Home Blog Page 68

Bernhard der Niederlande bespuckt deutsche Soldatenehre

DAS 12 Uhr BLATT

Berlin 14 juni 1941

Bettkreatur Biesterfeld

Bernhard der Niederlande bespuckt deutsche Soldatenehre

Die erbaermliche Kreatur, die ihr schmutziges und korruptes Dasein von den Bettgeldern der erheirateten Frau bestreitet, Bernhard von Niederlande hat den Schaendlichleiten die er schon veruebt hat, eine neue hinzugefuegt. In Boston, dem sicheren Nordamerika, hat dieser erbaermliche Wicht einem Vertreter der “New York Times” eine Unterredung gewaehrt. Die gemeinsten und die niedertraechtigsten verlogen Anschuldigen, die das Gehirn eines Stolches nur erdenken kann; hat er ueber seine schmutzigen Lippen gebracht. Er predigte unversoenlichen Hass gegen Deutschland und liess durch den hollaendischen Gesandten Loudon versicheren, dass er hundert prozentiger Hollaender geworden war.

Ueber selbst die Hollaender, die ihrem Land treu geblieben sind und nicht feige wie Diebesgefindel bei Nacht und Nebel ueber die Grenze gingen und auf englischen Schiffen entflohen, wie diese famoese Prinz es getan hat, werden sich mit Abscheu von diesem Subjekt abwenden. Prinz Bernhard von Lippe-Biesterfeld?, der erheiratete Prinzengemal der Niederlande, ein Nichtstuer, wie ihn die Welt kaum je gesehen hat, ein Faulenzer, der als Jimmy-Jungling? in den beruechtigsten Pariser Nachtlokalen eine Rolle spielte, und als Zuhaelter abgetakelter Liebesdamen ein grossspuriges Leben fuehrte, wagt es jetzt die Ehre des deutschen Soldaten zu bespeien.

Niemand in Deutschland nahm ihm uebel, dass er das nationalsozialistische Deutschland nicht liebt. Das Deutschland der Arbeit, der echten Leistung, der wahren maennlichen und fraulichen Ehre, legt auf die Sympathie von Burschen seiner Art schon laengst keinen wert. Dass er aber jetzt die Ehre des deutschen Soldaten in den Schmutz zieht, das schliesst diesen Burschen ein fuer alle Mal aus der Gemeinschaft aller anstaendigen Menschen aus.

Prinz Bernhard von Lippe-Biesterfeld? hat gewagt zu sagen: Die deutschen U-Boote? pflegten mit wenigen Ausnahmen nach der Torpedierung aufzutauchen und die Ueberlebenden der versenkten Schiffe mit Maschinengewehren zu beschiessen.

Jedes Wort der Zurueckweisung ist zuviel. Es bleibt nur uebrig den Namen dieses Schurken einfach aus dem Bewustsein der Nation zu streichen. Dieses prinzliche Schwein hat sich mit diesem Angriff auf die deutsche Soldatenehre der Gosse wuerdig erwiesen, in der er vor seiner erschlichenen Heirat mit der Juliane von Holland gelebt hat. Alle Gemeinheiten, die britische Gehirne je gegen Deutschland auszudenken vermochten, hat er uebertroffen. Landesverrat ist ihm gegenueber ein viel zu mildes Wort.

Die Akten ueber diese prinzliche Bettkreatur sind jetzt fuer das deutsche Volk geschlossen. Mit diesem fuerstlichen Zuhaelter hat niemand mehr Neigung, sich auseinanderzusetzen. Aber es wird zweckmaessig sein, wenn Menschen, die in Deutschland noch seinen Namen tragen, sich nach einem andere Namen umsehen. Der Nahme Biesterfeld wird fuer das deutsche Volk in aller Zukunft gleichbedeutend sein mit niedrigster Gesinnung, erbaermlichster Schurkerei, bezalhtem Landesverrat. Das Volk, dem diese Kreatur entstammt, aber ruft dem gekauften Beschaeler zu:

Zurueck, marsch, ins gut honorierte Ehe bett!

Bron:

Krantenknipsel van Henk Sinck uit Drachten

DE EVACUATIE VAN DE VESTING NAARDEN IN MEI 1940

De Vesting Naarden bekeken vanuit de lucht, de stervorm is hierbij duidelijk te zien.
De Vesting Naarden bekeken vanuit de lucht, de stervorm is hierbij duidelijk te zien.

Het is algemeen bekend dat de Nederlandse legerleiding tot de jaren veertig geloofde dat de Hollandse Waterlinie een waterdicht verdedigingsfront was. Deze visie was minder belachelijk dan vaak wordt voorgesteld. Zelfs de geallieerde overmacht moest aan het eind van de oorlog een half jaar werkloos achter de Nederlandse rivieren blijven.

De Waterlinie liep van de IJsselmeerkust bij Naarden tot aan Rotterdam. Het noodlot van de vesting Naarden was dat zij niet achter, maar voor het geïnundeerde gebied lag. Verder vormde de verouderde Vesting juist een zwakke plek in het verdedigingssysteem. Voor de Duitsers zou ze als uitvalsbasis kunnen dienen.

Het evacuatiedraaiboek

In 1939 had de overheid evacuatieplannen gemaakt. Ze waren bedoeld voor de bewoners in en rondom het geïnundeerde gebied. Deze mensen moesten in geval van oorlog in veiligheid worden gebracht in de ‘Vesting Holland’. (het gebied achter de Waterlinie). Er werden dikke draaiboeken gemaakt om deze operatie zo vlot mogelijk te kunnen uitvoeren. Na de oorlog werd de evacuatie geëvalueerd. De overheid gaf toen een lijvig rapport uit met de titel ‘Evacuaties in Nederland 1939-1940’. Over de werkelijke toedracht van de evacuatie van de Vestingbewoners werd in het rapport niet gerept. Wel vermeldde men hoe de evacuatie, volgens het vooroorlogse plan, had moeten verlopen.

Aanvankelijk wilde men de meeste inwoners van de gemeenten Naarden, Bussum en Huizen evacueren. In tegenstelling tot Muiderberg, dat midden in het geïnundeerde gebied lag, zou dit niet direct bij het begin van de oorlog gebeuren. Men dacht 30 treinen nodig te hebben om ongeveer 29.000 Naarders en Bussummers naar Schagen en Heerhugowaard te brengen. Deze plannen werden in een later stadium gewijzigd en in een nieuw draaiboek uitgewerkt. De commandant van de brigade C (groep Naarden – Vesting Holland) drong toen aan op een algemene evacuatie van alle wijken. In de oorspronkelijke plannen dacht men namelijk een dichtbevolkte arbeiderswijk in Bussum niet te evacueren. De wijk zou in ‘veilig gebied’ liggen. Na het bijstellen van de plannen kwam men in de knoei met het aantal opvangplaatsen in de zogenaamde vluchtoorden. Als oplossing koos men ervoor de gemeente Huizen met zijn 6900 inwoners niet te laten vertrekken. Volgens een eerder plan zouden de Huizers per boot over het IJsselmeer via Volendam naar Waterland worden gebracht. Pas op 4 mei kwam de commandant van het ‘Oostfront van de Waterlinie’ er achter dat Naarden niet 8500 maar 9500 inwoners had. Drie dagen later had men dit nieuwe gegeven reeds opgenomen in het vervoer – en evacuatieschema.

