De SS-Dirlewangerbrigade, officieel bekend als de 36e Waffen-Grenadierdivisie van de SS, werd tijdens de Tweede Wereldoorlog gevormd als een eenheid van de Waffen-SS. De brigade stond onder bevel van Oskar Dirlewanger, een voormalige officier uit de Eerste Wereldoorlog met een strafblad. De formatie werd berucht om haar betrokkenheid bij grootschalige oorlogsmisdaden en schendingen van het oorlogsrecht in met name Polen, Wit-Rusland en Slowakije. De eenheid werd vaak ingezet bij zogenoemde anti-partizanenacties, waarbij systematisch geweld tegen burgers werd toegepast.
Oprichting en achtergrond van de eenheid
De oorsprong van de brigade ligt in een initiatief van Heinrich Himmler uit 1940 om veroordeelde stropers vrij te laten en in te zetten als soldaten. De gedachte was dat deze mannen, door hun ervaring met het jagen, geschikt zouden zijn voor operaties tegen partizanen. Oskar Dirlewanger werd aangewezen als commandant van deze formatie. De eerste rekruten werden verzameld in Oranienburg en bestonden uit tachtig mannen, van wie er 55 werden geselecteerd na een trainingsperiode van twee maanden.
De eenheid kreeg aanvankelijk de naam Wilddiebkommando Oranienburg en opereerde onder toezicht van de SS-Totenkopfverbände, die ook verantwoordelijk was voor het beheer van concentratiekampen. Al snel werden ook andere soorten veroordeelden gerekruteerd: moordenaars, verkrachters en andere zware criminelen. Zelfs psychiatrisch gestoorden en homoseksuele mannen werden aan de eenheid toegevoegd. Hierdoor verloor de oorspronkelijke opzet – een elitegroep van jagers – zijn betekenis.
Structuur en uitbreiding
De eenheid werd meerdere keren hernoemd: van Sonderkommando Dirlewanger tot SS-Sonderbataillon Dirlewanger, later SS-Sturmbrigade Dirlewanger, en ten slotte de 36e Waffen-Grenadierdivisie van de SS. De werving werd later uitgebreid met vrijwilligers uit de Sovjet-Unie, zoals Oekraïners, Russen, Tataren en mensen uit Centraal-Azië. In 1944 werd een groep van meer dan 500 soldaten uit het Ostmuselmanische SS-Regiment aan de brigade toegevoegd. Gedurende de oorlog groeide de eenheid tot ongeveer 4.000 manschappen verdeeld over meerdere bataljons.
Reputatie en kritiek binnen het Derde Rijk
Vanaf het begin kreeg de eenheid kritiek van binnenuit. Veroordeelden werden normaal gesproken uitgesloten van dienst in de Waffen-SS, maar door de politieke steun van Himmler en Gottlob Berger kon Dirlewanger zijn positie behouden. Dirlewanger had invloedrijke connecties en wist meerdere pogingen tot opheffing van zijn eenheid te voorkomen. Ondanks haar wreedheid genoot de eenheid op bepaalde niveaus van de SS en Wehrmacht ook waardering vanwege haar effectiviteit in terreuroperaties.
De Duitse legerleiding zag de eenheid echter als een probleem. SS-officieren omschreven de soldaten als ongedisciplineerd en gevaarlijk. Oskar Dirlewanger zelf werd door verschillende bronnen omschreven als psychisch onstabiel en sadistisch. Zijn optreden leidde tot onderzoek door SS-autoriteiten, maar leidde nooit tot serieuze maatregelen.
Operaties in Polen
De eerste inzet vond plaats in het Generalgouvernement Polen, met als hoofdkwartier in Lublin. De eenheid kreeg hier bewakingstaken in het getto van Lublin en viel op door het structurele geweld tegen de bevolking. Binnen de eigen gelederen werden plunderingen, mishandelingen en verkrachtingen gedoogd.
In 1944 werd de eenheid teruggestuurd naar Polen om deel te nemen aan het neerslaan van de Opstand van Warschau. Tijdens deze veldtocht speelde de eenheid een rol bij de Wola-massamoord, waarbij tienduizenden Poolse burgers werden vermoord. Onder de slachtoffers bevonden zich patiënten en medisch personeel van ziekenhuizen, vrouwen, kinderen en ouderen. Deze moorden werden uitgevoerd met een extreme mate van wreedheid, waarbij vrouwen werden verkracht en op gruwelijke wijze werden vermoord. Ooggetuigen meldden systematische martelingen en het levend verbranden van mensen.
