
Hans-Ulrich Rudel (2 juli 1916 – 18 december 1982) was een Duitse gevechtspiloot tijdens de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog stond hij bekend om zijn betrokkenheid bij extreemrechtse netwerken en zijn steun aan voormalige nationaalsocialistische structuren in Zuid-Amerika. Rudel was de meest onderscheiden militair van de Duitse luchtmacht en de enige ontvanger van het Ridderkruis met Gouden Eikenloof, Zwaarden en Briljanten. Gedurende de oorlog vloog hij meer dan 2500 missies, hoofdzakelijk op het Oostfront, en vernietigde honderden vijandelijke doelen.
Jeugd en opleiding
Hans-Ulrich Rudel werd geboren in Konradswaldau in Neder-Silezië, toen deel van het Duitse Keizerrijk. Hij was de zoon van een Lutherse dominee. In zijn jeugd stond Rudel bekend als sportief en ambitieus. Hij bezocht het gymnasium in Lauban en sloot zich in 1933 aan bij de Hitlerjugend. In 1936 voltooide hij zijn dienstplicht bij de Reichsarbeitsdienst (RAD) en begon zijn opleiding bij de Luftwaffe als luchtverkenner.
Loopbaan in de Luftwaffe
Vroege oorlogsperiode
Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog voerde Rudel verkenningsvluchten uit boven Polen. In 1940 diende hij als adjudant bij een vliegtrainingsregiment in Wenen. In 1941 begon hij zijn opleiding tot duikbommenwerperpiloot. Kort daarna werd hij toegewezen aan Sturzkampfgeschwader 2, in voorbereiding op Operatie Barbarossa.
Aanval op het slagschip Marat
Op 23 september 1941 nam Rudel deel aan een luchtaanval op het Sovjet-slagship Marat in de haven van Kronstadt. Een bom die hij afwierp leidde tot de explosie van het voorste munitiedepot van het schip. Daarbij kwamen honderden bemanningsleden om het leven. Hoewel de aanval aan Rudel wordt toegeschreven, werd het schip getroffen door meerdere vliegtuigen.
Operaties aan het Oostfront
In de daaropvolgende jaren nam Rudel deel aan belangrijke veldslagen zoals die bij Stalingrad en Koersk. Hij introduceerde de inzet van de Ju 87G “Kanonenvogel”, uitgerust met 37 mm antitankkanonnen, waarmee hij grote aantallen Sovjettanks vernietigde. Tijdens de Slag om Koersk in juli 1943 vernietigde hij volgens Duitse rapporten twaalf tanks op één dag. In totaal zou Rudel meer dan 500 tanks vernietigd hebben.
In november 1943 werd hij onderscheiden met het Ridderkruis met Eikenloof en Zwaarden. In maart 1944 volgde de toekenning van het Ridderkruis met Briljanten. Op 1 januari 1945 ontving hij als enige het Ridderkruis met Gouden Eikenloof, Zwaarden en Briljanten.
Verwondingen en laatste oorlogsmaanden
Op 8 februari 1945 werd Rudel zwaar gewond en verloor hij een deel van zijn rechterbeen. Desondanks keerde hij enkele weken later terug naar het front. In de laatste weken van de oorlog vloog hij nog meerdere missies. Op 8 mei 1945 gaf hij zich over aan Amerikaanse troepen in Tsjechoslowakije.
Activiteiten na de oorlog
Vlucht naar Zuid-Amerika
Na zijn vrijlating in 1946 vestigde Rudel zich aanvankelijk in West-Duitsland, maar vluchtte in 1948 via Italië en met hulp van de Oostenrijkse bisschop Alois Hudal naar Argentinië. Daar leefde hij onder de schuilnaam “Emilio Meier”.
In Zuid-Amerika bouwde hij een netwerk op met andere gevluchte nationaalsocialisten. Hij werkte samen met onder anderen Josef Mengele, Walter Rauff en Klaus Barbie. Rudel was medeoprichter van het Kameradenwerk, dat hulp bood aan oorlogsmisdadigers. Hij onderhield contacten met autoritaire regimes in Argentinië, Paraguay, Bolivia en Chili.