Uit Naarden zouden 8900 personen worden afgevoerd. De rest van de inwoners, 600 personen, bleven achter om allerlei diensten draaiende te houden. Via station Naarden-Bussum? zouden 9 treinen naar Bloemendaal (3), Overveen (1), Aardenhout (1), Vogelenzang (1), Hoorn (2) en Blokker (1) vertrekken. In Bloemendaal zouden 6000, in Hoorn 1900 en in Blokker 1000 Naarders worden ondergebracht.

Aan het einde van 1939 was het leger begonnen om weilanden in de omgeving van Naarden onder water te zetten. In de ‘Buitendijken’ tussen Naarden en Muiderberg werd IJsselmeerwater ingelaten. De weilanden kwamen ‘dras’ te staan. In het Merwedekanaal werd het water opgezet tot 0,20 m boven NAP. Zo was de toestand van 10 tot 12 mei 1940. Voor die tijd had men reeds het vee uit Muiderberg afgevoerd naar plekken achter de Waterlinie. Het vee van de Gooise boeren was begin mei, zoals ieder jaar, naar de Meenten gebracht waar – ook tijdens alle oorlogsdagen – de koeien gemolken werden.

Belevenissen van een zevenjarig jongetje

Als zevenjarig jongetje beleefde ik deze meidagen intens. In mijn herinnering is mij het volgende bijgebleven.

Vesting Naarden, tien mei 1940. Het is een dag met prachtig weer. Mijn vriendjes en ik spelen op het erf van onze boerderij. Veel buurjongens zijn komen opdagen met hun zelfgemaakte karren. Onze club heeft nog nooit zoveel karren bij elkaar gehad. Oude kinderwagenonderstellen met twee plankjes erop getimmerd. Bij de luxe exemplaren kun je zelfs de voorwielen sturen met een stuk touw. We spelen na wat om ons heen gebeurt. Naarden is een garnizoensplaatsje waar regelmatig militaire voertuigen rijden. Op ons maakt dit grote indruk. We apen de soldaten na, vormen een transport en rijden achter elkaar. Dan komt ma naar buiten: “Jongens allemaal naar huis!” Het spel is afgelopen.

huis worden de ruiten in de achterkamer beplakt met bruine stroken plakband. Dat is tegen vallende glassplinters bij explosies. Het zijn voorzorgen op advies van de Luchtbeschermingsdienst. Voor ons raam met de kleine sponningen is dat ‘overbodige luxe’. De radio staat voortdurend aan. Steeds hoor je een monotone stem: “Luchtwachtdienst, luchtwachtdienst … parachutisten boven Haarlem .. luchtwachtdienst .”

Het is Pinksteren en de zon schijnt door het raam naar binnen. we liggen op de grond in de achterkamer. Buiten klinkt vliegtuiggeronk. Ik meen zelfs een luchtgevecht gezien te hebben.

Dinsdag 14 mei. Grote paniek, we moeten weg, de boerderij verlaten, vesting Naarden verlaten! Mannen van de Luchtbeschermingsdienst gaan de huizen langs. Ze bevelen iedereen zo snel mogelijk het hoognodige mee te nemen en het huis te verlaten. Wij laden van alles en nog wat op de motorbakfiets van mijn vader. Deze is normaal in gebruik bij het melkventen, maar dient nu als vluchtvoertuig. Bovenop liggen beddengoed en slopen met inhoud. Op dit alles troon ik. Mijn vader zet alle flessen melk, pap en yoghurt buiten op ‘t erf. “Dat is voor de Nederlandse soldaten”, zegt hij. Een probleem vormen de huisdieren. De honden en katten redden zich wel, maar de geiten en konijnen? Onze geit wordt in de hooischuur losgelaten met een teil water om te drinken. Hooi is er genoeg. Er komen nog meer geiten bij. Alle overige dieren worden losgelaten. Veel mensen brengen hun konijnen naar de vestingwallen, er zullen er niet veel van terugkomen. Het vee, koeien en paarden, loopt op de Meent.

Als alles geregeld is, meldt iedereen zich bij het blokhoofd van zijn straat. Wij verlaten onze boerderij en sluiten ons aan bij de stoet vluchtelingen. Via de Sint Annastraat gaat het richting de Westwalstraat. Bij de opgang naar de Kippenbrug ligt een gevulde sloop of dichtgeknoopt laken. Het is een hele baal, ernaast staat huilend ‘juffrouw’ Colijn. We rijden naar ‘de Doorbraak’. Mijn oudere zussen lopen naast onze wagen met hun fietsen aan de hand. een waakt angstvallig over het ‘cententasje’ aan haar stuur. Het is gevuld met ‘wisselgeld’, een kluit van hoofdzakelijk rooie centen. We verlaten de Vesting over de nieuwe Doorbraak. Ik herinner me nog de opening en aanleg. Als ik opkijk naar de wallen, zie ik daarop soldaten liggen met geweren. Voor mij zijn het goede bekenden en het grote voorbeeld. Vaak hing ik rond bij de Promers en maakte een praatje met ze als ze uit de ramen hingen. Verschillenden ervan, vooral het keukenpersoneel, kende ik persoonlijk. Samen met mijn vader reed ik vaak via de hoofdpoort naar de keuken van de Promerskazerne. Mijn vader leverde daar melk en pap. Nog kort tevoren rende ik naar huis om sigaren te halen voor een paar van deze soldaten. Mijn vader gaf ze prompt. Nu liggen deze soldaten op de wallen en kijken de wegtrekkende burgers na. Mijn wereld stort ineen. Ik huil en vraag of we nooit meer terugkomen. De vestingbewoners zijn vluchtelingen geworden.

Ver zijn we niet gekomen, maar voor mij was dat wel het geval. In de ‘buitenwijken’ van Naarden worden de mensen ondergebracht (geconcentreerd rond het ‘afvoerspoorwegstation’ Naarden-Bussum) Ons gezin vindt onderdak bij aardige mensen in de Van der Helstlaan. De dochter des huizes is bij de U.V.V. (Unie van Vrouwelijke Vrijwilligsters) ‘s Avonds slapen we in een heel groot bed in een mooie grote slaapkamer. Achter het huis is een terras en een vijvertje. Mijn oudste broer is in de wolken en wil er wel blijven wonen. Ik vraag me steeds af of we ooit weer teruggaan. Toch is het wel een avontuur. Het is ‘s avonds druk op straat, of beter gezegd ‘in de laan’. Bij het verkennen van de buurt komen we bekenden tegen en samen bezichtigen we de omliggende lanen. Het is voor mij de eerste keer dat ik hier kom. De grote rechthoekige vijvers tussen de villa’s blijven later in mijn gedachten verbonden met deze dagen. Mijn vader gaat in de namiddag en ‘s morgens melken op de Meent, die in het schootsveld van de vesting ligt. Sommige mensen zijn alweer terug in de Vesting, anderen hebben de Vesting niet verlaten.

