
De Slag bij Carrizal vond plaats op 21 juni 1916 bij Carrizal in de Mexicaanse deelstaat Chihuahua. Een detachement van het Amerikaanse 10th Cavalry Regiment (Pershings Punitive Expedition) botste daar met carrancistische federale troepen. Het gevecht eindigde met Amerikaanse verliezen en krijgsgevangenen en leidde tot een diplomatieke crisis tussen de Verenigde Staten en Mexico.
Militaire en Politieke Situatie
Carrizal moet worden geplaatst in de Mexicaanse Revolutie (1910–1920), waarin meerdere politieke en militaire facties elkaar bestreden. In oktober 1915 erkenden de Verenigde Staten de regering van Venustiano Carranza. Pancho Villa raakte daarna verder in conflict met zowel Carranza als de Verenigde Staten.
Op 9 maart 1916 viel een villistische eenheid de grensplaats Columbus (New Mexico) aan. President Woodrow Wilson gaf daarop opdracht voor een strafexpeditie om Villa op te sporen. Brigadier-generaal John J. Pershing leidde deze Punitive Expedition vanaf half maart 1916 in Chihuahua. De operatie was militair gericht op Villa en leidde tot spanning over soevereiniteit en bewegingsvrijheid.
In juni 1916 nam Carranza een hardere lijn in: de Verenigde Staten kregen te horen dat Amerikaanse eenheden in Mexico niet vrij in alle richtingen konden opereren. Volgens diplomatieke en militaire analyses zou Mexico Amerikaanse troepen die zich anders dan noordwaarts bewogen, met geweld kunnen tegenhouden. Dat beleid vormde de directe achtergrond voor de confrontatie bij Carrizal.
De internationale context vergrootte de druk om escalatie te vermijden. Terwijl de Eerste Wereldoorlog voortduurde en de relaties met Duitsland verslechterden, wilde Washington geen grootschalige oorlog met Mexico. Tegelijkertijd werden langs de grens grote aantallen troepen ingezet en werden onderhandelingen voortgezet om incidenten te beheersen.
Locatie
Carrizal lag in 1916 in het noorden van Chihuahua, in een gebied met grote afstanden en beperkte logistieke voorzieningen. Voor Pershings expeditie betekende dit dat verkenning, bevoorrading en marsroutes sterk afhankelijk waren van spoorlijnen, ranches en een beperkt aantal doorgangen. Een blokkade bij een dorp of op een routepunt kon daardoor directe gevolgen hebben voor tempo en richting van Amerikaanse patrouilles.
Het gevecht vond plaats in en rond het dorp, waar open terrein overging in bebouwing en irrigatiegreppels. In verslagen wordt beschreven dat de Amerikaanse linie een mesa naderde, met een afrastering en een waterloop of greppel als obstakel. De Mexicaanse verdediging gebruikte dekking voor machinegeweren, waardoor een aanvallende formatie vroeg onder geconcentreerd vuur kwam te liggen.
Militaire Leiders
Aan Amerikaanse zijde stond de Punitive Expedition onder bevel van brigadier-generaal John J. Pershing. Hij kreeg van Washington de opdracht om Villa op te sporen en het risico op een groter conflict met de Mexicaanse regeringstroepen te beperken. Dat leidde tot een spanningsveld: verkenningen waren nodig om Villa te vinden, maar elke confrontatie met carrancistische federale troepen kon politieke gevolgen hebben.
De verkenningscolonne bij Carrizal werd geleid door kapitein Charles T. Boyd en kapitein Lewis S. Morey, met onder meer luitenant Henry R. (Rodney) Adair. De manschappen waren grotendeels afkomstig uit Troops C en K van het 10th Cavalry Regiment. Aan Mexicaanse zijde stond de federale eenheid bij Carrizal onder bevel van generaal Félix Uresti Gómez. Gómez sneuvelde tijdens het gevecht.
