Home Vliegtuigen Tactische Bommenwerpers Sukhoi Su-2: Sovjet verkennings- en bommenwerper WOII

Sukhoi Su-2: Sovjet verkennings- en bommenwerper WOII

"Russisch gevechtsvliegtuig Sukhoi Su-2 tijdens missie in 1944, gebruikt door het 44e afzonderlijke luchtvaartsquadron in Valdoma."
De Sukhoi Su-2 tijdens een gevechtsmissie in 1944, ingezet door het 44e afzonderlijke luchtvaartsquadron in het Valdoma-district.

De Sukhoi Su-2 was een Sovjet tweepersoons verkennings- en lichtbommenwerper die ontstond uit de Ivanov-eis van 1936 en vanaf 1940 als Su-2 werd aangeduid. Het toestel vloog vooral in 1941 en 1942 aan het oostfront. Het combineerde verkenning, lichte bombardementen en artilleriewaarneming, maar werd snel verdrongen door beter beschermde en zwaarder bewapende types.

Ontwerp en constructie

De Su-2 begon als de ANT-51, een ontwerp van Pavel Sukhoi binnen het ontwerpbureau van Andrej Toepolev. Het toestel was bedoeld als een veelzijdig frontlijnvliegtuig dat doelen kon opsporen en daarna zelf kon aanvallen. Dat uitgangspunt bepaalde de vorm van het vliegtuig: een compacte tweepersoons laagdekker met een grote glazen cockpit, goede zichtvelden en een interne bomruimte. In de eerste fase was het ontwerp volledig metalen, maar de serie-uitvoering kreeg mede om productieredenen een houten semi-monocoque romp met multiplex huid.

De vleugels behielden een gemengde opbouw van duralumin en staal. De roeren waren met doek bekleed en werden via stangen bediend. Achter de cockpit zat een positie voor de navigator-schutter, met een neerklapbaar bovendeel van de romp om het schootsveld te vergroten. Verder had de Su-2 een intrekbaar hoofdlandingsgestel en een intrekbaar staartwiel, wat de luchtweerstand verminderde en de prestaties ten goede kwam. Zelfdichtende brandstoftanks, cockpitverwarming, zuurstofapparatuur en een intercom hoorden eveneens bij de uitrusting.

Algemene kenmerken

De opgegeven maten verschillen in naslagwerken per prototype, productieserie en motorvariant. Voor de laat gebouwde M-82-uitvoering worden meestal de volgende gegevens genoemd: bemanning 2; lengte 10,46 meter; spanwijdte 14,3 meter; hoogte 3,75 meter; vleugeloppervlak 29 vierkante meter; leeggewicht ongeveer 3.220 kilogram; normaal totaalgewicht ongeveer 4.700 kilogram. De aandrijving bestond uit één Shvetsov M-82, een veertiencilinder luchtgekoelde stermotor met een vermogen van ongeveer 1.400 pk. De propeller was driebladig en verstelbaar.

Bij eerdere uitvoeringen, vooral de BB-1 en de vroege Su-2 met de M-87 en M-88B, lagen gewicht, lengte en motorgegevens deels anders. Daarom moet elke set specificaties worden gelezen in samenhang met de betreffende serie. Dat geldt ook voor de bomlast en de defensieve bewapening, die tijdens de ontwikkeling meermaals werden aangepast.

Prestatie

De prestatiecijfers veranderden mee met de motorontwikkeling. Het eerste ANT-51-prototype met de Shvetsov M-62 van 610 kW, ongeveer 820 pk, bereikte 403 km/u op 4.700 meter. Met de krachtiger Tumansky M-87 steeg dat naar 468 km/u op 5.600 meter. De lichtere Su-2 met M-88B haalde in tests 512 km/u, maar operationele cijfers lagen doorgaans lager.

Voor de late M-82-serie worden meestal een maximumsnelheid van ongeveer 485 km/u, een kruissnelheid van circa 460 km/u, een actieradius van ongeveer 1.100 kilometer en een dienstplafond van circa 8.400 meter genoemd. De klim naar 5.000 meter duurde ongeveer 9 minuten en 48 seconden. Daarmee was de Su-2 snel genoeg voor verkennings- en lichte bombardementsopdrachten, maar niet snel genoeg om zonder escorte veilig boven een door jagers gedomineerd front te opereren.

Bewapening

De voorwaartse bewapening bestond in de meeste uitvoeringen uit vier vaste 7,62 mm ShKAS-machinegeweren in de vleugels. Voor de verdediging naar achteren had de navigator-schutter één bovenste en één onderste of laag achterwaarts gerichte ShKAS, zodat het totaal in veel beschrijvingen op zes machinegeweren uitkomt. De exacte opstelling verschilde per serie en per verbouwde uitvoering.