Het Nederlandse leger heeft gecapituleerd. Ook wij gaan naar huis. Thuis blijkt van de voorraad melkproducten slechts een flesje room te ontbreken. Later op de dag wordt dit betaald door een ‘juffrouw’, die eerder thuisgekomen was dan wij. Een vroege vorm van zelfbediening. Vooral een tijdsbeeld waarin nog geen sprake was van normvervaging. Gewoon respect voor mijn en dijn. De ‘Nieuwe Orde’ die volgde, maakte ook daar een eind aan.

EVACUATIE NAARDEN – door F.J.J. de Gooijer – ‘DE OMROEPER’, OKTOBER 1994, JRG.7, NR. 4

__

De evacuatie van Naarden werd ook vastgelegd door de Naarder J. Hulscher uit de Cattenhagestraat en de Bussumsche Courant maakte er een verslag van.

DAGBOEK VAN J. HULSCHER

Dinsdag 14 mei 1940

Heden 3 uur n.m. werd huis aan huis een biljet bezorgd voor evacuatie. Ieder moet met mondvoorraad voorzien zich begeven naar de Westwal. Velen zie ik hier al voorbij gaan gepakt met dekens en diversen, tot nu toe weinig zenuwachtigheid bemerkt. Enigen nemen hun honden mede. Mijn overburen, de een is kruidenier, de andere bakker, kwamen nog eens terug, de een om een kinderledikantje met bed, de ander om nog wat meel en keukengerei en de radio mede te nemen. Soldaten met het geweer in de hand kwamen eens een kijkje nemen: bij de kruidenier liepen zij een flink stuk worst op en bij de bakker een flinke doos met gebak. Toen werd het weer stil. Voor mijzelf achtte ik het beter mij niet op straat te vertonen. Echter doet alles vreemd aan.. Af en toe een auto, motorrijwiel of fiets, doch het was en bleef stil. In de tuin zongen de merels, in de verte liet een koekoek zich horen, de bijen zoemden. ’t Is vredig zomerweer, men kan niet geloven dat er oorlog is. En toch is er de harde werkelijkheid, want in de verte hoor ik zwaar geschut. In het zuidwesten leek wel brand te zijn. Later bleek dat de olie

Reservoirs van de Bataafse Petroleummaatschappij te Amsterdam in brand stonden.

Alle bezitters van boten en vaartuigen kregen bericht dat zij deze moesten laten zinken. Voor velen was dit een moeite van jewelste: het laten zinken ging nog wel, doch om nu zo’n schuit naar boven te krijgen viel nog niet mede.

Om 7.15 uur n.m. kwam de proclamatie door de radio behelzende de mededeling dat Rotterdam was beschoten en dat Utrecht in brand zou worden geschoten. En de Opperbevelhebber had, om erger te voorkomen, de troepen gelast alle tegenweer te staken. Aan het leger werd ter kennis gebracht dat de orde door hen moest worden gehandhaafd, totdat de geregelde Duitse troepen de leiding in handen hebben genomen.

Woensdag 15 mei 1940

Alle geevacueerde personen zijn weer terug in Naarden. Ver zijn zij niet weggeweest. Allen kregen in de buitenwijken onderdak en zijn goed verzorgd. Natuurlijk hoorde men nog wel eens grappige staaltjes vertellen. Mijn vrouw en ik zijn thuis gebleven. Brouwer de bakker (Kloosterstraat) is ook thuisgebleven, misschien nog wel anderen ook. Ik vernam nag dat bij De Graaf, Marktstraat, was ingebroken, sigaren en sigaretten waren de buit. Bij A. de Bruijn, bakker in de Jan Massenstraat moet chocolade ontvreemd zijn.

Alle werken staan stil. Later vernam ik nog dat bij slager Doorenspleet een partij worst en een nieuw slagersmes was gestolen. Het mes heeft hij in de kazerne gevonden, doch de hartigheid was nergens te vinden. Men beweert dat de te Naarden liggende soldaten in drie dagen geen worm eten hebben gehad.

Heden middag ongeveer half zes kwamen veel vrachtauto’s en kanonnen benevens een aantal (Nederlandse) soldaten Naarden binnen. Direct gingen velen naar de kazerne om te zien of de hunnen er ook bij waren. Men zegt dat van deze soldaten er vier zijn gedood in de oorlog. Bevestiging heb ik echter niet kunnen krijgen.

Hedenochtend zijn er verschillende auto’s met zieken en gewonden door Naarden gekomen.

Donderdag 16 mei 1940

Van enkele personen hoorde ik dat zij minder netjes ontvangen zijn. Onder andere van iemand welke door de bewoner naar een kamertje werd gebracht ’t welk door deze gastvrije persoon van buiten werd afgesloten. Andere personen kwamen op de Oud Blaricummerweg op nr. 30. De bewoner wilde ze niet binnenlaten. Later konden ze op een bovenkamer, welke niet gemeubileerd was, hun bivak opslaan, maar ze kregen niets te eten of te drinken, ofschoon er genoeg in huis was.

Op heden zijn weer verschillende militairen, waaronder de motorbrigade, aangekomen. ’s Avonds kon men ze zien wandelen met hun meisjes, vrouwen, zusters, broers of ouders.

Tegen 10 uur, als het licht opgaat, moet men eerst voor verduisteringsmateriaal zorgen. Er is bericht afgekomen dat men weer later op straat mag vertoeven. Ook de cafe’s weer open mogen blijven en alcoholische dranken mogen weer verstrekt worden aan burgers.

Zeer veel werkelozen lieten zich inschrijven bij de arbeidsbeurs. De bussen van de Gooise Stoomtram zijn steeds vol met reizigers.

Enige Duitse soldaten kwamen op het Promersplein om de daar geparkeerde (Nederlandse) militaire auto’s te inspecteren. Twee wagens hebben ze meegenomen, de overigens gebruikten teveel benzine.

Bron:

DAGBOEK VAN EEN NAARDER 1940-1945. Uitgave: Stadsarchief Naarden, 1995

———-

EVACUATIEVERSLAG BUSSUMSCHE COURANT

Donderdag, 16 Mei 1940

EVACUATIE – LIEF EN LEED

NAARDEN

In de vesting ziet alles er weer als normaal uit, de burgerij is weergekeerd, en het leven gaat zijn gewonen gang. Gisteravond is een gedeelte van de Motorartillerie, dat bij het afkondigen van de mobilisatie vertrokken was, in de Weeshuiskazerne weergekeerd.

Het was Dinsdagmiddag een hele consternatie, toe de Vestingbewoners plotseling geëvacueerd moesten worden, en met pak en zak vertrekken om in de buitenwijken

Van Naarden onderkomen te zoeken. Tusschen vier en zes uur trok een tragische stoet over de Beatrixbrug, sjouwende menschen, kinderen, bepakte fietsen, enkele wagens en auto’s, maar in de buitenwijken stonden de huizen gastvrij open en iedereen vond een plaats. Verlaten van burgers, doch geheel bezet met Nederlandsche militairen, bleef het oude Naarden achter, men vreesde voor het lot van de Vesting. Doch slechts enkele uren na het evacuatiebevel kwam het bericht, dat Nederland de wapens had neergelegd, en een zucht van verlichting ontsnapte vele Vestingbewoners, die nu alle hoop mochten koesteren, have en goed weer ongeschonden terug te zien.

