Sir William Slim General (1891-1970)

William Joseph Slim (1891–1970) was een Britse officier, veldmaarschalk en later gouverneur-generaal van Australië. Hij diende in twee wereldoorlogen en is vooral verbonden met het Britse Veertiende Leger in Birma. Zijn loopbaan laat zien hoe opleiding, logistiek, jungleoorlogvoering en leiding op legerniveau samenkwamen in de strijd tegen Japan in Zuidoost-Azië.

Vroege leven en opleiding

William Joseph Slim werd geboren op 6 augustus 1891 in Bristol, Engeland, als zoon van John Benjamin Thomas Slim en Charlotte Amelia Tucker. Zijn jeugd speelde zich eerst af in Bristol en later in Birmingham. Hij volgde onderwijs aan St. Philip’s School en King Edward’s School in Birmingham. Slim kwam niet uit een familie die vanzelf toegang had tot een militaire academie. Na zijn schooltijd werkte hij tussen 1910 en 1914 als klerk bij Stewarts & Lloyds, een bedrijf in metalen buizen.

Slim ontwikkelde al vóór de Eerste Wereldoorlog belangstelling voor militaire dienst en opleiding. In 1912 sloot hij zich aan bij het officierenkorps van de Universiteit van Birmingham, hoewel hij daar geen gewone student was. Deze stap gaf hem een route naar een officiersaanstelling toen de oorlog in 1914 uitbrak. Op 22 augustus 1914 werd hij tijdelijk tweede luitenant bij het Royal Warwickshire Regiment. Daarmee begon een militaire loopbaan die later ook het Brits-Indische leger zou omvatten.

Deelname aan de Eerste Wereldoorlog

Slim nam tijdens de Eerste Wereldoorlog deel aan gevechten binnen het Britse leger en kreeg zijn eerste ervaring in grootschalige moderne oorlogvoering. Zijn vroege oorlogsdienst wordt verbonden met Frankrijk, Gallipoli en Mesopotamië, waarbij vooral Gallipoli en Mesopotamië bepalend waren voor zijn verdere loopbaan. Op Gallipoli raakte hij zwaar gewond. Na terugkeer in Groot-Brittannië kreeg hij een vaste aanstelling als tweede luitenant bij het West India Regiment.

In oktober 1916 keerde Slim terug naar zijn eerdere regiment in Mesopotamië, het gebied dat grotendeels overeenkomt met het huidige Irak. Daar kreeg hij te maken met hitte, grote afstanden, beperkte infrastructuur en complexe bevoorrading. Op 4 maart 1917 werd hij bevorderd tot luitenant. In hetzelfde jaar raakte hij opnieuw gewond. Vervolgens kreeg hij tijdelijk de rang van kapitein, wat aansloot bij zijn taken in een frontgebied waar officieren onder zware druk moesten werken.

Slim werd op 7 februari 1918 onderscheiden met het Military Cross voor zijn optreden in Mesopotamië. Later in 1918 werd hij geëvacueerd naar India en kreeg hij tijdelijk de rang van majoor bij de 6e Gurkha Rifles. Op 22 mei 1919 volgde zijn formele bevordering tot kapitein. Kort daarna werd hij overgeplaatst naar het Brits-Indische leger. De oorlogsjaren gaven hem ervaring met infanterie, stafwerk, verwondingen aan het front en de praktische problemen van operaties over grote afstanden.

Interbellum: Gurkha Rifles en stafopleiding

Na de Eerste Wereldoorlog bouwde Slim zijn loopbaan verder uit binnen het Brits-Indische leger. In 1921 werd hij adjudant van een bataljon van de Gurkha Rifles. Deze eenheden bestonden uit Nepalese soldaten in Britse dienst en hadden eigen tradities, taalgebruiken en regimentaire gewoonten. Slim moest daardoor niet alleen militair leidinggeven, maar ook rekening houden met culturele verschillen binnen zijn eenheid. Deze ervaring droeg bij aan zijn latere manier van commandovoering.

Slim trouwde in 1926 met Aileen Robertson. Het echtpaar kreeg twee kinderen, John Douglas Slim en Una Mary Slim. In hetzelfde jaar werd hij toegelaten tot het Indian Staff College in Quetta, een opleiding voor officieren die hogere commandofuncties konden vervullen. Op 5 juni 1929 werd hij benoemd tot General Staff Officer, Second Grade. Op 1 januari 1930 kreeg hij de brevet-rang van majoor, waarna op 19 mei 1933 zijn formele bevordering tot majoor volgde.

