Nicolae Dăscălescu 1884-1969 Roemeens leger

Nicolae Dăscălescu was een Roemeens generaal die diende in de Eerste Wereldoorlog, de Tweede Balkanoorlog, de Tweede Wereldoorlog en de Roemeense campagne tegen Duitsland na augustus 1944. Hij voerde onder meer het bevel over het 2e Legerkorps en tweemaal over het 4e Roemeense Leger.

Vroege leven en opleiding

Nicolae Dăscălescu werd geboren op 16/28 juni 1884 in Căciulești, in het district Neamț in Roemenië. De dubbele datum hangt samen met het gebruik van verschillende kalenders in oudere Roemeense documenten. Zijn ouders, Ioniță en Ecaterina Dăscălescu, behoorden tot een arm boerengezin met negen kinderen. Slechts vier kinderen bereikten de volwassen leeftijd. Nicolae was de jongste zoon binnen het gezin.

Zijn eerste onderwijs kreeg Dăscălescu aan de dorpsschool van Gura Văii. Daarna volgde hij lessen aan het Colegiul Național „Petru Rareș” in Piatra Neamț. Voor een gezin met beperkte middelen vroeg een militaire loopbaan om een grote financiële inspanning. Toch schreef hij zich in 1906 in aan de Militaire School voor Artillerie, Genie en Marine in Boekarest.

Dăscălescu voltooide de militaire opleiding in de zomer van 1908. Hij eindigde als derde van een lichting van dertig leerlingen. Kort daarna volgde zijn eerste officiersrang. Op 1/14 juli 1908 werd hij bevorderd tot subluitenant en geplaatst als pelotonscommandant bij het 8e Artillerieregiment in Roman. Daarmee begon zijn loopbaan binnen de Roemeense artillerie.

Tussen 30 september 1909 en 1 juli 1911 volgde hij de School voor Toepassing, een vervolgopleiding voor jonge officieren. Na afloop keerde hij terug naar het 8e Artillerieregiment. De overgeleverde datum voor zijn bevordering tot luitenant verschilt tussen 30 juli/12 augustus 1911 en 1 oktober 1911. In de zomer van 1913 nam hij deel aan de Tweede Balkanoorlog en voerde hij het bevel over een batterij van hetzelfde regiment.

Deelname aan de Eerste Wereldoorlog

Bij de Roemeense deelname aan de Eerste Wereldoorlog diende Dăscălescu als kapitein bij het 4e Artillerieregiment uit Bacău. Deze eenheid maakte deel uit van de 7e Infanteriedivisie. Hij werd ingezet in het noordelijke deel van het Roemeense offensief in Transsylvanië. Tijdens de gevechten bij Miercurea Ciuc werd hij onderscheiden met de Orde van de Kroon van Roemenië met zwaarden en het lint van „Virtutea Militară”, in de rang van ridder.

In 1917 werd zijn batterij gebruikt als luchtafweerbatterij aan het front in Moldavië, vooral in de omgeving van Pralea. Op 9/22 mei 1917 werd aan deze batterij het neerhalen van een vijandelijk vliegtuig toegeschreven. Vervolgens ondersteunde zij Roemeense eenheden tijdens de gevechten bij Coșna en Cireșoaia. Dăscălescu ontving in hetzelfde jaar ook de Russische Orde van Sint-Anna.

Op 1 september 1917 kreeg Dăscălescu het bevel over een artillerieafdeling en werd hij bevorderd tot majoor. In december 1918 ontving hij het Herinneringskruis van de Oorlog 1916-1918, met gespen voor Ardeal, Carpați, București en Tg. Ocna. In 1919 nam hij met zijn afdeling binnen de 7e Infanteriedivisie deel aan de Roemeense campagne in Hongarije, waarbij de troepen oprukten tot aan de Tisza en later richting Boedapest.

