Walter von Brockdorff-Ahlefeldt was een Duitse militair die diende in zowel de Eerste als de Tweede Wereldoorlog. Hij was afkomstig uit de Pruisische adel en bekleedde in de Wehrmacht de rang van General der Infanterie. Zijn militaire loopbaan besloeg meer dan drie decennia en werd bekroond met hoge onderscheidingen, waaronder het Ritterkreuz des Eisernen Kreuzes mit Eichenlaub. Zijn carrière weerspiegelt de ontwikkelingen binnen het Duitse leger van het keizerrijk tot aan het Derde Rijk.
Vroege leven en opleiding
Walter Kurt Thilo Graf von Brockdorff-Ahlefeldt werd geboren op 13 juli 1887 in Perleberg, in de Pruisische provincie Brandenburg. Hij was de zoon van Rittmeister Ernst Graf von Brockdorff-Ahlefeldt (1854–1931) en Elisabeth von Jagow (1861–1953). Zijn familie stamde af van de Deens-Holsteinse adel, wat een militaire loopbaan binnen de Pruisische traditie aannemelijk maakte.
In 1907 trad hij als Fahnenjunker toe tot het Brandenburgische Jäger-Bataillon Nr. 3 van de Pruisische Armee in Lübben. Kort daarop werd hij bevorderd tot Leutnant met terugwerkende kracht vanaf 17 september 1906. In deze periode werd hij aangesteld als adjudant bij het Reserve-Jäger-Bataillon Nr. 3.
Deelname aan de Eerste Wereldoorlog
Brockdorff-Ahlefeldt nam vanaf 1914 deel aan de Eerste Wereldoorlog. Hij werd op 18 november 1914 bevorderd tot Oberleutnant en op 18 april 1916 tot Hauptmann. Tijdens de Slag bij Verdun in 1916 raakte hij zwaargewond terwijl hij een compagnie aanvoerde. Na zijn herstel in 1917 werd hij geselecteerd voor een opleiding aan de Generalstabslehrgang (stafopleiding), een gebruikelijke stap voor officieren met potentieel voor hogere commando’s.
Na zijn stafopleiding werd hij geplaatst bij de staf van het Generalkommando van het IV. Armee-Korps. Tegen het einde van de oorlog had hij beide klassen van het IJzeren Kruis ontvangen.
Interbellum: van Reichswehr tot Wehrmacht
Na de oorlog diende hij in 1919 in het Freikorps “Dohna”, een paramilitaire organisatie die in het revolutionaire Duitsland werd ingezet tegen binnenlandse en buitenlandse vijanden. Brockdorff-Ahlefeldt behoorde tot de circa 3.000 officieren die mochten blijven dienen in de Reichswehr, het beperkte leger van de Weimarrepubliek.
In de jaren 1920 bekleedde hij diverse staf- en commandoposities. Hij werd bevorderd tot Major op 1 april 1927 en diende van 1924 tot 1930 in de staf van de 2. Division. Vanaf 1930 werd hij geplaatst bij het Infanterieführerkommando II in Stettin. In oktober 1931 volgde zijn bevordering tot Oberstleutnant en werd hij commandant van het I. Bataillon van het 9. (Preußisches) Infanterie-Regiment in Potsdam.
Hij werd op 1 april 1934 bevorderd tot Oberst en kreeg het commando over het Infanterie-Regiment Frankfurt, dat in oktober 1935 hernoemd werd tot Infanterie-Regiment 8. In 1937 volgde zijn bevordering tot Generalmajor, en in maart 1938 werd hij commandant van de 23. Infanterie-Division. Op 1 maart 1939 werd hij Generalleutnant.
Deelname aan de Tweede Wereldoorlog
Brockdorff-Ahlefeldt voerde tijdens de inval in Polen in september 1939 het commando over de 23. Infanterie-Division. Op 1 juni 1940 kreeg hij het bevel over het XXVIII. Armeekorps, dat werd ingezet tijdens de veldtocht in Frankrijk. Kort daarop, op 21 juni 1940, werd hij benoemd tot commandant van het II. Armeekorps. Zijn bevordering tot General der Infanterie volgde op 1 augustus 1940.
Tijdens Operatie Barbarossa in juni 1941 maakte zijn korps deel uit van Heeresgruppe Nord. Voor zijn rol in de gevechten rond Kowno (Kaunas) ontving hij op 15 juli 1941 het Ritterkreuz des Eisernen Kreuzes. Van januari tot april 1942 was het II. Armeekorps ingesloten in de zogenaamde Demjansk-pocket. Voor zijn aandeel in deze belegering werd hem op 27 juni 1942 het Eichenlaub toegekend, als 103e ontvanger.
