Home Schepen Torpedobootjagers USS Monssen (DD-436) – Amerikaanse torpedobootjager

USS Monssen (DD-436) – Amerikaanse torpedobootjager

De USS Monssen (DD-436) ligt aangemeerd bij Puget Sound Navy Yard in Bremerton, Washington, op 7 mei 1941.
De Amerikaanse torpedobootjager USS Monssen (DD-436) kort na de bouw, Bremerton, Washington, 7 mei 1941.

De USS Monssen (DD-436) was een torpedobootjager van de Amerikaanse marine uit de Gleaves-klasse. Het schip werd genoemd naar Mons Monssen, een officier die in 1904 de Medal of Honor ontving voor zijn heldhaftige optreden aan boord van de USS Missouri (BB-11). De Monssen werd in 1941 in dienst gesteld en diende zowel in de Atlantische als de Stille Oceaan tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het schip nam deel aan belangrijke maritieme operaties, waaronder de Doolittle Raid, de Slag bij Midway en de zeeslagen rond Guadalcanal. Op 13 november 1942 ging de Monssen verloren tijdens de Zeeslag bij Guadalcanal.

Ontwerp en constructie

De USS Monssen werd gebouwd op de Puget Sound Navy Yard in Bremerton, Washington. De kiel werd gelegd op 12 juli 1939 en het schip werd te water gelaten op 16 mei 1940, met mevrouw Mons Monssen, de weduwe van de naamgever, als doopster. De indienststelling vond plaats op 14 maart 1941 onder het bevel van luitenant-commandant Roland N. Smoot.

De Gleaves-klasse, waartoe de Monssen behoorde, was een evolutie van de Benson-klasse. De schepen van deze klasse werden ontworpen met nadruk op wendbaarheid, snelheid en operationele flexibiliteit. De Monssen had een standaardwaterverplaatsing van ongeveer 1.630 ton en een volle waterverplaatsing van circa 2.400 ton. Het schip was 106 meter lang, 11 meter breed en had een diepgang van 3,8 meter.

De voortstuwing bestond uit twee General Electric-turbines die werden gevoed door vier ketels, met een gezamenlijk vermogen van 50.000 pk. Deze aandrijving gaf het schip een maximumsnelheid van ongeveer 37 knopen (69 km/u). De operationele actieradius bedroeg circa 6.500 zeemijlen bij een kruissnelheid van 12 knopen. De bemanning bestond uit ongeveer 276 officieren en matrozen.

De Gleaves-klasse werd ontwikkeld om een balans te bieden tussen gevechtskracht en uithoudingsvermogen. De Monssen beschikte over een compacte maar efficiënte indeling van de brug en commandocentra, wat de gevechtscoördinatie verbeterde.

Bewapening

De Monssen was uitgerust met vier 5-inch (127 mm) kanonnen in enkele opstellingen, geschikt voor gebruik tegen oppervlakteschepen en luchtdoelen. Daarnaast had het schip tien 21-inch (533 mm) torpedobuizen, verdeeld over twee vijfvoudige opstellingen midscheeps.

De luchtafweerbewapening bestond aanvankelijk uit vier 1.1-inch (28 mm) luchtafweerkanonnen en enkele 0.50-inch Browning-mitrailleurs. In de loop van de oorlog werden deze vervangen en aangevuld door 20 mm Oerlikon-kanonnen om beter te kunnen reageren op Japanse luchtaanvallen. Voor onderzeebootbestrijding was de Monssen uitgerust met dieptebommen, afgeworpen via roll-off racks en zogenaamde “K-guns”.

De bewapening was typerend voor Amerikaanse torpedobootjagers uit de vroege oorlogsjaren, met een nadruk op veelzijdigheid in zowel offensieve als defensieve taken.

Bepantsering

De Monssen beschikte niet over zware bepantsering, omdat torpedobootjagers waren ontworpen voor snelheid en wendbaarheid. De bescherming bestond uit lichte bepantsering rond de vitale delen zoals de machinekamers en munitieopslag. Deze beperkte bepantsering bood slechts weerstand tegen scherven en lichte wapens, maar niet tegen zware granaten of torpedo’s.

