Franz Xaver Ziereis (13 augustus 1905 – 24 mei 1945) was een Duitse SS-officier en van 1939 tot 1945 commandant van concentratiekamp Mauthausen. Onder zijn leiding functioneerde een kampcomplex waarin dwangarbeid, vergassing, mishandeling en massale sterfte voorkwamen. Zijn loopbaan liep van de Reichswehr via de SS-Totenkopfverbände naar de leiding van Mauthausen.
Vroege leven en opleiding
Jeugd in München
Ziereis werd geboren in München, destijds gelegen in het Koninkrijk Beieren binnen het Duitse Keizerrijk. Hij volgde acht jaar lager onderwijs en kwam daarna in het arbeidsleven terecht. Eerst werkte hij als leerling en loopjongen in een warenhuis. Daarnaast volgde hij in de avonduren handelslessen. Zijn vorming bestond daarmee uit lager onderwijs, praktijkwerk en aanvullend avondonderwijs.
Eerste arbeidservaring
In 1922 ging Ziereis aan het werk als arbeider in een timmerwerkplaats. Daarmee was hij nog steeds in München werkzaam toen hij twee jaar later voor een militaire loopbaan koos. Zijn eerste beroepsjaren speelden zich dus volledig buiten het leger af. Pas in 1924 stapte hij over naar de Reichswehr. Daarmee eindigde de fase waarin school, winkelwerk, handelslessen en ambachtelijk werk zijn loopbaan bepaalden.
Interbellum: Reichswehr en toetreding tot de SS
Dienst in de Reichswehr
Op 1 april 1924 trad Ziereis toe tot de Reichswehr. Zijn dienstverband was aangegaan voor twaalf jaar en liep dus tot 1936. Bij zijn vertrek uit het leger had hij de rang van onderofficier of sergeant bereikt, afhankelijk van de bronformulering. Daarmee had hij een volledige militaire loopbaan in het Duitse leger van het interbellum doorlopen. Na zijn ontslag uit de Reichswehr stapte hij nog in hetzelfde jaar over naar de SS.
Overgang naar de SS
Op 30 september 1936 trad Ziereis toe tot de SS. Hij kreeg SS-nummer 276.998 en werd als SS-Obersturmführer ingezet als opleidingsreferent. Aanvankelijk was hij verbonden aan de 4. SS-Standarte “Oranienburg”. In 1937 kreeg hij de leiding over de 22e Hundertschaft van de SS-Totenkopfverband II “Brandenburg”. Later keerde hij terug in een opleidingsfunctie. De SS-Totenkopfverbände vormden de onderdelen van de SS die nauw verbonden waren met bewaking en organisatie van concentratiekampen, zodat Ziereis vanaf dat moment rechtstreeks deel uitmaakte van dat systeem.
NSDAP en opdrachten in 1937 en 1938
In 1937 werd Ziereis ook lid van de NSDAP, met lidmaatschapsnummer 5.716.146. In maart 1938 nam hij met mobiele eenheden van de SS-Totenkopfverbände deel aan de bezetting van Oostenrijk. Op 1 juli 1938 werd hij instructeur bij de SS-Totenkopfstandarte III “Thüringen”. Deze functies gingen direct vooraf aan zijn overplaatsing naar Mauthausen begin 1939. Tegen die tijd had hij al ervaring opgedaan in opleiding, bevelvoering en inzet binnen SS-formaties.
Deelname aan de Tweede Wereldoorlog
Benoeming in Mauthausen
Vanaf 9 februari 1939 werd Ziereis in concentratiekamp Mauthausen geplaatst. Albert Sauer bleef formeel nog tot 1 april 1939 commandant, maar Ziereis vervulde al vanaf februari de leidinggevende taken in het kamp. Zijn benoeming kwam tot stand op bevel van Theodor Eicke, inspecteur van de concentratiekampen. Daarmee kreeg hij de leiding over een kamp dat in de oorlogsjaren uitgroeide tot een groot complex met hoofd- en nevenkampen. Ziereis bleef tot de ineenstorting van het regime in mei 1945 de centrale leidinggevende van Mauthausen.
Functie en verantwoordelijkheid
Als commandant stond Ziereis aan het hoofd van de volledige kamporganisatie. Onder hem vielen de bewaking, de interne orde, de inzet van gevangenen voor dwangarbeid en de afstemming tussen Mauthausen en ondergeschikte kampen zoals Gusen. Deze functie had zowel bestuurlijke als repressieve betekenis. De commandant gaf leiding aan een kampstelsel waarin gevangenen werden geregistreerd, geselecteerd, bewaakt en voor arbeid ingezet, terwijl mishandeling, moord en vergassing tot de feitelijke praktijk behoorden. In de biografische en memoriale literatuur wordt hij daarom direct verbonden met de moord op tienduizenden mensen.
