Wolfgang Abel (1905–1997) was een Oostenrijks medisch antropoloog die tijdens het Derde Rijk actief was binnen raciaal-biologisch onderzoek. Als assistent van Eugen Fischer aan het Kaiser-Wilhelm-Instituut en later als hoogleraar in Berlijn, speelde hij een rol in de wetenschappelijke rechtvaardiging van racistische beleidsmaatregelen. Zijn betrokkenheid bij projecten zoals de Generalplan Ost en de verplichte sterilisatie van minderheden toont de verwevenheid van wetenschap en ideologie in nationaalsocialistisch Duitsland. Na de oorlog werd hij geïnterneerd door de geallieerden. Hij leefde de rest van zijn leven teruggetrokken in Oostenrijk.
Vroege leven en opleiding
Wolfgang Abel werd op 13 mei 1905 geboren in Wenen. Hij was de zoon van Othenio Abel, een paleontoloog die bekendstond om zijn bijdragen aan de paleobiologie. Tussen 1925 en 1929 studeerde hij geneeskunde, zoölogie en schilderkunst in Wenen en Freiburg. Tijdens zijn studiejaren toonde hij al vroeg belangstelling voor raciale theorieën. In 1927 leidde hij studentenprotesten in Wenen, waarbij hij zich afzette tegen Joodse studenten. Deze acties leidden tot disciplinaire maatregelen, waarna hij zijn studie voortzette in Freiburg.
In 1929 promoveerde hij in Wenen onder leiding van Jan Versluys. Twee jaar later, in april 1931, begon hij zijn carrière als assistent van Eugen Fischer aan het Kaiser-Wilhelm-Instituut voor Antropologie, Menselijke Erfelijkheidsleer en Eugenetica in Berlijn-Dahlem.
Interbellum: Wetenschappelijke en politieke betrokkenheid
Lidmaatschap van de NSDAP en SS
Op 20 mei 1933 diende Abel zijn aanvraag in voor lidmaatschap van de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP), en werd toegelaten op 1 juni van datzelfde jaar (lidmaatschapsnummer 1.619.908). In augustus 1935 werd hij tevens lid van de SS (SS-nummer 271.857).
In 1933 begon hij met onderzoek naar kinderen die voortkwamen uit relaties tussen Duitse vrouwen en Franse koloniale soldaten tijdens de bezetting van het Rijnland. Deze kinderen, vaak aangeduid als “Rijnlandbastaarden”, werden onderwerp van raciaal-biologisch onderzoek. Abel beschreef zijn bevindingen in een artikel uit 1934 in het tijdschrift Neues Volk, getiteld Bastarde am Rhein. Zijn werk speelde een indirecte rol in de daaropvolgende gedwongen sterilisatiecampagnes tegen deze kinderen.
Posities binnen de academische wereld en de SS
Naast zijn werk aan het Kaiser-Wilhelm-Instituut werd Abel in 1934 aangesteld als docent in de antropologie aan de Deutsche Hochschule für Politik, waar hij tevens diende als plaatsvervangend hoofd van de afdeling Rassenpflege (rassenhygiëne). Na zijn toetreding tot de SS werd hij actief binnen het SS-Rasse- und Siedlungshauptamt (RuSHA), waar hij onder andere werkte als deskundige beoordelaar voor het Reichssippenamt, verantwoordelijk voor genealogische beoordelingen binnen de SS-organisatie.
In 1940 klom Abel op tot afdelingshoofd van de afdeling rassenkunde aan het Kaiser-Wilhelm-Instituut. In juli 1941 werd hij benoemd tot buitengewoon hoogleraar. Twee jaar later, in 1943, volgde hij Eugen Fischer op als hoogleraar rassenbiologie aan de Universiteit van Berlijn. Gelijktijdig nam hij de leiding over het Institut für Rassenbiologie van de Deutsche Hochschule für Politik.
Internationale presentatie
In 1938 trad Abel op als spreker tijdens het Congrès International des Sciences Anthropologiques et Ethnologiques in Kopenhagen. Zijn lezing betrof de zogenaamde raciale kenmerken van de Roma-bevolking in Roemenië. De inhoud van deze voordracht weerspiegelde de toenmalige pseudowetenschappelijke benadering van etnische bevolkingsgroepen binnen nationaalsocialistische kringen.
