Friedrich Christiansen en de bezetting van Nederland

Friedrich Christiansen was een Duitse militair met een loopbaan in de marine en luchtvaart die zich uitstrekte over beide wereldoorlogen. Hij werd vooral bekend door zijn rol als hoogste Duitse militair in het bezette Nederland tussen 1940 en 1945. Zijn verantwoordelijkheid voor maatregelen tegen burgers, waaronder deportaties en blokkades, bepaalde zijn latere reputatie. Na de oorlog werd hij veroordeeld voor zijn handelen tijdens de bezetting.

Vroege leven en opleiding

Friedrich Christiansen werd op 12 december 1879 geboren in Wyk auf Föhr, een plaats waar zeevaart een belangrijke rol speelde. Zijn familieband met de scheepvaart beïnvloedde zijn carrièrekeuze en in 1895 trad hij toe tot de koopvaardij. In deze periode leerde hij navigeren, leidinggeven en omgaan met uiteenlopende omstandigheden op zee, elementen die later ook binnen zijn militaire werk van waarde zouden zijn.

In 1901 meldde hij zich voor een dienstjaar bij de Kaiserliche Marine. De opleiding leverde hem technische kennis en organisatorische ervaring op. Na zijn dienstplicht keerde hij terug naar de koopvaardij, waar hij onder meer werkte als tweede officier op het zeilschip Preussen. Dit schip gold als het grootste zeilschip van zijn tijd en stelde hoge eisen aan discipline en vakbekwaamheid.

In 1913 behaalde hij zijn vliegbrevet aan de Hanseatische Flugschule van Karl Caspar. Hiermee werd hij onderdeel van de Alten Adler, de eerste groep Duitse vliegers die vóór het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog hun brevet behaalden. De overstap van zee naar luchtvaart maakte hem een uitzondering binnen het Duitse officierskorps, omdat hij ervaring had in twee technische domeinen.

Deelname aan de Eerste Wereldoorlog

Inzet in de beginfase

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd Christiansen opnieuw opgeroepen voor dienst. Hij werd instructeur bij de Seeflugstation Holtenau, waar hij verantwoordelijk was voor de training van marinevliegers. Deze rol gaf hem invloed op de verdere ontwikkeling van het marineluchtwapen. In januari 1915 volgde een overplaatsing naar de Belgische kust, waar zich belangrijke Duitse luchtvaartbases bevonden.

Operationele inzet langs de kust

Aan de kust voerde Christiansen verkennings- en bombardementsvluchten uit boven de Noordzee en het Kanaal. De omstandigheden waren zwaar door weersinvloeden en geallieerde tegenstand. Zijn prestaties leidden tot toekenning van het IJzeren Kruis 1e Klasse en het Ridderkruis van de Koninklijke Huisorde van Hohenzollern met zwaarden, beide op 27 april 1916. Deze onderscheidingen weerspiegelden zijn bijdrage aan de Duitse maritieme luchtoperaties.

Commandopost in Zeebrugge

Op 15 mei 1917 behaalde hij zijn eerste luchtzege bij een aanval op een Sopwith Pup boven Dover. Zijn groeiende ervaring leidde tot zijn benoeming als commandant van de Seeflugstation Zeebrugge, een belangrijke uitvalsbasis voor operaties tegen scheepvaart en kustdoelen. De functie omvatte leiding over personeel, training en tactische planning, naast het uitvoeren van gevechtsvluchten.

Pour le Mérite en luchtzeges

Op 11 december 1917 bracht hij het Britse luchtschip C-27 tot neerhalen. Deze actie leverde hem de Pour le Mérite op, de hoogste Duitse onderscheiding voor militaire verdiensten. Hij was de eerste marine-reserveofficier die deze eer ontving. In totaal vloog hij 440 gevechtsmissies en behaalde volgens verschillende bronnen 21 luchtzeges, inclusief gedeelde overwinningen. Dit vestigde zijn reputatie als ervaren marinepiloot.

Interbellum: carrière in luchtvaart en politiek

Van marinebrigade naar burgerluchtvaart

Na de nederlaag van Duitsland in 1918 trad Christiansen korte tijd toe tot de 3. Marinebrigade van Wilfried von Loewenfeld, een Freikorps-eenheid. In maart 1919 verliet hij de dienst en keerde terug naar de koopvaardij. Een nieuwe fase begon in 1929 toen hij piloot werd bij het bedrijf van vliegtuigbouwer Claude Dornier, waar hij betrokken was bij demonstratievluchten en technische ontwikkelingen binnen de burgerluchtvaart.

Trans-Atlantische vlucht met de Dornier Do X

In 1930 nam hij deel aan een trans-Atlantische demonstratievlucht met de vliegboot Dornier Do X, een technisch grensverleggend toestel. De vlucht trok internationale aandacht en versterkte Christiansens bekendheid binnen de luchtvaart. De succesvolle overtocht vormde een mijlpaal in de ontwikkeling van grote vliegboten en gaf hem een positie binnen het netwerk van Duitse luchtvaartorganisaties.

