
Hans-Georg Friedrich Ludwig Robert von Friedeburg werd geboren op 15 juli 1895 in Straatsburg, destijds gelegen in het Duitse keizerrijk in de regio Elzas-Lotharingen. Hij was de zoon van Karl von Friedeburg (1862–1924), een Pruisisch officier. Zijn afkomst uit een militair gezin vormde de basis voor een loopbaan binnen de Duitse marine.
Begin van de militaire loopbaan
Von Friedeburg trad op 1 april 1914 toe tot de Kaiserliche Marine als Seekadett, kort voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Hij werd in de loop van het conflict bevorderd tot Fähnrich zur See en diende aan boord van het slagschip Kronprinz. Tijdens de Slag bij Jutland in 1916, de grootste zeeslag van de oorlog, nam hij deel als bemanningslid van dit slagschip in gevechten tegen de Britse Grand Fleet.
In juni 1918 werd hij overgeplaatst naar de onderzeedienst en diende op de SM U-114 tot het einde van de oorlog in november. Zijn inzet op zee legde de basis voor zijn latere betrokkenheid bij de Duitse U-bootstrijdkrachten.
Activiteiten in de periode tussen de wereldoorlogen
Na het einde van de Eerste Wereldoorlog bleef von Friedeburg in dienst bij de Reichsmarine, de marine van de Weimarrepubliek. In deze periode ontwikkelde hij zich verder binnen de stafstructuren van de marine. Tijdens de jaren dertig werkte hij aan de heropbouw van de Duitse vloot, in overeenstemming met het beleid van herbewapening onder het nationaalsocialistische regime.
Tweede Wereldoorlog en betrokkenheid bij de U-bootoorlog
In september 1941 werd von Friedeburg benoemd tot plaatsvervangend bevelhebber van de Duitse onderzeebootstrijdkrachten. In deze rol hield hij zich onder meer bezig met de organisatie van de opleidingsprogramma’s voor U-bootbemanningen en het operationeel beheer van de U-bootbases in Frankrijk. De strategische coördinatie van de zogeheten ‘piketlinies’ – formaties van onderzeeboten die in het midden van de Atlantische Oceaan gepositioneerd werden om geallieerde konvooien op te sporen – viel onder zijn verantwoordelijkheid.
Als onderdeel van deze activiteiten kreeg hij in februari 1943 het commando over de gehele U-bootvloot. In deze functie werd hij belast met het direct toezicht op de Atlantische onderzeebootoorlog, die op dat moment begon te keren in het voordeel van de geallieerden. Ondanks groeiende verliezen bleef hij tot het einde van de oorlog nauw betrokken bij de inzet van de Duitse onderzeeboten.
Op 17 januari 1945 werd hem het Ridderkruis van het Oorlogsverdienstkruis met Zwaarden toegekend. Deze onderscheiding werd gegeven aan officieren voor verdiensten die geen direct gevechtshandelen betroffen, maar wel van groot militair belang werden geacht .
Bevel over de Kriegsmarine
Toen grootadmiraal Karl Dönitz op 1 mei 1945 werd benoemd tot staatshoofd van Duitsland, conform het politieke testament van Adolf Hitler, nam Hans-Georg von Friedeburg diens positie over als opperbevelhebber van de Kriegsmarine. Op dezelfde dag werd hij bevorderd tot Generaladmiral. In deze functie werd hij belast met de afwikkeling van de overgave van de Duitse zeestrijdkrachten aan de geallieerden.
Betrokkenheid bij de Duitse overgave in mei 1945
Overgave aan de westelijke geallieerden
In de slotfase van de oorlog kreeg von Friedeburg van Dönitz de opdracht om met de westerse geallieerden te onderhandelen over een overgave. Op 4 mei 1945 begaf hij zich naar het hoofdkwartier van veldmaarschalk Bernard Montgomery in Lüneburger Heide. Daar werd hem meegedeeld dat alleen een onvoorwaardelijke overgave aan álle geallieerde strijdkrachten zou worden geaccepteerd.
Met toestemming van Dönitz ondertekende von Friedeburg de overgave van alle Duitse troepen in Nederland, Noordwest-Duitsland en Denemarken. Deze capitulatie trad op 5 mei 1945 om 8:00 uur in werking.
Overgave in Reims en Berlijn
Op 7 mei 1945 was von Friedeburg aanwezig in Reims tijdens de ondertekening van de eerste akte van de algehele overgave van Duitsland, waarbij generaal Alfred Jodl tekende namens het Duitse opperbevel. Von Friedeburg was daar getuige van als vertegenwoordiger van de Kriegsmarine.
De Sovjet-Unie had bezwaar tegen deze eerste ondertekening, waardoor een tweede, formele ondertekening volgde in Berlijn-Karlshorst op 8 mei 1945. Von Friedeburg ondertekende daar namens de marine. Andere ondertekenaars waren kolonel-generaal Hans-Jürgen Stumpff (Luftwaffe) en veldmaarschalk Wilhelm Keitel (Heer en OKW). Namens de geallieerden tekenden maarschalk Georgi Zjoekov (Sovjet-Unie) en luchtmaarschalk Arthur Tedder (geallieerd opperbevel).