Interbellum: militaire functies en luchtverdediging

Na de oorlog kreeg Dăscălescu functies waarin opleiding, stafwerk en organisatie centraal stonden. Op 27 januari 1920 werd hij chef-staf van de 14e Infanteriedivisie. Enkele maanden later, op 1 juni 1920, werd hij hoofd van het Studiebureau binnen het Ministerie van Oorlog. Deze functies lagen op het terrein van artillerie, frontdienst en operationele planning.

Van 1 november 1921 tot 1 augustus 1923 volgde hij de Hogere Krijgsschool in Boekarest. Tijdens deze periode werd hij op 23 mei 1923 bevorderd tot luitenant-kolonel. Hij eindigde als tweede van dertig cursisten. Daarna werkte hij binnen de Roemeense militaire luchtvaart en luchtverdediging, eerst als chef-staf van de 1e Luchtdivisie van 1925 tot 1931.

Tussen oktober 1931 en oktober 1932 was Dăscălescu chef-staf van het Algemene Inspectoraat van de Luchtvaart. Daarna voerde hij van oktober 1932 tot oktober 1933 het bevel over het 1e Luchtafweerartillerieregiment in Ghencea bij Boekarest. Op 1 oktober 1929 was hij al bevorderd tot kolonel. Op 20 juni 1933 ontving hij de Medalia Aeronautică, derde klasse.

Vanaf 1933 keerde Dăscălescu terug naar functies binnen het landleger. Hij was chef-staf van het 3e Legerkorps van 1933 tot 1936 en commandant van de 12e Artilleriebrigade van 1936 tot 1937. Op 1 april 1937 werd hij brigadegeneraal, met anciënniteit vanaf 1 oktober 1935. Op 1 oktober 1937 werd hij secretaris-generaal van het Ministerie van Oorlog.

In 1938 kreeg Dăscălescu het bevel over de 1e Luchtafweerartilleriebrigade. Op 8 september 1939 werd hij commandant van de 25e Infanteriedivisie in Buzău. Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd deze divisie in het najaar van 1939 naar Noord-Moldavië verplaatst. Op 8 juni 1940 volgde zijn bevordering tot divisiegeneraal, waarna hij op 14 juni 1940 commandant werd van de 20e Infanteriedivisie in Transsylvanië.

Deelname aan de Tweede Wereldoorlog

Bij de Roemeense deelname aan de oorlog tegen de Sovjet-Unie op 22 juni 1941 stond Dăscălescu aan het hoofd van de 20e Infanteriedivisie. Deze divisie werd ingezet in Bessarabië en nam later, tussen augustus en oktober 1941, deel aan de strijd om Odessa. De gevechten vonden plaats binnen de bredere samenwerking tussen Roemenië en Duitsland aan het oostfront.

Op 22 september 1941 werd Dăscălescu onderscheiden met de Orde „Mihai Viteazul”, derde klasse. De toekenning verwees naar zijn optreden in juli 1941, toen zijn divisie onder zware artillerie- en luchtaanvallen standhield tegen Sovjeteenheden. Ook werd vermeld dat hij zich dicht bij de voorste eenheden bevond en persoonlijk het optreden van een infanterieregiment aanstuurde.

Op 8 november 1941 werd Dăscălescu commandant van het 2e Legerkorps, nadat generaal Nicolae Macici naar het 1e Leger was overgeplaatst. Op 18 juli 1942 volgde zijn bevordering tot generaal van legerkorps. In de herfst van 1942 voerde hij het 2e Legerkorps aan tijdens de Slag om Stalingrad. Na de nederlaag van de Duits-Roemeense troepen keerde het korps terug naar Roemenië en kreeg het de opdracht de kust aan de Zwarte Zee te verdedigen.

De politieke en militaire situatie veranderde op 23 augustus 1944, toen Ion Antonescu werd gearresteerd en Roemenië de wapens tegen Duitsland keerde. Dăscălescu leidde van 24 tot 30 augustus 1944 de operaties van het 2e Legerkorps tegen Duitse troepen in Dobroedzja. Daarna werd zijn korps verbonden aan het 4e Leger, dat onder bevel stond van generaal Gheorghe Avramescu.