Opbouw van functies binnen het Derde Rijk

Zijn ervaring maakte hem in 1933 geschikt voor een functie als ministerialraad binnen het Reichsluftfahrtministerium. Hij kreeg verantwoordelijkheden in luchtvaarttraining en technische organisatie. In 1936 volgde een bevordering tot Generalmajor en werd hij inspecteur van alle Duitse vliegerscholen. De functie gaf hem invloed op de opleiding en verdere uitbreiding van de Luftwaffe.

Korpsführer van het NSFK

In april 1937 werd hij Korpsführer van het Nationaalsocialistisch Fliegerkorps. Deze organisatie had een rol in luchtvaarttraining en ondersteuning van het politieke systeem. Zijn toetreding tot de NSDAP in 1931 en zijn werk binnen zowel militaire als politieke structuren versterkten zijn positie. Op 1 januari 1939 bereikte hij de rang van General der Flieger.

 

Deelname aan de Tweede Wereldoorlog

Benoeming tot Wehrmachtbefehlshaber

Na de Duitse inval in Nederland in mei 1940 werd Friedrich Christiansen op 29 mei benoemd tot Wehrmachtbefehlshaber. Deze functie plaatste hem aan het hoofd van alle Duitse land- en luchtmachtactiviteiten in het bezette Nederlandse gebied. Hij rapporteerde rechtstreeks aan de militaire leiding van het Derde Rijk en had een grote mate van vrijheid bij het uitvoeren van bevelen. Zijn positie gaf hem verantwoordelijkheid voor veiligheid, logistiek en militaire maatregelen tegen de Nederlandse bevolking.

Bezettingsbeleid en maatregelen

Als militair bevelhebber had Christiansen de taak om orde te handhaven en weerstand te bestrijden. Dit leidde tot de toepassing van harde maatregelen, vooral wanneer verzetsactiviteiten toenamen. Onder zijn leiding werden represailles uitgevoerd die gericht waren op het ontmoedigen van sabotage en aanvallen op Duitse militairen. De methoden varieerden van collectieve straffen tot grootschalige razzia’s. De aanpak maakte hem tot een centrale figuur binnen het bezettingsapparaat.

De razzia van Putten

Een van de meest ingrijpende bevelen tijdens zijn bewind vond plaats op 2 oktober 1944 na een hinderlaag door het Nederlandse verzet. Een Duitse officier kwam daarbij om het leven. Als reactie gaf Christiansen opdracht tot een grootschalige represaille in het dorp Putten. De mannelijke bevolking werd verzameld en gedeporteerd via kamp Amersfoort naar verschillende concentratiekampen. In totaal werden 661 mannen afgevoerd, van wie slechts 49 de oorlog overleefden. De razzia bleef een van de zwaarste Duitse vergeldingsacties in Nederland.

Voedseltransportembargo en Hongerwinter

In de laatste oorlogsmaanden speelde Christiansen een rol bij het instellen van het voedseltransportembargo naar het westen van Nederland. De blokkade werd ingesteld in het najaar van 1944 en hield goederen- en voedseltransporten tegen. In combinatie met een strenge winter leidde dit tot ernstige tekorten, bekend als de Hongerwinter. Meer dan 22.000 burgers kwamen om door ondervoeding en bijkomende ziekten. Het besluit droeg bij aan zijn latere juridische vervolging.

Leiding over de 25e Legerformatie

Vanaf november 1944 was Christiansen tevens opperbevelhebber van de 25e Legerformatie, die actief was in Nederland. Deze rol breidde zijn verantwoordelijkheden uit naar strategische verdedigingsoperaties tegen de oprukkende geallieerden. De focus lag op het handhaven van de Duitse posities en het vertragen van geallieerde opmars. Het militaire verloop in Nederland werd echter steeds ongunstiger door gebrek aan middelen en toenemende druk van geallieerde troepen.

Na de oorlog

Arrestatie en vervolging

Na de capitulatie van Duitsland in mei 1945 werd Christiansen gearresteerd door geallieerde troepen. Hij werd overgedragen aan Nederland, waar hij werd vervolgd voor zijn rol in de bezettingsperiode. De aanklacht omvatte zijn verantwoordelijkheid voor deportaties, represailles en het voedseltransportembargo. De rechtszaak vond plaats voor een bijzonder gerechtshof in Arnhem, dat belast was met de berechting van oorlogsmisdadigers.