Kampbestuur en economische functie
In 1942 werd Ziereis ook bedrijfsdirecteur van de Granitwerke Mauthausen met werkgroepleiding in St. Georgen an der Gusen. Daarmee kreeg hij naast zijn rol als commandant ook een positie in de economische exploitatie van gevangenenarbeid. Mauthausen en Gusen waren vanaf hun ontstaan nauw verbonden met steengroeven en later ook met andere vormen van productie voor het regime. Onder deze omstandigheden waren bestuur, arbeid en geweld niet van elkaar te scheiden. De economische functie van Ziereis versterkte dus zijn plaats binnen het geheel van kamporganisatie en uitbuiting.
Mauthausen in de oorlog
Tijdens de Tweede Wereldoorlog groeide Mauthausen uit tot een omvangrijk kampcomplex met een internationale gevangenenbevolking. Ziereis bleef als commandant verantwoordelijk voor het bestuur van de hoofdlocatie en voor het bredere samenstel van kampen dat daaronder viel. In de praktijk betekende dit toezicht op personeel, kampdiscipline, transporten, dwangarbeid en de omgang met gevangenen in de hoofd- en nevenkampen. Omdat Mauthausen een vaste plaats kreeg binnen het concentratiekampstelsel van nazi-Duitsland, werd ook de positie van de commandant zwaarder. Zijn naam bleef daardoor onafscheidelijk verbonden aan het functioneren van het kampcomplex.
Escalatie in de laatste oorlogsmaanden
In de laatste oorlogsmaanden verslechterde de situatie in Mauthausen verder door nieuwe transporten, overbevolking, ziekte en voedseltekorten. De sterfte steeg sterk. Van begin 1945 tot 1 mei van dat jaar werden in het kamp officieel 24.613 doden geregistreerd. Deze cijfers geven alleen de officieel vastgelegde sterfgevallen weer en laten zien hoe dodelijk de omstandigheden in de slotfase waren. Ziereis bleef in deze periode commandant en droeg dus bestuurlijke verantwoordelijkheid voor een kamp dat tot het einde toe bleef functioneren, ondanks de militaire ineenstorting van Duitsland.
Geweld tegen zieke en verzwakte gevangenen
Op 16 februari 1945 arriveerde een transport uit Sachsenhausen in Mauthausen. Daarna liet Ziereis volgens de overgeleverde kampgeschiedenis ongeveer 700 zieke en verzwakte gevangenen afzonderen. Zij moesten tijdens strenge vorst twee dagen en nachten naakt buiten blijven staan en werden met tussenpozen van koud water overgoten. Onder de slachtoffers bevond zich Dmitri Michailovitsj Karbysjev. Deze gebeurtenis behoort tot de gedocumenteerde misdrijven uit de laatste maanden van het kamp en wordt in de literatuur verbonden met de leiding van Ziereis over Mauthausen.
Bevelen in april 1945
Kort voor het einde van de oorlog wordt in naoorlogse verklaringen ook een bevel van Ziereis genoemd om 30.000 gevangenen uit Gusen in tunnels te drijven en die vervolgens op te blazen. Het bevel is in de overgeleverde stukken onderdeel van de beschrijving van de eindfase in het kampcomplex. Vast staat dat de leiding van Mauthausen in deze periode nog altijd dodelijke maatregelen nam en dat de kamporganisatie niet ophield met geweld toen de nederlaag van Duitsland al duidelijk was. De laatste weken van zijn bevelsperiode werden daarom niet gekenmerkt door ontbinding alleen, maar ook door voortgezet moorddadig optreden.
23 april 1945
Een van de best gedocumenteerde feiten uit die laatste fase betreft 23 april 1945. Die middag gaf Ziereis in de bunker opdracht om veertig gevangenen, onder wie de Oostenrijkse verzetsstrijder Franz Josef Messner, naar de gaskelder te brengen. In een naoorlogse getuigenverklaring staat dat hij zelf het gas liet inbrengen. In de nacht daarna werden de lichamen van de slachtoffers in het crematorium verbrand. Onder de doden bevond zich ook Sepp Toifl, lid van het centrale comité van de KPÖ. Dit voorval is een direct voorbeeld van zijn betrokkenheid bij moord in de laatste oorlogsweken.
Na de oorlog
Vlucht en arrestatie
Op 3 mei 1945 verliet Ziereis Mauthausen met zijn vrouw Ida en hun drie kinderen. Hij begaf zich naar zijn jachthut bij Spital am Pyhrn, twee dagen voordat het kamp door Amerikaanse troepen werd bevrijd. Bijna drie weken later werd hij, ongeveer 160 kilometer verderop, door een Amerikaanse patrouille en voormalige gevangenen opgespoord. Tijdens zijn gevangenneming probeerde hij te ontkomen. Daarbij werd hij meermalen in de buik geschoten. Vervolgens werd hij zwaar gewond overgebracht naar een Amerikaans militair hospitaal in Gusen, waar zijn toestand snel verslechterde.