In Transsylvanië werd het 2e Legerkorps ingezet in gevechten in het gebied van de Mureș en later langs de Someșul Mic. Tijdens deze fase werden 10.500 Duitse krijgsgevangenen gemaakt. Op 25 oktober 1944 namen de divisies van het korps deel aan de inname van Satu Mare en Carei, de laatste Roemeense plaatsen die nog onder Hongaars gezag stonden. Vervolgens trokken zijn eenheden Hongarije binnen en staken zij midden november 1944 de Tisza over.

De opmars ging daarna verder door Noord-Hongarije in de richting van Tsjecho-Slowakije. Op 17 december 1944 bereikten eenheden onder zijn bevel de grens. Op 11 januari 1945 nam Dăscălescu tijdelijk het bevel over het 4e Roemeense Leger over, totdat Avramescu op 19 februari terugkeerde. Na de dood van Avramescu kreeg Dăscălescu op 3 maart 1945 opnieuw het bevel over dit leger en behield hij die functie tot 1 juni 1945.

Onder zijn bevel nam het 4e Leger deel aan gevechten in de Tatra en aan operaties rond Banská Bystrica en Kremnica. Bij de strijd om Banská Bystrica, die op 25 maart 1945 werd ingenomen, raakte Dăscălescu gewond door mortiervuur. Hij bleef daarna bij zijn troepen. Zijn leger werd tweemaal vermeld in dagorders van het Sovjet-opperbevel. Na de oorlog werd hij per 29 juni 1945 in de reserve geplaatst en op 29 juli 1945 definitief gepensioneerd.

Na de oorlog

Na zijn militaire loopbaan kreeg Dăscălescu te maken met vervolging door de naoorlogse autoriteiten. Op 9 september 1945 werd hij gearresteerd op verdenking van oorlogsmisdaden. Hij werd berecht en in 1946 definitief vrijgesproken. Daarna vestigde hij zich in zijn geboortedorp Căciulești, waar hij werkte op een stuk landbouwgrond van vijf hectare dat hij had ontvangen in verband met de Orde „Mihai Viteazul”.

Op 1 december 1948 werd zijn pensioenrecht geschorst door een commissie die overheidspensioenen beoordeelde. De maatregel werd verbonden aan een als vijandig beoordeelde houding tegenover het regime. Omdat hij grond bezat, werd hij in de communistische administratieve taal als chiabur aangemerkt. Hij kreeg hoge landbouwquota opgelegd, terwijl zijn pensioen was stopgezet en drie huizen in Piatra Neamț waren genationaliseerd.

In 1951 werd Dăscălescu gearresteerd en vervolgd wegens „sabotaj agricol”, in het Nederlands landbouwsabotage. De rechtbank van Piatra Neamț sprak hem vrij, omdat de opgelegde quota te hoog waren vastgesteld. Op 21 november 1951 werd hij opnieuw gearresteerd en vastgezet in Jilava, ditmaal weer onder beschuldiging van oorlogsmisdaden. Deze beschuldiging was eerder al behandeld en met vrijspraak afgesloten.

Dăscălescu bleef vier jaar vastzitten zonder nieuw proces. Op 5 oktober 1955 werd hij vrijgelaten op grond van decreet nr. 421/1955 over gratie en amnestie, waarbij de wet waarop de beschuldigingen steunden werd ingetrokken. Onderzoek in oktober 1955 stelde bovendien vast dat hij geen vijandige activiteit tegen het communistische regime had ontplooid. Daarna kreeg hij opnieuw een maandelijks pensioen, vastgesteld op 631 lei.

In de jaren na zijn vrijlating weigerde Dăscălescu mee te werken aan herdenkingen van het Ministerie van Defensie en ook aan het opstellen van memoires. In 1964 ontving hij de Orde „23 August”, tweede klasse. Hij overleed op 26 september 1969 in Piatra Neamț. Zijn begrafenis vond plaats met militaire eer en werd bijgewoond door meer dan 10.000 mensen.

