Home Conferenties Haagse Conventie 1907 – Oorlogsrecht en vrede

Haagse Conventie 1907 – Oorlogsrecht en vrede

Streetart-muurschildering toont de Haagse Conventie van 1907 met diplomaten en vredessymbolen in een krachtige propagandastijl.
Een moderne streetart-muurschildering verbeeldt de Haagse Conventie van 1907, symbool van diplomatie, vrede en internationaal recht.

De Haagse Conventie van 1907 was de tweede internationale vredesconferentie die in Den Haag werd gehouden. In 1907 kwamen vertegenwoordigers van 44 landen bijeen om afspraken te maken over oorlogvoering en vreedzame conflictbeslechting. De conferentie bouwde voort op de eerste Haagse Vredesconferentie van 1899 en resulteerde in een reeks internationale verdragen. In totaal werden dertien conventies opgesteld, waarvan er twaalf door de deelnemende landen zijn geratificeerd, naast één aanvullende verklaring. Deze verdragen legden belangrijke grondslagen vast voor het moderne internationaal recht en het internationaal humanitair recht, ook al konden zij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog niet voorkomen.

Eerste Haagse Vredesconferentie (1899)

Tsaar Nicolaas II van Rusland nam in 1899 het initiatief voor een internationale conferentie om de bewapeningswedloop en oorlogsgevaar aan te pakken. Onder zijn uitnodiging kwamen 26 landen bijeen in Den Haag, waar koningin Wilhelmina Paleis Huis ten Bosch beschikbaar stelde als locatie. De Oranjezaal in dit paleis vormde het decor van de eerste Haagse Vredesconferentie. Diplomaten, juristen en militair experts uit Europa, Azië en Amerika namen deel aan besprekingen over ontwapening en het opstellen van regels voor het voeren van oorlog.

De eerste conferentie resulteerde in enkele historische afspraken. In totaal werden drie verdragen gesloten, waaronder een verdrag voor vreedzame beslechting van internationale geschillen dat leidde tot de oprichting van het Permanente Hof van Arbitrage in Den Haag. Daarnaast kwamen er verdragen over de wetten en gewoonten van de oorlog te land en over de toepassing van het Verdrag van Genève op zeeoorlog. Ook werden er declaraties aangenomen die bepaalde wapens verboden, zoals het droppen van explosieven vanuit luchtballonnen, het gebruik van verstikkende gasprojectielen en van zogenoemde dumdumkogels (expanderende kogels).

Tweede Haagse Vredesconferentie (1907)

In 1907 vond in Den Haag de tweede Vredesconferentie plaats, met een nog bredere internationale deelname. In totaal woonden 44 onafhankelijke staten de besprekingen bij, waaronder voor het eerst veel landen uit Latijns-Amerika. Vanwege de grotere opkomst werd uitgeweken naar de ruime Ridderzaal op het Binnenhof als vergaderlocatie. De conferentie werd officieel geopend op 15 juni 1907 en stond opnieuw onder Russische leiding (ambassadeur Aleksandr Nelidov), met Nederland als gastheer vertegenwoordigd door minister Willem van Tets van Goudriaan. Net als in 1899 lag de focus op wapenbeheersing, het opstellen van oorlogsregels en het bevorderen van arbitrage om conflicten vreedzaam op te lossen.

De bijeenkomst van 1907 resulteerde in een omvangrijk pakket aan nieuwe afspraken. Er werden dertien afzonderlijke conventies en verklaringen aangenomen die vrijwel alle aspecten van oorlogvoering bestreken. Enkele belangrijke vernieuwingen waren dat een formele oorlogsverklaring voortaan vereist was vóór het begin van vijandelijkheden, en dat de bestaande landoorlogsreglementen uit 1899 werden herzien en uitgebreid (inclusief bepalingen over neutraliteit voor niet-oorlogvoerende landen).

