De Bell P-39 Airacobra was een Amerikaans eenmotorig jachtvliegtuig van Bell Aircraft uit de Tweede Wereldoorlog. Het toestel viel op door de motor achter de cockpit, het neuskanon en het driewielige landingsgestel. Het werd vooral gebruikt op lagere en middelhoge hoogten, onder meer door de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie.
Ontwerp en constructie
De ontwikkeling van de P-39 begon met Circulair voorstel X-609, dat in februari 1937 binnen het United States Army Air Corps werd opgesteld. De eis beschreef een eenmotorige onderscheppingsjager die vijandelijke vliegtuigen op grote hoogte moest kunnen aanvallen. Het toestel moest een snelheid van ten minste 580 km/u halen, in zes minuten naar ongeveer 6.100 meter klimmen en een zware bewapening dragen. Ook werden een vloeistofgekoelde Allison-motor, een turbo-supercharger en een driewielig landingsgestel gevraagd.
Bell Aircraft diende een ontwerp in met een Allison V-12-motor in het midden van de romp, direct achter de cockpit. De propeller in de neus werd aangedreven door een lange as die onder de cockpitvloer liep. Deze constructie maakte plaats voor een kanon in de neus, dat door de propellernaaf kon vuren. Voor jachtvliegtuigen uit die periode was dit een afwijkende opzet, omdat de motor normaal gesproken voor de piloot lag.
De productieversies kregen uiteindelijk geen turbo-supercharger. Daardoor werd het toestel eenvoudiger te bouwen en te onderhouden, maar de prestaties op grotere hoogte namen duidelijk af. Deze keuze bepaalde sterk waar de Airacobra later wel en niet goed inzetbaar was.
Algemene kenmerken
De onderstaande gegevens hebben betrekking op de P-39Q, een late productievariant van de Airacobra. De cijfers geven een goed beeld van de afmetingen, massa en motoropzet van het toestel.
- Bemanning: 1 piloot
- Lengte: 9,19 meter
- Spanwijdte: 10,36 meter
- Hoogte: 3,78 meter
- Vleugeloppervlak: 19,8 vierkante meter
- Leeggewicht: 2.956 kilogram
- Beladen gewicht: 3.434 kilogram
- Motor: 1 Allison V-1710-85 V-12, vloeistofgekoeld
- Vermogen: 1.200 pk bij noodvermogen op hoogte
- Propeller: driebladige constante-snelheidspropeller
De P-39 was een geheel metalen laagdekker. De cockpit lag hoog in de romp, mede door de aandrijfas onder de vloer. Daardoor had de piloot goed zicht naar voren en opzij. De cockpit werd betreden via zijwaarts openende deuren, wat eerder aan een auto dan aan een gangbaar jachtvliegtuig deed denken.
Prestatie
De P-39Q haalde een maximumsnelheid van 626 km/u. De kruissnelheid lag rond 402 km/u, terwijl de actieradius op interne brandstof ongeveer 845 kilometer bedroeg. Het dienstplafond lag rond 11.000 meter. Deze waarden tonen dat de Airacobra in rechte vlucht snel genoeg was voor veel taken, maar dat hoogteprestaties afhankelijk bleven van de motorinstallatie.
De grootste beperking lag bij de enkeltraps supercharger met één snelheid. Boven ongeveer 3.700 meter nam het motorvermogen merkbaar af. Daardoor was de P-39 minder geschikt voor gevechten op grotere hoogte boven West-Europa, waar Duitse en Britse jagers vaak hoger opereerden. Op lagere en middelhoge hoogten bleef het toestel bruikbaar, vooral voor onderschepping, luchtdekking, verkenning en aanvallen op gronddoelen.
Bij hogere snelheden reageerde de besturing licht. Tegelijk moest de gewichtsverdeling goed in de gaten worden gehouden, vooral wanneer de munitie in de neus verbruikt was. In die toestand kon het zwaartepunt verder naar achteren komen te liggen.
B>Bewapening
p>De bewapening vormde het uitgangspunt van het ontwerp. De P-39 kreeg een 37 mm kanon in de neus, dat door het midden van de propellernaaf vuurde. Dit maakte richten eenvoudiger dan bij wapens die ver uit elkaar in de vleugels waren geplaatst. Het kanon was vooral krachtig tegen bommenwerpers, lichte doelen en gronddoelen, maar had een beperkte vuursnelheid en een beperkte munitievoorraad.De neusbewapening werd aangevuld met Browning-machinegeweren. Bij de P-39D bestond de bewapening uit een 37 mm kanon, twee .50 inch machinegeweren in de neus en vier .30 inch machinegeweren in de vleugels. Bij de latere P-39Q werden de lichtere vleugelwapens vervangen door .50 inch machinegeweren in gondels onder de vleugels. Sommige Sovjet-eenheden verwijderden deze vleugelgondels, omdat zij de rolroersnelheid en het vlieggedrag wilden verbeteren.
