Home Personen Nederlands Pieter Dourlein: Marineofficier en geheim agent

Pieter Dourlein: Marineofficier en geheim agent

Pieter Dourlein in uniform, onderscheiden met de Militaire Willems-Orde na zijn inzet als geheim agent in de Tweede Wereldoorlog.
Pieter Dourlein, Ridder in de Militaire Willems-Orde, gefotografeerd na zijn inzet als geheim agent en militair in de oorlog.

Pieter Dourlein (Veere, 2 februari 1918 – Loch Alsh, Schotland, 31 mei 1976) was een Nederlandse marineofficier en geheim agent tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij speelde een rol in het blootleggen van het zogeheten Englandspiel, een operatie waarbij de Duitse contraspionagedienst de communicatie tussen de Britse Special Operations Executive (SOE) en Nederlandse agenten onder controle had. Na de oorlog werd hij onderscheiden met de Militaire Willems-Orde. Zijn levensloop weerspiegelt het verloop van een militair die onder extreme omstandigheden moest opereren, en die zijn ervaringen later vastlegde in een autobiografisch werk.

Vroege leven en opleiding

Pieter Dourlein werd geboren op 2 februari 1918 in Veere, een stad op het Zeeuwse eiland Walcheren. In 1934 trad hij als matroos in dienst bij de Koninklijke Marine. Over zijn jeugdjaren en formele opleiding voorafgaand aan zijn militaire loopbaan is weinig bekend. Zijn vroege keuze voor een maritieme loopbaan wijst op een sterke verbondenheid met de zee, wat gezien zijn geboorteplaats in Zeeland niet ongebruikelijk was.

Deelname aan de Tweede Wereldoorlog

Engelandvaart en vertrek uit bezet Nederland

In 1941 ondernam Dourlein meerdere pogingen om vanuit het door Duitsland bezette Nederland naar Engeland te vluchten. Zijn eerste poging, samen met voormalig wachtmeester R. Buitenhuis, mislukte. Een tweede poging slaagde wel: samen met K. de Korver en Jan Adrianus den Ouden vertrok hij vanuit IJmuiden met een motorboot. Na een tocht van vijftig uur werd het gezelschap door een Britse mijnenveger opgepikt en naar Sheerness gebracht. Voor deze ontsnapping ontving Dourlein het Bronzen Kruis.

Jan Adrianus den Ouden werd na aankomst in Engeland ingedeeld bij het 320 Dutch Squadron van de Royal Air Force. Hij vloog in een Lockheed Hudson, maar keerde niet terug van een missie. Over het lot van K. de Korver is slechts bekend dat hij uit Vlaardingen kwam en verdween zonder nadere gegevens.

Dienst bij de Koninklijke Marine in Engeland

Na zijn aankomst in Groot-Brittannië werd Dourlein opnieuw opgenomen in de gelederen van de Koninklijke Marine. Hij werd geplaatst op de torpedobootjager Hr. Ms. Isaac Sweers, een schip dat deel uitmaakte van de Britse vloot. In 1942 nam hij deel aan verschillende marineacties, waarvan de details niet publiekelijk zijn gedocumenteerd. Zijn betrokkenheid bij deze acties leidde tot zijn aanmelding voor een opleiding tot geheim agent.

Opleiding tot geheim agent

In 1942 volgden Pieter Dourlein en Ben Ubbink een opleiding tot geheim agent, onder auspiciën van de Britse geheime dienst Special Operations Executive (SOE). De SOE had als doel verzetsgroepen in bezet Europa te ondersteunen. Ubbink werd in november 1942 al naar Nederland gestuurd. Dourlein volgde in maart 1943. Bij zijn landing nabij Ermelo werd hij echter onmiddellijk gearresteerd door de Duitse bezettingsmacht.

Zijn arrestatie was een gevolg van het feit dat het netwerk van de SOE in Nederland op dat moment onder controle stond van de Duitse Abwehr. Deze situatie, later bekend als het Englandspiel, leidde ertoe dat vrijwel alle naar Nederland gezonden agenten in Duitse handen vielen. Dourlein werd overgebracht naar Kamp Haaren, een voormalig seminarie dat door de Gestapo werd gebruikt als gevangenis.

Tijdens zijn missie als geheim agent werd Pieter Dourlein tijdelijk bevorderd tot sergeant. Na zijn terugkeer in Engeland en de daaropvolgende verdenking door de Britse autoriteiten, werd hij gedegradeerd naar zijn oorspronkelijke rang van korporaal-vliegtuigmitrailleurschutter binnen het 320 Dutch Squadron van de Marine Luchtvaartdienst.

Ontsnapping uit Duitse gevangenschap

In de nacht van 29 op 30 augustus 1943 wisten Pieter Dourlein en Ben Ubbink te ontsnappen uit Kamp Haaren. Ze bereikten via Esbeek de Zwitserse grens en wisten uiteindelijk via Spanje op 1 februari 1944 Engeland te bereiken. Eenmaal terug op Britse bodem werden zij echter gearresteerd door de Britse autoriteiten. De SOE vermoedde dat zij mogelijk door de Duitsers waren geïnfiltreerd. Zij werden langdurig verhoord door majoor Richard Iver Dobson, het toenmalige hoofd van de Dutch Section van de SOE.

Na vier maanden detentie werden beiden vrijgelaten. De verhoren en het wantrouwen van de Britse inlichtingendiensten lieten bij hen een blijvende indruk achter.

