
Operatie Herkules (Unternehmen Herkules; Operazione C3) was een gepland Duits-Italiaans invasieplan tegen Malta in 1942. Luchtlandingen en amfibische landingen moesten Malta als Britse basis uitschakelen en de As-aanvoer naar Libië en Egypte veiliger maken. Na voorbereidingen werd het plan uitgesteld en in november 1942 geannuleerd.
Militaire en Politieke Situatie
Malta had in 1942 een strategische positie in de centrale Middellandse Zee. Het eiland bood Groot-Brittannië een basis voor luchtoperaties, verkenning en aanvallen op konvooien. Voor Duitsland en Italië betekende dit dat transporten tussen Italië en Noord-Afrika onder druk stonden. Dat werkte door in de aanvoer van brandstof, munitie en vervangingsmaterieel aan het front.
De gedachte om Malta te veroveren bestond al vóór 1942. In Italië werden in het midden van de jaren 1930 militaire studies uitgevoerd over een mogelijke landing. In 1938 berekende het Comando Supremo de benodigde zeetransportcapaciteit voor grootschalige verplaatsingen naar Noord-Afrika. In die analyses werd het innemen van Malta als randvoorwaarde genoemd. Er ontstond een schetsplan voor een landing over zee dat later periodiek is herzien.
Op 29 en 30 april 1942 bespraken Adolf Hitler en Benito Mussolini een gezamenlijke aanpak, waarna de planning werd uitgebreid. Kort daarna verschoof de prioriteit door de Slag bij Gazala (26 mei–21 juni 1942), de inname van Tobroek op 21 juni en Operatie Aïda, de opmars richting Egypte. In dezelfde periode werden lucht- en grondeenheden ingezet ter ondersteuning van die campagne, waardoor middelen voor de invasie afnamen. Herkules werd uitgesteld en in november 1942 stopgezet.
Locatie
Malta ligt ten zuiden van Sicilië en omvat Malta, Gozo en Comino. In de planning woog vooral de korte afstand tussen Sicilië en Malta: ongeveer 140 kilometer (90 mijl). Daardoor konden transportvliegtuigen volgens de berekeningen tot vier retourvluchten per dag uitvoeren. De geplande droppingszones en landingsstranden lagen aan de zuidzijde, binnen bereik van vliegvelden op Sicilië.
De hoofdlandingen waren voorzien aan de zuidoostkant, bij Marsaxlokk Bay. Twee stranden kregen codenamen: “Famagosta beach” voor de hoofdaanval en “Larnaca beach” voor een tweede landing. Om de Britse verdediging te spreiden, werden schijnaanvallen gepland bij St. Paul’s Bay, Mellieħa Bay en ten noordwesten van Valletta, bij de oude Victoria Lines. Gozo en Comino moesten vroeg worden bezet.
Militaire Leiders
Het luchtlandingsdeel stond onder Generalmajor Kurt Student, commandant van Fliegerkorps XI. Student had in 1941 de luchtlandingsaanval op Kreta geleid en kon voor Herkules maanden voorbereiden. In de planning werd rekening gehouden met ervaringen en tekortkomingen uit Kreta. Italiaanse luchtverkenning leverde gedetailleerde kaarten van stellingen, kustgeschut en luchtafweer. Student verklaarde later dat zelfs kalibers en richtingsmogelijkheden van kustbatterijen bekend waren.
Voor de zeecomponent werd een Special Naval Force gevormd onder admiraal Vittorio Tur. De bescherming van transporten en de inzet van zware schepen lag bij de Regia Marina; viceadmiraal Angelo Iachino rapporteerde onder meer over radarproeven. Op strategisch niveau steunde veldmaarschalk Erwin Rommel de aanval en vroeg om het commando, terwijl Hermann Göring zich ertegen verzette. De uiteindelijke beslissing lag bij Hitler, die geen uitvoeringsbevel gaf.
Doelstelling en planning
Het primaire doel was Malta uit te schakelen als Britse basis voor lucht- en zeemacht. Daarmee moest een tweede doel worden ondersteund: een stabielere As-aanvoerroute naar Noord-Afrika. Om beide doelen te verbinden werd gekozen voor een gecombineerde aanval. Luchtlandingstroepen moesten snel sleutelposities bezetten, waarna amfibische landingen de noodzakelijke massa aan infanterie, artillerie en voorraden zouden brengen.
De luchtlandingen waren voorzien voor de middag van de eerste dag. Parachutisten en zweefvliegtuigeenheden moesten de hoogten achter de stranden bezetten en een vliegveld innemen. Dat vliegveld moest dienen voor extra formaties en logistiek vervoer per vliegtuig. Op Sicilië werden drie start- en landstroken voor zweefvliegtuigen aangelegd, circa 40 kilometer ten zuiden van de Etna.