En inderdaad is dit het geval geweest. Wel gingen dien zelfden avond nog wilde geruchten omtrent het afbranden van huizen (in het schootsveld), doch bij informatie bleek, dat de militairen slechts enkele schuurtjes aan de buitenkant der vesting vernield hadden, om beter uitzicht te hebben.

Woensdagmorgen (15 Mei) keerde de geheele bevolking dankbaar naar huis terug en vonden, na korte afwezigheid, alles keurig terug. De winkels werden weer geopend, het leven hernam zijn gewonen gang. Weldra stonden de ramen weer open en speelden de kinderen langs de straat. Men “buurtte’ nog een beetje, vertelde elkaar zijn wedervaren, maar daarmee was alles voorbij.

Donderdag , 23 Mei 1940

IS NAARDEN NU VESTING OF IS ZIJ HET NIET?

Het gebeurde op den laatsten oorlogsdag stemt tot nadenken ….

Wie echter mocht denken dat de Vesting als verdedigingswerk volkomen heeft afgedaan, is de laatsten tijd wel tot andere gedachten gebracht. Onder de dwang der omstandigheden is men er toe overgegaan overal mitaillieernesten op de wallen aan te brengen en helaas heeft al die graverij geen goed gedaan aan het architectonisch schoon der wallen. Maar bepaald een ontgocheling was ‘t, toen op dien gedenkwaardigen Dinsdag 14 Mei j.l. plotseling de stad ontruimd moest worden. De geheele bevolking werd naar de buitenwijken geëvacueerd, het gemeentebestuur sloot het raadhuis en zocht eveneens zijn heil elders in de gemeente en toen de burgers de Vesting verlaten hadden, liet de commandant de bruggen ophalen. De Vesting was gereed om den naderdende vijand te ontvangen …..

Gelukkig voor de buitenwijken kwam het zoover niet. Enkele uren later legde het Nederlandsche leger de wapens neer, de vestingbruggen werden omlaag gelaten en de bewoners van het stadje konden hun huizen weer betrekken. Maar wat zou er gebeurd zijn als de strijd had voortgeduurd en de commandant had aan zijn voornemen, om de vesting met hand en tand te verdedigen, gevolg gegeven?

Bron:

Bussumsche Courant , Archief Naarden.

Foto: CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=851098

DE ONDERDUIKER

Treintransport

Bij de treintransporten werden de mannen in goederen – en veewa­gens gepropt. Zwaar bewaakt vertrok de trein met zijn hongeri­ge en dorstige ‘passagiers’ in overvolle smerige wagons. De langdurige reis, gevolg van de heersende wantoestanden en omwegen, werd soms onderbroken. De plaatselijke bevolking maakte daarvan gebruik om voedsel en drinken te brengen. In Hilversum konden op die manier 600 mannen met behulp van de omwonenden ontsnappen. Hoe zo’n treinreis verliep beschrijft een van de mannen aldus:

” K. was Zaterdag 11 November uit Rotterdam vertrokken en kreeg ‘s Zondags van de bevolking in Narden-Bussum? eten en drinken. Dezelfde dag reden de mannen van zijn trein verder. Zij kregen niet eerder dan Dinsdag 14 November in Hagen (Dld.) een beker koffie en een bordje soep (grauw water). De volgende dag, eveneens te Hagen, werd nogmaals een bord soep verstrekt. Op de verdere tocht kreeg men niet eerder dan op 17 November ‘s avonds in Neurenberg 2 broodjes (kuch) voor 3 man”.

De Rotterdammer lieten uit dankbaarheid jegens de lokale bevolking de volgende advertentie op 15 November in de Naarder Courant zetten:

__

12 Nov. 1944

Hartelijk bedankt aan de Naarden-Bussummers?

voor de vele goede en groote gaven aan de Rotterdammers

Wagon No. 58881

__

ONTSNAPT AAN DE ‘GRüNE POLIZEI’

In de voormalige Sluisstraat te Naarden woonde Willem Groenhart de kleer­maker. Tijdens de oorlog werd hij commandant van een verzets­groep in Naarden. Tot deze groep behoorden zijn zoons Gerrit en Willem, Tinus Nachtegaal, Jilles van der Heijden, Loek Koudijs en Jaap Klinkenberg (1902-1978). Deze illegalen train­den voor het plegen van sabotage – en verzetsdaden. Ze waren bewapend met stenguns. Het oefenen met dat wapen gebeurde in een loods van de firma Kuhn. In deze loods lagen zakken beet­wortelzaad opgeslagen, die werden gebruikt om het geluid te dempen.

Ook hielp Willem Groenhart ‘Rijksduitsers’, die in Naarden gelegerd waren, bij het deserteren. Er lag namelijk in de Vesting een eenheid van de Wehrmacht, bestaande uit Duitsers die reeds voor de oorlog in Nederland waren ingeburgerd. Sommigen hadden zelfs hun gezin ondergebracht in ons garni­zoensstadje. Al gauw was het bij deze ‘Rijksduitsers’ bekend dat het mogelijk was via Willem Groenhart onder te duiken. Verschillenden kwamen naar de kleermakerij en verwisselden hun uniform voor een burgerkostuum. Het uniform werd direct ver­brand. Het is logisch dat fanatieke Nazi’s dit ook te horen kregen. Om die reden werd op 15 april 1945 een inval gedaan in het huis van de familie Groenhart. Drie man van de beruchte Grüne Polizei doorzochten het hele huis. Terwijl ze daarmee bezig waren kwam een lid van de verzetsgroep achterom bij Groenhart binnen. Één van de Duitsers vroeg wat hij kwam doen. De illegaal had de tegenwoordigheid van geest om direct een smoes te verzinnen. Hij zou af en toe een ‘sjekkie’ mogen draaien bij Groenhart. De Duitser was argwanend en zei dat hij zijn gang mocht gaan. Toevallig wist de man waar de bus met tabak stond en hij draaide een sjekkie. De soldaat was over­tuigd en hij kon gewoon het huis verlaten. Met Jaap Klinken­berg, die even later binnenstapte om munitie te halen, liep het minder goed af. Hij werd gearresteerd en toen hij vroeg om naar de W.C. te gaan, moest de deur openblijven en bleef er een soldaat bij. Klinkenberg heeft toen de W.C.-deur hard tegen de soldaat geslagen. Vervolgens is hij door de keuken­deur ontsnapt. Buiten gooide hij een paar fietsen tegen de deur aan. Door de steeg achter het huis rende hij de Nieuwe Haven op in de richting van de Pastoorstraat. Op het moment van de ontsnapping werd Gerrit Groenhart op de bovenverdieping door een soldaat verhoord. Door het kabaal beneden rende de soldaat naar een raam dat uitzicht bood op de steeg. Hij zag Klinkenberg vluchten en schoot met zijn pistool op hem. Geluk­kig ketste het wapen. Uit de keukendeur kwam toen een andere soldaat de Nieuwe Haven oprennen. Hij riep de Duitse wacht op de Sluis (2) toe om ook te schieten. Klinkenberg rende op dat moment om de hoek de Pastoorstraat in. Dat was op het nipper­tje, een kogel doorboorde zijn jas. Klinkenberg dook tot de bevrijding onder in de Grote Kerk.