In de jaren dertig werkte Slim bij het legerhoofdkwartier in Delhi en daarna bij het Staff College in Camberley in Engeland. Van 1934 tot 1937 gaf hij daar onderwijs aan andere officieren. In 1938 werd hij luitenant-kolonel en kreeg hij het bevel over het 2e bataljon van de 7e Gurkha Rifles. In 1939 volgden de tijdelijke rang van brigadier, de bevordering tot kolonel en zijn benoeming tot hoofd van de hoofdofficierenschool in Belgaum in India.

Deelname aan de Tweede Wereldoorlog

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog kreeg Slim het bevel over de 10e Indische Infanteriebrigade van de 5e Indische Infanteriedivisie. Deze brigade werd naar Soedan gestuurd en nam deel aan de Oost-Afrikaanse campagne tegen Italiaanse strijdkrachten. Op 21 januari 1941 raakte Slim opnieuw gewond tijdens gevechten in Eritrea. Zijn voertuig werd aangevallen vanuit de lucht tijdens de opmars bij Agordat. Deze derde verwonding onderbrak zijn frontdienst, maar niet zijn verdere inzet.

Na zijn herstel werd Slim toegevoegd aan de staf van generaal Archibald Wavell binnen het Middle East Command. In juni 1941 kreeg hij de rang van generaal-majoor. Hij leidde de 10e Indische Infanteriedivisie als onderdeel van Iraqforce tijdens de Britse-Iraakse Oorlog, de Syrië-Libanon-campagne en de Anglo-Sovjet-invasie van Iran. Deze operaties hadden verschillende doelen: het veiligstellen van verbindingen, het uitschakelen van pro-Duitse invloed en het beschermen van routes en oliebelangen in de regio.

In maart 1942 kreeg Slim het bevel over het Burma Corps, ook BurCorps genoemd. Dit verband bestond onder meer uit de 17e Indische Infanteriedivisie en de 1e Birma Divisie. De Japanse opmars in Birma verliep snel en de geallieerde troepen waren in aantal, voorbereiding en terreinbeheersing in het nadeel. Op 8 mei 1942 werd Slim benoemd tot luitenant-generaal. Zijn korps trok zich onder grote druk terug naar India, waarbij orde en discipline behouden moesten blijven.

De terugtocht uit Birma maakte duidelijk dat de geallieerde strijdkrachten anders moesten worden georganiseerd. Slim werkte daarna aan training, luchtbevoorrading, mobiliteit en verdediging in jungleterrein. Zwaar materieel werd waar mogelijk beperkt, terwijl muildieren, luchttransport en lichte verplaatsing meer aandacht kregen. Een kern van de nieuwe aanpak was dat een omsingelde eenheid niet automatisch als verloren werd beschouwd. Zij moest zich kunnen verdedigen, vanuit de lucht worden bevoorraad en met luchtsteun blijven vechten.

De lessen uit deze periode kwamen naar voren tijdens het Tweede Arakanoffensief in 1944. Japanse troepen omsingelden delen van de Indische 7e Infanteriedivisie, samen met eenheden van de Indische 5e Infanteriedivisie en de 81e West-Afrikaanse Divisie. De verdediging rond de zogenoemde Admin Box toonde dat de nieuwe methode bruikbaar was. De geallieerden konden standhouden door luchtbevoorrading en geconcentreerde verdediging, waardoor Japanse infiltratietactieken minder resultaat opleverden dan eerder in de campagne.

In 1943 kreeg Slim het bevel over het Britse Veertiende Leger, dat Britse, Indische, Afrikaanse en andere geallieerde formaties omvatte. Dit leger vocht in een gebied met regenwoud, bergen, rivieren, beperkte wegen en zware moessonperioden. Slim besteedde veel aandacht aan moraal, medische zorg, bevoorrading en heldere commandolijnen. Hij bezocht geregeld voorste eenheden, maar zijn commandovoering bleef vooral gericht op praktische voorbereiding: soldaten moesten begrijpen hoe zij in jungleterrein konden overleven en blijven vechten.

De Japanse aanval richting India in 1944 leidde tot zware gevechten bij Imphal, Sangshak en Kohima. Slim verplaatste de 5e en 7e Indische Divisie vanuit Arakan naar het noorden en liet ingesloten formaties via de lucht bevoorraden door Britse en Amerikaanse luchtstrijdkrachten. De Japanse troepen konden delen van het Veertiende Leger omsingelen, maar zij konden de geallieerde verdediging niet breken. In juli 1944 trokken de Japanners zich terug na grote verliezen, ziekte en uitputting.