Publicaties en politieke standpunten
In 1949 publiceerde Rudel zijn memoires onder de titel Trotzdem, waarin hij het Derde Rijk verdedigde. Zijn werk werd ook uitgegeven in de Verenigde Staten en Frankrijk. Rudel bleef zich tot aan zijn dood positief uitlaten over het nationaalsocialisme. In pamfletten verdedigde hij de Duitse aanval op de Sovjet-Unie als een “verdedigingsoorlog”.
Politieke betrokkenheid in Duitsland
Kandidaat voor de Duitse Reichspartij
Bij zijn terugkeer naar West-Duitsland in 1953 werd Rudel lijsttrekker voor de extreemrechtse Deutsche Reichspartei (DRP). Hij behaalde geen zetel in de Bondsdag. In de jaren zeventig werd hij actief binnen de Deutsche Volksunion (DVU), een andere nationalistische partij. Zijn publieke optredens en publicaties leidden tot maatschappelijke controverse.
De Rudel-affaire
In 1976 ontstond de zogeheten Rudel-affaire. Tijdens een reünie van Luftwaffe-veteranen bezocht Rudel een militaire luchtmachtbasis, wat tot politieke ophef leidde. Twee generaals die Rudel vergeleken met sociaaldemocraat Herbert Wehner, zelf voormalig communist, werden daarop ontslagen. Het incident leidde tot een breed debat over militaire tradities binnen de Bundeswehr.
Laatste levensjaren en overlijden
Rudel was driemaal getrouwd en had drie zonen. In 1970 overleefde hij een beroerte. Hij overleed op 18 december 1982 in Rosenheim na een tweede beroerte. Tijdens zijn begrafenis in Dornhausen passeerden twee F-4 Phantom straaljagers op lage hoogte. Ondanks ontkenningen van opzet door het ministerie van Defensie ontstond publieke verontwaardiging, mede door het geven van de Hitlergroet door enkele aanwezigen.
Oorlogsdecoraties en militaire loopbaan
Hans-Ulrich Rudel werd onderscheiden met vrijwel alle decoraties die een Luftwaffe-officier kon ontvangen. Tot zijn onderscheidingen behoren onder meer:
- Het Ridderkruis met Gouden Eikenloof, Zwaarden en Briljanten
- Het Duitse Kruis in Goud
- Het Verwundetenabzeichen in Goud
- De Ehrenpokal der Luftwaffe
- Frontvliegerinsigne met briljanten voor 2000 missies
- Buitenlandse onderscheidingen uit Italië en Hongarije
Gedurende de oorlog vloog hij 2.530 missies, waarvan het merendeel in een Ju 87 Stuka. Hij vernietigde volgens Duitse gegevens 519 tanks, meerdere schepen, honderden voertuigen en artilleriestellingen. Hij werd zelf meer dan dertig keer geraakt door luchtafweergeschut en vijfmaal gewond.
Nalatenschap en controverse
Na zijn dood bleef Rudel een omstreden figuur binnen de Duitse samenleving. Rechtse groeperingen eerden hem, onder meer met de oprichting van het Ehrenbund Rudel. Zijn boeken bleven populair in extreemrechtse kringen. Tegelijkertijd werd zijn rol tijdens en na de oorlog fel bekritiseerd door historici en overlevenden van het nationaalsocialistische regime.
Conclusie
Hans-Ulrich Rudel was een van de meest actieve Duitse piloten aan het Oostfront tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zijn oorlogsvoering werd in nazi-Duitsland groots geprezen, maar zijn naoorlogse activiteiten en ideologische overtuigingen leidden tot brede maatschappelijke en politieke afwijzing. Zijn rol in het faciliteren van de vlucht en bescherming van oorlogsmisdadigers, en zijn onverminderde steun aan nationaalsocialistische ideeën, blijven onderwerp van historisch en ethisch debat.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: Video: Kameramann des Special Film Project 186 der United States Army Air Forces (USAAF) / Screenshot: Lewenstein, Public domain, via Wikimedia Commons
- Astor, Gerald (1986). The Last Nazi: Life and Times of Doctor Joseph Mengele. Weidenfeld. ISBN 978-0-297-78853-9.