In november 1942 werd Brockdorff-Ahlefeldt ziek en begin 1943 in de Führerreserve van het Oberkommando des Heeres (OKH) geplaatst. Hij overleed op 9 mei 1943 in het Reserve-Lazarett 123 in Berlin-Zehlendorf. Zijn overlijden werd gevolgd door een staatsceremonie in het Zeughaus te Berlijn, die ook werd getoond in de Duitse Wochenschau van 19 mei 1943.
Militaire rangen
De militaire loopbaan van Walter von Brockdorff-Ahlefeldt omvatte een reeks bevorderingen binnen zowel de keizerlijke als de nationaalsocialistische krijgsmacht:
- Leutnant – met ingang van 17 september 1906 (bekrachtigd bij toetreding in 1907)
- Oberleutnant – 18 november 1914
- Hauptmann – 18 april 1916
- Major – 1 april 1927
- Oberstleutnant – 1 oktober 1931
- Oberst – 1 april 1934
- Generalmajor – 1 april 1937
- Generalleutnant – 1 maart 1939
- General der Infanterie – 1 augustus 1940
Onderscheidingen
Walter von Brockdorff-Ahlefeldt werd onderscheiden met meerdere decoraties voor zijn militaire dienst. Hieronder volgt een overzicht van de bekendste onderscheidingen:
- IJzeren Kruis (1914), 2e en 1e Klasse
- IJzeren Kruis (1939), 2e Klasse (19 september 1939) en 1e Klasse (20 oktober 1939)
- Ridderkruis van het IJzeren Kruis op 15 juli 1941 als General der Infanterie en commandant van het II. Armeekorps
- Eikenloof bij het Ridderkruis op 27 juni 1942, 103e uitreiking, voor zijn rol in de Demjansk-pocket
Na de oorlog
Brockdorff-Ahlefeldt overleed op 9 mei 1943, dus nog vóór het einde van de Tweede Wereldoorlog. Zijn overlijden vond plaats in een militair hospitaal te Berlijn-Zehlendorf. Vanwege zijn status als generaal werd hij postuum geëerd met een staatsbegrafenis. Deze plechtigheid werd deels uitgezonden in de Wochenschau, het officiële propagandajournaal van het Derde Rijk. Er zijn geen aanwijzingen dat hij na 1943 nog in andere processen of evaluaties werd genoemd.
Conclusie
Walter von Brockdorff-Ahlefeldt was een Duitse beroepsmilitair wiens loopbaan zich uitstrekte van het keizerlijke Duitsland tot aan de Wehrmacht van het nationaalsocialistische regime. Hij diende met onderbrekingen in drie decennia van militaire activiteit en was betrokken bij belangrijke campagnes van beide wereldoorlogen. Zijn carrière verliep volgens de klassieke lijnen van de Pruisische militaire traditie, met promoties op basis van diensttijd, veldervaring en organisatorische capaciteiten. Ondanks zijn deelname aan omstreden militaire operaties in de Sovjet-Unie, zijn er geen aanwijzingen dat hij betrokken was bij oorlogsmisdaden of vervolgingen na de oorlog. Zijn overlijden in 1943 maakte hem tot een figuur van het verleden nog voor het Derde Rijk ten einde kwam.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: Munich Chancellery, photographer Albert Korzer, CC0, via Wikimedia Commons
- Thomas, Franz (1997). Die Eichenlaubträger 1939–1945 Band 1: A–K. Osnabrück: Biblio-Verlag. ISBN 978-3-7648-2299-6.
- Fellgiebel, Walther-Peer (2000). Die Träger des Ritterkreuzes des Eisernen Kreuzes 1939–1945. Friedberg: Podzun-Pallas. ISBN 978-3-7909-0284-6.
- Scherzer, Veit (2007). Die Ritterkreuzträger 1939–1945. Jena: Scherzers Militaer-Verlag. ISBN 978-3-938845-17-2.
- Bradley, Dermot; Hildebrand, Karl-Friedrich; Rövekamp, Markus (1993). Die Generale des Heeres 1921–1945, Band 2: Bl–Cz. Osnabrück: Biblio-Verlag. ISBN 3-7648-2424-7.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946