Deelname aan de Tweede Wereldoorlog
Onderzoek naar krijgsgevangenen en de Generalplan Ost
Tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg Wolfgang Abel diverse taken toegewezen die binnen de ideologische en raciaal-georiënteerde doelstellingen van het nationaalsocialisme pasten. Vanaf 1941 verrichtte hij onderzoek onder Sovjet-krijgsgevangenen. In mei 1942 werkte hij in het kader van de Generalplan Ost een plan uit voor de zogenaamde “geleidelijke uitschakeling” van de Russische bevolking. In zijn opvattingen werd onderscheid gemaakt tussen “Nordische types”, die volgens hem voor germanisering in aanmerking kwamen, en andere bevolkingsgroepen, die gedeporteerd dienden te worden naar Siberië.
Sterilisatieprojecten en raciale classificatie
Abel was betrokken bij meerdere onderzoeksprojecten die tot doel hadden om raciale kenmerken te analyseren en beleid voor te bereiden op basis van erfelijkheidsleer. Een belangrijk onderwerp van zijn werk betrof kinderen van gemengde afkomst, waaronder Afro-Duitse kinderen die het gevolg waren van koloniale bezettingen en militaire aanwezigheid. Binnen dit kader onderzocht hij onder andere de cognitieve en fysieke ontwikkeling van deze kinderen. Zijn conclusies – gebaseerd op raciaal-biologische uitgangspunten – leidden tot de aanbeveling tot verplichte sterilisatie.
Ook voerde hij studies uit gericht op de Roma-bevolking. Deze onderzoeken werden gebruikt ter legitimering van maatregelen als opsluiting, deportatie en sterilisatie van Roma in bezet gebied. Abel was in zijn werk niet alleen wetenschapper, maar ook beleidsadviseur voor de SS en het Oberkommando des Heeres (OKH), het opperbevel van het Duitse leger.
Militaire Rangen
Wolfgang Abel was geen militair in traditionele zin, maar bekleedde een rang binnen de SS. Zijn exacte rang binnen de Schutzstaffel is niet gedetailleerd teruggevonden in de beschikbare literatuur, maar uit archiefmateriaal blijkt dat hij binnen het SS-Rasse- und Siedlungshauptamt als deskundige (Obergutachter) optrad.
Oorlogsmisdaden
Wolfgang Abel was direct betrokken bij beleidsvoorbereiding en wetenschappelijke onderbouwing van maatregelen die vandaag worden aangemerkt als oorlogsmisdaden en schendingen van de mensenrechten. Hoewel hij formeel geen gewapende operaties leidde of uitvoerde, speelde hij een rol bij de legitimering van raciale zuivering en medische praktijken die indruisten tegen het internationaal humanitair recht.
Betrokkenheid bij gedwongen sterilisatie
Abel leverde wetenschappelijke ondersteuning voor het nationaalsocialistische sterilisatieprogramma. Hij onderzocht doelgroepen zoals de zogenoemde “Rijnlandkinderen”, Afro-Duitsers en Roma, en concludeerde op basis van zijn raciaal-biologische criteria dat deze kinderen genetisch ongeschikt zouden zijn. Zijn werk vormde de basis voor verplichte sterilisaties zonder toestemming of medische noodzaak.
Generalplan Ost en etnische zuivering
In het kader van het Generalplan Ost leverde Abel een concrete bijdrage aan plannen voor de etnische herstructurering van bezet Oost-Europa. Hij ontwikkelde richtlijnen voor de “geleidelijke uitschakeling” van bevolkingsgroepen die als “niet-Germaniseerbaar” werden beschouwd, waaronder grote delen van de Russische bevolking. Abel stelde voor om individuen met zogenaamde Nordische kenmerken te assimileren, terwijl de overige bevolkingsgroepen gedeporteerd dienden te worden naar Siberië. Deze plannen droegen bij aan het ideologische fundament voor massale deportaties, uithongering en vernietiging van bevolkingsgroepen.
Medische ethiek en schending van de Neurenbergcode
Hoewel Abel niet voorkwam in de Neurenbergse artsenprocessen (1946–1947), is zijn werk volgens latere analyses in strijd met de medische ethiek zoals vastgelegd in de Neurenbergcode. Die code stelt onder meer dat medisch onderzoek vrijwillige toestemming vereist, een principe dat in Abels werk structureel werd genegeerd. Onderzoeksobjecten – vaak kinderen of krijgsgevangenen – werden onderworpen aan antropometrische metingen, psychologische beoordelingen en medische analyses zonder enige vorm van toestemming of bescherming.