Militaire Rangen

Dăscălescu doorliep een lange militaire loopbaan binnen de Roemeense landmacht en artillerie. Zijn rangontwikkeling laat zien hoe hij van pelotonscommandant uitgroeide tot legercommandant. De bekende rangen en data zijn:

  • Subluitenant: 1/14 juli 1908.
  • Luitenant: 30 juli/12 augustus 1911, met in andere overlevering 1 oktober 1911.
  • Kapitein: 1 april 1916.
  • Majoor: 1 september 1917.
  • Luitenant-kolonel: 23 mei 1923.
  • Kolonel: 1 oktober 1929.
  • Brigadegeneraal: 1 april 1937, met anciënniteit vanaf 1 oktober 1935.
  • Divisiegeneraal: 8 juni 1940.
  • Generaal van legerkorps: 18 juli 1942.

Onderscheidingen

Dăscălescu ontving onderscheidingen uit verschillende perioden van zijn militaire loopbaan. Tijdens de Eerste Wereldoorlog kreeg hij de Orde van de Kroon van Roemenië met zwaarden en het lint van „Virtutea Militară”, in de rang van ridder. In 1917 ontving hij de Russische Orde van Sint-Anna. In december 1918 volgde het Herinneringskruis van de Oorlog 1916-1918 met de gespen Ardeal, Carpați, București en Tg. Ocna.

Na de campagne in Hongarije werd hij in september 1919 onderscheiden met de Orde van de Kroon van Roemenië met zwaarden en lint, samen met „Virtutea Militară” in de rang van officier. Op 8 juni 1940 kreeg hij de Orde „Steaua României” in de rang van commandeur. Op 22 september 1941 volgde de Orde „Mihai Viteazul”, derde klasse, voor zijn optreden aan het oostfront.

Tijdens en na de laatste oorlogsjaren kwamen daar nog meerdere onderscheidingen bij. Genoemd worden de Orde „Mihai Viteazul” met zwaarden, derde klasse, de Orde „Steaua României” met zwaarden in de vierde en derde klasse, en de Orde van de Kroon van Roemenië in verschillende klassen met zwaarden. Ook ontving hij het Tsjecho-Slowaakse Oorlogskruis. In 1964 werd hem de Orde „23 August”, tweede klasse, toegekend.

Conclusie

Nicolae Dăscălescu had een militaire loopbaan die meerdere oorlogen, functies en politieke omwentelingen omvatte. Hij begon als artillerieofficier, werkte in staf- en luchtverdedigingsfuncties en bereikte tijdens de Tweede Wereldoorlog het bevel over grote Roemeense formaties. Zijn inzet liep van het oostfront tot de latere campagne tegen Duitsland. Na 1945 werd hij vervolgd, vrijgesproken, opnieuw vastgezet en later vrijgelaten. Zijn levensloop weerspiegelt daarmee zowel de militaire geschiedenis van Roemenië als de politieke veranderingen van de twintigste eeuw.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding: See page for author, Public domain, via Wikimedia Commons
  2. Dăscălescu, Nicolae (1995). Nicolae Dăscălescu: generalul soldat. București: Editura Militară. ISBN 973-32-0424-2.
  3. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946
Previous articleFriedrich Schulz en zijn militaire loopbaan
Redactie Mei 1940
De redactie van mei1940.org bestaat uit een diverse groep schrijvers met een gemeenschappelijke interesse in geschiedenis, militaire geschiedenis en de Tweede Wereldoorlog. Sommige redacteuren hebben een militaire achtergrond en brengen praktijkervaring, operationeel inzicht en kennis van commandostructuren mee. Andere redacteuren houden zich bezig met historisch onderzoek, educatieve content en kennisprojecten. Door deze combinatie van achtergronden ontstaan goed gedocumenteerde artikelen waarin feitelijke nauwkeurigheid, bronnenkritiek, context en analyse centraal staan. De redactie streeft naar objectieve en zorgvuldig onderbouwde publicaties die bijdragen aan een beter begrip van deze belangrijke periode in de geschiedenis.