Doelstelling en planning
De directe aanleiding voor de beweging richting Carrizal was inlichtingenwerk binnen de expeditie. Pershing kreeg berichten dat Villa in de omgeving te vinden zou zijn en stuurde een detachement om de situatie te verkennen. Het doel was om Villa te lokaliseren en, wanneer dat mogelijk werd geacht, hem te isoleren of te grijpen. Het detachement trof in Carrizal echter geen villisten aan, maar carrancistische troepen.
De planning werd beperkt door politieke randvoorwaarden. In juni 1916 handelden carrancistische commandanten op basis van instructies om Amerikaanse troepen die niet noordwaarts trokken, te stoppen. Bij Carrizal werd een waarschuwing gegeven dat de Amerikaanse troepen niet verder mochten. Volgens de aangeleverde informatie besloot Boyd, ondanks die waarschuwing, een aanval in te zetten.
Militaire eenheden
De Amerikaanse strijdmacht bij Carrizal bestond uit twee cavalerietroepen (Troops C en K) van het 10th Cavalry Regiment. Bronnen geven aan dat de gezamenlijke sterkte kleiner was dan tachtig man in de directe aanvalslinie, waarbij paarden naar achteren werden gebracht en de troepen gedemonteerd als skirmishers oprukten. Het detachement opereerde op afstand van grotere Amerikaanse concentraties, waardoor directe ondersteuning beperkt was.
De Mexicaanse federale troepen bij Carrizal waren in het voordeel door hun verdedigende opstelling en beschikten over machinegeweren in dekking. In diplomatieke analyses wordt genoemd dat de Mexicaanse strijdmacht ongeveer vier keer zo groot was als het Amerikaanse detachement. In de praktijk betekende dit dat een aanval zonder snelle doorbraak of ondersteuning snel kon vastlopen in vuur en flankdreiging.
Het verloop van de Slag bij Carrizal
In juni 1916 trok het Amerikaanse detachement in de richting van Carrizal na meldingen dat Villa daar mogelijk te vinden was. Bij de nadering bleek echter dat er geen villistische eenheid klaarstond, maar carrancistische federale troepen. Daarmee werd het een confrontatie met reguliere Mexicaanse eenheden, die handelden vanuit instructies om Amerikaanse bewegingen te beperken.
Bij het eerste contact ontstond een discussie over doorgang. De Mexicaanse commandant stelde dat de Amerikaanse troepen niet door mochten, terwijl de Amerikaanse bevelhebbers verwezen naar hun orders. In één verslag wordt vermeld dat de Mexicaanse zijde een doorgang “in colonne” zou hebben aangeboden, maar dat dit niet werd geaccepteerd. Over de exacte details verschillen de bronnen, maar vast staat dat de impasse uitmondde in gevechtshandelingen.
De Amerikanen stuurden hun geleide paarden naar achteren en vormden een linie van skirmishers. Troop K nam daarbij een positie op de rechterflank met de opdracht die flank te dekken. De linie rukte op richting een terreinrand waar een afrastering en een waterloop of greppel lagen, vlak voor de Mexicaanse stellingen. Het terrein dwong de aanval door obstakels richting de stellingen.
Op het moment dat de Amerikaanse linie dichterbij kwam, openden twee Mexicaanse machinegeweren het vuur vanuit dekking. De Amerikaanse troepen beantwoordden het vuur, maar de concentratie van machinegeweervuur veroorzaakte snel verliezen en leidde ook tot onrust bij de paarden die achter de linie stonden. Een deel van de paarden sloeg op hol. Dit bemoeilijkte later het hergroeperen en het terughalen van materieel en gewonden.
In het verloop van de aanval viel kapitein Boyd al vroeg uit door dodelijk vuur. Luitenant Adair nam daarop de leiding over Troop C en zette de opmars naar het dorp voort. In dezelfde fase wordt gemeld dat de machinegeweren tijdelijk buiten gevecht raakten door intensief vuur van de Amerikaanse troepen. Het gevecht verplaatste zich daarmee naar korte afstanden in en rond de bebouwing.