Anti-partizanenacties in Wit-Rusland
Vanaf 1942 werd de brigade ingezet in de bezette delen van de Sovjet-Unie, met name in de Wit-Russische SSR. Onder het bevel van SS-officier Erich von dem Bach-Zelewski nam de eenheid deel aan zogenaamde ‘anti-partizanenacties’. In werkelijkheid ging het veelal om massaslachtingen op burgers. Dorpen werden in brand gestoken en bewoners levend verbrand of neergeschoten.
Tijdens Operatie Cottbus (mei-juni 1943) werden tienduizenden mensen gedood, met een zeer laag aantal Duitse verliezen. Volgens getuigenverklaringen werden hele dorpen afgebrand, waarbij bewoners in schuren werden opgesloten en levend verbrand. Deze praktijken herhaalden zich tijdens Operatie Hermann en andere zuiveringsacties, waarbij duizenden mensen gevangen werden genomen, gedeporteerd of geëxecuteerd.
Aanvulling van manschappen en reorganisatie
Door de hoge verliezen werd de brigade regelmatig aangevuld met nieuwe rekruten uit concentratiekampen, gevangenissen en tuchthuizen. In oktober 1944 kregen kampcommandanten de opdracht om honderden politieke gevangenen te selecteren voor dienst in de brigade. De achtergrond van deze gevangenen varieerde van socialisten en communisten tot ‘asocialen’ en beroepscriminelen. De werving gebeurde onder toezicht van de SS-Hauptamt en werd ondersteund door Himmler.
Dank je wel voor je goedkeuring. Hier volgt deel 2 van het artikel over de SS-Dirlewangerbrigade, in lijn met de eerder vastgestelde richtlijnen en stijl. Dit deel behandelt de operaties in Slowakije, Hongarije en Duitsland, evenals de ontbinding van de eenheid, de nasleep en een beknopte conclusie. De bronnen staan onderaan.
Operaties in Slowakije
In augustus 1944 werd de SS-Sturmbrigade Dirlewanger ingezet om het Slowaaks Nationaal Opstand neer te slaan. Na de capitulatie van de opstand op 30 oktober werd het regiment uitgebreid tot vier bataljons. Hoewel versterkingen werden toegevoegd, bleef het regiment kampen met een tekort aan ervaren manschappen en uitrusting. Dirlewanger begon met het rekruteren van politieke gevangenen uit concentratiekampen, waaronder communisten en socialisten, met toestemming van Heinrich Himmler.
De brigade opereerde onder moeilijke omstandigheden en voerde meerdere zuiveringsacties uit in het gebied rond Banská Bystrica. Tijdens deze acties werd de Slowaakse burgerbevolking opnieuw het slachtoffer van geweld, plunderingen en executies. Door de tactiek van verschroeide aarde probeerde de brigade elke vorm van verzet te breken.
Gebeurtenissen in Hongarije
In december 1944 werd de brigade overgeplaatst naar het gebied rond Ipolyság (huidig Šahy) aan de grens van Slowakije en Hongarije. Het gebied was van strategisch belang vanwege de nabijheid van Boedapest en de verwachte Sovjetdoorbraak via de Ipolyvallei. De brigade werd als noodmaatregel ingezet om samen met de Hongaarse 2e Pantserdivisie de Sovjets tegen te houden.
Ondanks deze inzet bleek de gevechtswaarde van de brigade beperkt. Veel bataljons, waaronder die gevormd uit politieke gevangenen, stortten tijdens gevechten in. Binnen enkele weken leden zij zware verliezen. De brigade trok zich terug naar Slowakije om opnieuw te worden opgebouwd. Tijdens deze campagne werd duidelijk dat de eenheid weinig militaire effectiviteit had en vooral bekend stond om de excessen tegen burgers, zelfs binnen de Wehrmacht en SS.
Einde van de brigade in Duitsland
In februari 1945 kreeg de brigade het bevel om zich te verplaatsen naar het Oder-Neissefront in Oost-Duitsland. Kort daarop werd de eenheid formeel omgevormd tot de 36e Waffen-Grenadierdivisie van de SS. Ondanks deze herstructurering bleef het gebrek aan organisatie, discipline en training een probleem. Dirlewanger raakte op 15 februari 1945 zwaar gewond bij een aanval op Sommerfeld en werd vervangen door SS-Brigadeführer Fritz Schmedes.
Toen het Rode Leger op 16 april 1945 zijn laatste offensief begon, werd de divisie langzaam teruggedrongen naar het westen. Op 28 april raakte de divisie omsingeld in de zogenaamde Halbe-pocket ten zuiden van Berlijn. Daar werd het grootste deel van de eenheid vernietigd door Sovjettroepen. Slechts een klein aantal manschappen wist te ontsnappen naar de Amerikaanse linies.
