtafweerkanonnen (20 mm en 40 mm)
  • Installatie van geavanceerde radar- en sonarapparatuur
  • Inrichting van een Combat Information Center
  • Verbeteringen aan communicatie- en vuurleidingssystemen

Deze modificaties zorgden ervoor dat de Helm gedurende de oorlog inzetbaar bleef, ondanks de snelle technologische ontwikkelingen.

Status schip tijdens de oorlog

Bij het uitbreken van de oorlog was de USS Helm modern en volledig operationeel. Tijdens de oorlog werd het schip doorlopend aangepast aan de eisen van de strijd, met nadruk op luchtafweer en detectie. De introductie van CIC in 1943 maakte dat zij voldeed aan de toen geldende maritieme normen. Dankzij deze aanpassingen bleef de Helm tot 1945 effectief inzetbaar.

Operationele geschiedenis

Vooroorlogse dienst

Na haar ingebruikname in 1937 voerde de Helm oefeningen uit in het Caribisch gebied en later langs de Amerikaanse westkust en bij Hawaï. Deze periode diende ter voorbereiding op haar toekomstige rol in de vloot.

Pearl Harbor

Op 7 december 1941 bevond de Helm zich in Pearl Harbor toen Japanse vliegtuigen de aanval inzetten. Zij was het enige schip dat al onder stoom lag en wist uit te wijken naar open zee. Tijdens de aanval schoot zij op Japanse vliegtuigen en viel een mini-onderzeeër aan. De bemanning nam later de eerste Japanse krijgsgevangene van de oorlog in Amerikaanse handen.

1942: Zuidelijke Pacific en Guadalcanal

Begin 1942 evacueerde de Helm personeel van Howland- en Baker Island en escorteerde zij troepen en bevoorradingsschepen richting de Nieuwe Hebriden. In augustus nam zij deel aan de landingen op Guadalcanal en Tulagi, waar zij transporten beschermde tegen luchtaanvallen. Tijdens de Slag bij Savo-eiland (8–9 augustus 1942) probeerde de Helm Amerikaanse kruisers bij te staan en redde zij overlevenden.

1943: Operaties rond Australië en Nieuw-Guinea

In 1943 opereerde de Helm voornamelijk als escorteschip tussen Australië en Nieuw-Guinea. Zij nam deel aan landingsoperaties op Woodlark Island en Cape Gloucester, waarbij zij kustbombardementen uitvoerde. Ook hielp zij bij de reddingsactie na de ondergang van het Australische hospitaalschip Centaur.

1944: Marianas en Slag in de Filipijnenzee

Na modernisering in de Verenigde Staten sloot de Helm zich aan bij Task Force 58. Zij nam deel aan de invasie van de Marianen en de Slag in de Filipijnenzee (19–20 juni 1944), waarbij Japan zware verliezen leed in vliegtuigen en vliegdekschepen. Daarna ondersteunde zij aanvallen op Guam, Iwo Jima en Formosa. Bij de Slag in de Golf van Leyte (oktober 1944) schermde de Helm vliegdekschepen af en hielp zij bij de vernietiging van Japanse onderzeeër I-46.

1945: Iwo Jima en Okinawa

In februari 1945 begeleidde de Helm escortecarriers bij de invasie van Iwo Jima en redde zij overlevenden van de gezonken escortcarrier Bismarck Sea. Vervolgens nam zij deel aan de invasie van Okinawa, waar zij intensieve luchtaanvallen trotseerde en meerdere vijandelijke vliegtuigen neerschoot. Met de verovering van Okinawa was de Japanse verdediging doorbroken.

Na de oorlog

Na de capitulatie van Japan opereerde de USS Helm kort als escorteschip en patrouillevaartuig bij Okinawa en de Bonin-eilanden. Zij nam deel aan de zoekactie naar overlevenden van de USS Indianapolis. Eind 1945 keerde zij terug naar de Verenigde Staten en werd op 26 juni 1946 buiten dienst gesteld. In 1946 diende de Helm als doelschip tijdens de nucleaire proeven van Operation Crossroads op Bikini-atol. Uiteindelijk werd het wrak in 1947 verkocht voor sloop.

Conclusie

De USS Helm vertegenwoordigt de veelzijdigheid van Amerikaanse torpedobootjagers tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel zij slechts licht gepantserd was, maakten haar snelheid, bewapening en voortdurende moderniseringen haar waardevol in uiteenlopende operaties. De toevoeging van radar, sonar en een Combat Information Center vanaf 1943 was bepalend voor haar inzetbaarheid. Daarmee bleef zij tot het einde van de oorlog operationeel effectief. Zonder deze technologische aanpassingen zou de Helm, net als veel schepen uit het interbellum, vanaf 1943 als verouderd zijn beschouwd.

Bronnen en meer informatie

  1. DANFS, Dictionary of American Naval Fighting Ships. Naval History and Heritage Command. (Public domain).
  2. Carroll, C.E. (1941). Action during air raid on December 7 – Report on. Naval Historical Center.
  3. Nimitz, C.W. (1942). Report of Japanese Raid on Pearl Harbor, 7 December, 1941. Naval Historical Center.
  4. NavSource Naval History. USS Helm (DD-388) Photo Archive.
  5. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946