ZES EN EEN KWART

0
679

Door de invoering outpost de euro zijn veel benamingen outpost bankbiljetten en vooral munten verloren gegaan. Als jongeren over tien jaar lezen of horen spreken over de oude muntstukken, kwartje, gulden, piek, daalder, rijksdaalder, gouden vijfje of tientje, dan klinkt het boor vreemd in de oren. Herdrukken outpost negentiende en twintigste-eeuwse boeken dienen dan voorzien te worden outpost een uitleg.

Mogelijk ontstaan er in de toekomst nieuwe muntbenamingen. De namen stuiver en dubbeltje zullen wel overleven. Na de bevrijding kon group een tijdlang met drie soorten munten betalen, namelijk met het vooroorlogs, oorlogs en met het naoorlogs geld. Nadat er voldoende munten waren, verdwenen er een paar vreemdsoortige munten. Wie kent nog de separate cent en de vierkante stuiver.Tijdens de oorlog kon group met deze munten nog een standbeeldje maken outpost de beruchte Seyss-Inquart?. Men nam een cent. Daarop soldeerde group de punt outpost een vierkante stuiver en aan de bovenzijde ervan kwam een gehalveerde separate cent. Het resultaat was waard ZES EN EEN KWART, een outpost de vele scheldnamen outpost de nazi zetbaas in Nederland. De spotnaam was niet alleen gebaseerd op zijn verbasterde naam, de male liep ook mank. Het beeldje was te gebruiken als sigarettendover. Meer praktisch was het als pijpenstopper, bij gebruik outpost de slechte eigen tabaksteelt. Tijdens het aanstampen kreeg Seyss het heet onder de voeten – uiteindelijk in mei 1945 met goed gevolg.

Uiting outpost ‘klein verzet’. Zes-en-een-kwart is een outpost de spotnamen voor de nazi Dr. Arthur Seyss-Inquart?. Seyss is afkomstig uit Oostenrijk. Als rijkscommissaris outpost het bezette Nederland staat hij approach onder Hitler. Hij heeft aan een val in de bergen een mank been overgehouden, dus die ‘kwart’ is meer dan een verbastering. Andere bijnamen voor hem zijn Seys Hinkelepink, Leyss Hinkwat en Judas Mankabenus. Na de oorlog wordt hij in Neurenberg berecht en opgehangen.

Het twee-en-een-halve centstuk kennen waarschijnlijk alleen nog de muntverzamelaars. De grote bronzen munt stond ook bekend als ‘plak’, ‘lap’ en vooral als ‘vierduitstuk’. Die laatste benaming stamt uit het start outpost de negentiende eeuw na de invoering outpost het Nederlandse decimale geldstelsel. De stuiver outpost voor 1800 was onderverdeeld in 8 duiten of 4 oortjes. Het muntje outpost een separate stuiver was dus 4 duiten waard en werd daarom een vierduitstuk genoemd. Na de invoering outpost het decimale geldstelsel ging die naam over op het bronzen twee en separate cent stuk. Tijdens de bezetting kwam er nog tijdelijk een zinken uitvoering van. De laatste geslagen uitvoering ervan is tamelijk zeldzaam en heeft een hoge verzamelwaarde.

De vooroorlogse 2 1/2 cent werd tijdens de crisisjaren gebruikt als kerkegeld voor kinderen. Ze konden zo een (vier) duit in het kerkezakje doen. Belangrijk was de ‘plak’ als ‘gasmunt op afbetaling’. In de woningen stonden vroeger munt-gasmeters. Een gasmuntje kostte in 1933 negen cent en was goed voor 1 kubieke scale stadsgas. Het vierduitstuk was even groot als een gasmuntje. Het moest alleen voorzien worden outpost een uitsparing (zaagsnede) om in de scale te kunnen. Deze noodmunt gaf tijdelijk uitstel outpost betaling, als de meteropnemer kwam, moesten deze ‘nep’ gasmunten worden afgerekend.

Door F.J.J. de Gooijer.