Hervatting van militaire dienst

Na zijn vrijlating keerde Pieter Dourlein terug naar actieve dienst. Hij werd ingedeeld als korporaal-schutter bij het 320 Dutch Squadron van de Marine Luchtvaartdienst. Dit squadron, onderdeel van de Royal Air Force, voerde bombardements- en verkenningsvluchten uit boven bezet Europa. Dourlein bleef tot het einde van de oorlog in dienst bij deze eenheid.

Na de oorlog

Na de bevrijding werd Pieter Dourlein opgenomen in het marine dienstvak vliegtuigmaker-konstabel. Kort nadat hij tot adjudant was bevorderd, werd hij aangesteld als vakofficier. Hij was werkzaam op het marinevliegkamp Valkenburg. Op 50-jarige leeftijd kreeg hij eervol ontslag in het kader van het Functioneel Leeftijdsontslag (FLO), een regeling die voorzag in het pensioen van militairen bij het bereiken van een bepaalde leeftijd.

In 1953 publiceerde hij zijn memoires onder de titel Inside North Pole: A Secret Agent’s Story. In dit boek beschreef hij zijn ervaringen als geheim agent, de gebeurtenissen rond het Englandspiel en zijn gevangenschap door zowel de Duitsers als de Britten.

Militaire rangen

Pieter Dourlein begon zijn loopbaan bij de Koninklijke Marine in 1934 als matroos. In de jaren die volgden ontwikkelde hij zich tot korporaal-schutter bij het 320 Dutch Squadron van de Marine Luchtvaartdienst. Na de oorlog vervolgde hij zijn carrière als vliegtuigmaker-konstabel. Later werd hij bevorderd tot adjudant en vervolgens benoemd tot vakofficier. Zijn loopbaan weerspiegelt een geleidelijke opklimming binnen de rangen van de marine, met een nadruk op technische en operationele inzet binnen de luchtvaartdienst van de Koninklijke Marine.

Zijn dienst op de Hr. Ms. Isaac Sweers en zijn inzet bij het 320 Dutch Squadron tonen aan dat hij zowel in maritieme als luchtvaartoperaties actief was. Zijn uiteindelijke eervolle ontslag vond plaats bij het bereiken van de leeftijdsgrens van 50 jaar, conform de regeling voor functioneel leeftijdsontslag (FLO).

Onderscheidingen

Pieter Dourlein ontving meerdere onderscheidingen voor zijn militaire en inlichtingenactiviteiten tijdens de Tweede Wereldoorlog:

  • Militaire Willems-Orde, Ridder 4e klasse
    Deze onderscheiding werd bij Koninklijk Besluit no. 25 van 6 oktober 1950 aan hem toegekend. De Militaire Willems-Orde is de oudste en hoogste Nederlandse dapperheidsonderscheiding.
  • Het Bronzen Kruis
    Toegekend voor zijn geslaagde overtocht naar Engeland in 1941. Het Bronzen Kruis wordt uitgereikt aan militairen en burgers die blijk geven van moedig en beleidvol optreden tegenover de vijand.

Deze decoraties onderstrepen zijn inzet onder extreme omstandigheden en zijn bijdrage aan de geallieerde oorlogsinspanningen.

Conclusie

Pieter Dourlein speelde een bijzondere rol in de Tweede Wereldoorlog als Engelandvaarder, geheim agent en militair. Zijn ervaringen vormen een illustratief voorbeeld van de risico’s en dilemma’s waarmee Nederlandse agenten in dienst van de Britse SOE te maken kregen. Zijn arrestatie bij aankomst in Nederland, de gevangenschap in Kamp Haaren, en zijn ontsnapping samen met Ben Ubbink leverden belangrijke informatie op voor de Britse inlichtingendiensten over de infiltratie van hun netwerk door de Duitse Abwehr.

De verdenking die hem en Ubbink bij terugkeer in Engeland trof, toont aan hoe diep het wantrouwen zat binnen de geheime diensten in oorlogstijd. Zijn latere inzet bij het 320 Dutch Squadron en zijn militaire loopbaan na de oorlog, evenals zijn decoraties, onderstrepen zijn toewijding en bijdrage aan de Nederlandse krijgsmacht.

Zijn overlijden in 1976 tijdens een vakantie in Schotland betekende het einde van een leven dat sterk was gevormd door oorlogservaringen en militaire dienst. Hij werd met militaire eer begraven op de begraafplaats Duinrust in Katwijk.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding: Ministerie van Defensie, CC0, via Wikimedia Commons
  2. Dourlein, Pieter (1953). Inside North Pole: A Secret Agent’s Story. Londen: Kimber. ISBN 9780809472628.
  3. Bennett, Geoffrey (2005). Naval Battles of the First World War. Barnsley: Pen & Sword Military Classics. ISBN 978-1-84415-300-8.
  4. De Jong, Loe (1972). Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, Deel 9. ’s-Gravenhage: Staatsuitgeverij. ISBN 978-90-12-05259-2.
  5. Foot, M.R.D. (1990). SOE in the Netherlands. London: HMSO. ISBN 978-0-11-630933-5.
  6. Verhoeven, M. (2001). Het Englandspiel: spionage en contraspionage in Nederland 1942–1944. Amsterdam: Boom. ISBN 978-90-8506-007-2.
  7. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946