Veroordeling in Nederland

Op 12 augustus 1948 werd Christiansen veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf. De beslissing was gebaseerd op zijn betrokkenheid bij de razzia van Putten en de gevolgen van het embargo in de Hongerwinter. Tijdens het proces werd onder meer verwezen naar uitspraken die hij volgens verslagen had gedaan tijdens zijn bezoek aan Putten na de hinderlaag. Zijn verantwoordelijkheid voor de deportatie en dood van honderden inwoners werd zwaar aangerekend.

Vervroegde vrijlating

In december 1951 werd hij vervroegd vrijgelaten na drie jaar detentie. De redenen voor zijn vrijlating lagen in gezondheidsfactoren en politieke overwegingen binnen de naoorlogse context. Na zijn vrijlating werd hij uitgewezen naar Duitsland, waar hij terugkeerde naar zijn geboortegebied. Zijn aanwezigheid daar leidde tot discussie, vooral vanwege de erkenning die hij na zijn terugkeer ontving.

Publieke erkenning en controverse

In zijn geboortestreek werd Christiansens ereburgerschap opnieuw bevestigd, een titel die hij al in 1932 had gekregen. Tevens werd een straatnaam die eerder was gewijzigd door de geallieerde autoriteiten hersteld. Deze beslissingen veroorzaakten maatschappelijke verontwaardiging, zowel lokaal als internationaal. In Nederland en Denemarken werd de aandacht gevestigd op zijn rol in de bezetting en de gevolgen daarvan.

Herwaardering van zijn nalatenschap

Vanaf de jaren zeventig nam de kritiek toe op de wijze waarop hij na zijn vrijlating was geëerd. In 1980 werd de straatnaam definitief veranderd naar Große Straße. Zijn ereburgerschap werd niet formeel herroepen, maar in 2016 besloot de gemeenteraad van Aukrug tot een symbolische intrekking van de titel die hem in 1933 was verleend. Deze besluiten weerspiegelden een veranderende maatschappelijke houding ten opzichte van de erfenis van de Tweede Wereldoorlog.

Militaire Rangen

Friedrich Christiansen bereikte tijdens zijn loopbaan de volgende rangen:

Leutnant der Reserve der Matrosen-Artillerie – 1916
Oberleutnant der Reserve – 1917
Kapitänleutnant der Reserve – 1918
Generalmajor der Luftwaffe – 1936
Generalleutnant – 1937
General der Flieger – 1939

Onderscheidingen

Christiansen ontving tijdens zijn carrière meerdere onderscheidingen. Deze omvatten:

Pour le Mérite – 11 december 1917
IJzeren Kruis IIe en Ie Klasse
Ridderkruis van de Koninklijke Huisorde van Hohenzollern met Zwaarden
Hanseatenkreuz Hamburg
Duitse Kruis in Zilver – 1 juni 1943
Gouden Partijspeld van de NSDAP – 30 januari 1939
Kriegsverdienstkreuz Ie en IIe Klasse
Wehrmacht-Dienstauszeichnung (Klasse IV t/m I)
Preußische Rettungsmedaille am Band

 

Conclusie

Friedrich Christiansen ontwikkelde zich van zeevarende en piloot tot een militair leider met functies binnen het Duitse luchtvaartapparaat en het bezettingsbestuur in Nederland. Zijn loopbaan werd gekenmerkt door technische ervaring, organisatorische verantwoordelijkheid en inzet in twee oorlogen. Tijdens de bezetting gaf hij leiding aan maatregelen die ernstige gevolgen hadden voor de Nederlandse bevolking, waaronder deportaties en voedselblokkades. Zijn handelen leidde tot een naoorlogse veroordeling en vormde de basis voor het blijvende historische oordeel over zijn rol binnen het Duitse bezettingsbeleid.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding: See page for authorCC BY-SA 3.0 NL, via Wikimedia Commons
  2. Bronenkant, Lance J. (2019). The Blue Max Airmen: German Airmen Awarded the Pour le Mérite. Vol. 13: Keller, Christiansen, Bongartz. Aeronaut Books. ISBN 978-1-935881-71-1.
  3. Franks, Norman L. R. et al. (1993). Above the Lines: The Aces and Fighter Units of the German Air Service, Naval Air Service and Flanders Marine Corps 1914–1918. Grub Street. ISBN 978-0-948817-73-1.
  4. O’Connor, M. (2005). Airfields & Airmen of the Channel Coast. Pen & Sword Military. ISBN 1-84415-258-8.
  5. Guttman, Jon (2003). Naval Aces of World War 1 Part 2 (Aircraft of the Aces 104). Osprey Publishing. ISBN 978-1-84908664-6.
  6. Treadwell, T. C. & Wood, A. C. (1997). German Knights of the Air, 1914–1918; The Holders of the Orden Pour Le Mérite. Barnes & Noble Books. ISBN 978-1-56619-399-7.
  7. Steensen, Thomas (2020). Nordfriesland. Menschen von A–Z. Husum Druck- und Verlagsgesellschaft. ISBN 978-3-96717-027-6.
  8. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946.