Home Slagen, Veldtochten, Zeeslagen en Operaties Slag om Kiev 1941: omsingeling en verliezen

Slag om Kiev 1941: omsingeling en verliezen

Kaart van de invasie van de Sovjet-Unie door de asmogendheden van 22 juni tot 25 augustus 1941.
Opmars van de asmogendheden tijdens de invasie van de Sovjet-Unie, van 22 juni tot 25 augustus 1941.

De Slag om Kiev in 1941 eindigde met de omsingeling van een groot deel van het Sovjet-Zuidwestelijk Front tijdens Operatie Barbarossa. De Duitse omsingelingsoperatie voltrok zich in augustus en september. De bredere Sovjetverdedigingsoperatie liep van 7 juli tot 26 september. Kiev viel op 19 september; honderdduizenden Sovjetmilitairen sneuvelden, raakten vermist of werden krijgsgevangen gemaakt.

Militaire en Politieke Situatie

Op 22 juni 1941 begon nazi-Duitsland met Operatie Barbarossa, de invasie van de Sovjet-Unie. Heeresgruppe Süd, onder veldmaarschalk Gerd von Rundstedt, rukte op door Oekraïne. De regio was voor de Duitse oorlogsvoering van belang vanwege haar landbouw, industrie en verbindingen naar het Donetsbekken en de Zwarte Zee. Het Duitse offensief maakte deel uit van een veroveringsoorlog waarin militaire bezetting samenging met economische uitbuiting en vervolging van de bevolking.

Het Zuidwestelijk Front beschikte aanvankelijk over omvangrijke pantserformaties, maar verloor tijdens de gevechten rond Dubno, Loetsk en Rovno veel tanks. Slechte verbindingen, bevoorradingsproblemen en onvoldoende samenhang tussen tegenaanvallen verzwakten de Sovjetverdediging. Begin augustus werden bovendien het 6e en 12e Sovjetleger bij Oeman omsingeld. Die nederlaag verslechterde de positie ten zuiden van Kiev en beperkte de mogelijkheden om de Duitse opmars met mobiele reserves tegen te houden.

In de centrale sector bereikten Duitse troepen ondertussen het gebied rond Smolensk. Binnen de Duitse legerleiding ontstond discussie over de vraag of een aanval op Moskou voorrang moest krijgen boven operaties op de flanken. Hitler gaf prioriteit aan het uitschakelen van Sovjetlegers in Oekraïne en het veiligstellen van economische gebieden. Aan Sovjetzijde bleef Stalin vasthouden aan de verdediging van Kiev, hoewel de Duitse opmars ten noorden en zuiden van de stad de terugtocht bedreigde.

Locatie

Kiev was de hoofdstad van de Oekraïense Socialistische Sovjetrepubliek en lag aan de Dnjepr. Het grootste deel van de stad bevond zich op de westelijke oever. Vestingwerken en de rivier de Irpen beschermden de westelijke toegangen, terwijl bruggen over de Dnjepr de verbinding met het achterland onderhielden. De rivier vormde een verdedigingshindernis, maar bood geen afdoende bescherming zodra Duitse troepen verder noordelijk en zuidelijk bruggenhoofden hadden gevormd.

De omsingeling omvatte een veel groter gebied dan de stad zelf. Duitse pantserformaties naderden elkaar ten oosten van Kiev, in de omgeving van Romny, Loebny en Lochvitsa. Daar liepen wegen en spoorverbindingen waarlangs het Zuidwestelijk Front terug kon trekken en bevoorraad kon worden. Het afsluiten van deze verbindingen bracht ook legers buiten de stadsverdediging in gevaar, waardoor de operatie uitgroeide tot een omsingeling van meerdere Sovjetlegers.

Militaire Leiders

Rundstedt voerde het bevel over Heeresgruppe Süd, maar niet over alle Duitse formaties die aan de omsingeling deelnamen. Panzergruppe 1 stond onder generaal Ewald von Kleist en vormde de zuidelijke arm van de omsingeling. Panzergruppe 2, onder generaal Heinz Guderian, kwam vanuit het noorden. Deze pantsergroep behoorde tot Heeresgruppe Mitte van veldmaarschalk Fedor von Bock, evenals het 2e Leger van generaal Maximilian von Weichs.

