
Marie Émile Antoine Béthouart was een Franse generaal die een actieve rol speelde in zowel de Eerste als de Tweede Wereldoorlog. Hij stond bekend om zijn betrokkenheid bij de Noorse campagne van 1940, zijn steun aan de geallieerden tijdens de gevechten in Noord-Afrika, en zijn leiding over het Franse I Corps bij de bevrijding van Frankrijk en de opmars naar Duitsland en Oostenrijk.
Vroege leven en militaire opleiding
Geboorte en achtergrond
Marie Émile Béthouart werd op 17 december 1889 geboren in Dole, een stad in het departement Jura, gelegen in het oostelijke deel van Frankrijk. De streek maakt deel uit van het Jura-gebergte, een gebied dat bekend staat om zijn bergachtige terrein, wat mogelijk zijn latere specialisatie in bergtroepen heeft beïnvloed.
Opleiding aan Saint-Cyr
Béthouart volgde zijn militaire opleiding aan de École Spéciale Militaire de Saint-Cyr, de voornaamste militaire academie in Frankrijk. Deze instelling, opgericht onder Napoleon, leverde talloze officieren voor het Franse leger. Na zijn afstuderen werd hij toegewezen aan het 159e regiment chasseurs alpins, een onderdeel van de Franse berginfanterie.
Deelname aan de Eerste Wereldoorlog
Dienst in de Alpeninfanterie
Tijdens de Eerste Wereldoorlog diende Béthouart als pelotonscommandant bij het 159e regiment chasseurs alpins. Deze eenheid werd ingezet aan het westfront en was gespecialiseerd in gevechten in moeilijk terrein, waaronder bergachtige gebieden. Gedetailleerde gegevens over zijn precieze betrokkenheid bij veldslagen tijdens deze oorlog zijn beperkt, maar zijn vroege ervaring in de oorlog legde de basis voor zijn latere loopbaan in de militaire bergtroepen.
Tussenoorlogse periode
Militair adviseur in Joegoslavië
Na de Eerste Wereldoorlog werd Béthouart benoemd tot militair adviseur bij het Koninklijk Joegoslavisch Leger. Deze functie was onderdeel van een bredere Franse diplomatieke en militaire inzet in Centraal- en Zuidoost-Europa in het interbellum. Zijn rol bestond onder meer uit het trainen van Joegoslavische officieren en het bevorderen van militaire samenwerking.
Instructeur bij de bergtroepen
Daarnaast keerde Béthouart terug naar Frankrijk om te doceren aan de École de Haute Montagne, een militaire bergschool. Deze instelling trainde Franse officieren in bergoorlogsvoering, een discipline waarin Béthouart veel expertise had opgedaan.
Opkomst binnen het Franse leger
Bevorderingen
In 1937 werd Béthouart bevorderd tot kolonel. Kort na het begin van de Tweede Wereldoorlog kreeg hij in januari 1940 de tijdelijke rang van brigadegeneraal (général de brigade à titre temporaire). Deze benoeming werd permanent gemaakt in april 1941. Hij werd vervolgens in december 1942 bevorderd tot generaal-majoor en in november 1943 tot luitenant-generaal. In 1948 bereikte hij de rang van generaal.
De Noorse campagne van 1940
Bevel over de 1e Divisie Chasseurs
In 1940 kreeg Béthouart het commando over de 1e Divisie Chasseurs, een elite-eenheid lichte infanterie. Deze divisie werd ingezet in de Noorse campagne, waarbij de geallieerden probeerden de haven van Narvik te heroveren op de Duitse bezetters. Béthouart leidde zijn troepen in uitdagende omstandigheden, waaronder sneeuw en bergachtig terrein. Hoewel de geallieerde troepen aanvankelijk succes boekten, leidde de val van Frankrijk in juni 1940 tot de terugtrekking uit Noorwegen.
Inzet in Noord-Afrika
Casablanca en Operatie Torch
Na de terugtocht uit Noorwegen kreeg Béthouart het bevel over Franse troepen in Marokko, met als standplaats Casablanca. In november 1942 vond Operatie Torch plaats, de geallieerde landing in Frans Noord-Afrika. Béthouart speelde een rol bij het overtuigen van Franse troepen om zich aan te sluiten bij de geallieerden, ondanks het feit dat deze troepen aanvankelijk loyaal waren aan het Vichy-regime.
Arrestatie en bevrijding
Op 10 november 1942 werd Béthouart gearresteerd door Vichy-gezinde autoriteiten wegens zijn steun aan de geallieerden. Hij werd echter vier dagen later, op 14 november, bevrijd toen de geallieerden de controle over het gebied verwierven.