Sensoren en dataverwerking

De USS Monssen was uitgerust met een vroege generatie maritieme radar- en sonarsystemen. Bij haar indienststelling in 1941 beschikte zij over de SC-luchtdoelradar, die luchtdoelen kon detecteren tot een afstand van ongeveer 70 kilometer, afhankelijk van hoogte en weersomstandigheden. Daarnaast was een FD (later aangeduid als Mk. 4) vuurleidingsradar geïnstalleerd om de 5-inch kanonnen te ondersteunen bij luchtdoelvuur.

Voor onderzeebootdetectie gebruikte het schip een QCA-sonar, een actief systeem dat via geluidsgolven onderzeeboten kon lokaliseren. Deze technologie werd gecombineerd met hydrofoons voor passieve detectie. De informatie van deze sensoren werd handmatig doorgegeven aan de commandobrug, waar tactische beslissingen werden genomen.

In tegenstelling tot latere schepen had de Monssen nog geen volledig geïntegreerd Combat Information Center (CIC). Tijdens haar actieve dienst werd wel geëxperimenteerd met het centraliseren van informatie in een aparte ruimte onder de brug, maar dit bleef beperkt. De afwezigheid van een volledig CIC betekende dat de bemanning afhankelijk bleef van mondelinge rapportage en visuele observatie tijdens gevechten, wat de reactietijd verlengde.

Tijdens de Slag bij Guadalcanal verloor de Monssen haar radarcapaciteit door een Japanse luchtaanval, wat een aanzienlijk tactisch nadeel opleverde. Zonder radar moest het schip vertrouwen op radioverkeer en optische instrumenten om vijandelijke posities te bepalen. Deze beperking droeg bij aan de kwetsbaarheid van het schip tijdens de nachtelijke gevechten in november 1942.

Modificaties

De Monssen onderging beperkte modificaties tijdens haar korte operationele loopbaan. In 1942 werden enkele aanpassingen gedaan aan de luchtafweerbewapening door het toevoegen van 20 mm Oerlikon-kanonnen. Verder werd de radarapparatuur bijgewerkt van het oorspronkelijke SC-type naar het verbeterde SC-1-model. Grootschalige moderniseringen, zoals de installatie van een volwaardig CIC, werden echter niet meer uitgevoerd vanwege de vroege ondergang van het schip.

Status schip tijdens de oorlog

Tijdens haar actieve dienst was de Monssen technisch modern en goed onderhouden. De Gleaves-klasse gold in 1941–1942 als een geavanceerde torpedobootjagerklasse met voldoende vuurkracht, snelheid en operationele reikwijdte. Tegen het einde van 1942 begonnen echter nieuwere destroyers, uitgerust met verbeterde radar en CIC-systemen, de oudere schepen technologisch te overtreffen.

De Monssen werd regelmatig onderhouden en gemoderniseerd binnen de beschikbare tijd tussen haar inzetperiodes. Er zijn geen meldingen van mechanische defecten die haar inzetbaarheid hebben beperkt.

Operationele geschiedenis

Atlantische inzet 1941–1942

Na proefvaarten en training meldde de Monssen zich op 27 juni 1941 bij de Atlantische Vloot als onderdeel van Destroyer Division 22. Zij voerde patrouilles uit in het noordwestelijke deel van de Atlantische Oceaan, tussen New England, de Maritieme Provincies van Canada en IJsland. Deze neutraliteitspatrouilles werden na 7 december 1941 omgezet in oorlogsoperaties na de aanval op Pearl Harbor.

Tot februari 1942 escorteerde de Monssen konvooien en voerde zij anti-onderzeeboottaken uit. In februari keerde het schip terug naar Boston voor een onderhoudsperiode, waarna zij werd overgeplaatst naar de Stille Oceaan.

