Home Schepen Lichte Kruisers HMS Ceylon: Britse lichte kruiser in WOII en Korea

HMS Ceylon: Britse lichte kruiser in WOII en Korea

Lichte kruiser HMS Ceylon voor anker in de rivier de Clyde, gezien vanaf stuurboordzijde tijdens haar actieve dienst.
De lichte kruiser HMS Ceylon ligt voor anker in de rivier de Clyde tijdens haar inzet bij de Royal Navy.

HMS Ceylon was een lichte kruiser van de Fiji-klasse binnen de Royal Navy en behoorde tot de subklasse die de naam droeg van het toenmalige Britse kroonkolonie Ceylon, het huidige Sri Lanka. Tijdens de Tweede Wereldoorlog diende het schip in zowel de Atlantische als de Stille Oceaan. Na de oorlog bleef de kruiser actief in verschillende wereldwijde conflicten, waaronder de Koreaanse Oorlog, en werd later verkocht aan Peru. De geschiedenis van HMS Ceylon weerspiegelt de inzet en evolutie van Britse kruisers in de tweede helft van de twintigste eeuw.

Ontwerp en constructie

HMS Ceylon werd gebouwd door Alexander Stephen and Sons te Govan, Schotland. De kiel werd gelegd in 1939 en het schip werd te water gelaten op 30 juli 1942. De ingebruikname vond plaats op 13 juli 1943. Als schip van de Fiji-klasse maakte Ceylon deel uit van een ontwerp dat de verhoudingen van de voorgaande Southampton-klasse verbeterde, met de nadruk op snelheid, vuurkracht en bereikbaarheid binnen het Verdrag van Londen (1936) dat het tonnage beperkte tot circa 8.000 ton.

De standaardwaterverplaatsing bedroeg 8.712 ton en de volle belading kwam uit op 11.024 ton. De lengte was 169,3 meter, de breedte 18,9 meter en de diepgang 5,3 meter. De voortstuwing werd geleverd door vier oliegestookte drie-drum ketels in combinatie met vier Parsons-turbines, goed voor 72.500 shp (54,1 MW), waarmee een topsnelheid van 33 knopen kon worden gehaald.

Bewapening

Bij ingebruikname beschikte HMS Ceylon over een combinatie van artillerie, luchtafweer en torpedobewapening. De hoofdwapens bestonden uit drie drievoudige 6-inch (152 mm) BL Mk XXIII geschutstorens, geplaatst in een ABC-configuratie. Voor luchtafweer waren vier dubbele 4-inch QF Mk XIX kanonnen en vier viervoudige 2-ponder ‘pom-pom’-kanonnen geïnstalleerd. Aanvullend beschikte het schip over tien dubbele 20 mm Oerlikon-kanonnen en twee drievoudige 21-inch torpedobuizen. Deze samenstelling maakte Ceylon geschikt voor zowel oppervlakte- als luchtdoelen.

Bepantsering

Het schip had een riembescherming met een dikte van 82,5 tot 88,9 mm en geschutskoepels die varieerden van 25,4 tot 50,8 mm bepantsering. Deze bescherming was kenmerkend voor de Fiji-klasse, die de nadruk legde op mobiliteit en vuurcapaciteit, met een afgewogen bepantsering die bescherming bood tegen lichte tot middelzware artillerie.

Sensoren en dataverwerking

Aanvankelijk was het schip uitgerust met de Type 281 luchtwaarschuwingsradar en Type 272 oppervlakteschaksystemen. Daarnaast beschikte het over Type 277 hoogtezoekende radar, Type 274 vuurleidingssysteem voor het 6-inch geschut en Type 283 voor de 4-inch kanonnen. Voor de 2-ponder luchtafweer was het Type 282 vuurleidingssysteem aanwezig. Deze systemen maakten het schip geschikt voor nachtelijke operaties en gaven het een technologische voorsprong op veel Japanse schepen in de regio.

Modificaties

Tussen maart 1955 en juli 1956 onderging Ceylon een ingrijpende modernisering. De Type 281B radar werd vervangen door een Type 960 langeafstandsluchtwaarschuwingssysteem. De Type 277 radar werd geüpdatet naar de 277Q-standaard. Verder werd het Amerikaanse Mark 63 vuurleidingssysteem toegevoegd aan het 4-inch geschut, waarbij radars direct op de geschutsopstellingen werden geplaatst. De luchtafweer werd versterkt met achttien 40 mm Bofors-kanonnen, verdeeld over vijf dubbele Mark 5 opstellingen met eenvoudige tachymetrische richtmiddelen en acht enkele Mark 7 opstellingen.

Status schip tijdens de oorlog

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd HMS Ceylon beschouwd als een modern en goed onderhouden schip, ontworpen op basis van interbellum-eisen maar aangepast aan oorlogservaringen. Dankzij regelmatige bevoorrading en onderhoud bleef het operationeel inzetbaar tot het einde van het conflict. Het schip werd niet als verouderd aangemerkt binnen zijn actieve diensttijd in de oorlogsjaren.

Operationele geschiedenis

Na een korte inzet bij de Home Fleet werd Ceylon in 1943 overgeplaatst naar het 4th Cruiser Squadron van de Eastern Fleet. Het schip nam deel aan verschillende operaties tegen Japanse posities, waaronder Operaties Cockpit, Meridian en Diplomat. Deze acties betroffen luchtaanvallen, kustbombardementen en maritieme patrouilles gericht op Japanse bezittingen in Zuidoost-Azië.