Mogelijk had de Grüne Polizei het persoonsbewijs van Klinken­berg afgenomen of iemand gaf zijn adres door. Onmiddellijk na de ontsnapping volgde een huiszoeking in zijn woonhuis St. Annastraat 40. Mevrouw Klinkenberg moest toezien hoe een deel van de inboedel vernield werd. Ook de daarachter liggende boerderij van Herman de Gooijer werd doorzocht. Gelukkig vroe­gen de soldaten niemand zich te legitimeren. Toevallig was namelijk de zeven­tien-jarige zoon van Klinkenberg aanwezig in de woonkamer van de boerderij. Een zoon als gijzelaar nemen was bij de Gestapo gebruikelijk om een vader te dwingen zich aan te geven. Persoonlijk heb ik gezien hoe een soldaat met getrokken pistool over het erf van onze boerderij liep. De man was buiten zich zelf van woede. Zijn hand, met daarin het pistool, trilde van zijn drift.

Gerrit Groenhart en Jilles van der Heijden werden gearres­teerd. Maandag 7 mei kwamen ze gelukkig terug in Naarden. Door de vredesonderhandelingen van eind april waren zij gespaard gebleven. Op 5 mei dook ook Klinkenberg weer op. Hij was voorzien van een armband van de Binnenlandse Strijdkrachten. Ook zijn gezin keerde terug in de St. Annastraat. De jongste kinderen was verteld dat hun vader was overleden. Kort na de bevrijding zei één van hen: “Eerst was mijn vader dood en nu loopt hij weer met kranten”. Als Klinken­berg later over zijn ontsnapping vertelde, liet hij zijn jas met kogelgat zien. De jas werd jarenlang zuinig door de familie bewaard.

F.J.J. de Gooijer

Naarden

Noot:

1. Het ‘Dagboek van een Naarder 1940-1945’ wordt toegeschreven aan Jan Hulscher (1877-1950) en is in een bewerking van drs. Mies Langelaar in mei 1995 door het Stadsarchief van Naarden uitgegeven.

2. Thans is achter de Sluisbrug gevestigd “Het Arsenaal” van Jan des Bouvrie.

SIGNAAL 1ste DECEMBER AFL. 1943 NR. 23

Het type “vliegend fort” , dat bij een enkelen terreuraanval zoo’n gevoelige nederlaag leed, heeft een zogenaamd “montagegewicht” – dat is het vlieggewicht der machine zonder wapens, bommen, benzine en olie – van ongeveer 18 ton. Deze vliegtuigen hebben vier Wright-Cyclone? –motoren met ingebouwde turbines met aflaat voor gassen. De motoren hebben een startprestatie (d.w.z. een korte maximumprestatie) van

1200 pk, de vliegprestatie op 7000 meter hoogte ligt ongeveer bij 1100 pk . De grootste snelheid der machine bedraagt circa 450 kilometer per uur op een hoogte van 9000 meter. Ter verdediging tegen jagers is het vliegtuig met 10 tot 12 zware machinegeweren uitgerust. De bemanning er van bestaat uit 4 officieren en 5 man, namelijk 2 piloten, 1 waarnemer, 1 bomtirailleur, 2 mechaniciens, 2 marconisten en 1 kanonnier. Tijdens de luchtgevechten staat de heele bemanning met uitzondering van de piloot aan de machinegeweren.

Van het 18 ton “montagegewicht” van zoo’n “vliegend fort” bestaat op z’n minst 40 % uit duraluminium, dat zijn circa 7,5 ton. Het verlies van 121 bommenwerpers op een dag beteekent dus ook, dat 907,5 ton duraluminium aan het Amerikaanse oorlogspotentieel worden onttrokken. Deze 907,5 ton, die voor de Duitse bewapeningsindustrie een welkom geschenk zijn, vullen 90 spoorwegwagons van elk 10 ton – dat zijn twee lange goederentreinen. Van dit aluminium hadden ongeveer 20 millioen pannen gefabriceerd kunnen worden!

Dit verlies van de Engelschen en Amerikanen betekent echter veel meer, want aluminium wordt uit bauxiet gewonnen en wel in de verhouding 1 : 4. De Amerikanen moeten dus voor het winnen van deze 90 goederenwagons vol aluminium 360 goederenwagons bauxiet smelten. Voor het smelten van deze hoeveelheid zijn weer circa 25 millioen kilowattuur stroom nodig, wat overeenkomt met het dagelijksche stroomverbruik van een industrieland met ongeveer 20 millioen inwoners.

Als een leek eens een kijkje neemt in een gecompliceerd technisch gevechtsvliegtuig, ziet hij een warwinkel van kabels en toestellen. In den cockpit zit de piloot voor tal van controlemeters voor den oliedruk, de benzine en de hydraulische pompen.

Daar zien we vele toestellen, die de vliegers kortweg blindvlieg-uitrusting noemen, met kunstmatigen horizon, magnetische en andere kompassen, hoogte-, snelheids-, stijgings- en dalingsmeters.

Behalve de laaddrukmeter voor de compressoren en de toerentellers der motoren is daar dan het vliegmechanisme, waarvan alle draden in den stuurknuppel bijeenkomen. Dan hebben we nog de start- en landingskleppen, hefboom en schakelaar voor het uitlaten en intrekken van de wielen en voor de propellerbladen.

De waarnemer moet haast net zoveel toestellen bedienen, die voor de navigatie en voor de observatie van de weergesteldheid onontbeerlijk zijn.

Het bommendoeltoestel met zijn optische fijnheden is een klein kunstwerk op zichzelf.

———-

Bron:

Het in Nederland door de Duitse bezetter uitgegeven blad SIGNAAL.

Verzameling F.J.J. de Gooijer

———

‘The Flying Fortress’ en de Nazi propaganda.

De opmerking over de 907,5 ton, die voor de Duitse bewapeningsindustrie een welkom geschenk is : Het lijkt op een uitspraak van Johan Cruijf: “Ieder nadeel heeft zijn voordeel” .

ZES EN EEN KWART

Door de invoering van de euro zijn veel benamingen van bankbiljetten en vooral munten verloren gegaan. Als jongeren over tien jaar lezen of horen spreken over de oude muntstukken, kwartje, gulden, piek, daalder, rijksdaalder, gouden vijfje of tientje, dan klinkt het hun vreemd in de oren. Herdrukken van negentiende en twintigste-eeuwse boeken dienen dan voorzien te worden van een uitleg.

Mogelijk ontstaan er in de toekomst nieuwe muntbenamingen. De namen stuiver en dubbeltje zullen wel overleven. Na de bevrijding kon men een tijdlang met drie soorten munten betalen, namelijk met het vooroorlogs, oorlogs en met het naoorlogs geld. Nadat er voldoende munten waren, verdwenen er een paar vreemdsoortige munten. Wie kent nog de halve cent en de vierkante stuiver. Tijdens de oorlog kon men met deze munten nog een standbeeldje maken van de beruchte Seyss-Inquart. Men nam een cent. Daarop soldeerde men de punt van een vierkante stuiver en aan de bovenzijde ervan kwam een gehalveerde halve cent. Het resultaat was waard ZES EN EEN KWART, een van de vele scheldnamen van de nazi zetbaas in Nederland. De spotnaam was niet alleen gebaseerd op zijn verbasterde naam, de man liep ook mank. Het beeldje was te gebruiken als sigarettendover. Meer praktisch was het als pijpenstopper, bij gebruik van de slechte eigen tabaksteelt. Tijdens het aanstampen kreeg Seyss het heet onder de voeten – uiteindelijk in mei 1945 met goed gevolg.