De bomlast werd intern en extern meegenomen. Voor de standaardserie wordt vaak een normale last van ongeveer 400 kilogram genoemd, terwijl bij proefopstellingen en aanvalsversionen hogere waarden tot 600 kilogram voorkwamen. Sommige bronnen noemen bovendien de mogelijkheid om ongeleide RS-82- of RS-132-raketten onder de vleugels mee te voeren. De Su-2 was daarmee bruikbaar tegen colonnes, artilleriestellingen, bruggen en andere doelen dicht achter de frontlijn, maar de slagkracht bleef beperkt in vergelijking met latere Sovjet aanvalsvliegtuigen.

Bepantsering

De Su-2 had voor zijn klasse een redelijke, maar beperkte bescherming. De piloot en de navigator-schutter werden beschermd door bepantsering van ongeveer 9 millimeter. Die bescherming was vooral bedoeld tegen granaatsplinters en vuur van lichte wapens. In de praktijk bood dit geen afdoende zekerheid wanneer het toestel laag boven het slagveld opereerde of werd onderschept door moderne Duitse jagers.

De combinatie van beperkte pantserdikte, een enkele motor en een relatief lichte defensieve bewapening verklaart waarom de Su-2 vooral onder zware druk kwam te staan tijdens grondaanvalsmissies zonder voldoende jagerdekking. De bescherming was bruikbaar binnen het ontwerpdoel van een snelle lichte bommenwerper, maar minder passend bij de veel hardere omstandigheden van het oostfront in 1941.

Geschiedenis

De oorsprong van de Su-2 ligt in de Sovjet eis voor een multifunctioneel gevechtsvliegtuig met de codenaam Ivanov. Die eis werd in 1936 vastgesteld en vroeg om een toestel dat verkenning, lichte bombardementen en directe ondersteuning van grondtroepen kon combineren. Pavel Sukhoi werkte toen nog binnen het Tupolev-bureau en kreeg daar de leiding over het ontwerp dat als ANT-51 of SZ werd ontwikkeld. Testpiloot Michail Gromov vloog het eerste prototype op 25 augustus 1937.

De eerste proeven lieten zien dat het basisontwerp aerodynamisch geslaagd was, maar dat de M-62-motor te weinig vermogen leverde. Daarom volgde een tweede ontwikkelingsfase met de M-87. De staatstests brachten niet alleen hogere prestaties, maar ook waardering voor de indeling van de cockpit, het zicht voor de bemanning en de technische afwerking. Tegelijk stelde de luchtmacht aanvullende eisen aan snelheid, motorbetrouwbaarheid en bewapening. Een derde prototype met aangepaste defensieve bewapening en een hogere bomlast maakte de weg vrij voor serieproductie.

Vanaf 1939 begon de productie onder de naam BB-1, de afkorting van blizhniy bombardirovschik, kortafstandsbommenwerper. In 1940 werd de naam veranderd in Su-2, in lijn met de toen ingevoerde naamgeving naar hoofdontwerpers. De vroege serie gebruikte de Tumansky M-87, maar door betrouwbaarheidsproblemen werd overgeschakeld op de M-88B. In deze fase ontstond ook twijfel binnen de Sovjet leiding over het nut van een eenmotorige horizontale lichte bommenwerper. Er was groeiende belangstelling voor zwaarder bewapende duikbommenwerpers en voor gespecialiseerde aanvalsvliegtuigen.

Toch liep de productie door. De Su-2 werd gebouwd in Charkiv en daarnaast in kleinere aantallen in andere fabrieken. In de literatuur lopen de totale aantallen uiteen, maar het meest genoemde productiecijfer is 910 toestellen tussen 1939 en 1942. In 1942 eindigde de productie. Daarmee kreeg de Su-2 een relatief korte bouwperiode, precies in de jaren waarin de eisen van de luchtoorlog zeer snel veranderden.

Sensoren

De Su-2 had geen radar en geen gespecialiseerde elektronische sensoren zoals die in latere gevechtsvliegtuigen verschenen. Verkenning gebeurde met optische waarneming, radioapparatuur en, afhankelijk van de opdracht, dag- of nachtcamera’s. De aanwezigheid van die camera’s sloot aan bij het oorspronkelijke Ivanov-concept, waarin doelopsporing en aanval in één vliegtuig werden samengebracht.