Aan Sovjetzijde was generaal Michail Kirponos commandant van het Zuidwestelijk Front. Maarschalk Semjon Boedjonny stond daarboven als bevelhebber van de Zuidwestelijke Richting, die meerdere fronten omvatte. In september werd Boedjonny vervangen door maarschalk Semjon Timosjenko. Deze wisseling betekende niet dat de Sovjetlegers uitsluitend onder hun divisiecommandanten verder vochten: Kirponos en zijn frontstaf bleven functioneren totdat de omsingeling en het verlies van verbindingen de bevelvoering ontwrichtten.

Stalin en de Stavka, het Sovjetopperbevel, bepaalden of Kiev mocht worden opgegeven. Kirponos kon daardoor niet zelfstandig besluiten tot een algemene terugtocht uit het bedreigde gebied. Boedjonny waarschuwde in september voor omsingeling en vroeg toestemming om terug te trekken. Toen de terugtocht uiteindelijk werd toegestaan, waren de belangrijkste uitwegen al afgesloten en konden bevelen niet meer overal tijdig worden uitgevoerd.

Doelstelling en planning

Het Duitse doel was de Sovjetlegers rond Kiev af te snijden en hun georganiseerde weerstand te beëindigen. De verovering van de stad was onderdeel van deze operatie, maar de omsingeling moest vooral ten oosten ervan worden voltooid. Guderian zou zuidwaarts oprukken, terwijl Kleist vanuit een bruggenhoofd bij Krementsjoeg noordwaarts aanviel. De Duitse infanterielegers moesten de westelijke zijde onder druk houden, de pantserformaties volgen en de omsingelde troepen daarna uitschakelen.

De keuze voor deze operatie kwam voort uit meerdere Duitse besluiten in juli en augustus. Op 21 augustus bevestigde Hitler dat het 2e Leger en Panzergruppe 2 voor de aanval naar het zuiden moesten worden ingezet. Guderian bepleitte op 23 augustus nog een voortzetting van de aanval richting Moskou, maar kreeg daarvoor geen toestemming. Daarmee kreeg de operatie tegen de Sovjetlegers rond Kiev voorrang boven een onmiddellijke voortzetting van de aanval naar het oosten.

De Sovjetplanning richtte zich op het vasthouden van Kiev en de Dnjeprlinie. Tegenaanvallen moesten Duitse bruggenhoofden bestrijden en de noordelijke opmars onderbreken. Het Brjanskfront, onder generaal Andrej Jerjomenko, kreeg opdrachten om Guderians troepen aan te vallen. Deze pogingen konden de Duitse beweging naar het zuiden niet stoppen, terwijl het Zuidwestelijk Front onvoldoende mobiele reserves overhield om de bedreigde verbindingen in het achterland te beschermen.

Militaire eenheden

De Duitse omsingelingsoperatie steunde op Panzergruppe 1 en Panzergruppe 2, met pantserdivisies en gemotoriseerde infanterie. Vanuit Heeresgruppe Süd namen ook het 6e Leger van veldmaarschalk Walther von Reichenau en het 17e Leger van generaal Carl-Heinrich von Stülpnagel deel. Vanuit Heeresgruppe Mitte rukte het 2e Leger zuidwaarts op. De Luftwaffe ondersteunde de grondtroepen met bombardementen, verkenning en aanvallen op Sovjetverbindingen en transport.

Binnen de uiteindelijke omsingeling lagen vooral het 5e, 21e, 26e en 37e Sovjetleger. Het 37e Leger, onder generaal Andrej Vlasov, verdedigde Kiev en het omliggende versterkte gebied. Het 38e en 40e Leger waren eveneens bij de bredere campagne betrokken, maar hun positie verschilde van die van de vier grotendeels ingesloten legers. Veranderende onderstellingen en verliezen maakten de samenstelling van het Zuidwestelijk Front gedurende de operatie wisselend.

Naast reguliere infanterie namen Sovjetluchtlandingseenheden, plaatselijke militie en marinepersoneel aan de verdediging deel. Schepen van de Pinskflottielje ondersteunden troepen langs de rivieren met geschut en transport. Veel Sovjetformaties hadden door eerdere gevechten een lagere sterkte dan hun officiële organisatie aangaf. Het aantal leger- en divisiehoofdkwartieren gaf daardoor geen volledig beeld van hun beschikbare infanterie, tanks, artillerie en vervoermiddelen.