De amfibische hoofdaanval moest kort voor middernacht starten, nadat de luchtlandingstroepen het gebied boven de stranden hadden vastgezet. De operatie werd vaak in vier stappen samengevat:
- eerste luchtlandingen;
- tweede luchtlanding en zeelandingen;
- uitbraak uit het bruggenhoofd;
- inname van Valletta en aanvoer van extra troepen.
Voor de amfibische fase en de aankomst van een vervolggolf werd circa twee dagen ingecalculeerd. Dit hing af van snelle beheersing van Marsaxlokk Bay om zwaardere artillerie en grotere tonnages aan land te brengen.
Militaire eenheden
De planning combineerde circa 29.000 luchtlandingstroepen met een amfibische landingsmacht van ongeveer 70.000 Italiaanse militairen. Daarbovenop kwamen transportvliegtuigen, zweefvliegtuigen, landingsvaartuigen en een sterke escortevloot. Het concept was om eerst een vliegveld te veroveren voor snelle luchtbrug. Daarna moest zeetransport de hoofdmacht en het grootste deel van het materieel aan land brengen.
Luchttransport en zweefvliegtuigen:
- Duitsland: 10 Gruppen Ju 52 (rond 500 toestellen), circa 300 DFS 230 (10 man) en circa 200 Go 242 (23 man of licht voertuig/geschut).
- DFS 230: remparachute voor korte landing en nauwkeurige plaatsing.
- Zware zwevers: circa 24 Me 321 Gigant (200 parachutisten of circa 25 ton), gesleept door He 111Z “Zwilling”.
- Italië: circa 180–220 toestellen: SM.75 (24–28), SM.81 (12–14) en SM.82 (30–34).
Luchtlandingstroepen:
- Duitse 7. Fliegerdivision: circa 11.000 man.
- Italiaanse 185e Infanteriedivisie Folgore: circa 7.500 man.
- Italiaanse 80e Infanteriedivisie La Spezia (luchtlanding): circa 10.500 man.
Amfibische troepen en vervolg:
- Hoofdlandingsmacht: circa 70.000 man bij Marsaxlokk Bay.
- Eerste golf: Friuli (10.000) en Livorno (9.850), plus circa 1.200 man (aanvals- en Loreto-bataljons), San Marco (2.000), zwarthemden (1.900 onder generaal Santi Quasimodo) en circa 300 Nuotatori.
- Vervolggolf: Assietta (9.000), Napoli (8.900), artillerie (3.200) en de rest van het 10e Pantserregiment (3.800).
- Gozo: Superga (9.200), plus een zwarthemdenbataljon en circa 1.000 San Marco-mariniers; landing vroeg op dag twee.
Pantsersteun:
- Italiaans: 64 Semovente 47/32, 8 Semovente 75/18 en circa 30 L3-tankettes.
- Duits als optie: 2./Panzerabteilung z.b.V. 66 onder Hans Bethke met circa 10 KV-1/KV-2, T-34’s, 12 Panzer IVG, 5 VK 1601 en 5 VK 1801; Panzer III’s werden ook aangeboden.
- Later: buitgemaakte tanks geschrapt; inzet gepresenteerd als Italiaans. Minstens 10 motozattere werden aangepast (versterkte vloer, interne oprijplaat).
Landingsvaartuigen en transport over zee:
- Motozattere (kopie MFP Type A): circa 200 man of 2–3 middelzware tanks; 65 voltooid (juli 1942), circa 50 beschikbaar.
- Duitse aanvulling: 20 MFP via de Rhône; plus per spoor 12 Siebel-ferries (88 mm en 20 mm), 6 Type 39 (20 ton/45 man) en 6 Type 40 (40 ton/80–90 man), 81 Sturmboote (6 man) en vlotten (25 man).
- Italiaanse transportvloot: 2 omgebouwde spoorveerboten (4–8 tanks), 10 passagiersschepen (800–1.400), 6 veerboten (400), 6 vrachtschepen (3.000 ton), 30 ex-trawlers (300), 5 omgebouwde mijnenleggers (500) en 74 motorboten (30–75); extra aanvraag 200 Sturmboote.
- Seeschlange: modulaire drijvende losbrug, oorspronkelijk ontwikkeld voor Operation Sea Lion; getest bij Le Havre (najaar 1941) en per spoor te vervoeren.
Escortemacht en radar:
- Context: na de nederlaag bij Kaap Matapan (maart 1941) kregen radar en nachtgevecht meer aandacht; nachtelijke aanvallen bleven een risico voor langzame konvooien.
- Regia Marina: slagschepen Littorio, Vittorio Veneto, Duilio en Andrea Doria; 4 zware kruisers, 8 lichte kruisers en 21 torpedobootjagers (uitvalhavens o.a. Messina, Reggio Calabria, Augusta en Cagliari).