Daarnaast werd de Su-2 getest als artilleriewaarnemer. De ruime beglazing en het zicht vanuit de tweede cockpit maakten dat mogelijk. Voor de Sovjet luchtmacht was dat aantrekkelijk, omdat één toestel zo meerdere taken kon vervullen: verkennen, vuur regelen en daarna zelf lichte bewapening of bommen inzetten.

Modificaties

Tijdens de ontwikkeling veranderde de Su-2 ingrijpend. De eerste wijziging was de overstap van de M-62 naar de M-87, gevolgd door de vervanging door de M-88B. Daarbij werden niet alleen motoren gewisseld, maar ook gewicht, bewapening en details van de romp aangepast. De productieversie week daardoor op meerdere punten af van het vroege volledig metalen prototype.

Een tweede reeks aanpassingen kwam voort uit oorlogsomstandigheden. Door tekorten aan duralumin en door verplaatsing van productie naar het oosten werden onderdelen vereenvoudigd of in hout uitgevoerd. Een deel van de latere toestellen kreeg de Shvetsov M-82, een krachtiger tweerijige stermotor. Dat verbeterde vooral de prestaties op lage en middelbare hoogte. Tegelijk bleef de bewapening in de basis licht en veranderde het hoofdprobleem niet: de Su-2 bleef een toestel dat te weinig bescherming had voor langdurig gebruik als aanvalsvliegtuig boven een zwaar verdedigd front.

Ook de defensieve positie van de achterste bemanningslid werd meerdere keren aangepast. Verschillende series tonen andere koepel- of kapvormen en verschillen in de montage van het achterste wapen. Dat verklaart waarom beschrijvingen van de Su-2 in detail soms uiteenlopen. De aanpassingen waren gericht op betere productie, beter schootsveld en een bruikbare inzet onder oorlogsomstandigheden, niet op een volledig nieuw ontwerp.

Varianten

De ANT-51 of SZ was de basisfamilie van prototypes waarmee Sukhoi deelnam aan de Ivanov-competitie. De eerste versies vlogen met de M-62 en M-87 en werden gebruikt voor fabrieks- en staatstests. Na acceptatie voor productie kreeg het toestel de naam BB-1. Die aanduiding hoort dus bij de vroege serie-uitvoering van hetzelfde ontwerp.

De naam Su-2 werd vanaf 1940 gebruikt voor de serietoestellen. Daarbinnen bestonden opnieuw verschillen tussen M-87-, M-88B- en latere M-82-machines. Daarnaast was er de ShB, ook bekend als BB-2, een voorgestelde grondaanvalsvariant met aangepaste hoofdpoten en een hogere bomlast. Deze versie kwam niet in serieproductie. De bekendste doorontwikkeling was de Su-4, bedoeld als een verbeterde versie met zwaardere bewapening en een krachtiger motor. Die bleef uiteindelijk beperkt tot proef- en ontwikkelingswerk en veranderde de plaats van de Su-2 in de frontdienst niet meer.

Operationele geschiedenis

Bij de Duitse inval in de Sovjet-Unie in juni 1941 stond de Su-2 in dienst bij bommenwerper- en verkenningseenheden van de VVS. Het toestel werd gebruikt voor lichte bombardementen, tactische verkenning, artilleriewaarneming en aanvallen op colonnes, bruggen en verzamelpunten. In theorie sloot dat goed aan bij het oorspronkelijke ontwerpdoel. In de praktijk bleek de inzet veel zwaarder dan voorzien. Veel missies werden uitgevoerd op lage of middelbare hoogte, vaak zonder voldoende jagers als dekking.

Tegen Duitse jagers als de Messerschmitt Bf 109 had de Su-2 een moeilijke positie. Het toestel kon zich verdedigen, maar zijn snelheid en defensieve bewapening boden geen duurzaam overwicht. Ook vanaf de grond was het risico groot. Daardoor liepen de verliezen in 1941 snel op. In veel gebruikte tellingen worden 222 in gevecht verloren gegane Su-2’s genoemd in de eerste oorlogsfase.

Toch verdween de Su-2 niet onmiddellijk. Het toestel bleef in 1941 en 1942 dienstdoen omdat de Sovjet luchtmacht op dat moment elk inzetbaar frontlijnvliegtuig nodig had. Sommige eenheden gebruikten de Su-2 tijdelijk zelfs als noodjager, vooral wanneer geen beter alternatief voorhanden was. Vanaf 1942 werd de frontlijnrol echter steeds kleiner. De Il-2 nam de rol van zwaar aanvalsvliegtuig over, terwijl de Pe-2 en later de Tu-2 betere opties boden voor bombardementsopdrachten.