Uiting van ‘klein verzet’. Zes-en-een-kwart is een van de spotnamen voor de nazi Dr. Arthur Seyss-Inquart. Seyss is afkomstig uit Oostenrijk. Als rijkscommissaris van het bezette Nederland staat hij direct onder Hitler. Hij heeft aan een val in de bergen een mank been overgehouden, dus die ‘kwart’ is meer dan een verbastering. Andere bijnamen voor hem zijn Seys Hinkelepink, Leyss Hinkwat en Judas Mankabenus. Na de oorlog wordt hij in Neurenberg berecht en opgehangen.

Het twee-en-een-halve centstuk kennen waarschijnlijk alleen nog de muntverzamelaars. De grote bronzen munt stond ook bekend als ‘plak’, ‘lap’ en vooral als ‘vierduitstuk’. Die laatste benaming stamt uit het begin van de negentiende eeuw na de invoering van het Nederlandse decimale geldstelsel. De stuiver van voor 1800 was onderverdeeld in 8 duiten of 4 oortjes. Het muntje van een halve stuiver was dus 4 duiten waard en werd daarom een vierduitstuk genoemd. Na de invoering van het decimale geldstelsel ging die naam over op het bronzen twee en halve cent stuk. Tijdens de bezetting kwam er nog tijdelijk een zinken uitvoering van. De laatste geslagen uitvoering ervan is tamelijk zeldzaam en heeft een hoge verzamelwaarde.

De vooroorlogse 2 1/2 cent werd tijdens de crisisjaren gebruikt als kerkegeld voor kinderen. Ze konden zo een (vier) duit in het kerkezakje doen. Belangrijk was de ‘plak’ als ‘gasmunt op afbetaling’. In de woningen stonden vroeger munt-gasmeters. Een gasmuntje kostte in 1933 negen cent en was goed voor 1 kubieke meter stadsgas. Het vierduitstuk was even groot als een gasmuntje. Het moest alleen voorzien worden van een uitsparing (zaagsnede) om in de meter te kunnen. Deze noodmunt gaf tijdelijk uitstel van betaling, als de meteropnemer kwam, moesten deze ‘nep’ gasmunten worden afgerekend.

Door F.J.J. de Gooijer.

Nog 1,3 miljoen Duitsers uit WOII vermist

Nog 1,3 miljoen Duitsers uit WOII vermist
Nog 1,3 miljoen Duitsers uit WOII vermist

Meer dan 63 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog worden er nog steeds 1,3 miljoen Duitsers vermist. Dat heeft het hoofd van de opsporingsdienst van het Duitse Rode Kruis, Dorota Dziwoki, vandaag gezegd. Het Rode Kruis krijgt ieder jaar nog tweeduizend nieuwe verzoeken tot opsporing.

Instorting Sovjet-Unie
Sinds het begin van de jaren ’90 is het lot opgehelderd van meer dan 230.000 Duitsers die na of tijdens de oorlog terechtkwamen in straf- of krijgsgevangenenkampen in de Sovjet-Unie. De naspeuringen konden pas beginnen nadat de Russische archieven, na de instorting van de Sovjet-Unie, waren vrijgegeven. Volgens Dziwoki zal het zeker niet lukken om van alle vermisten de lotgevallen te achterhalen. Het is niet precies bekend hoeveel Duitsers er tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn verdwenen. In 1950 liet de regering van het toenmalige West-Duitsland hiernaar onderzoek doen. Daaruit bleek toen dat van minstens 3 miljoen Duitsers ieder spoor ontbrak.

Niet afgerond
Ook het onderzoek naar de wandaden door leden van het nazi-bewind is nog steeds niet afgerond. Bij het centrale meldpunt voor nationaalsocialistische misdaden in Ludwigsburg lopen volgens Kurt Schrimm, het hoofd van dit bureau, nog 22 gerechtelijke vooronderzoeken. In 2008 werden 33 dossiers afgesloten, maar ook 32 nieuwe onderzoeken gestart. (novum/ep)

Bron: http://www.hln.be (external link)

Boek ‘Bernhard Gate’ beschrijft landverraad Prins Bernhard

Prins Bernhard der Nederlanden in 1942
Prins Bernhard der Nederlanden in 1942

In het zo juist bij uitgeverij Elmar verschenen boek ‘Bernhard Gate’ van journalist Ton Biesemaat wordt aan de hand van getuigenverklaringen beschreven dat Prins Bernhard tijdens de Tweede Wereldoorlog in contact stond met Duitse spionageorganisaties.

In het boek wordt via verklaringen van o.a. de gepensioneerde adjunct-hoofdredacteur van De Telegraaf Jan Heitink het bestaan van de zogenaamde ‘stadhoudersbrief’ aannemelijk gemaakt. De ‘stadhoudersbrief’ is een brief van Prins Bernhard aan Adolf Hitler waarin hij zich aanbiedt om in het door de Duitsers bezette Europa stadhouder van Nederland te worden.

Volgens de auteur van ‘Bernhard Gate’ is De Telegraaf al 50 jaar lang op de hoogte over het belastende oorlogsverleden van de Prins der Nederlanden. De krant heeft telkens als affaires rondom de Prins weer opspeelden die informatie in de doofpot gestopt.

Het boek beschrijft ook dat naast De Telegraaf andere media stelselmatig de zwarte bladzijden uit het leven van de Prins hebben verhuld. Ook de aan het koningshuis dienstbare dubieuze rol van historicus L. de Jong van het RIOD (tegenwoordig NIOD) bij het beschermen van de reputatie van Prins Bernhard komt ter sprake.

Journalist Ton Biesemaat haalde na jarenlang onderzoek en aan de hand van een groot aantal documenten de waarheid naar boven.


Meer informatie

  1. Bernhard geeft Ross vleugels: De Groene Amsterdammer 2007
  2. Stadhoudersbrief van prins Bernhard blijft onbewezen: Historiek 2021

Walther Darré (1895 – 1953)

Walther Darré (1895 - 1953)
Walther Darré (1895 - 1953)

‎Richard Walther Darré‎‎, geboren als ‎‎Ricardo Walther Óscar Darré‎‎ (14 juli 1895 – 5 september 1953), was een van de belangrijkste ‎‎nazi-ideologen‎‎ van ‎‎”bloed en bodem‎‎” (‎‎Blut und Boden‎‎) en diende als ‎‎Reichsminister van Voedsel en Landbouw‎‎.