- Kustbeschieting: oudere Andrea Doria-klasse, circa 200 granaten per schip.
- Onderzeeërs: Italiaanse en Duitse onderzeeërs voor verkenning en onderschepping; één als baken voor transportvliegtuigen tussen Sicilië en Malta.
- Radar: Gufo experimenteel (augustus 1941) en gestandaardiseerd (september 1942: 17 zeemijl schepen, 45 zeemijl vliegtuigen). DeTe op Legionario (geleverd maart 1942, 14 zeemijl schepen), in mei 1942 positief beoordeeld.
Britse en Maltese verdediging:
- Garnizoen: circa 26.000 man, 15 bataljons (11 Gemenebest, 4 Maltese) in 4 brigades.
- Pantser: 4 Matilda II en 2 Vickers Mk.VIC; in januari 1942 versterkt met 4 Cruiser Mk I, 3 Cruiser Mk IV en 1 Vickers Mk.VIC.
- Veldartillerie: 24 25-ponders (bereik circa 11 km).
- Vaste verdediging: 19 zware kustkanonnen (12–16 inch), circa 130 kleinere kustkanonnen, 112 zware en 144 lichte luchtafweerkanonnen.
- Kleine kustkanonnen (selectie): 10 BL 6-inch, 7 BL 9,2-inch, QF 4,5-inch, 18 dubbele QF 6-ponders en circa 30 QF 18-ponders.
Het verloop van Operatie Herkules
De uitvoering kwam niet tot stand, maar de voorbereiding was omvangrijk. In de eerste helft van 1942 werden lucht- en zeemiddelen geconcentreerd en werden landingsvaartuigen gebouwd of omgebouwd. Civiele schepen werden aangewezen voor transport en bevoorrading, naast speciaal ingezette landingsmiddelen. Op Sicilië werden voorzieningen voor zweefvliegtuigen aangelegd en werden eenheden gereedgemaakt voor inzet boven Malta.
De geplande start lag rond midden juli 1942. Luchtlandingseenheden zouden in de middag aanlanden, een vliegveld veiligstellen en de hoogten achter de stranden bezetten. Daarna moest de hoofdmacht rond middernacht landen bij Marsaxlokk Bay en een bruggenhoofd vormen. Binnen circa twee dagen moesten vervolgeenheden en voorraden volgen, terwijl Gozo en Comino in de vroege fase moesten worden bezet.
In de zomer van 1942 kregen operaties in Noord-Afrika voorrang. Rommel zag Malta als bedreiging voor konvooien met brandstof en munitie en vroeg om het commando, waarbij hij bereid was eenheden van het front vrij te maken. Göring verzette zich uit vrees voor zware verliezen bij parachutisten, zoals eerder op Kreta. Kesselring bleef pleiten voor uitvoering, maar zag dat lucht- en grondeenheden naar Egypte werden verplaatst. Hitler gaf geen groen licht, mede door twijfels na Kreta en zorgen over de bescherming van langzame landingskonvooien tegen Britse nachtelijke vlootactie.
Resultaat
Operatie Herkules leidde niet tot terreinwinst, omdat de landingen niet werden uitgevoerd. Er vond geen doorbraak van Britse verdediging plaats in het kader van deze operatie. Het directe effect bestond uit voorbereidende verplaatsingen, bouw en gereedstelling van middelen. Daardoor bleef het bij een uitvoeringsrijp plan zonder gevechtsfase op Malta.
Strategisch bleef Malta in 1942 beschikbaar als geallieerde basis in de centrale Middellandse Zee. Daarmee bleef ook het vermogen bestaan om vanuit het eiland druk uit te oefenen op As-scheepvaart en luchtbewegingen. Politiek laat de annulering zien dat gezamenlijke planning ondergeschikt werd aan de prioriteit in Noord-Afrika en aan zorgen over uitvoerbaarheid, zoals bescherming van landingskonvooien en risico’s van nachtelijke vlootactie. In de besluitvorming speelden zowel Duitse als Italiaanse overwegingen mee.
Samenvatting van gevolgen:
- Taktisch: geen uitvoering, geen terreinwinst.
- Strategisch: Malta bleef een geallieerde basis met invloed op aanvoer en communicatie in de regio.
- Politiek en maatschappelijk: geen directe verandering door een invasie, omdat die uitbleef; de betekenis van Malta bleef verbonden met de bredere belegerings- en konvooioorlog.