De situatie veranderde opnieuw toen Troop K op de rechterflank onder zwaar flankvuur kwam te liggen, onder meer vanuit begroeiing. Tegelijk verschenen Mexicaanse ruiters op de flank. Troop K trok zich daarop terug, waardoor de rechterflank van Troop C ongedekt raakte. Adair probeerde in de bebouwing de aanval vast te houden, maar de munitie raakte schaars. Bij een irrigatiegreppel werd hij dodelijk getroffen.
Na het verlies van de officieren en onder druk van een numeriek grotere tegenstander trok de Amerikaanse linie zich terug. De terugtocht verliep gefragmenteerd door het verlies van paarden en het wegvallen van samenhang tussen de twee troepen. Een deel wist te ontkomen en werd later door andere Amerikaanse eenheden opgepikt. Andere militairen en een gids werden krijgsgevangen gemaakt en in de dagen erna overgedragen aan Amerikaanse autoriteiten bij El Paso.
Over de rol van Pancho Villa bestaat een verhaal dat hij het gevecht zou hebben gevolgd. In de historiografie wordt dit vooral als folklore behandeld. Tegelijk is uit overzichten van de expeditie bekend dat Villa in deze periode gewond was en zich schuilhield, terwijl hij door zowel Amerikaanse eenheden als carrancistische troepen werd gezocht.
Resultaat
Tactisch gezien was Carrizal een Mexicaanse overwinning: de Amerikaanse aanval werd gestopt en er vielen Amerikaanse doden en krijgsgevangenen. De Mexicaanse commandant Félix Uresti Gómez sneuvelde, maar de federale eenheid behield het terrein en dwong de Amerikaanse troepen tot terugtrekking. Daarmee liet Mexico zien dat het bereid was zijn beperkingen op Amerikaanse bewegingen af te dwingen.
Strategisch vergrootte het gevecht de kans op oorlog tussen de Verenigde Staten en Mexico. Pershing vroeg na Carrizal toestemming om de carrancistische garnizoenen bij Chihuahua aan te vallen. President Wilson wees dit af, mede omdat een uitbreiding van het conflict een open oorlog met Mexico waarschijnlijk maakte en omdat de internationale situatie in 1916–1917 de ruimte voor een tweede front verkleinde.
In de weken na Carrizal concentreerden Amerikaanse en Mexicaanse autoriteiten zich op crisisbeheersing. De VS versterkten de grens met grote aantallen troepen, terwijl onderhandelingen werden voortgezet om incidenten te beperken. De expeditie bleef nog maanden in Mexico, maar het actieve zoeken naar Villa verloor prioriteit door de noodzaak confrontaties met federale troepen te vermijden.
Pancho Villa werd niet gevangen genomen en bleef in leven. Tijdens de periode van de expeditie vonden bovendien nog grensincidenten plaats, zoals aanvallen bij Glenn Springs (Texas) en later bij San Ygnacio (Texas) in juni 1916. De combinatie van grensdruk, onderhandelingen en de veranderende internationale situatie droeg eraan bij dat de expeditie uiteindelijk begin 1917 uit Mexico werd teruggetrokken.
De slag werkte door in herdenking en populaire cultuur. Luitenant Henry Rodney Adair wordt in Amerikaanse overzichten genoemd als naamgever van Camp Adair, een trainingskamp uit de Tweede Wereldoorlog in Oregon. Daarnaast figureert Carrizal in de verhaallijn van de film A Trooper of Troop K (1917).
Militaire en burgerslachtoffers
Amerikaanse verliezen worden in meerdere overzichten weergegeven als twaalf doden, waaronder kapitein Boyd en luitenant Adair, plus ongeveer tien manschappen. Daarnaast waren er gewonden; het Huachuca Illustrated-verslag noemt afzonderlijk gewonde militairen, waaronder kapitein Morey. Een groep van 24 Amerikanen, waaronder een gids, werd krijgsgevangen genomen en kort daarna overgedragen.
De Mexicaanse verliezen lopen in de literatuur uiteen. In algemene samenvattingen wordt vaak gesproken van enkele tientallen doden, inclusief generaal Gómez. Een gedetailleerder overzicht noemt 45 doden (Gómez, elf officieren en 33 manschappen) en daarnaast 53 gewonden. Het verschil tussen bronnen hangt vooral samen met de scheiding tussen “doden” en “doden plus gewonden”.