Geen vervolging na de oorlog
Opvallend is dat Abel na de oorlog niet werd aangeklaagd voor zijn rol in het raciaal beleid van het Derde Rijk. Hij werd gedurende twee jaar geïnterneerd door de Amerikaanse autoriteiten, maar kwam in 1947 vrij. Er zijn geen gerechtelijke stappen bekend die betrekking hadden op zijn betrokkenheid bij oorlogsmisdaden of misdaden tegen de menselijkheid. Zijn verdere leven bracht hij buiten het publieke domein door als portretschilder in Oostenrijk.
In 1945 werd Abel uit zijn positie aan de Universiteit van Berlijn ontheven. Vervolgens werd hij geïnterneerd door de Amerikaanse bezettingsautoriteiten en verbleef van 1945 tot 1947 in gevangenschap. Na zijn vrijlating keerde hij terug naar Oostenrijk, waar hij een teruggetrokken bestaan leidde als portretschilder in Mondsee, Oberösterreich. Hij werd niet verder juridisch vervolgd voor zijn wetenschappelijke bijdrage aan nationaalsocialistisch beleid.
Wolfgang Abel overleed op 1 november 1997 in Pichl am See, Mondsee, Oostenrijk.
Conclusie
Wolfgang Abel was als wetenschapper actief binnen een systeem dat raciaal beleid en pseudowetenschappelijke theorieën gebruikte ter legitimering van structurele onderdrukking, discriminatie en geweld. Zijn werkzaamheden als antropoloog en erfelijkheidsdeskundige binnen het Kaiser-Wilhelm-Instituut, de Universiteit van Berlijn en de SS droegen bij aan het beleid van verplichte sterilisatie, raciale classificatie en het uitwerken van plannen voor bevolkingsverplaatsing in Oost-Europa.
Hoewel Abel zelf geen direct militair optreden pleegde, was zijn wetenschappelijke werk een integraal onderdeel van de ideologische onderbouwing van het nationaalsocialistisch beleid. Hij stelde onder meer plannen op voor de germanisering van delen van de Russische bevolking en de deportatie van andere groepen, en onderzocht de fysieke en cognitieve kenmerken van kinderen met een gemengde etnische achtergrond om raciale beleidsmaatregelen te onderbouwen.
Na de oorlog werd hij niet juridisch vervolgd, ondanks zijn aantoonbare betrokkenheid bij beleid dat in strijd was met fundamentele mensenrechten. Zijn levensloop laat zien hoe academische autoriteit kan worden ingezet binnen een totalitair systeem en onderstreept het belang van ethische grenzen in wetenschap en beleid. Het geval Abel maakt deel uit van de bredere context van raciaal-gemotiveerde medische en antropologische praktijken in nazi-Duitsland, die een belangrijke plaats innemen in de geschiedschrijving van de Tweede Wereldoorlog.
Bronnen en meer informatie
- Campt, Tina Marie (2010). Other Germans: Black Germans and the Politics of Race, Gender, and Memory in the Third Reich. Ann Arbor: University of Michigan Press. ISBN 0-472-11360-7.
- Ericsson, Kjersti; Simonsen, Eva (2005). Children of World War II: The Hidden Enemy Legacy. Oxford: Berg. ISBN 978-1-84520-880-6.
- Hildebrandt, Sabine; Offer, Miriam; Grodin, Michael A. (2021). Recognizing the Past in the Present: New Studies on Medicine before, during, and after the Holocaust. New York: Berghahn Books. ISBN 978-1-78920-784-2.
- Klee, Ernst (2003). Das Personenlexikon zum Dritten Reich. Frankfurt am Main: S. Fischer. ISBN 3-10-039309-0.
- Lusane, Clarence (2004). Hitler’s Black Victims: The Historical Experiences of European Blacks, Africans and African Americans During the Nazi Era. New York: Routledge. ISBN 0-415-93295-5.
- Proctor, Robert (2006). Racial Hygiene: Medicine Under the Nazis. Cambridge, MA: Harvard University Press. ISBN 978-0-674-74578-0.
- Weiss, Sheila Faith (2010). The Nazi Symbiosis: Human Genetics and Politics in the Third Reich. Chicago: University of Chicago Press. ISBN 0-226-89176-3.
- Informatie verwerkt uit Wikipedia (z.d.). Wolfgang Abel. Geraadpleegd op 2 augustus 2025. Beschikbaar onder de CC-BY-SA 3.0-licentie.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946