- Benz, Wolfgang (2013). Handbuch des Antisemitismus, Band 6. Berlin: Walter de Gruyter Saur. ISBN 978-3-11-030535-7.
- Bergström, Christer (2008). Bagration to Berlin—The Final Air Battles in the East: 1944–1945. Classic Publications. ISBN 978-1-903223-91-8.
- Brütting, Georg (1992). Das waren die deutschen Stuka-Asse 1939–1945. Stuttgart: Motorbuch. ISBN 978-3-87943-433-6.
- Clark, Lloyd (2012). Kursk: The Greatest Tank Battle of the Eastern Front 1943. Headline. ISBN 978-0-7553-3639-5.
- Fellgiebel, Walther-Peer (2000). Die Träger des Ritterkreuzes des Eisernen Kreuzes 1939–1945. Friedberg: Podzun-Pallas. ISBN 978-3-7909-0284-6.
- Fraschka, Günther (1994). Knights of the Reich. Atglen: Schiffer Publishing. ISBN 978-0-88740-580-8.
- Gilbert, Martin (1989). Second World War. London: Weidenfeld & Nicolson. ISBN 0-297-79616-X.
- Goñi, Uki (2003). The Real Odessa: How Perón Brought the Nazi War Criminals to Argentina. Granta. ISBN 978-1-86207-552-8.
- Goodrick-Clarke, Nicholas (2002). Black Sun: Aryan Cults, Esoteric Nazism, and the Politics of Identity. New York University Press. ISBN 978-0-8147-3155-0.
- Griehl, Manfred (2001). Junker Ju 87 Stuka. London: Airlife. ISBN 1-84037-198-6.
- Hamilton, Charles (1996). Leaders & Personalities of the Third Reich, Vol. 2. R. James Bender Publishing. ISBN 978-0-912138-66-4.
- Just, Günther (1986). Stuka Pilot Hans Ulrich Rudel. Atglen: Schiffer Military History. ISBN 978-0-88740-252-4.
- Levy, Alan (2006). Nazi Hunter: The Wiesenthal File. London: Constable. ISBN 978-1-84119-607-7.
- McLaughlin, Stephen (2003). Russian & Soviet Battleships. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 978-1-55750-481-4.
- Obermaier, Ernst (1976). Die Ritterkreuzträger der Luftwaffe 1939–1945. Band II: Stuka- und Schlachtflieger. Mainz: Verlag Dieter Hoffmann. ISBN 978-3-87341-021-3.
- Patzwall, Klaus D. (2008). Der Ehrenpokal für besondere Leistung im Luftkrieg. Norderstedt: Verlag Klaus D. Patzwall. ISBN 978-3-931533-08-3.
- Posner, Gerald L.; Ware, John (1986). Mengele: The Complete Story. New York: McGraw-Hill. ISBN 978-0-07-050598-8.
- Rohwer, Jürgen (2005). Chronology of the War at Sea 1939–1945: The Naval History of World War Two (3rd ed.). Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 978-1-59114-119-8.
- Scherzer, Veit (2007). Die Ritterkreuzträger 1939–1945. Jena: Scherzers Militaer-Verlag. ISBN 978-3-938845-17-2.
- Scutts, Jerry (1999). P-47 Thunderbolt Aces of the Ninth and Fifteenth Air Forces. Oxford: Osprey Publishing. ISBN 978-1-85532-906-5.
- Steinacher, Gerald (2011). Nazis on the Run: How Hitler’s Henchmen Fled Justice. Oxford University Press. ISBN 978-0-19-165377-3.
- Thomas, Franz (1998). Die Eichenlaubträger 1939–1945. Band 2: L–Z. Osnabrück: Biblio-Verlag. ISBN 978-3-7648-2300-9.
- Ward, John (2004). Hitler’s Stuka Squadrons: The Ju 87 at War, 1936–1945. St. Paul: MBI. ISBN 978-0-7603-1991-8.
- Zabecki, David T., ed. (2014). Germany at War: 400 Years of Military History. ABC-Clio. ISBN 978-1-59884-980-6.
- Bronnen Mei1940