Als nationaal leider (‎‎Reichsleiter‎‎) voor het landbouwbeleid was hij een hooggeplaatste functionaris in de ‎‎nazipartij‎‎ en als senior groepsleider (‎‎Obergruppenführer‎‎) in de ‎‎SS‎‎ was hij de zevende hoogste commandant in die organisatie. Hij werd berecht en schuldig bevonden aan drie punten op het ‎‎ministeries proces‎‎.‎

‎In juli 1930, nadat ‎‎Paul Schultze-Naumburg‎‎ hem aan ‎‎Adolf Hitler‎‎ had voorgesteld, sloot Darré zich aan bij de ‎‎nazipartij‎‎ (# 248.256) en de ‎‎SS‎‎ (# 6.882)‎‎ Op 1 januari 1932 benoemde het hoofd van de SS (‎‎Reichsführer-SS‎‎) Himmler hem tot chef van het nieuw opgerichte ‎‎SS Race and Settlement Main Office‎‎, een racistische en ‎‎antisemitische‎‎ organisatie die zich bezighoudt met de uitvoering van rassenbeleid en de controle op de raciale integriteit van SS-leden. ‎‎

In 1932 kreeg Darré de rang van SS-Groep leider (‎‎SS-Gruppenführer‎‎) en in november 1934 werd hij bevorderd tot SS-Senior groepsleider (‎‎SS-Obergruppenführer‎‎).‎‎ Tijdens de presidentsverkiezingen van 1932 voerde Darré een campagne van antisemitische intimidatie tegen ‎‎Theodor Duesterberg‎‎, de kandidaat van de conservatieve ‎‎Duitse Nationale Volkspartij‎‎, die, zo bleek tijdens de campagne, de kleinzoon was van een Joodse bekeerling tot het lutheranisme. ‎‎‎‎

Duesterberg was zo gewond door De aanvallen van Darré dat hij hem uitdaagde tot een duel, een uitdaging die Darré afwees met het argument dat het onder hem was om tegen een man met “Joods bloed” te vechten.

Duesterberg nam vervolgens zijn geschil met Darré aan voor het erhof van de Voormalige Officieren van het 1e Hannoveraanse Veldartillerieregiment van Scharnhorst, nummer 10 waartoe Darré behoorde. De rechtbank oordeelde in het voordeel van Darré. ‎‎

‎Op de nazi’s ‘landbouwschool’ in ‎‎Burg Neuhaus‎‎ bevorderde de “Reichsnährstand voor Fysieke Oefeningen” Darré de ‎‎Noordse‎‎ rassenzuiverheid door middel van ‎‎eugenetica‎‎ en de “Nieuwe adel van bloed en bodem”. Darré stelde de fotografen ‎‎Anna Koppitz‎‎ en de Duitse sportfotograaf Hanns Spudich aan om foto’s te maken van de zorgvuldig uitgekozen jonge boeren die oefenden voor de ‎‎Neuhaus-gymnastiek‎‎ van ‎‎Rudolf Bode‎‎. De foto’s verschenen in de ‎‎Die 5 van juni 1939. Reichsnährstands-Ausstellung‎‎ (“Voedingstentoonstelling van het 5e Rijk”) in Leipzig en in ‎‎Odal‎‎, het orgaan van de nazipropaganda. ‎

‎Darré ontwikkelde een plan voor ‎‎”Rasse und Raum”‎‎ (“ras en ruimte”, of territorium) langs de ideologische lijnen van “Drive to the east” (‎‎”‎‎Drang nach Osten‎‎”), “Living space” (“‎‎Lebensraum‎‎”) en “Hitler’s droom van verovering”‎‎ eerder uiteengezet in ‎‎Mein Kampf‎‎. ‎

‎Darré beïnvloedde Himmler sterk in zijn doel om een Duitse rassenaristocratie te creëren op basis van selectieve fokkerij. ‎‎‎ De extreme ‎‎nazi-politiek van eugenetica‎‎ zou leiden tot de vernietiging van miljoenen niet-Duitsers. In de loop van de voorbereidingen voor het “Masterplan voor het Oosten” (‎‎Generalplan Ost‎‎) zou Himmler later breken met Darré, die hij als te theoretisch beschouwde. ‎ Hoewel Darré werd beschouwd als een van de weinige nazi-ministers die zijn vakgebied goed kende,‎‎ stond hij over het algemeen op slechte voet met minister van Economie ‎‎Hjalmar Schacht‎‎, vooral omdat Duitsland in het midden van de jaren 1930 slechte oogsten leed.‎

‎Darré’s invloed begon af te nemen toen Hitler en Himmler beiden het gevoel kregen dat hij te veel een theoreticus en een incompetente bestuurder was. ‎‎‎ In september 1938 eiste Himmler dat Darré zou aftreden als leider van het ‎‎SS-race- en nederzettingshoofdkantoor‎‎ ten gunste van ‎‎Günther Pancke‎‎. ‎‎Darré werd later op 23 mei 1942 op verlengd verlof geplaatst als Reichsminister, ogenschijnlijk om gezondheidsredenen, en zijn taken werden overgenomen door zijn ‎‎staatssecretaris‎‎, ‎‎Herbert Backe‎‎. Darré bleef nominaal Reichsminister totdat Backe op 6 april 1944 formeel het ambt van Reichsminister overnam. Darré werd echter vanaf mei 1942 effectief buitenspel gezet en trok zich tot het einde van het ‎‎naziregime‎‎ terug in zijn jachtslot in het ‎‎Schorfheide-bos‎‎ buiten Berlijn.

‎De transcriptie van een toespraak uit 1940, zogenaamd gegeven door Darré, werd gepubliceerd in ‎‎Life magazine‎‎, 9 december 1940, luidt: ‎

‎Door blitzkrieg … voor de herfst … wij zullen de absolute meesters van twee continenten zijn … een nieuwe aristocratie van Duitse meesters zal worden gecreëerd [met] slaven die eraan zijn toegewezen, deze slaven om hun eigendom te zijn en te bestaan uit landloze, niet-Duitse onderdanen … we denken eigenlijk aan een moderne vorm van middeleeuwse slavernij die we moeten en zullen invoeren omdat we die dringend nodig hebben om onze grote taken te vervullen. Deze slaven zullen in geen geval de zegeningen van het analfabetisme worden ontzegd; het hoger onderwijs zal in de toekomst alleen worden voorbehouden aan de Duitse bevolking van Europa ‎

‎Darré bracht de laatste oorlogsjaren in afzondering door in een jachthuis in de ‎‎Schorfheide‎‎. In 1945 werd hij gearresteerd en gevangengezet op het terrein van de ‎‎Flakkaserne Ludwigsburg‎‎.

Hij werd door de ‎‎Amerikaanse‎‎ ‎‎militaire rechtbank‎‎ aangeklaagd voor het confisqueren van de eigendommen van Poolse en Joodse boeren, evenals voor het bevelen van Duitse Joden om basisvoedsel te weigeren en daardoor burgers over te geven aan de hongerdood. Op 14 april 1949 werd Darré veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf in het ‎‎Wilhelmstrasse-proces voor misdaden‎‎ tegen de menselijkheid, plundering en lidmaatschap van een ‎‎criminele organisatie‎‎, maar werd in augustus 1950 vrijgelaten uit ‎‎de landsbergse gevangenis voor oorlogsmisdaden‎‎.