Nasleep en ontbinding
Na de oorlog werd Oskar Dirlewanger op 1 juni 1945 gearresteerd door Franse troepen in Zuid-Duitsland. Volgens latere berichten overleed hij op 8 juni in detentie, waarschijnlijk door mishandeling door Poolse gevangenen of Franse militairen. Slechts ongeveer 700 leden van de divisie zouden de oorlog hebben overleefd.
De eenheid liet een beruchte reputatie na. De gebruikte tactieken, wreedheden en de samenstelling van het regiment zorgden ervoor dat zelfs binnen het nazi-apparaat vragen werden gesteld over het functioneren ervan. Ondanks het militaire falen kreeg Dirlewanger in oktober 1944 nog de Ridderkruis van het IJzeren Kruis uit handen van Hans Frank.
Invloed en nalatenschap
De eenheid geldt als een van de gewelddadigste formaties binnen de Waffen-SS. Tijdens de opstand in Warschau werd zij, samen met de brigade van Bronislav Kaminski, verantwoordelijk gehouden voor massale moorden, verkrachtingen en het levend verbranden van burgers. De brigade werd onder andere ingezet bij de Wola-massamoord, waar tienduizenden Poolse burgers in korte tijd werden geëxecuteerd.
Hoewel de eenheid na de oorlog werd opgeheven en de meeste betrokkenen verdwenen in gevangenschap of omkwamen, leeft de symboliek voort in sommige extreemrechtse kringen. Het embleem met gekruiste granaten wordt tot op heden nog gebruikt door neonazistische groeperingen.
Conclusie
De SS-Dirlewangerbrigade was een uitzonderlijke eenheid in de context van de Tweede Wereldoorlog. Samengesteld uit criminelen en politiek onbetrouwbare elementen, opereerde de brigade op de grens van militaire inzet en georganiseerde misdaad. In haar kern diende de eenheid niet alleen militaire doeleinden, maar werd zij ook ingezet als instrument van terreur tegen burgers. De naam Dirlewanger is sindsdien synoniem geworden voor excessief geweld, straffeloosheid en misdaden tegen de menselijkheid.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: SVG conversion by WClarke, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons
- Bartrop, Paul R.; Grimm, Eve E. (2019). Perpetrating the Holocaust: Leaders, Enablers, and Collaborators. Santa Barbara: ABC-CLIO. ISBN 978-1-4408-5896-3.
- Bishop, Chris (2003). SS: Hell on the Western Front. Staplehurst: Spellmount. ISBN 1-86227-185-2.
- Finder, Gabriel N.; Prusin, Alexander V. (2018). Justice Behind the Iron Curtain: Nazis on Trial in Communist Poland. Toronto: University of Toronto Press. ISBN 978-1-4875-2268-1.
- Ingrao, Christian (2011). The SS Dirlewanger Brigade: The History of the Black Hunters. New York: Skyhorse Publishing. ISBN 978-1-62087-631-2.
- Kay, Alex J. (2021). Empire of Destruction: A History of Nazi Mass Killing. New Haven: Yale University Press. ISBN 978-0-300-26253-7.
- Kitchen, Martin (2014). The Third Reich: Charisma and Community. Harlow: Pearson Education. ISBN 978-1-4082-2794-1.
- MacLean, French L. (1998). The Cruel Hunters: SS-Sonderkommando Dirlewanger, Hitler’s Most Notorious Anti-Partisan Unit. Atglen, PA: Schiffer Military History. ISBN 978-0-7643-0483-5.
- Nash, Douglas E. (2023). The Defeat of the Damned: The Destruction of the Dirlewanger Brigade at the Battle of Ipolyság, December 1944. Havertown, PA: Casemate Publishers. ISBN 978-1-63624-211-8.
- Snyder, Timothy (2010). Bloodlands: Europe Between Hitler and Stalin. New York: Basic Books. ISBN 978-0-465-00239-9.
- Schlagdenhauffen, Régis (ed.) (2018). Queer in Europe During the Second World War. Strasbourg: Council of Europe Publishing. ISBN 978-92-871-8464-1.
- Stein, George H. (1984). The Waffen SS: Hitler’s Elite Guard at War, 1939–1945. Ithaca: Cornell University Press. ISBN 0-8014-9275-0.
- Kuberski, Hubert (2020). “The Finale of a War Criminal’s Existence: Mysteries Surrounding Oskar Dirlewanger’s Death”. Studia z Dziejów Rosji i Europy Środkowo-Wschodniej, 54(3): 225–251. doi:10.12775/SDR.2019.EN4.08. S2CID 216260243.
- Bronnen mei1940