De Airacobra kon daarnaast een bom of externe brandstoftank van ongeveer 230 kilogram dragen. Hierdoor kon het toestel naast luchtgevechten ook ondersteunende aanvallen op lagere hoogte uitvoeren.
B>Bepantsering
p>De eerste P-39C-toestellen hadden nog geen zelfdichtende brandstoftanks en onvoldoende pantser voor inzet aan het front. Dit veranderde bij de P-39D, die extra bescherming, zelfdichtende tanks en een aangepaste bewapening kreeg. De productieversies hadden pantserplaten rond delen van de cockpit en bij de motorruimte. Achter het hoofd van de piloot zat kogelwerend glas en een beschermende plaat.De rompconstructie bestond uit een stevige centrale kiel waarin de bewapening, cockpit en motor waren opgenomen. Deze opzet gaf de romp sterkte, maar maakte het toestel ook zwaar. De brandstof zat vooral in de vleugels, omdat er in de romp weinig ruimte overbleef door de motorpositie, cockpit, aandrijfas en bewapening.
De motor achter de cockpit was bij aanvallen op gronddoelen minder blootgesteld aan vuur van voren. Toch bleef het toestel kwetsbaar voor aanvallen van boven en achteren. De bescherming was daarom geen vervanging voor tactisch gebruik op de juiste hoogte.
G>Geschiedenis
p>Het prototype XP-39 maakte zijn eerste vlucht op 6 april 1938 op Wright Field in Ohio. Tijdens vroege proeven bereikte het toestel ongeveer 630 km/u op 6.000 meter en klom het naar die hoogte in ongeveer vijf minuten. Toch bleek tijdens het testprogramma dat de prestaties op hoogte niet volledig voldeden aan de oorspronkelijke verwachtingen.In 1939 werd het prototype onderzocht in windtunnels van NACA. Het doel was luchtweerstand te verminderen en de romp schoner te maken. Bell paste daarop de luchtinlaten, wieldeuren, koeling en rompvormen aan. De turbo-supercharger verdween uit de latere opzet. Het aangepaste toestel werd bekend als XP-39B.
De Amerikaanse landmacht bestelde daarna YP-39-testtoestellen en vervolgens productieversies. De eerste P-39C-serie werd snel opgevolgd door de P-39D, omdat frontinzet meer bescherming en zelfdichtende tanks vereiste. De productie liep tot augustus 1944. Bell bouwde in totaal 9.558 Airacobra’s. Een groot deel daarvan werd via Lend-Lease aan de Sovjet-Unie geleverd.
Sen>Sensoren
De P-39 was geen radarjager en had geen zoekradar of vergelijkbare elektronische waarnemingsapparatuur. De uitrusting bestond uit standaard vlieginstrumenten, een richtmiddel voor de bewapening, radioapparatuur, kompas, zuurstofinstallatie en motorinstrumenten. Voor een jager uit de vroege jaren veertig was dat een normale uitrusting.Sommige versies werden aangepast voor fotoverkenning. Bij die toestellen werden camera’s, zoals K-24- en K-25-camera’s, in de achterste romp geplaatst. Dit kwam voor bij omgebouwde D-, N- en Q-versies. Deze toestellen behielden de basisvorm van de jager, maar kregen een verkenningsrol naast of in plaats van de standaard gevechtsrol.
Modific>Modificaties
iracobra werd tijdens zijn ontwikkeling en productie op veel punten aangepast. De eerste grote aanpassingen kwamen voort uit windtunnelonderzoek. Bell wijzigde onder meer de luchtinlaten, de cockpitvorm, de wieldeuren, de koeling en de afwerking van de romp. Deze ingrepen waren bedoeld om luchtweerstand te verminderen.Bij latere series veranderden motoren, propellers, pantser, brandstofcapaciteit en bewapening. De P-39N kreeg aanpassingen aan brandstofvoorraad en zwaartepunt. De P-39Q kreeg zwaardere vleugelbewapening in gondels, al werden die in sommige gevallen verwijderd. Ook kwamen er wintervoorzieningen voor inzet in koude gebieden en automatische regelingen voor motorvermogen.
Naast gevechtsversies werden verkenningsversies en tweezits trainers gebouwd of omgebouwd. Die traineruitvoeringen kregen een tweede cockpit in de neus en verloren hun normale bewapening.
Variant>Varianten
P-39 was het prototype en had oorspronkelijk een turbo-supercharger. Na het windtunnelprogramma ontstond de XP-39B, waarin de turbo was verwijderd en de romp aerodynamisch was aangepast. De YP-39 diende vervolgens voor operationele beoordeling door het Amerikaanse leger.De P-39C was de eerste productieversie, maar deze had nog onvoldoende bescherming voor frontgebruik. De P-39D bracht pantser, zelfdichtende brandstoftanks en een gewijzigde bewapening. Britse toestellen kregen de naam Airacobra I. Een deel van de toestellen die voor Groot-Brittannië waren gebouwd, werd door de Verenigde Staten gebruikt als P-400.
