
Hugh Kenyon Molesworth Kindersley, 2nd Baron Kindersley (1899–1976), speelde een rol binnen het Britse leger en het financiële systeem in de eerste helft van de twintigste eeuw. Zijn loopbaan omvatte dienst in twee wereldoorlogen, functies binnen toonaangevende financiële instellingen, en lidmaatschap in meerdere bestuurlijke en militaire commissies. Kindersley’s betrokkenheid bij militaire operaties, zoals de landing in Normandië, alsook zijn latere activiteiten binnen het Britse bedrijfsleven, maken hem tot een persoon van historisch belang binnen de context van het Verenigd Koninkrijk tussen 1914 en 1976.
Vroege leven en opleiding
Hugh Kindersley werd geboren op 7 mei 1899 in Knightsbridge, Londen. Hij was de zoon van Robert Molesworth Kindersley, 1st Baron Kindersley, en Gladys Margaret Beadle. Zijn vader bekleedde een invloedrijke positie als zakenman en werd later benoemd tot baron. Hugh Kindersley genoot onderwijs aan Eton College, een van de meest prestigieuze scholen in het Verenigd Koninkrijk, wat hem toegang verschafte tot invloedrijke netwerken binnen de Britse elite.
In oktober 1921 trad hij in het huwelijk met Nancy Farnsworth, dochter van Dr. Geoffrey Boyd uit Toronto. Uit dit huwelijk werden drie kinderen geboren: Patricia, Ginette, en Robert, die zijn vader opvolgde als 3rd Baron Kindersley.
Deelname aan de Eerste Wereldoorlog
Kindersley werd in 1917 op achttienjarige leeftijd als officier ingelijfd bij de Scots Guards. Tegen het einde van de oorlog, in oktober 1918, toonde hij zich volgens officiële rapporten moedig tijdens gevechten nabij het dorp St. Python in Frankrijk. Zijn optreden bij het innemen van een machinegeweerpost en het leiden van gevechten van huis tot huis leverde hem de Military Cross op. Deze onderscheiding werd op 15 februari 1919 toegekend voor “grote moed en bekwaam leiderschap”.
Interbellum: Zakelijke loopbaan en reservelidmaatschap
In de jaren tussen de twee wereldoorlogen bekleedde Kindersley een belangrijke positie in de financiële sector. In 1927 trad hij toe als directeur van Lazard Brothers, een vooraanstaand bankhuis binnen de internationale Lazard-organisatie. Hij bleef daar actief tot 1964, waarvan hij tussen 1953 en 1964 de functie van voorzitter bekleedde.
Hoewel hij geen actieve militaire rol vervulde in deze periode, stond hij vanaf 1938 weer geregistreerd als luitenant in de Regular Army Reserve of Officers. Deze status werd belangrijk bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, toen hij wederom werd opgeroepen voor militaire dienst.
Deelname aan de Tweede Wereldoorlog
Met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd Kindersley opnieuw ingelijfd bij de Scots Guards. Hij klom op tot commandant van een tankeenheid binnen de Guards Armoured Division. In 1943 werd hij bevorderd tot waarnemend brigadegeneraal en aangesteld als bevelhebber van de 6th Airlanding Brigade, een luchtlandingsformatie binnen de 6th Airborne Division.
In voorbereiding op de geallieerde landing in Normandië voltooide hij een parachutistentraining en kwalificeerde zich als zweefvliegtuigpiloot. Op zijn aanbeveling werd Major John Howard, samen met D Company van het 2nd Oxfordshire and Buckinghamshire Light Infantry, uitgekozen om een aanval op Pegasus Bridge en Horsa Bridge uit te voeren voorafgaand aan de landing op D-Day.
Tijdens de nacht van 5 op 6 juni 1944 landde Kindersley met het hoofdkwartier van de 6th Airborne Division in Normandië om 03:30 uur. Kort daarna raakte hij gewond tijdens de Slag om Bréville en werd geëvacueerd naar Engeland. Zijn rol werd vervolgens overgenomen door Brigadier Edwin Flavell.
Voor zijn bijdragen tijdens de oorlog werd hij in 1941 benoemd tot lid (MBE) en in 1945 tot commandeur (CBE) van de Orde van het Britse Rijk.