Het verloop van de slag

Gevechten bij Kiev in juli en augustus

Begin juli naderden Duitse pantserformaties Kiev, maar de stad werd niet onmiddellijk veroverd. Sovjettegenaanvallen en de verdediging van het versterkte gebied vertraagden de opmars. De Duitse legerleiding zette haar mobiele troepen vervolgens ook in voor operaties verder naar het zuiden. Kiev bleef daardoor in Sovjethanden, terwijl de Duitse opmars elders de flanken van het Zuidwestelijk Front verder bedreigde.

Een Duitse aanval op de zuidelijke verdediging van Kiev in augustus leidde evenmin tot de inname van de stad. Sovjettroepen hielden stand en heroverden tijdens tegenaanvallen plaatselijk terrein. De verdediging voor Kiev bleef daarmee intact, maar de situatie buiten dit gebied verslechterde. Een langdurige verdediging van de stad bood geen zekerheid dat de legers ook hun verbindingen met het oosten konden behouden.

Guderians opmars vanuit het noorden

Eind augustus rukte Panzergruppe 2 vanuit het gebied ten zuiden van Smolensk verder naar Oekraïne op. Duitse troepen overschreden de Desna en dreigden de noordelijke flank van het Zuidwestelijk Front te omtrekken. Het 2e Leger ondersteunde deze beweging en oefende druk uit op de Sovjetverdediging ten noorden van Kiev. De Duitse opmars bracht de wegen naar Romny en het verdere Sovjetachterland binnen bereik.

De Sovjettegenaanvallen vanuit het Brjanskfront veroorzaakten gevechten op Guderians oostelijke flank, maar konden zijn opmars niet blijvend onderbreken. Tegelijk moesten Duitse eenheden hun eigen uitgerekte verbindingen beschermen. De beweging naar het zuiden verliep daardoor met gevechten, onderbrekingen en bevoorradingsproblemen. Toch slaagden de Sovjettroepen er niet in een samenhangende verdediging tussen de naderende Duitse formaties en het Zuidwestelijk Front te herstellen.

Kleists aanval vanuit het zuiden

Ten zuiden van Kiev hadden Duitse troepen bruggenhoofden over de Dnjepr gevormd. Het bruggenhoofd bij Krementsjoeg werd het uitgangspunt voor Kleists noordwaartse aanval. Op 11 september bracht Panzergruppe 1 daar haar mobiele formaties over de rivier; de noordwaartse aanval begon op 12 september. Deze beweging bedreigde de achterwaartse verbindingen van de Sovjetlegers die Kiev en de aangrenzende rivierlinie verdedigden.

Kleists troepen rukten via het gebied rond Chorol en Loebny naar het noorden op. Het 17e Leger volgde en hielp het veroverde gebied af te schermen. Sovjetformaties probeerden de opmars te vertragen, maar konden de verbinding tussen de noordelijke en zuidelijke Duitse aanvalsgroepen niet verhinderen. Terwijl de verdediging bij Kiev voortduurde, werd de beschikbare ruimte voor een algemene terugtocht steeds kleiner.

Sluiting van de omsingeling

Midden september maakten de voorste Duitse pantserformaties in de omgeving van Lochvitsa verbinding met elkaar. Op 16 september was de omsingeling gesloten. Een groot deel van het Zuidwestelijk Front bevond zich nu tussen de Duitse troepen die vanuit het westen aanvielen en de pantserformaties in het oosten. De Dnjepr, die eerder bescherming had geboden, lag voor veel ingesloten eenheden binnen het omsingelde gebied.

Toestemming om Kiev op te geven volgde pas op 17 september. Sovjetlegers probeerden vervolgens oostwaarts uit te breken, maar moesten Duitse blokkades doorbreken. Verbindingen tussen legerstaven en ondergeschikte eenheden vielen steeds vaker uit. Sommige groepen bereikten eigen troepen, terwijl andere hun artillerie, voertuigen en gewonden moesten achterlaten of tijdens de uitbraak werden vernietigd of gevangengenomen.