Miltaire en burger slachtoffers
Omdat de operatie niet werd uitgevoerd, zijn er geen gevechtsslachtoffers toe te schrijven aan Operatie Herkules zelf. De vraag of verliezen na een slag konden worden aangevuld is daarom niet van toepassing op deze operatie. In de besluitvorming speelde wel mee dat Duitse luchtlandingseenheden in 1941 zware verliezen hadden geleden op Kreta, waardoor terughoudendheid bestond over vergelijkbare inzet. Eventuele burgerverliezen op Malta hangen samen met bredere oorlogshandelingen rond het eiland en niet met een uitgevoerde Herkules-invasie.
Materiele verliezen
Er zijn geen materiële gevechtsverliezen aan Herkules toe te schrijven, omdat er geen landingen en geen daaropvolgende gevechten plaatsvonden. De voorbereiding vergde wel grote inzet van materieel: bouw van motozattere, overbrenging van Duitse landingsmiddelen en concentratie van transportvliegtuigen en zweefvliegtuigen. Vaartuigen werden aangepast voor pantsertransport en losmiddelen zoals de Seeschlange werden voorbereid. Het gevolg was vooral binding van capaciteit en middelen aan een project dat uiteindelijk werd geannuleerd.
Conclusie
De doelstelling van Operatie Herkules was het neutraliseren van Malta als Britse basis, met als beoogd effect een betere As-bevoorrading naar Noord-Afrika. De planning was vergaand uitgewerkt: luchtlandingstroepen moesten een vliegveld en hoogten veiligstellen, waarna circa 70.000 Italiaanse militairen amfibisch zouden landen. De operatie zou worden ondersteund door een escortevloot met slagschepen, kruisers en torpedobootjagers en door grootschalig luchttransport. Deze doelstelling werd niet gehaald, omdat de operatie na uitstel in november 1942 werd geannuleerd.
Daardoor ontstonden geen tactische resultaten en geen directe slachtoffers door landingen. Er traden ook geen gevechtsverliezen aan materieel op. De voorbereiding laat wel zien dat het plan zwaar leunde op transportcapaciteit en op snelle beheersing van Marsaxlokk Bay voor zware aanvoer. De annulering maakte dat de verzamelde middelen niet in de geplande combinatie zijn ingezet en dat andere operaties prioriteit behielden.
Bronnen en meer informatie
- Bekker, Cajus (1975). The Luftwaffe War Diaries. New York: Ballantine Books. ISBN 978-0-306-80604-9.
- Boog, H.; Rahn, W.; Stumpf, R.; Wegner, B. (2001). The Global War: Widening of the Conflict into a World War and the Shift of the Initiative 1941–1943 (Germany and the Second World War, Vol. VI). Oxford: Clarendon Press. ISBN 0-19-822888-0.
- Burtt, John (2023). Operation C3: Hitler’s Plan to Invade Malta 1942. Yorkshire: Pen & Sword Books. ISBN 978-1-39906-576-4.
- Green, William (1979). Warplanes of the Third Reich. New York: Doubleday. ISBN 978-0-356-02382-3.
- Greene, Jack; Massignani, Alessandro (1998). The Naval War in the Mediterranean 1940–1943. London: Chatham Publishing. ISBN 978-1-86176-057-9.
- Hogg, Ian (2002). British & American Artillery of World War Two (rev. ed.). London: Greenhill Books. ISBN 978-1-85367-478-5.
- Marcon, Tullio (1998). I Muli del Mare. Parma: Albertelli. ISBN 978-88-87372-02-1.
- Ritgen, Helmut (1995). The Western Front 1944: Memoirs of a Panzer Lehr Officer. Winnipeg: J.J. Fedorowicz Publishing. ISBN 978-0-921991-28-1.
- Schenk, Peter (1990). Invasion of England 1940: The Planning of Operation Sealion. London: Conway Maritime Press. ISBN 0-85177-548-9.
- Ansel, Walter (1972). Hitler and the Middle Sea. Durham: Duke University Press. ISBN 978-0-8223-0224-7.
- Heckmann, Wolf (1981). Rommel’s War in Africa. New York: Doubleday. ISBN 978-0-385-14420-9.
- Kitchen, Martin (2009). Rommel’s Desert War: Waging World War II in North Africa, 1941–1943. Cambridge: Cambridge University Press. ISBN 978-0-521-50971-8.
- Levine, Alan J. (2008). The War Against Rommel’s Supply Lines, 1942–43. Mechanicsburg: Stackpole Books. ISBN 978-0-8117-3458-5.
- Lucas, Laddie (1994). Malta: The Thorn in Rommel’s Side (Large Print ed.). Leicester: Ulverscroft Large Print. ISBN 978-0-7089-3169-1.
- O’Hara, Vincent P. (2009). Struggle for the Middle Sea: The Great Navies at War in the Mediterranean Theater, 1940–1945. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 978-1-59114-648-3.
- Sadkovich, James J. (1994). The Italian Navy in World War II. Westport: Greenwood Press. ISBN 978-0-313-28797-8.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946