Overlijden en einde van het Flensburg-kabinet
Op 23 mei 1945, kort na de formele beëindiging van de oorlog in Europa, werd von Friedeburg samen met andere leden van het Flensburg-kabinet gearresteerd door de Britse troepen. Dit tijdelijke kabinet onder leiding van Karl Dönitz was door de geallieerden niet erkend en werd formeel ontbonden.
Op dezelfde dag pleegde von Friedeburg zelfmoord door vergif in te nemen. Hij bevond zich op dat moment in Britse krijgsgevangenschap in de plaats Plön in Sleeswijk-Holstein. Zijn lichaam werd later begraven op de begraafplaats van Adelby bij Flensburg, waar ook andere marineofficieren hun laatste rustplaats vonden.
Persoonlijk leven
Hans-Georg von Friedeburg was vader van Ludwig von Friedeburg (1924–2010), die na de oorlog een maatschappelijke carrière volgde. Ludwig werd socioloog en politicus. Tussen 1969 en 1974 was hij minister van Cultuur in de deelstaat Hessen namens de SPD. Zijn publieke optreden stond in scherp contrast met het militaire verleden van zijn vader.
Onderscheidingen
Gedurende zijn loopbaan ontving von Friedeburg diverse militaire onderscheidingen. Deze weerspiegelden zowel zijn dienst tijdens de Eerste Wereldoorlog als zijn inzet tijdens de Tweede Wereldoorlog, met name in de U-bootoorlog. Hieronder volgt een overzicht van de decoraties die hij ontving:
Eerste Wereldoorlog
- IJzeren Kruis 1914, 2e klasse
- IJzeren Kruis 1914, 1e klasse
- Ridderkruis tweede klasse van de Orde van de Zähringer Leeuw met zwaarden
- Kruis van Eer (Ehrenkreuz für Frontkämpfer)
- Ridder in de Orde van Sint-Jan
Interbellum en Tweede Wereldoorlog
- Dienstonderscheiding van de Wehrmacht, 4e tot 1e klasse
- Spaanse Kruis in Zilver met Zwaarden
- Herhalingsgesp bij het IJzeren Kruis 1939, 2e en 1e klasse
- Oorlogsverdienstekruis met Zwaarden, 2e en 1e klasse
- Duits Kruis in Zilver (toegekend op 6 juni 1942 als Kapitän zur See en plaatsvervangend bevelhebber van de U-bootvloot)
- Ridderkruis van het Oorlogsverdienstekruis met Zwaarden (toegekend op 17 januari 1945)
Conclusie
Hans-Georg von Friedeburg speelde een belangrijke rol in de Duitse marine tijdens beide wereldoorlogen. Zijn carrière begon in het Keizerrijk en eindigde in de nadagen van het Derde Rijk. Als bevelhebber van de U-bootvloot en later van de gehele Kriegsmarine droeg hij verantwoordelijkheid voor een van de meest intensieve campagnes van de oorlog: de onderzeebootoorlog in de Atlantische Oceaan.
In mei 1945 vertegenwoordigde hij de marine bij de verschillende capitulatieondertekeningen in Lüneburg, Reims en Berlijn. Zijn betrokkenheid bij deze overgaven markeerde het formele einde van de Duitse strijdkrachten. Kort daarna beëindigde hij zijn leven, waarmee ook zijn rol in de Duitse militaire geschiedenis tot een einde kwam.
Zijn levensloop weerspiegelt de complexiteit van een militaire loopbaan binnen een regime dat wereldwijd verantwoordelijk werd gehouden voor massaal geweld en mensenrechtenschendingen. Zijn plaats in de geschiedenis blijft verbonden aan de laatste fase van het Derde Rijk en de ondergang van nazi-Duitsland.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: Jodl surrender, public domain, via wiki commens
- Busch, Rainer & Röll, Hans-Joachim (1999). German U-boat commanders of World War II: a biographical dictionary. Vertaling door Geoffrey Brooks. London, Annapolis: Greenhill Books, Naval Institute Press. ISBN 1-55750-186-6.
- Borgert, Heinz-Ludwig (1998). “Generaladmiral Hans-Georg von Friedeburg”, in: Gerd R. Ueberschär (red.). Hitlers militärische Elite. 68 Lebensläufe. Frankfurt am Main: Primus Verlag, 2e editie 2011. ISBN 978-3-534-23980-1.
- Patzwall, Klaus D. & Scherzer, Veit (2001). Das Deutsche Kreuz 1941–1945. Geschichte und Inhaber Band II. Norderstedt: Verlag Klaus D. Patzwall. ISBN 978-3-931533-45-8.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946