Daarnaast richtte een groot deel van de nieuwe verdragen zich op zeerecht in oorlogstijd: zo werden regels vastgelegd over de behandeling van vijandelijke koopvaardijschepen bij uitbraak van oorlog, het ombouwen van koopvaardijschepen tot oorlogsschepen en het gebruik van mijnen op zee. Eveneens werden afspraken gemaakt over het bombarderen van kustdoelen door marineschepen en over beperkingen op het buitmaken van koopvaardij en lading (de prijsoorlog). Ook werd de oprichting van een internationaal prijsgerichtshof overeengekomen om conflicten over buitgemaakte schepen te beslechten, al zou dit hof door gebrek aan ratificaties nooit daadwerkelijk functioneren. Ten slotte spraken de deelnemers zich uit tegen luchtbombardementen: in een aparte verklaring werd het gebruik van ballonnen om explosieven te werpen voor onbepaalde tijd verboden.

Belangrijke thema’s

Neutraliteit

Neutraliteit kreeg tijdens de Haagse Conventie van 1907 voor het eerst een uitgebreide juridische basis. Er werden expliciete rechten en plichten vastgelegd voor neutrale staten en hun inwoners wanneer andere landen in oorlog zijn. Zo mochten oorlogvoerenden het grondgebied van neutrale landen niet schenden of gebruiken voor troepenverplaatsingen, en neutrale havens moesten vrij blijven van militaire acties. Ook werd bepaald dat neutrals geen soldaten of oorlogsmaterieel mochten leveren aan strijdende partijen (anders dan via normale handel). Deze afspraken codificeerden de neutrale status die tot dan toe vooral op gewoonterecht was gebaseerd.

Onderzeese mijnen

Een opvallend nieuw onderwerp in 1907 was de regulering van zeemijnen. Tijdens de conferentie werd afgesproken dat het leggen van automatische contactmijnen op zee alleen onder strikte voorwaarden mocht. Drijvende mijnen die losraakten vormden een groot gevaar voor neutrale schepen en vissers, daarom werd bepaald dat mijnen onschadelijk moesten worden zodra ze onbedoeld waren losgeraakt. Landen moesten bovendien na afloop van een conflict hun gelegde mijnen opruimen. Deze regels over mijnenoorlog beoogden ongerichte schade aan schepen en bemanningen te beperken en de zeeën veiliger te maken, ook voor neutrale vaart.

Luchtbombardementen

De opkomst van luchtvaarttechnologie rond 1907 bracht zorgen over nieuwe vormen van bombardementen. Als reactie namen de conferentiedeelnemers een verklaring aan die het gebruik van luchtballonnen of andere vliegende middelen om explosieven te laten vallen verbood. Deze bepaling tegen luchtbombardementen was in feite een verlenging van een tijdelijke afspraak uit 1899, nu voor onbepaalde tijd. Hoewel in 1907 vliegtuigen nog nauwelijks een rol speelden, liet dit verbod zien dat men vooruitliep op de dreiging van luchtaanvallen. In de praktijk werd het in de Eerste Wereldoorlog echter genegeerd, toen vliegtuigen en zeppelins alsnog voor bombardementen werden ingezet.

Koopvaardij in oorlogstijd

De Haagse Conventies van 1907 bevatten meerdere bepalingen over koopvaardijschepen en zeehandel tijdens oorlog. Zo werd vastgelegd dat vijandelijke koopvaardij die zich bij oorlogsuitbraak in een haven bevond een vrije aftocht kreeg, om te voorkomen dat onschuldige handelsschepen meteen als buit werden genomen. Daarnaast werden neutrale rechten op zee bevestigd: goederen van neutrale afkomst op vijandelijke schepen mochten in principe niet in beslag worden genomen (behalve contrabande). Ook werd de praktijk van het ombouwen van koopvaardijschepen tot oorlogsschepen gereguleerd, om misbruik te voorkomen. Ten slotte trachtte men met het voorgestelde internationale prijsgerechtshof een eerlijke afhandeling van buitgemaakte schepen mogelijk te maken. Ondanks deze afspraken werden de regels rond koopvaardij in oorlog tijdens latere conflicten, zoals de duikbootoorlog van 1914–1918, vaak geschonden.