Inname van Kiev en laatste gevechten

Op 19 september trokken Duitse troepen Kiev binnen nadat Sovjeteenheden de stad hadden verlaten. Deze inname beëindigde de strijd in het grotere omsingelde gebied niet. Duitse infanterie en mobiele eenheden verdeelden de ingesloten Sovjettroepen in afzonderlijke groepen. Artillerievuur en luchtaanvallen bemoeilijkten hun verplaatsingen, terwijl de toevoer van voedsel, brandstof en munitie grotendeels was afgesneden.

Kirponos kwam op 20 september om het leven tijdens een uitbraakpoging bij Sjoemejkovo, in de omgeving van Lochvitsa. Ook andere leden van de frontleiding gingen verloren, waardoor verdere coördinatie werd bemoeilijkt. De laatste grote groepen georganiseerde weerstand werden tot 26 september uitgeschakeld. Kleine groepen militairen bleven daarna proberen door de Duitse linies te komen; er was dus geen gezamenlijke overgave van alle overgebleven troepen op één dag.

Resultaat

Het Duitse operationele doel werd bereikt: Kiev werd bezet en de samenhang van een groot deel van het Zuidwestelijk Front werd vernietigd. De vier voornaamste omsingelde legers verloren het grootste deel van hun inzetbare manschappen en materieel. Daardoor ontstond een opening in de Sovjetverdediging van Oekraïne. Duitse troepen konden hun verdere opmars richting Charkov, het Donetsbekken en de zuidelijke delen van de Sovjet-Unie voortzetten.

De vernietiging van de Sovjetgroepering verminderde tevens de bedreiging van de zuidelijke flank van Heeresgruppe Mitte. Panzergruppe 2 kon daarna opnieuw worden ingezet voor de aanval op Moskou, Operatie Taifun, die voor Guderians troepen op 30 september begon. De operatie bij Kiev had echter tijd, brandstof en inzetbare voertuigen gekost. De Duitse overwinning loste de slijtage en bevoorradingsproblemen van de campagne niet op en bracht de Sovjet-Unie niet tot capitulatie.

De bezetting maakte een einde aan het Sovjetbestuur in Kiev en bracht de bevolking onder Duitse militaire en vervolgens bezettingsautoriteiten. Vervolging, voedseltekorten en geweld bepaalden het dagelijks leven. De Duitse propaganda gebruikte de omsingeling als bewijs van een naderende overwinning in het oosten. Voor de Sovjetleiding betekende de nederlaag dat nieuwe troepen en hoofdkwartieren nodig waren om de verdediging van de resterende gebieden opnieuw op te bouwen.

Miltaire en burger slachtoffers

De Sovjetverliescijfers moeten worden onderscheiden naar periode en categorie. Voor de gehele Kievse strategische verdedigingsoperatie van 7 juli tot 26 september vermeldt het onderzoek onder leiding van Grigori Krivosjejev 700.544 personeelsverliezen. Daarvan waren 616.304 onherstelbare verliezen, waaronder gesneuvelden, vermisten en krijgsgevangenen, en 84.240 gewonden en zieken. Deze telling omvat meerdere samenhangende gevechten en mag niet worden gelezen als het aantal gevangenen in de omsingeling van september.

De Duitse legerleiding meldde ongeveer 665.000 krijgsgevangenen. Die opgave omvatte ook gevangenen uit andere gevechten in het operatiegebied en is geen rechtstreeks vergelijkbare telling van uitsluitend de uiteindelijke omsingeling. In militaire studies wordt de ingesloten Sovjetsterkte op ongeveer 452.700 manschappen gesteld, van wie ongeveer 15.000 wisten te ontsnappen. Kiev behoort daardoor tot de grootste omsingelingen uit de militaire geschiedenis, maar een absolute rangorde hangt af van de gekozen afbakening en telling.

De Sovjet-Unie kon door mobilisatie nieuwe legers vormen, maar verloren ervaren officieren, onderofficieren en specialisten waren niet onmiddellijk te vervangen. Nieuwe formaties hadden tijd nodig voor opleiding, bewapening en samenwerking. De nederlaag verzwakte daarom ook de kwaliteit van de beschikbare strijdkrachten in deze sector. Duitse eenheden leden eveneens verliezen aan manschappen, maar afzonderlijke cijfers voor alleen de omsingeling zijn moeilijk te onderscheiden van verliezen tijdens de bredere campagne.