In 1945 voerde Slim het offensief in Centraal-Birma. De Irrawaddy werd overgestoken, Meiktila werd ingenomen en daarna volgde Mandalay. Landoperaties, luchtlandingen, luchtbevoorrading en ondersteuning door de RAF en de USAAF werden gecombineerd om het tempo vast te houden. Force 136 ondersteunde tegelijk Birmese weerstand tegen de Japanse bezetting. Rangoon werd vóór de moesson ingenomen door een gezamenlijke aanval vanaf land, zee en lucht, met steun van de Anti-Fascist People’s Freedom League.

Aan het einde van de Birma-campagne ontstond een conflict over Slims volgende functie. Oliver Leese wilde hem niet het Veertiende Leger laten leiden bij de geplande invasie van Malaya, maar het nieuw gevormde Twaalfde Leger in Birma laten aanvoeren. Slim verzette zich tegen die benoeming. Na inmenging van hogere bevelhebbers werd het besluit teruggedraaid. Op 1 juli 1945 werd Slim bevorderd tot generaal en aangewezen om Leese op te volgen bij Allied Land Forces South-East Asia, maar de oorlog eindigde voordat hij die functie volledig uitoefende.

Na de oorlog

Na de Tweede Wereldoorlog keerde Slim terug naar Groot-Brittannië. Op 1 januari 1946 werd hij benoemd tot Ridder Grootkruis in de Orde van het Britse Rijk en werd hij commandant van het Imperial Defence College. Op 7 februari 1947 werd hij adjudant van koning George VI. Hij ging op 11 mei 1948 met pensioen uit het leger en werd daarna voorzitter van de British Railways. Zijn terugkeer naar civiele functies duurde echter niet lang.

In november 1948 besloot premier Clement Attlee dat Slim moest terugkeren in actieve militaire dienst. In januari 1949 werd hij benoemd tot veldmaarschalk en Chief of the Imperial General Staff, de hoogste professionele functie binnen het Britse leger. Daarmee werd hij de eerste officier uit het Brits-Indische leger die deze post bekleedde. In deze rol kreeg hij te maken met naoorlogse bezuinigingen, de herordening van Britse strijdkrachten en de veranderende internationale veiligheidssituatie.

Slim verliet de functie van Chief of the Imperial General Staff in 1952. Op 10 december van dat jaar werd hij benoemd tot Ridder Grootkruis in de Orde van Sint-Michaël en Sint-George in verband met zijn benoeming tot gouverneur-generaal van Australië. Hij trad op 8 mei 1953 aan. Zijn ambtsperiode viel samen met het premierschap van Robert Menzies en met het bezoek van koningin Elizabeth II aan Australië in 1954, waarvoor hij later werd onderscheiden.

In 1959 keerde Slim terug naar Groot-Brittannië. Hij publiceerde zijn memoires en schreef ook over militaire ervaringen buiten zijn verslag van de Birma-campagne. Op 24 april 1959 werd hij ridder in de Orde van de Kousenband. Op 15 juli 1960 werd hij verheven tot Viscount Slim of Yarralumla and Bishopston. In 1964 werd hij benoemd tot bewaker en gouverneur van Windsor Castle. William Slim overleed op 14 december 1970 in Londen.

Militaire Rangen

Slims militaire rangen tonen een geleidelijke opbouw van tijdelijke aanstellingen, vaste bevorderingen en oorlogsrangen. Hij begon op 22 augustus 1914 als tijdelijk tweede luitenant en was van 1 februari tot 1 september 1915 tijdelijk luitenant. Op 24 juni 1916 werd hij tweede luitenant, met anciënniteit vanaf 1 juni 1915. Op 4 maart 1917 volgde zijn bevordering tot luitenant, met terugwerkende anciënniteit vanaf oktober 1915. In 1917 kreeg hij tijdelijk de rang van kapitein.