Daarna verschoof de Su-2 naar neventaken. Het toestel werd gebruikt voor training, verbinding en verkenning. In die functies had het nog nut door zijn goede zicht, redelijke vliegeigenschappen en eenvoudige bediening. Tegen de tijd dat de Sovjet luchtmacht in grotere aantallen over modernere types beschikte, was de Su-2 als gevechtsvliegtuig in hoofdzaak uit de eerste lijn verdwenen.

Operators

De enige operator van de Su-2 was de Sovjet luchtmacht. Binnen de VVS diende het toestel bij korteafstandsbommenwerpers, verkenningseenheden en eenheden die artilleriewaarneming uitvoerden. Later kwam het ook terecht bij opleidings- en ondersteunende formaties. Buiten de Sovjet-Unie kwam het type niet tot een zelfstandige operationele loopbaan.

Na de oorlog

Na 1945 had de Su-2 geen rol meer van betekenis in operationele eenheden. Het type was technisch achterhaald en werd niet meer doorontwikkeld voor naoorlogs gebruik. De plaats van de Su-2 bleef daardoor vooral historisch: als vroege Sukhoi-ontwerp en als voorbeeld van de Sovjet zoektocht naar een veelzijdig tactisch vliegtuig in de overgang van de late jaren dertig naar de totale oorlog.

Conclusie

De Sukhoi Su-2 was een vroege Sovjet poging om verkenning, lichte bombardementen en directe steun aan grondtroepen in één toestel te verenigen. Als ontwerp sloot het vliegtuig goed aan bij de eisen van het midden van de jaren dertig: het had goede zichtvelden, voorzieningen voor de bemanning en voldoende veelzijdigheid voor meerdere taken. De oorlogsomstandigheden van 1941 en 1942 maakten echter duidelijk dat een eenmotorige tweepersoons lichte bommenwerper zonder zware bepantsering en zonder sterke defensieve bewapening nog maar beperkt bruikbaar was aan het front.

De Su-2 bleef daardoor geen langlevend hoofdtype, maar eerder een overgangstype tussen interbellumdenkers en de hardere realiteit van de luchtoorlog aan het oostfront. Voor Pavel Sukhoi betekende het toestel wel het begin van een zelfstandige ontwerptraditie. In de geschiedenis van de Sovjet luchtvaart neemt de Su-2 daarom een vaste plaats in als eerste seriemodel van het latere Sukhoi-ontwerpbureau en als voorbeeld van hoe snel tactische luchtvaart tussen 1936 en 1942 van rol en vorm veranderde.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding: Onbekende auteurOnbekende auteur , Publiekdomein, via Wikimedia Commons
  2. Shavrov, V. B. (1994). Istoriia konstruktsii samoletov v SSSR, 1938-1950. Moskva: Mashinostroenie. ISBN 5-217-00477-0.
  3. Gordon, Yefim; Khazanov, Dmitri (1999). Soviet Combat Aircraft of the Second World War, Volume Two: Twin-Engined Fighters, Attack Aircraft and Bombers. Leicester: Midland Publishing. ISBN 9781857800845.
  4. Gordon, Yefim; Rigmant, Vladimir (2005). OKB Tupolev: A History of the Design Bureau and its Aircraft. Leicester: Midland Publishing. ISBN 9781857802146.
  5. Gunston, Bill (1995). The Osprey Encyclopedia of Russian Aircraft, 1875-1995. London: Osprey Aerospace. ISBN 9781855324053.
  6. Nemecek, Vaclav (1986). The History of Soviet Aircraft from 1918. London: Willow Books. ISBN 9780002180337.
Previous articleVictory at Sea: The Magnetic North
Next articleOperatie Veritable: de strijd in het Rijnland 1945
Redactie Mei 1940
De redactie van mei1940.org bestaat uit een diverse groep schrijvers met een gemeenschappelijke interesse in de Tweede Wereldoorlog. Sommigen hebben een militaire achtergrond en brengen praktijkervaring en strategisch inzicht mee, terwijl anderen een academische of wetenschappelijke opleiding hebben gevolgd, zoals aan de Koninklijke Militaire Academie (KMA) of in historisch onderzoek. Deze combinatie van expertise zorgt voor diepgaande, goed onderbouwde artikelen die zowel feitelijk accuraat als analytisch sterk zijn. De redactie streeft ernaar om objectieve en goed gedocumenteerde informatie te bieden, waarbij kennis en ervaring samenkomen om een genuanceerd beeld te schetsen van deze ingrijpende periode in de geschiedenis.