‎Darré bracht de laatste jaren van zijn leven door in ‎‎Bad Harzburg‎‎. Hij overleed op 5 september 1953 in een privékliniek in München; Hij ligt begraven op de begraafplaats aan de Hildesheimer Straße in ‎‎Goslar‎‎. ‎‎De hoge mate van sympathie van de stad Goslar is opmerkelijk: naast nazi-grootheden zoals ‎‎Hartwig von Rheden‎‎ namen enkele honderden Goslar-burgers, maar ook hun toenmalige burgemeester ‎‎Alexander Grundner-Culemann‎‎ met de toenmalige Oberstadtdirektor Helmut Schneider deel aan de begrafenisdienst. De stad dekte zelfs de begrafeniskosten.

‎Darré was ‎‎ereburger‎‎ van de “‎‎Reichsbauernstadt‎‎” ‎‎Goslar‎‎. Hoewel deze waardigheid waarschijnlijk al automatisch was uitgedoofd door zijn veroordeling in de Processen van Neurenberg op basis van ‎‎richtlijn nr. 38 van de Controleraad‎‎, werd deze uiterlijk met zijn dood door de stad Goslar in 2013 puur symbolisch ingetrokken.
Foto:

By Bundesarchiv, Bild 119-2179 / CC-BY-SA 3.0, CC BY-SA 3.0 de, Link

Hermann Göring (1893 – 1946)

Hermann Göring (1893 - 1946)
Hermann Göring (1893 - 1946)

‎Hermann Wilhelm Göring‎‎ (‎‎12 januari‎‎ ‎‎1893‎‎ – ‎‎15 oktober‎‎ ‎‎1946‎‎) was‎‎ een ‎‎Duits‎‎ ‎‎ ‎‎politicus‎‎ en ‎‎oorlogsmisdadiger‎‎. Vanaf mei 1935 was hij ‎‎opperbevelhebber‎‎ van de ‎‎Luftwaffe‎‎. Van 1936/1937 nam hij de leiding van de ‎‎Duitse economie‎‎ en het ‎‎Reichsministerie van Economische Zaken‎‎ over. ‎

‎Göring verwierf enige bekendheid en reputatie als ‎‎gevechtspiloot‎‎ tijdens de ‎‎Eerste Wereldoorlog‎‎ en ontving de Order ‎‎Pour le Mérite‎‎. Hij nam deel aan de ‎‎Hitler-putsch‎‎ (november 1923 in München) en droeg in belangrijke mate bij aan de opkomst van de ‎‎NSDAP‎‎. In augustus 1932 werd hij gekozen tot ‎‎president van de Rijksdag‎‎. Op de dag van de ‎‎machtsovername‎‎ benoemde ‎‎Adolf Hitler‎‎ hem tot ‎‎Reichsminister zonder portefeuille‎‎, ‎‎Rijkscommissaris voor Luchtvervoer‎‎ en ‎‎Rijkscommissaris‎‎ voor het ‎‎Pruisische Ministerie van Binnenlandse Zaken‎‎. Op 11 april 1933 werd Göring ook ‎‎premier‎‎ ‎‎van Pruisen‎‎.‎

‎In de laatste twee posities speelde Göring een belangrijke rol bij het in ‎‎het gareel‎‎ brengen van de ‎‎oppositie‎‎ en het vervolgen ervan, wat hij met extreme wreedheid had uitgevoerd. Hij was verantwoordelijk voor de oprichting van de ‎‎Gestapo‎‎ en de oprichting van de eerste ‎‎concentratiekampen‎‎ vanaf 1933.

Vanaf oktober 1936 zette hij als commissaris voor het ‎‎Vierjarenplan‎‎ de verdere ‎‎herbewapening van de Wehrmacht‎‎ voort ter voorbereiding ‎‎op een aanvalsoorlog‎‎. Hij leidde maatregelen in verband met de ‎‎”Anschluss” van Oostenrijk‎‎, waarmee Oostenrijkse en Duitse nationaalsocialisten in maart 1938 de inlijving ‎‎van Oostenrijk‎‎ in de ‎‎nazistaat‎‎ initieerden. In de nacht van 12 maart 1938 ‎‎vervingen Oostenrijkse nationaalsocialisten‎‎, na telefonische bedreigingen van hem, nog voor de invasie van Duitse eenheden, het ‎‎Austrofascistische‎‎ ‎‎corporatieve regime‎‎. ‎

‎Hij organiseerde systematisch ‎‎economische maatregelen tegen Joden‎‎ en vaardigde op 12 november 1938 de ‎‎Ordonnantie uit over de Eliminatie van Joden uit het Duitse Economische Leven‎‎. In juli 1940 – na het snelle einde van de ‎‎westerse campagne‎‎ – benoemde Hitler Göring ‎‎Reichsmarschall‎‎. ‎

‎Tot het einde van de oorlog werd Göring door het publiek in binnen‎‎-‎‎ en buitenland beschouwd als een van de meest invloedrijke nazi-politici. In feite, zoals historisch onderzoek later aantoonde, verloor hij voor en tijdens de oorlog sleutelmachten aan concurrerende nazi-functionarissen zoals ‎‎Heinrich Himmler‎‎ en ‎‎Joseph Goebbels‎‎, ondanks een opeenstapeling van ambten en titels. Als hoofd van de Luftwaffe werd Göring in diskrediet gebracht vanwege de nederlaag in de ‎‎Battle of Britain‎‎ (midden 1940 tot begin 1941), het begin van de verwoestende ‎‎bombardementen op het Reichsgebied‎‎ door de ‎‎geallieerden‎‎ en het falen van een ‎‎luchtbrug‎‎ in de ‎‎Slag om Stalingrad‎‎ (eind 1942). ‎

‎Op 31 juli 1941 gaf hij ‎‎Reinhard Heydrich‎‎ de opdracht om de Genocide op Europese Joden (‎‎Holocaust‎‎) te organiseren, eufemistisch de “‎‎Endlösung van het Joodse Vraagstuk‎‎” genoemd in de ‎‎taal van het nationaal-socialisme‎‎. ‎

‎Vanaf 1942/43 (tijd van de ommekeer van de oorlog) trok Göring zich – zowel onder interne partijdruk als op eigen initiatief – steeds meer terug in het privéleven en cultiveerde een ‎‎decadent‎‎ luxueuze levensstijl. Sindsdien heeft hij veel ambten – of helemaal niet – alleen op een representatieve manier bekleed. ‎

‎Göring was een van de 24 ‎‎beklaagden in het Proces van Neurenberg van de belangrijkste oorlogsmisdadigers‎‎ voor het ‎‎Internationaal Militair Tribunaal‎‎.

Hij werd op 1 oktober 1946 veroordeeld op alle vier de punten (‎‎samenzwering‎‎ tegen ‎‎de wereldvrede‎‎; Het plannen, ontketenen en uitvoeren van een agressieoorlog; ‎‎misdaden tegen de staat van beleg‎‎; ‎‎Misdaden tegen de menselijkheid‎‎) schuldig en ‎‎ter dood veroordeeld door ophanging‎‎. Door ‎‎zelfmoord‎‎ aan de vooravond van de executie ontliep hij de executie van het vonnis.‎


Bronnen en meer informatie

  1. Bronnen Mei1940

Laatste Nieuws

Novembermond (1985): Oorlogsfilm

Novembermond (1985): Oorlogsfilm

0
Novembermond is een Amerikaanse film uit 1985 onder regie van Alexandra von Grote. Kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog vlucht de Duitse...