Na de Eerste Wereldoorlog werd Slim op 22 mei 1919 kapitein, nadat hij op 2 november 1918 al tijdelijk majoor was geweest. Op 5 juni 1929 werd hij General Staff Officer, Second Grade. Hij kreeg op 1 januari 1930 de titulaire rang van majoor en werd op 19 mei 1933 majoor. Daarna volgden luitenant-kolonel in 1938, kolonel op 8 juni 1939, tijdelijk brigadier vanaf 1939 en verschillende tijdelijke of waarnemende generaalsrangen tijdens de oorlog.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Slim waarnemend generaal-majoor, tijdelijk generaal-majoor en daarna generaal-majoor voor de duur van de oorlog. Op 16 november 1943 werd hij generaal-majoor. Hij bekleedde in dezelfde periode waarnemende en tijdelijke functies als luitenant-generaal en werd op 3 april 1944 luitenant-generaal. Op 1 juli 1945 volgde de rang van generaal. Zijn laatste militaire rang was veldmaarschalk, toegekend op 4 januari 1949.

Onderscheidingen

Slim ontving onderscheidingen voor dienst in beide wereldoorlogen en voor latere openbare functies. Tot zijn militaire onderscheidingen behoorden het Military Cross van 7 februari 1918, de Orde van Voorname Dienst van 14 januari 1943 en de Amerikaanse Legion of Merit in de rang van Chief Commander. Daarnaast ontving hij campagnemedailles, waaronder de 1914–15 Ster, de Britse Oorlogsmedaille, de Overwinningsmedaille, de 1939–1945 Ster, de Afrika Ster, de Birma Ster en de War Medal 1939–1945 met eikenloof.

Zijn ridderorden tonen de breedte van zijn latere loopbaan. Hij werd Commandeur en daarna Ridder Grootkruis in de Orde van het Britse Rijk. In de Orde van het Bad werd hij Lid, Ridder Commandeur en Ridder Grootkruis. Verder ontving hij het Grootkruis in de Orde van Sint-Michaël en Sint-George, het Grootkruis in de Koninklijke Orde van Victoria, de Orde van Sint-Jan en de Orde van de Kousenband. Deze onderscheidingen verbonden militaire dienst, staatsdienst en representatieve functies.

Conclusie

William Slims loopbaan liep van een tijdelijke officiersaanstelling in 1914 tot de rang van veldmaarschalk in 1949. Zijn militaire betekenis ligt vooral in de combinatie van frontdienst, stafopleiding, leiding over meer nationale troepenverbanden en de heropbouw van geallieerde gevechtskracht in Birma. De campagnes bij Arakan, Imphal, Kohima, Meiktila, Mandalay en Rangoon tonen zijn nadruk op training, bevoorrading en aanpassing aan terrein.

Na 1945 bleef Slim actief in militaire en openbare functies. Hij werd Chief of the Imperial General Staff, gouverneur-generaal van Australië, Viscount Slim en gouverneur van Windsor Castle. Zijn loopbaan verbindt het Britse leger, het Brits-Indische leger, de oorlog in Zuidoost-Azië en de naoorlogse staatsdienst. Daardoor blijft hij vooral van belang voor de studie van commandovoering, logistiek en legerorganisatie in de twintigste eeuw.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding: Kippenberger, Slim and Holland.jpg: Evening Post staff photographer derivative work: Schwede66, Public domain, via Wikimedia Commons
  2. Slim, William J. (2009). Defeat Into Victory. London: Pan Macmillan. ISBN 978-0-330-50997-8.
  3. Lyman, Robert (2004). Slim, Master of War: Burma and the Birth of Modern Warfare. London: Constable. ISBN 978-1-84119-811-8.
  4. Latimer, Jon (2004). Burma: The Forgotten War. London: John Murray. ISBN 978-0-7195-6575-5.
  5. Lewin, Ronald (1976). Slim: The Standardbearer: A Biography of Field-Marshal the Viscount Slim. London: Leo Cooper. ISBN 978-0-85052-218-1.
  6. Heathcote, T. A. (1999). The British Field Marshals 1736–1997: A Biographical Dictionary. Barnsley: Pen & Sword Books. ISBN 0-85052-696-5.
  7. Keegan, John, ed. (1991). Churchill’s Generals. New York: Grove Weidenfeld Press. ISBN 978-0-8021-1309-2.
  8. Mead, Richard (2007). Churchill’s Lions: A Biographical Guide to the Key British Generals of World War II. Stroud: Spellmount. ISBN 978-1-86227-431-0.
  9. Calvert, Mike (1973). Slim, War Leader. New York: Ballantine Books. ISBN 978-0-345-02681-1.
  10. Fraser, George MacDonald (1995). Quartered Safe Out Here: A Recollection of the War in Burma. London: HarperCollins. ISBN 978-0-00-272687-0.
  11. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946.