
De Type 2 Ka-Mi was een amfibische lichte tank die tijdens de Tweede Wereldoorlog werd ontwikkeld door de Japanse Keizerlijke Marine. Het voertuig werd ontworpen om landingsoperaties in de Stille Oceaan te ondersteunen, waar veel eilanden nauwelijks beschikten over geschikte havens. De Ka-Mi was gebaseerd op de Type 95 Ha-Go lichte tank van het Japanse leger, maar kreeg een volledig nieuw rompontwerp met drijflichamen en propellers. Ondanks zijn relatief beperkte inzetbaarheid werd het voertuig beschouwd als een technisch vooruitstrevende constructie die een specifiek operationeel doel diende: het combineren van mobiliteit op zee en land.
Ontwikkeling en achtergrond
Voorlopers van amfibische tanks
Japanse militaire planners waren zich al vroeg bewust van het belang van amfibische middelen. Vanaf 1928 experimenteerde het leger met voertuigen die zowel op land als op water konden opereren. Prototypes als de Sumida amfibische pantserwagen en de SR-serie (I-Go, Ro-Go, Ha-Go) werden gebouwd, maar bleven testmodellen. Deze voertuigen waren licht, beschikten meestal over machinegeweren en werden uitsluitend gebruikt voor conceptontwikkeling.
Overname door de marine
In 1940 nam de Japanse Keizerlijke Marine de leiding over bij de verdere ontwikkeling van amfibische tanks. Mitsubishi Heavy Industries kreeg de opdracht een ontwerp te maken dat geschikt was voor maritieme landingsoperaties. Daarbij diende de bestaande Type 95 Ha-Go als basis, maar de constructie moest worden aangepast voor waterdichtheid en drijfvermogen. Het eerste prototype, de Type 1 Mi-Sha, vormde de directe voorloper van de Type 2 Ka-Mi, die in 1942 in productie ging.
Operationele noodzaak
Het ontwerp kwam voort uit de strategische vereisten van de Japanse Special Naval Landing Forces, die werden ingezet bij invasies in de Pacific. Veel eilanden in deze regio hadden geen havens waar zware schepen konden aanmeren. Hierdoor was een voertuig nodig dat rechtstreeks vanaf een transportschip of landingsvaartuig in zee kon worden gelanceerd en vervolgens zelfstandig de kust kon bereiken. Tussen 1942 en 1945 werden slechts 182 tot 184 exemplaren geproduceerd, wat het een relatief zeldzaam voertuig maakte.
Ontwerp en technische kenmerken
Romp en waterdichtheid
De Type 2 Ka-Mi had een gelaste romp, in tegenstelling tot de geklonken constructie van de Type 95 Ha-Go. Dit maakte het voertuig beter waterdicht. De naden en luiken werden voorzien van rubberafdichtingen om lekkages te voorkomen. Grote, stalen drijflichamen werden bevestigd aan de voorzijde en achterzijde van het voertuig. Deze bestonden uit compartimenten om het risico op zinken bij schade te verkleinen. De drijflichamen konden op het strand via een mechanisme van binnenuit worden losgekoppeld.
Voortstuwing en besturing op water
Voor beweging in het water beschikte de Ka-Mi over twee schroefpropellers die waren gekoppeld aan de motor. De tank bereikte in zee een snelheid van ongeveer 10 km/u en had een bereik van circa 140 kilometer. Besturing vond plaats met twee roeren, bediend door de commandant vanuit de toren via kabelverbindingen. Tijdens operationele inzet was ook een monteur deel van de bemanning, wat uitzonderlijk was voor tanks in die periode.
Bewapening en bemanning
De toren was uitgerust met een Type 1 37 mm kanon en een coaxiaal gemonteerde Type 97 lichte mitrailleur. Daarnaast bevond zich een tweede Type 97 in de voorromp. De bemanning bestond doorgaans uit vijf of zes personen: commandant, schutter, lader, chauffeur, boegschutter en monteur. Het voertuig kon zowel lichte infanteriedoelen als andere voertuigen bestrijden, maar was door zijn dunne bepantsering kwetsbaar tegen zwaardere vijandelijke wapens.
Mobiliteit op land
Op land had de Ka-Mi vergelijkbare rijeigenschappen als de Type 95 Ha-Go. De maximumsnelheid bedroeg 37 km/u, aangedreven door een 110 pk Mitsubishi dieselmotor. De ophanging was aangepast om beter bestand te zijn tegen het extra gewicht van de amfibische uitrusting. Hoewel de tank wendbaar was, bood het pantser slechts bescherming tegen klein kaliber wapens en artilleriescherven. Hierdoor was zijn rol vooral ondersteunend in amfibische aanvallen en niet geschikt voor grootschalige tankgevechten.
Gevechtsinzet en operaties
Guadalcanal en vroege inzet
De Type 2 Ka-Mi kwam voor het eerst in actie tijdens de Guadalcanal-campagne in 1942. Hier werden enkele exemplaren ingezet door detachementen van de Special Naval Landing Forces. Hoewel het voertuig oorspronkelijk was ontworpen voor grootschalige amfibische landingen, werd het meestal pas na 1942 operationeel, waardoor de rol beperkter bleef. De tanks werden vaak defensief ingezet, gestationeerd op eilandbases zoals Sasebo, Maizuru, Yokosuka en Kure.