Verwonding en verhoor
Na zijn arrestatie moest worden voorkomen dat voormalige gevangenen hem ter plaatse zouden mishandelen. In het hospitaal volgde een urenlang verhoor door Amerikaanse militairen, onder wie kolonel Richard R. Seibel, samen met voormalige gevangenen zoals Hans Maršálek en de arts Koszeinski. Van dit verhoor ontstonden meerdere versies, die inhoudelijk grotendeels overeenkomen. De oorspronkelijke tekst werd aan de Amerikaanse legerleiding overgedragen en later als bewijsmateriaal gebruikt in processen tegen oorlogsmisdadigers. Daarmee kreeg het verhoor van Ziereis een plaats in de juridische documentatie over Mauthausen en Gusen.
Inhoud van de verklaringen
In zijn verklaring legde Ziereis belastende uitspraken af over het kampcomplex. Hij sprak over de moord op gevangenen door plaatsing in strafarbeidscommando’s en door het opblazen van tunnels. Ook noemde hij namen van andere daders, onder wie kamparts Eduard Krebsbach, Erich Wasicky en gauleiter August Eigruber. Verder verklaarde hij dat uit getatoeëerde mensenhuid lampenkappen, boekomslagen en leren etuis waren vervaardigd. De inhoud van deze verklaringen werd kort na de oorlog in verschillende publicaties en processen bekend, waardoor zij een rol gingen spelen in het publieke en juridische beeld van Mauthausen.
Dood en nasleep
Ziereis overleed op 24 mei 1945 in Gusen aan de gevolgen van zijn schotwonden. Daarna werd zijn lichaam door voormalige gevangenen aan het hek van Gusen I opgehangen. Zijn dood betekende niet het einde van de naoorlogse afhandeling van de misdrijven van Mauthausen, omdat zijn verklaringen samen met geredde kampdocumenten onderdeel werden van latere processen. Personen die hij noemde, onder wie Krebsbach, Wasicky en Eigruber, werden later berecht en geëxecuteerd. Ook daardoor bleef Ziereis in de jaren na 1945 aanwezig in het bewijsdossier rond de misdrijven van het kampcomplex.
Militaire Rangen
Rangontwikkeling
Ziereis begon zijn militaire loopbaan in de Reichswehr en verliet het leger in 1936 als onderofficier of sergeant. Na zijn toetreding tot de SS droeg hij eerst de rang van SS-Obersturmführer. Op 25 augustus 1939 volgde zijn bevordering tot SS-Sturmbannführer. Zijn laatste bevordering ontving hij op 20 april 1944, toen hij SS-Standartenführer werd. Deze rangontwikkeling viel samen met zijn toenemende positie binnen het concentratiekampstelsel, eerst als opleidingsfunctionaris en vervolgens als commandant van Mauthausen en bedrijfsdirecteur van de Granitwerke Mauthausen.
Functies binnen die rangstructuur
De rangen van Ziereis waren gekoppeld aan concrete functies. In de jaren 1936 tot 1938 was hij vooral werkzaam als opleidingsreferent en instructeur binnen SS-formaties die met concentratiekampen verbonden waren. Vanaf 1937 had hij ook een bevelsfunctie binnen de SS-Totenkopfverbände. In Mauthausen kwam daar de leiding over kampadministratie, bewaking, transporten en arbeid bij. De bevordering tot SS-Standartenführer in 1944 markeerde daarmee niet alleen een formele rang, maar ook zijn plaats binnen de hoogste leiding van het kampcomplex in de laatste oorlogsperiode.
Conclusie
Franz Xaver Ziereis doorliep tussen 1924 en 1945 een loopbaan van Reichswehr-onderofficier naar SS-Standartenführer en commandant van Mauthausen. Hij stond jarenlang aan het hoofd van een kampcomplex waarin dwangarbeid, massale sterfte, vergassing en andere vormen van moord systematisch voorkwamen. Zijn vlucht, arrestatie, verhoor en dood in mei 1945 sloten zijn persoonlijke loopbaan af, maar vormden tegelijk een beginpunt voor naoorlogse bewijsvoering tegen andere daders uit Mauthausen en Gusen.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: Unknown German Author, United States Holocaust Memorial Museum says it is Public Domain, Public domain, via Wikimedia Commons
- Gostner, Erwin (2015). 1000 Tage im KZ. Ein Erlebnisbericht aus den Konzentrationslagern Dachau, Mauthausen und Gusen. Innsbruck: StudienVerlag. ISBN 978-3-7065-5772-6.
- Klee, Ernst (2007). Das Personenlexikon zum Dritten Reich. Wer war was vor und nach 1945. 2. aktualisierte Auflage. Frankfurt am Main: Fischer Taschenbuch Verlag. ISBN 978-3-596-16048-8.
- Kühnrich, Heinz (1988). Der KZ-Staat: die faschistischen Konzentrationslager 1933 bis 1945. 5. Auflage. Berlin: Dietz. ISBN 978-3-320-01061-4.
- Stockhorst, Erich (1985). 5000 Köpfe: Wer war was im 3. Reich? 2. Auflage. Kiel: Arndt. ISBN 978-3-88741-116-9.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946