Burgers werden getroffen door beschietingen, bombardementen, evacuaties en de daaropvolgende bezetting. Vanaf 24 september veroorzaakten achtergelaten Sovjetspringladingen explosies en branden in het stadscentrum, waarbij ook burgers omkwamen en woningen verloren gingen. Op 29 en 30 september vermoordden Sonderkommando 4a, Duitse politie-eenheden en hun helpers volgens Duitse rapporten 33.771 Joden bij Babyn Jar. Deze massamoord vond plaats na de militaire slag en moet worden onderscheiden van burgerslachtoffers tijdens de gevechten.

Materiele verliezen

De omsingelde Sovjetlegers verloren artillerie, tanks, vrachtwagens, verbindingsmiddelen en voorraden. Een deel werd tijdens de gevechten vernietigd, terwijl ander materieel bij terugtochten of uitbraakpogingen achterbleef. Omdat veel Sovjetpantserformaties al in juni en juli waren uitgeput, was hun resterende tanksterkte tijdens de laatste fase beperkt. Het verlies van geschut, transport en munitie verminderde de gevechtskracht van de ingesloten infanterie en bemoeilijkte elke georganiseerde uitbraak.

Ook aan Duitse zijde waren onderhoud en herstel voortdurend nodig. Tanks en vrachtwagens legden lange afstanden af en moesten onder gevechtsomstandigheden worden gerepareerd. Brandstof, reserveonderdelen en munitie moesten over steeds langere routes naar voren worden gebracht. Het bezit van Sovjetvoorraden kon plaatselijk helpen, maar verving geen betrouwbare aanvoer en leverde niet automatisch geschikte brandstof, munitie of onderdelen voor Duits materieel op.

Voor de Sovjet-Unie kwam het verlies van deze voorraden samen met het verlies van industriële en agrarische gebieden. Fabrieken werden waar mogelijk naar het oosten geëvacueerd, maar de verplaatsing verstoorde de productie en beschikbaarheid van uitrusting. Het opnieuw bewapenen van de getroffen formaties vereiste daarom zowel nieuwe manschappen als nieuwe leveringen. De militaire nederlaag had zo gevolgen voor de samenstelling, mobiliteit en bevoorrading van de volgende Sovjetverdedigingslinies.

Conclusie

De Duitse planning bereikte haar directe doel doordat de noordelijke en zuidelijke aanvalsgroepen een groot deel van het Zuidwestelijk Front insloten. Het vasthouden aan Kiev en de late besluitvorming over terugtocht droegen bij aan de omvang van de Sovjetverliezen. De overwinning verbeterde de Duitse positie in Oekraïne en maakte troepen vrij voor de aanval op Moskou, maar beëindigde de oorlog niet. Voor de Sovjet-Unie betekende de slag verlies van legers, materieel en grondgebied; voor de bevolking volgden bezetting, ontbering en massamoord.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding: Unknown US Army Cartographer, Public domain, via Wikimedia Commons
  2. Stahel, David (2012). Kiev 1941: Hitler’s Battle for Supremacy in the East. Cambridge: Cambridge University Press. ISBN 978-1-107-01459-6.
  3. Glantz, David M. en House, Jonathan M. (2015). When Titans Clashed: How the Red Army Stopped Hitler. Herziene en uitgebreide editie. Lawrence: University Press of Kansas. ISBN 978-0-7006-2121-7.
  4. Krivosheev, G. F., red. (1997). Soviet Casualties and Combat Losses in the Twentieth Century. Londen: Greenhill Books. ISBN 978-1-85367-280-4.
  5. Berkhoff, Karel C. (2004). Harvest of Despair: Life and Death in Ukraine under Nazi Rule. Cambridge, Massachusetts: Belknap Press of Harvard University Press. ISBN 978-0-674-01313-1.
  6. Ramazanov, Shamil Shakhovych, en Ihnatova, Liudmyla Ruslanivna (2014). Kyivska stratehichna oboronna operatsiia. Storinky istorii, nr. 37, p. 170–183. DOI 10.20535/2307-5244.37.2014.90961.
  7. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946