Overplaatsing naar de Stille Oceaan

Op 31 maart 1942 arriveerde de Monssen in San Francisco en werd onderdeel van Task Force 16 onder bevel van viceadmiraal William F. Halsey. Zij escorteerde het vliegdekschip USS Hornet (CV-8) tijdens de beroemde Doolittle Raid op Japan, waarbij B-25 bommenwerpers van Lt. Col. James Doolittle op 18 april 1942 opstegen om Tokio en andere steden te bombarderen.

Na deze operatie keerde de Monssen terug naar Pearl Harbor en nam deel aan de voorbereidingen voor de Slag bij Midway. Daar maakte het schip deel uit van de escorte van de vliegdekschepen USS Enterprise en USS Hornet. Tijdens de Slag bij Midway, van 4 tot 7 juni 1942, diende de Monssen in de buitenste verdedigingslinie en verleende ondersteuning aan beschadigde schepen.

Campagne in de Salomonseilanden

In augustus 1942 voer de Monssen via de Tonga-eilanden naar de Salomonseilanden ter ondersteuning van de geallieerde landingen op Guadalcanal en Tulagi. Tijdens deze operaties verleende het schip vuursteun aan de mariniers die op de eilanden aan land gingen.

Gedurende de daaropvolgende maanden bleef de Monssen actief in het gebied, nam deel aan patrouilles en begeleidde konvooien die troepen en voorraden aanvoerden. Het schip was betrokken bij de Slag bij de Oostelijke Salomonseilanden in augustus 1942, waar het hielp Japanse versterkingen af te snijden.

De ondergang bij Guadalcanal

Op 8 november 1942 vertrok de Monssen vanuit Nouméa als onderdeel van Task Group 67.4 onder bevel van schout-bij-nacht Daniel J. Callaghan. De groep begeleidde transportschepen met versterkingen voor Guadalcanal. Op 12 november werd het konvooi aangevallen door Japanse torpedovliegtuigen; de Monssen verloor hierbij haar vuurleidingsradar.

In de nacht van 13 november ontmoette de Amerikaanse vloot een Japanse strijdgroep onder viceadmiraal Hiroaki Abe, die op weg was om Henderson Field te beschieten. Rond 01.50 uur opende de Monssen het vuur en lanceerde torpedo’s op het Japanse slagschip Hiei, waarbij twee treffers werden gemeld. Kort daarna werd de Monssen echter zelf geraakt door granaten van Hiei en andere schepen. Het schip werd zwaar beschadigd, brandde hevig en werd rond 02.20 uur verlaten. Ongeveer 40 procent van de bemanning overleefde. De wrakstukken brandden tot in de middag door voordat het schip zonk.

Na de oorlog

In 1992 ontdekte een expeditie onder leiding van oceanograaf Robert Ballard het wrak van de USS Monssen. Het schip ligt rechtop op de zeebodem van Ironbottom Sound bij Guadalcanal. De kanonnen staan nog gericht naar stuurboord, in dezelfde positie als tijdens het laatste gevecht.

Conclusie

De USS Monssen vertegenwoordigde de generatie torpedobootjagers die in de vroege jaren van de Tweede Wereldoorlog de ruggengraat vormden van de Amerikaanse vloot. Ondanks haar moderne constructie voor 1941, ontbrak een volwaardig Combat Information Center, wat haar operationele effectiviteit in 1942 beperkte. De gebeurtenissen bij Guadalcanal tonen aan dat schepen zonder geïntegreerde sensor- en commandosystemen kwetsbaar waren in nachtelijke gevechten. De Monssen vervulde haar rol met discipline en technische bekwaamheid, maar werd ingehaald door de snelle technologische vooruitgang van de oorlog.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding: United States Navy, Public domain, via Wikimedia Commons
  2. Ballard, Robert D.; Archbold, Rick (1993). The Lost Ships of Guadalcanal – Exploring the Ghost Fleet of the South Pacific. Warner-Madison Press. ISBN 0-446-51636-8.
  3. Lundgren, Robert; Sposato, Frank & DiGuilian, Tony (2023). The Naval Battle for Henderson Airfield, First Night. The Robert Lundgren Historical Resource, Navweaps.com.
  4. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946.