Inzet in de Marianen
Tijdens de veldslagen op de Marshalleilanden en de Marianen, waaronder Saipan in 1944, werden Ka-Mi tanks ingezet om de Japanse verdediging te versterken. Op Saipan ondersteunden ze de Yokosuka Naval Landing Force in een mislukte tegenaanval. Hoewel de voertuigen aanvankelijk verwarring konden zaaien bij Amerikaanse eenheden, werden ze snel uitgeschakeld door de overmacht van Amerikaanse tanks en artillerie. Deze episode benadrukte de kwetsbaarheid van het ontwerp wanneer het zonder drijflichamen op land opereerde.
Leyte en Luzon
In de Filipijnen werden Ka-Mi tanks ingezet tijdens de slag om Leyte in 1944, waar zij deel uitmaakten van de 101e Special Naval Landing Force. Tijdens de gevechten in de Golf van Ormoc gingen vrijwel alle voertuigen verloren. Een deel werd ook ingezet op Luzon in 1945, waar enkele exemplaren in Amerikaanse handen vielen. De beperkte aantallen en de overmacht van geallieerde strijdkrachten maakten dat de Ka-Mi nauwelijks invloed had op het verloop van de strijd.
Gevechtservaringen
Volgens enkele bronnen zou bij Leyte een zeldzaam treffen hebben plaatsgevonden tussen Japanse Ka-Mi tanks en Amerikaanse LVT-1 amfibische voertuigen. Dit zou de enige geregistreerde strijd zijn geweest waarbij amfibische tanks rechtstreeks tegen elkaar werden ingezet. Latere analyses suggereren echter dat de meeste Ka-Mi’s pas na de landing werden vernietigd, waardoor een daadwerkelijke tank-tegen-tankconfrontatie twijfelachtig blijft.
Naoorlogs gebruik en overlevende exemplaren
Sovjet-Unie en Rusland
Na de oorlog werden enkele Type 2 Ka-Mi tanks buitgemaakt door Sovjettroepen in de Koerilen. Een exemplaar is bewaard gebleven en bevindt zich tegenwoordig in Patriot Park nabij Moskou, compleet met de voor- en achterdrijflichamen. Een tweede voertuig is tentoongesteld in het Victory Park op de Poklonnaya-heuvel in Moskou.
Palau en de Stille Oceaan
In Palau zijn meerdere exemplaren teruggevonden. Sommige voertuigen waren door Japanse troepen begraven om te voorkomen dat ze in Amerikaanse handen vielen. Later werden ze door de lokale bevolking opgegraven. Een tank is te zien in Koror, een andere in de buurt van Airai. Deze voertuigen maken deel uit van herdenkingsmonumenten, hoewel ze vaak in sterk verweerde toestand verkeren.
Australië en geallieerde buit
Australische troepen veroverden enkele Ka-Mi tanks tijdens de laatste fase van de oorlog in de Stille Oceaan. Deze werden gebruikt voor technische onderzoeken en soms tentoongesteld. Amerikaanse troepen deden hetzelfde op Luzon, waar zij voertuigen inspecteerden en testten in zeeproeven. Deze tests gaven inzicht in de Japanse techniek en bevestigden dat de Ka-Mi in vergelijking met andere amfibische tanks technisch goed doordacht was.
Conclusie
De Type 2 Ka-Mi was een voorbeeld van Japanse innovatie op het gebied van amfibische oorlogsvoering. Het voertuig was ontwikkeld vanuit de noodzaak om eilanden zonder havens te kunnen aanvallen en combineerde mobiliteit op land en water. Ondanks de technische verfijning werd het echter slechts in beperkte aantallen gebouwd en ingezet. De late introductie en de overweldigende geallieerde dominantie in de Pacific beperkten zijn operationele waarde. Vandaag de dag herinneren de overlevende exemplaren in musea en gedenkplaatsen aan een uniek experiment in de militaire geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: A captured Type 2 Ka-Mi, public domain, via wiki commons
Foss, Christopher (2003). Great Book of Tanks: The World’s Most Important Tanks from World War I to the Present Day. Zenith Press. ISBN 0-7603-1475-6.
Hara, Tomio (1973). Japanese Combat Cars, Light Tanks, and Tankettes. AFV Weapons Profile No. 54. Profile Publications Limited.
Rottman, Gordon L.; Takizawa, Akira (2008). World War II Japanese Tank Tactics. Osprey Publishing. ISBN 978-1846032349.
Tomczyk, Andrzej (2003). Japanese Armor Vol. 3. AJ Press. ISBN 978-8372371287.
Zaloga, Steven J. (2007). Japanese Tanks 1939–45. Osprey Publishing. ISBN 978-1-8460-3091-8.
Zumbro, Ralph (1997). Tank Aces. Pocket Books/Simon & Schuster. ISBN 0-671-53612-5.