Permanente Hof van Arbitrage en het Vredespaleis

Het Permanente Hof van Arbitrage (PHA) was een van de belangrijkste verwezenlijkingen van de eerste Haagse conferentie. Deze instelling, gevestigd in Den Haag, bood staten de mogelijkheid om internationale conflicten vrijwillig voor te leggen aan arbiters in plaats van naar het slagveld te grijpen. In de praktijk was het PHA geen verplicht gerechtshof, maar een permanent bureau dat arbitrageprocedures faciliteerde en een lijst van gezaghebbende arbiters bijhield. Tussen 1900 en 1914 werden meerdere kwesties – zoals grensconflicten en schadeclaims – met succes via dit hof beslecht. Het bestaan van het PHA legde de basis voor latere internationale gerechtshoven en onderstreepte de rol van Den Haag als “stad van vrede en recht”.

Het Vredespaleis is het iconische gebouw dat symbool staat voor de erfenis van de Haagse Vredesconferenties. Tijdens de conferentie van 1907 legde de Amerikaanse filantroop Andrew Carnegie de eerste steen voor dit paleis, als schenking om het PHA een waardig onderkomen te geven. Het Vredespaleis werd voltooid in 1913 en huisvest sindsdien het Permanente Hof van Arbitrage. Later vonden ook andere instellingen er hun zetel, waaronder vanaf 1922 het Permanent Hof van Internationale Justitie van de Volkenbond en tegenwoordig het Internationaal Gerechtshof van de Verenigde Naties. Het paleis, gelegen aan het Carnegieplein in Den Haag, is rijk gedecoreerd met bijdragen van landen over de hele wereld en geldt als tastbaar symbool van internationale vrede en rechtspraak.

Gevolgen en opvolging

De optimistische hoop dat de Haagse afspraken oorlogen zouden voorkomen, werd helaas snel gelogenstraft. Een geplande Derde Vredesconferentie in 1915 kwam nooit tot stand vanwege het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914. Tijdens deze oorlog negeerden alle grote partijen op grote schaal de Haagse Conventies: er werd gebruikgemaakt van verboden wapens, neutrale landen werden geschonden (zoals de invasie van neutraal België door Duitsland) en nieuwe strijdmiddelen zoals gifgas en luchtschepen zaaiden verwoesting. Toch boden de Haagse regels een referentiekader: na de oorlog werden schendingen ervan aangehaald bij de berechting van oorlogsmisdaden, en het idee dat oorlog aan regels gebonden moet zijn, raakte verankerd.

Na de Eerste Wereldoorlog kwam met de Volkenbond een eerste poging tot een wereldorganisatie voor vrede, en na de Tweede Wereldoorlog volgde de oprichting van de Verenigde Naties. In deze nieuwe structuren leefden de idealen van Den Haag voort. De Haagse Conventies van 1899 en 1907 bleven geldig en vormden, samen met de Geneefse Conventies, de pijlers van het moderne internationaal humanitair recht.

Latere verdragen en tribunalen bouwden voort op principes die in Den Haag waren neergelegd, zoals het verbod op willekeurig geweld tegen burgers en de verplichting tot humane behandeling van krijgsgevangenen. De geest van de Haagse conferenties – dat overleg en recht de voorkeur moeten krijgen boven brute kracht – heeft zo bijgedragen aan de ontwikkeling van internationale samenwerking en rechtspraak, ook al konden de conferenties zelf de wereldvrede niet onmiddellijk bewerkstelligen.

Korea en de missie van Yi Jun

Een bijzondere episode rond de conferentie van 1907 was de komst van een geheime Koreaanse delegatie onder leiding van diplomaat Yi Jun. Korea was na 1905 feitelijk zijn onafhankelijkheid kwijtgeraakt aan het Japanse Keizerrijk en kreeg geen uitnodiging voor de conferentie. Keizer Gojong van Korea besloot desondanks drie gezanten incognito naar Den Haag te sturen om te pleiten voor hulp en erkenning van Koreas zelfstandigheid. De delegatie kreeg echter geen toegang tot de officiële vergaderingen, mede door tegenwerking van de Japanners.