In november 1944 werd het schip onderdeel van de British Pacific Fleet. Tijdens de reis vanuit Trincomalee nam het deel aan een aanval op Pangkalan Brandan, een brandstofcomplex in Sumatra. In mei 1945 keerde het terug naar de Indische Oceaan en voerde beschietingen uit op de Nicobaren. Het schip bleef in deze regio tot de Japanse overgave in augustus 1945. In oktober keerde HMS Ceylon terug naar het Verenigd Koninkrijk voor een grondige refit.

Na de oorlog

Vervolg dienst bij de Royal Navy

Na haar terugkeer naar Engeland in oktober 1945 werd HMS Ceylon ondergebracht bij de Portsmouth Command. In de periode 1946–1950 diende het schip afwisselend in de 5e en 4e Cruiser Squadron, opererend vanuit de Britse bases in het Verre Oosten en de Oost-Indische wateren. In deze fase bleef het schip operationeel betrokken bij vlootoefeningen en de handhaving van Britse maritieme belangen in het kader van de naoorlogse herstructurering van het Britse imperium.

Koreaanse Oorlog

Met het uitbreken van de Koreaanse Oorlog in 1950 werd HMS Ceylon actief ingezet voor kustbombardementen ter ondersteuning van VN-troepen. Tijdens deze periode voerde het schip meerdere artillerieaanvallen uit op Noord-Koreaanse posities langs de kust. De ervaring opgedaan in eerdere oorlogsjaren bleek hierbij van grote waarde. Ceylon bleef betrokken bij de conflictzone tot de stabilisatie van de frontlinies.

Suezcrisis

Na de modernisering tussen 1955 en 1956 werd HMS Ceylon opnieuw ingezet, ditmaal in de Middellandse Zee. In het kader van de Suezcrisis van 1956 werd het schip ingezet om Egyptische kustbatterijen nabij Port Said te beschieten. Volgens een marineofficier aan boord duurde het vuurcontact slechts kort, omdat de Egyptische eenheden niet terugsloegen. Tijdens de operatie fungeerde Ceylon later als luchtwaarschuwingspost, nadat HMS Royalist was teruggetrokken en HMS Jamaica over onvoldoende radarmogelijkheden beschikte.

Tussen 1956 en 1959 werd het schip ingezet bij de Middellandse Zeevloot, de Home Fleet en operaties ten oosten van het Suezkanaal. Deze jaren vormden het sluitstuk van de actieve Britse inzet van Ceylon als onderdeel van de Royal Navy.

Peruaanse dienst

Op 18 december 1959 keerde HMS Ceylon terug naar Portsmouth. Kort daarop werd het schip verkocht aan Peru en op 9 februari 1960 overgedragen aan de Peruviaanse marine, waar het de naam Coronel Bolognesi kreeg. De verkoop kwam relatief snel na de grootschalige modernisering van het schip, wat tot verrassing leidde bij de toenmalige commandant Frank Twiss.

De overdracht maakte deel uit van bredere bezuinigingen binnen de Royal Navy, gericht op het vrijmaken van middelen voor de instroom van de nieuwe Tiger-klasse kruisers. Tegelijkertijd betekende de langdurige inzet van Ceylon en het zusterschip Newfoundland in de Peruaanse vloot dat onderdelen en technische informatie uit Peru later benut konden worden voor onderhoud van Britse schepen in de jaren zeventig.

Het schip bleef meer dan twintig jaar operationeel binnen de Peruaanse marine. In mei 1982 werd Coronel Bolognesi van de actieve sterkte verwijderd en in augustus 1985 naar Taiwan gesleept om gesloopt te worden.

Conclusie

HMS Ceylon vertegenwoordigde een kenmerkend voorbeeld van Britse kruisers uit de Tweede Wereldoorlog, met een veelzijdige inzet in zowel oorlogs- als vredestijd. De operationele levensduur van het schip strekte zich uit over meer dan vier decennia, verdeeld over twee marines en meerdere continenten. De moderniseringen na de oorlog verlengden de inzetbaarheid van het schip aanzienlijk. Zowel tijdens de Tweede Wereldoorlog, als in de Koreaanse Oorlog en de Suezcrisis, speelde Ceylon een actieve rol in maritieme operaties, waarmee het schip een duurzame bijdrage leverde aan het Britse en later Peruaanse maritieme beleid.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding: Royal Navy official photographer, Public domain, via Wikimedia Commons
  2. Brown, D. K. & Moore, George (2003). Rebuilding the Royal Navy: Warship Design Since 1945. Annapolis, Maryland: Naval Institute Press. ISBN 1-59114-705-0.
  3. Campbell, N.J.M. (1980). “Great Britain”. In Chesneau, Roger (ed.). Conway’s All the World’s Fighting Ships 1922–1946. New York: Mayflower Books. ISBN 0-8317-0303-2.
  4. Colledge, J. J.; Wardlow, Ben & Bush, Steve (2020). Ships of the Royal Navy: The Complete Record of All Fighting Ships of the Royal Navy from the 15th Century to the Present (5th ed.). Barnsley, UK: Seaforth Publishing. ISBN 978-1-5267-9327-0.
  5. Friedman, Norman (2010). British Cruisers: Two World Wars and After. Barnsley, UK: Seaforth Publishing. ISBN 978-1-84832-078-9.
  6. Raven, Alan & Roberts, John (1980). British Cruisers of World War Two. Annapolis, Maryland: Naval Institute Press. ISBN 0-87021-922-7.
  7. Rohwer, Jürgen (2005). Chronology of the War at Sea 1939–1945: The Naval History of World War Two (Third Revised ed.). Annapolis, Maryland: Naval Institute Press. ISBN 1-59114-119-2.
  8. Whitley, M. J. (1995). Cruisers of World War Two: An International Encyclopedia. London: Cassell. ISBN 1-86019-874-0.
  9. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946