Diplomatieke en militaire functies
Militaire missie in Washington
Vanaf december 1942 tot november 1943 stond Béthouart aan het hoofd van de Franse militaire missie in Washington D.C. In deze rol coördineerde hij met Amerikaanse autoriteiten over Franse militaire bijdragen aan de geallieerde inspanningen.
Comité voor Nationale Defensie
In april 1944 werd hij benoemd tot chef-staf van het Franse Comité voor Nationale Defensie, dat onder leiding stond van de Vrije Fransen van Charles de Gaulle. Hij vervulde deze functie tot augustus 1944.
Commandant van het Franse I Corps
Opmars in Europa
Op 1 september 1944 kreeg Béthouart het commando over het Franse I Corps, dat deel uitmaakte van het Armée B onder leiding van generaal Jean de Lattre de Tassigny. Hij leidde ongeveer 140.000 soldaten in de campagne in de Elzas en later in Duitsland.
Opmars naar de Donau en Oostenrijk
Het Franse I Corps, onder zijn leiding, was de eerste geallieerde eenheid die de Donau bereikte en Oostenrijk binnenviel. Tijdens deze campagne werden meer dan 100.000 Duitse soldaten gevangen genomen. De troepen van Béthouart speelden daarmee een belangrijke rol bij de eindfase van de oorlog in Europa.
Na de Tweede Wereldoorlog
Franse bezettingsmacht in Oostenrijk
Na de oorlog werd Béthouart benoemd tot bevelhebber van de Franse bezettingstroepen in Oostenrijk. Van 1946 tot 1950 vervulde hij de functie van Hoge Commissaris voor Frankrijk in Oostenrijk. Deze positie bracht hem in contact met de andere geallieerde machten in het bezette Oostenrijk, waar hij bijdroeg aan de wederopbouw en de politieke stabilisatie van het land.
Politieke loopbaan
Senator voor de Fransen in het buitenland
In 1955 trad Béthouart toe tot de Franse Senaat als vertegenwoordiger van Franse staatsburgers in het buitenland. Hij bleef deze functie vervullen tot 1971. Zijn politieke werk was gericht op defensie en buitenlandse zaken, waarbij hij voortbouwde op zijn militaire ervaring.
Overlijden en herdenking
Laatste levensjaren en overlijden
Marie Émile Béthouart overleed op 17 oktober 1982 in Fréjus, een stad aan de Franse zuidkust. Hij werd begraven in Rue.
Eerbetoon in Innsbruck
In juni 2003 werd in Innsbruck, Oostenrijk, een brug naar hem vernoemd. Deze ceremonie was een vorm van erkenning voor zijn rol bij de bevrijding van Oostenrijk aan het einde van de Tweede Wereldoorlog.
Conclusie
Generaal Marie Émile Béthouart had een lange en veelzijdige carrière die hem bracht van de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog tot de bezettingszones van het naoorlogse Europa. Zijn rol in de Noorse campagne, zijn hulp aan de geallieerden in Noord-Afrika, en zijn leiding van het Franse I Corps bij de opmars door Duitsland en Oostenrijk tonen zijn militaire vaardigheid en strategisch inzicht. Na de oorlog speelde hij een rol in de wederopbouw en diplomatie, en gaf hij zijn ervaring door in de Franse Senaat. Zijn naam blijft verbonden aan de militaire geschiedenis van Frankrijk in de twintigste eeuw.
Bronnen en meer informatie
- Afbeeldingen: Fhytac532, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons
Porch, Douglas (2004). The French Foreign Legion: A Complete History of the Legendary Fighting Force. New York: Harper Perennial. ISBN 978-0-06-075627-0.
Horne, Alistair (2007). To Lose a Battle: France 1940. London: Penguin Books. ISBN 978-0-14-103065-4.
Atkin, Nicholas (1997). Church and Schools in Vichy France. London: Palgrave Macmillan. ISBN 978-0-333-63929-2. DOI: 10.1057/9780230375602.
Doughty, Robert A. (2005). The Seeds of Disaster: The Development of French Army Doctrine, 1919–1939. Stackpole Books. ISBN 978-0-8117-3371-0.
Jackson, Julian (2003). France: The Dark Years, 1940–1944. Oxford: Oxford University Press. ISBN 978-0-19-925457-6.
Alexander, Martin S. (2002). After Dunkirk: The French Army’s Performance in the 1940 Campaign Reassessed. War in History, 9(2), 183–216. ISSN 0968-3445. DOI: 10.1191/0968344502wh256oa.
Williams, Charles (1993). The Last Great Frenchman: A Life of General de Gaulle. New York: John Wiley & Sons. ISBN 978-0-471-01181-4.
Young, Robert J. (1990). France and the Origins of the Second World War. New York: St. Martin’s Press. ISBN 978-0-312-03354-5.
- Bronnen Mei1940