Op 14 juli 1907 werd Yi Jun dood aangetroffen in zijn hotelkamer in Den Haag, vermoedelijk als gevolg van zelfmoord uit wanhoop (hoewel sommigen een aanslag door Japan vermoedden). In Korea groeide Yi Jun uit tot nationale held vanwege zijn moedige poging. Het pand aan de Wagenstraat waar hij stierf, huisvest tegenwoordig het Yi Jun Vredesmuseum als blijvende herinnering aan deze gebeurtenis.

Onderscheidingen en symboliek

Zoals gebruikelijk aan het eind van internationale conferenties werden ook in 1899 en 1907 onderscheidingen uitgereikt om de deelnemers te eren. Na afloop van de eerste Vredesconferentie van 1899 benoemde Nederland alle afgevaardigden in een ridderorde en sloeg koningin Wilhelmina speciale herdenkingspenningen. Bij de tweede conferentie in 1907 werd een officiële herinneringsmedaille ingesteld. Deze ovale zilveren medaille, voorzien van een afbeelding van de Ridderzaal, werd toegekend aan alle 170 afgevaardigden en hun secretarissen. De initiator Tsaar Nicolaas II ontving een exemplaar in goud. De medaille werd aan een Nassau-blauw lint gedragen en op de keerzijde gegraveerd met de naam van de ontvanger. Zulke decoraties onderstreepten de waardering voor de inspanningen van de diplomaten.

Naast medailles ontstonden er ook andere symbolen rond de vredesconferenties. Een voorbeeld zijn de zogenaamde “Vredesvazen” die de Haagse Plateelbakkerij Rozenburg maakte: vijf kunstzinnig beschilderde vazen die op de Wereldtentoonstelling van 1900 in Parijs werden gepresenteerd als symbool van het nieuwe vredesideaal. Deze vazen kregen later een ereplaats in het Haagse Vredespaleis. Ook de term “Den Haag, stad van vrede en recht” vindt haar oorsprong in deze periode. De conferenties en hun nalatenschap – vastgelegd in monumenten, musea en kunstwerken – zijn blijvende herinneringen aan het streven naar wereldvrede aan het begin van de 20e eeuw.

Conclusie

De Haagse Conventie van 1907 markeert een cruciale mijlpaal in de geschiedenis van het internationaal recht en de zoektocht naar wereldvrede. Samen met de conferentie van 1899 legde deze bijeenkomst belangrijke principes vast die nog steeds doorwerken in moderne verdragen en instituties. Hoewel de hoge idealen niet konden verhinderen dat de 20e eeuw twee wereldoorlogen kende, werden de fundamenten gelegd voor regels van oorlogsvoering en vreedzame conflictbeslechting. De erfenis van 1907 leeft voort in instellingen zoals het Vredespaleis en in het internationaal humanitair recht, waardoor de geest van Den Haag – het verkiezen van recht boven geweld – tot op heden relevant blijft.

Bronnen en meer informatie

  1. Eyffinger, Arthur (1999). The 1899 Hague Peace Conference: “The Parliament of Man, the Federation of the World”. Kluwer Law International. ISBN 9789041111920.
  2. Eyffinger, Arthur (2007). The 1907 Hague Peace Conference: “The Conscience of the Civilized World”. Judicap. ISBN 9789058507594.
  3. Duerr, Benjamin (2024). De droom van Den Haag: De Haagse Vredesconferenties en het ontstaan van een nieuwe wereldorde. Atlas Contact. ISBN 9789045048376.
  4. Scott, James Brown (1909). The Hague Conventions and Declarations of 1899 and 1907. Oxford University Press. JSTOR 10.2307/j.ctt1npnnj.
  5. Best, Geoffrey (1980). Humanity in Warfare: The Modern History of the International Law of Armed Conflicts. Columbia University Press. ISBN 9780231048709.
  6. Oeter, Stefan (2010). The Hague Conventions and the Birth of Modern International Humanitarian Law. Cambridge University Press. DOI 10.1017/CBO9780511770430.
  7. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946