
De HMS Tiger was een conventionele kruiser van de Britse Koninklijke Marine en het leidende schip van de Tiger-klasse. Hoewel besteld tijdens de Tweede Wereldoorlog, werd de Tiger pas na de oorlog voltooid. Het schip vervulde verschillende rollen, van vlootverdediging tot commandoschip, en onderging een grote transformatie tot helikopter- en commandokruiser in de jaren 70. De Tiger werd uiteindelijk buiten dienst gesteld en in 1986 verkocht voor sloop.
Bouw en Ontwerp
De bouw van de HMS Tiger begon oorspronkelijk als HMS Bellerophon in 1941 bij de John Brown Shipyard. Het schip maakte oorspronkelijk deel uit van de Minotaur-klasse lichte kruisers, maar vanwege prioriteiten tijdens de Tweede Wereldoorlog, zoals de behoefte aan anti-onderzeeër vaartuigen, werd de bouw vertraagd. In 1945 werd de naam gewijzigd naar Tiger, en op 25 oktober 1945 werd het schip te water gelaten, gedeeltelijk voltooid.
Na de oorlog werd de bouw van de Tiger in 1946 stopgezet en het schip werd opgeslagen in Dalmuir. In 1948 werd besloten de Tiger te herontwerpen met een focus op luchtafweer, voornamelijk ter bescherming van konvooien en vliegdekschepen. De definitieve beslissing om het schip af te bouwen volgens een nieuw ontwerp werd genomen in 1951, waarbij de Tiger de leidende kruiser van de klasse werd.
De Tiger werd uitgerust met automatische 6-inch (152 mm) kanonnen in hoge hoekopstellingen en een secundaire batterij van 3-inch (76 mm) wapens. Deze wapens waren ontworpen om snel te vuren, wat belangrijk was in de verdediging tegen vliegtuigen en marineschepen.
>Operationele Geschiedenis
Vroege Dienstjaren (1960-1966)
Na de indienststelling in maart 1959 werd de Tiger voornamelijk ingezet voor wapentests en vlagvertoon. Het schip werd al snel de vlaggenschip van de Mediterrane Vloot en voerde operaties uit in het Verre Oosten tijdens de Indonesische Confrontatie in de vroege jaren 60. Ondanks de moderne bewapening bleef de betrouwbaarheid een probleem, vooral bij de 6-inch kanonnen die na 30 seconden vuren vaak vastliepen.
In 1966 speelde de Tiger een rol bij de Aberfan-ramp, waarbij de bemanning hielp bij de reddings- en opruimwerkzaamheden. Later dat jaar werd het schip ingezet voor gesprekken tussen de Britse premier Harold Wilson en de Rhodesische premier Ian Smith, die plaatsvonden aan boord van de Tiger.
Helikopter- en Commando-Cruiser Conversie (1968-1972)
In 1968 werd de Tiger uit dienst genomen voor een grondige verbouwing tot helikopter- en commandokruiser. De aanpassingen omvatten:
- Verwijdering van de achterste 6-inch en 3-inch kanonnen.
- Installatie van Seacat-raketten en een vliegdek met hangarcapaciteit voor vier helikopters.
- Verbeterde radarsystemen en commandofaciliteiten.
Het schip keerde in 1972 terug in dienst en werd vaak ingezet als vlaggenschip voor marinetaskgroepen. Ondanks de verbeteringen bleef de hoge bemanningsbehoefte een probleem, vooral tijdens de economische uitdagingen van de late jaren 70.
Latere Jaren en Decommissioning
In 1978 werd de HMS Tiger opnieuw in reserve geplaatst. Tijdens de Falklandoorlog in 1982 werd overwogen het schip te heractiveren vanwege de grote vliegdekcapaciteit, maar de plannen werden geannuleerd. Uiteindelijk werd de Tiger in 1986 verkocht voor sloop in Spanje.
>Technische Specificaties
| Kenmerk | Specificatie |
|---|---|
| Type | Conventionele kruiser |
| Klasse | Tiger-klasse |
| Lengte | 173 meter |
| Breedte | 19 meter |
| Diepgang | 6,5 meter |
| Bewapening (origineel) | 6-inch en 3-inch automatische kanonnen |
| Bewapening (na conversie) | Seacat-raketten, helikopterdek |
| Radarsystemen | Type 992Q, Type 965M, Type 278 |
| Bemanning | 698 (peacetime), 900 (wartime) |
| Snelheid | 31 knopen (ongeveer 57 km/u) |
| Kosten (oorspronkelijk) | £12,820,000 – £13,113,000 |
| Conversiekosten | Meer dan £13 miljoen |