Na de oorlog
Na de Tweede Wereldoorlog hervatte Kindersley zijn loopbaan binnen het Britse bedrijfsleven. Tussen 1947 en 1967 was hij directeur van de Bank of England. Tegelijkertijd bleef hij actief binnen Lazard Brothers, waar hij tot 1964 als voorzitter en daarna tot 1971 als directeur aanbleef. Hij bekleedde meerdere functies binnen het bedrijfsleven, waaronder:
Voorzitter van Royal Exchange Assurance (1955–1967)
Voorzitter van Rolls-Royce Ltd (1956–1968)
In 1957 werd Kindersley betrokken bij een gerechtelijk onderzoek inzake vermeende voorkennis over een wijziging in de Bank Rate van de Bank of England. Er werd vermoed dat hij als bankdirecteur en privébelegger zou hebben geprofiteerd van de informatie door op voorhand staatsobligaties te verkopen. Tijdens de hoorzittingen werd hij intensief ondervraagd door de toenmalige Solicitor General, Reginald Manningham-Buller. In het uiteindelijke rapport, opgesteld door Lord Justice Parker, werd hij vrijgepleit van enige vorm van onregelmatigheid.
Naast zijn zakelijke bezigheden bekleedde Kindersley diverse erefuncties:
Voorzitter van de Officers’ Association (1946–1956)
Erekolonel van het 10th Parachute Battalion (1947–1952)
High Sheriff van de County of London (1951)
Voorzitter van de Review Body on Doctors’ and Dentists’ Remuneration (1962–1970)
Voorzitter van de Arthritis and Rheumatism Council
In 1954 volgde hij zijn vader op als tweede Baron Kindersley en behield deze titel tot zijn overlijden. Hij vestigde zich in Leigh bij Tonbridge, Kent, waar hij overleed op 6 oktober 1976. Zijn zoon Robert Hugh Molesworth Kindersley werd zijn opvolger als derde baron.
Militaire rangen
1917: Tweede luitenant, Scots Guards
1918: Luitenant
1938: Heropname als luitenant in de Regular Army Reserve of Officers
1943: Waarnemend brigadegeneraal
1944: Commandant van 6th Airlanding Brigade
Onderscheidingen
Military Cross (1919): Toegekend voor dapperheid en effectief leiderschap tijdens gevechten bij St. Python op 11–13 oktober 1918. Zijn acties leidden tot de succesvolle verovering van zwaar verdedigde posities en stabilisatie van het front.
Lid van de Orde van het Britse Rijk (MBE) – 1941
Commandeur van de Orde van het Britse Rijk (CBE) – 1945
Commandeur van de Koninklijke Orde van Sint-Olaf (Noorwegen) – 1958
Erelid van het Royal College of Surgeons – 1959
Lid van het Hof van Patroons van het Royal College of Surgeons – 1960
Eremedaille van het Royal College of Surgeons – 1975
Conclusie
Hugh Kindersley bekleedde tijdens zijn leven uiteenlopende functies in zowel militaire als civiele context. Zijn inzet in twee wereldoorlogen, met nadruk op zijn rol binnen de 6th Airborne Division tijdens de invasie van Normandië, illustreert zijn militaire betrokkenheid. Tegelijkertijd was zijn invloed binnen het Britse bedrijfsleven aanzienlijk. Zijn carrière wordt gekenmerkt door continuïteit in verantwoordelijkheid, zowel in het publieke als private domein, zonder dat hij zich liet meeslepen door publieke controverse. Zijn nalatenschap weerspiegelt de verwevenheid van aristocratie, financiële invloed en militaire plicht in het midden van de twintigste eeuw in Groot-Brittannië.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: Paradata UK, Public domain, via Wikimedia Commons
Ambrose, Stephen E. (1984). Pegasus Bridge. New York: Simon & Schuster. ISBN 978-0-671-49587-4.
Harclerode, Peter (2000). Go To It! The Illustrated History of 6th Airborne Division. London: Leo Cooper. ISBN 978-0-85052-588-7.
Kynaston, David (2017). Till Time’s Last Stand: A History of The Bank of England, 1694–2013. London: Bloomsbury Publishing. ISBN 978-1-4088-3918-3.
Oxford Dictionary of National Biography Vol. 31 (2004). Oxford: Oxford University Press. ISBN 978-0-19-861381-6.
Burke’s Peerage, Baronetage and Knightage Vol. 11 (2003). London: Burke’s Peerage & Gentry. ISBN 978-0-9711966-2-9.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946