De P-39N en P-39Q waren latere productieversies en vormden een groot deel van de totale bouw. De Q-versie kreeg .50 inch machinegeweren onder de vleugels en werd veel aan de Sovjet-Unie geleverd. Daarnaast waren er fotoverkenners, tweezits trainers en experimentele uitvoeringen. De XFL-1 Airabonita was een marineversie met staartwiel, maar die werd niet in serie genomen.
Operatio>Operationele geschiedenis
racobra werd in meerdere oorlogsgebieden ingezet. In Britse dienst voldeed het toestel niet goed aan de eisen voor luchtgevechten boven West-Europa. De Royal Air Force gebruikte de Airacobra operationeel slechts kort. Na één gevechtsactie en verdere training werd het type vervangen door de Spitfire. De resterende toestellen gingen grotendeels naar de Sovjet-Unie.In Amerikaanse dienst vloog de P-39 vooral in de Stille Oceaan, Noord-Afrika, Italië en Alaska. In de Pacific werd het toestel gebruikt bij onder meer New Guinea, Guadalcanal en de Salomonseilanden. Tegen Japanse jagers had het toestel moeite wanneer hoogte, bereik en klimvermogen bepalend waren. Op lage hoogte kon de Airacobra echter effectief zijn bij onderschepping, beschietingen en lichte bombardementen.
De Sovjet-Unie werd de grootste buitenlandse gebruiker. Daar pasten de omstandigheden beter bij het toestel, omdat veel luchtgevechten aan het oostfront op lagere en middelhoge hoogten plaatsvonden. Sovjetpiloten waardeerden de radio, de robuuste bouw en de zware neusbewapening. De P-39 werd daar vooral gebruikt voor luchtgevechten en luchtdekking boven grondoperaties. De directe aanval op tanks en zwaar verdedigde gronddoelen was vooral het terrein van de Iljoesjin Il-2.
Ook Franse en Italiaanse eenheden gebruikten de Airacobra in het Middellandse Zeegebied en boven Zuid-Europa. De Royal Australian Air Force gebruikte een klein aantal toestellen als tijdelijke onderscheppers in achtergebieden. Portugal nam geïnterneerde toestellen in dienst nadat zij op Portugees grondgebied waren geland.
OperatorsOperators
erd gebruikt door de United States Army Air Corps en later de United States Army Air Forces. De grootste buitenlandse gebruiker was de Sovjetluchtmacht, naast een kleiner aantal bij de Sovjet-marineluchtvaart. Verder vloog het toestel bij de Royal Air Force, de Royal Navy voor beproeving, de Franse Armée de l’Air en de Italiaanse Co-Belligerent Air Force.Ook de Royal Australian Air Force gebruikte geleende Airacobra’s. Portugal nam een reeks toestellen op in de militaire luchtvaart nadat zij waren geïnterneerd. Daarnaast wordt een Pools gebruik vermeld in de vorm van één toestel dat verbonden was aan het commando van de Poolse luchtmacht in Sovjetdienst. De spreiding van gebruikers laat zien dat het toestel vooral beschikbaar kwam via directe aankopen, Amerikaanse inzet en Lend-Lease.
Na de oorlog
>Na de oorlogreldoorlog bleef een klein aantal P-39Q-toestellen nog korte tijd in Amerikaanse dienst voor training en beproeving. In 1948 kregen overgebleven toestellen de aanduiding ZF-39Q, waarbij de Z aangaf dat het type verouderd was. Italië gebruikte overgenomen toestellen nog enkele jaren als trainingsvliegtuig, maar buiten die rol verdween de Airacobra snel uit militaire frontdienst.Een aantal P-39’s werd na de oorlog gebruikt bij luchtraces in de Verenigde Staten. Vooral aangepaste toestellen zoals Cobra I en Cobra II kregen aandacht in de naoorlogse racewereld. Daarnaast zijn meerdere Airacobra’s bewaard gebleven in musea of gerestaureerd voor historische luchtvaartcollecties. Daardoor is het toestel nog steeds zichtbaar binnen de studie van Amerikaanse jachtvliegtuigen uit de Tweede Wereldoorlog.
Conclusie
De Be>Conclusiera was een technisch afwijkend jachtvliegtuig met een motor achter de cockpit, een lange aandrijfas en een zwaar neuskanon. Het ontwerp leverde voordelen op voor zicht, bewapening en lagehoogte-inzet, maar de verwijdering van de turbo-supercharger beperkte het toestel op grotere hoogte. Daardoor was de P-39 geen universele jager voor alle fronten. In de juiste omstandigheden, vooral op lagere en middelhoge hoogten, bleef het toestel bruikbaar. De inzet door de Sovjetluchtmacht toont het duidelijkst hoe sterk de waarde van een vliegtuig afhangt van tactiek, hoogte en operationele omgeving.