Over burgerslachtoffers bij Carrizal wordt in de standaardoverzichten weinig concreets vermeld. Het gevecht vond plaats in en rond een dorp, maar de beschikbare rapporten richten zich vooral op militaire verliezen en krijgsgevangenschap. Waar er burgerbetrokkenheid was, ging het vooral om gidsen en ondersteunend personeel dat meereisde met militaire colonnes.
Materiële verliezen
De gevechtsfase en de terugtocht leidden aan Amerikaanse zijde tot verlies van paarden en uitrusting. Machinegeweervuur veroorzaakte paniek in de kudde en stampedes, waardoor een deel van de dieren en uitrusting tijdelijk kwijt raakte. Daarnaast betekende de krijgsgevangenneming dat individuele bewapening en munitie tijdelijk in Mexicaanse handen kwam.
Aan Mexicaanse zijde waren materiële verliezen gekoppeld aan het uitvallen van personeel en munitieverbruik. In de gevechtsbeschrijving wordt genoemd dat de machinegeweren tijdelijk werden uitgeschakeld door gericht vuur, wat wijst op uitval van bedieningen of tijdelijke verstoring. Carrizal past in een campagne waarin mobiliteit vooral van paarden afhankelijk bleef, terwijl voertuigen en vliegtuigen in 1916 nog beperkt betrouwbaar waren voor langdurige operaties in Chihuahua.
Conclusie
De Slag bij Carrizal (21 juni 1916) was een gevecht tussen een Amerikaans detachement van het 10th Cavalry Regiment en carrancistische federale troepen bij Carrizal in Chihuahua. De aanleiding lag in Pershings verkenningsbewegingen tijdens de Punitive Expedition en in het Mexicaanse beleid om Amerikaanse bewegingen buiten de richting “noord” tegen te houden. De aanval werd afgeslagen, met Amerikaanse doden en krijgsgevangenen en Mexicaanse verliezen waaronder generaal Félix Uresti Gómez.
Carrizal had gevolgen die verder gingen dan het directe terreinresultaat. Het incident bracht de landen dicht bij een oorlog, maar politieke keuzes in Washington en Mexico-Stad, samen met de internationale situatie van 1916–1917, stuurden aan op de-escalatie. In de praktijk markeerde Carrizal de overgang van een actieve achtervolging naar een beperktere aanwezigheid, gevolgd door terugtrekking begin 1917.
Bronnen en meer informatie
- Prieto, Julie Irene (2016). The Mexican Expedition, 1916-1917. Washington, D.C.: Center of Military History, United States Army. ISBN 9780160933301.
- Eisenhower, John S. D. (1993). Intervention!: The United States and the Mexican Revolution, 1913-1917. New York: W. W. Norton. ISBN 9780393313185.
- Calhoun, Frederick S. (1986). Power and Principle: Armed Intervention in Wilsonian Foreign Policy. Kent, Ohio: Kent State University Press. ISBN 0873383273.
- Hurst, James W. (2008). Pancho Villa and Black Jack Pershing: The Punitive Expedition in Mexico. Westport, CT: Praeger. ISBN 9780313350047.
- de Quesada, Alejandro (2012). The Hunt for Pancho Villa: The Columbus Raid and Pershing’s Punitive Expedition 1916–17. Oxford: Osprey Publishing. ISBN 9781849085687.
- Braddy, Haldeen (1957). “Pancho Villa: Fiction, Fact, or Folklore?” Journal of American Folklore 70(277): 278. ISSN 0021-8715. JSTOR 538328.
- Baker, John H. (2003). Camp Adair: The Story of a World War II Cantonment. ISBN 9780971858350.
- McArthur, Lewis A. & McArthur, Lewis L. (2003). Oregon Geographic Names (7th ed.). Oregon Historical Society Press. ISBN 9780875952772.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946









