Erich Hoepner: Generaal en Verzetsstrijder in WOII

Erich Kurt Richard Hoepner (14 september 1886 – 8 augustus 1944) was een Duitse generaal tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij was een vroege voorstander van mechanisatie en gepantserde oorlogsvoering en diende als legerkorpscommandant in de Wehrmacht tijdens het begin van de oorlog. Hoepner speelde een rol in zowel de invasie van Polen als de Slag om Frankrijk. Ondanks zijn aanvankelijke verzet tegen wreedheden tijdens de Poolse campagne, riep hij tijdens de oorlog tegen de Sovjet-Unie op tot een “vernietigingsoorlog”. Na zijn ontslag uit de Wehrmacht werd hij betrokken bij het mislukte complot van 20 juli 1944 tegen Adolf Hitler, wat leidde tot zijn executie.

Vroege Jaren en Eerste Wereldoorlog

Opleiding en Militaire Loopbaan

Erich Hoepner werd geboren in Frankfurt (Oder) als zoon van een Pruisische medisch officier. In 1906 trad hij toe tot het Pruisische leger als cavalerieluitenant bij het Schleswig-Holstein Dragoons Regiment nr. 13. Hij vervolgde zijn opleiding aan de Pruisische Stafschool en werd toegewezen aan de Generale Staf van het XVI Korps. Tijdens de Eerste Wereldoorlog diende hij aan het Westfront, waar hij zowel als compagniescommandant als stafmedewerker voor verschillende korpsen en legers actief was. Aan het einde van de oorlog diende hij in de cavalerie.

Na de Oorlog: Interbellum en Opkomst in de Reichswehr

Na de oorlog bleef Hoepner actief in de Reichswehr, het leger van de Weimarrepubliek. Hij klom op in de rangen en werd in 1936 gepromoveerd tot Generalmajor. In 1938 kreeg hij het bevel over de 1e Lichte Divisie (later de 6e Pantserdivisie), een vroege gepantserde eenheid die bijdroeg aan de vorming van de Panzerwaffe. Hij raakte betrokken bij de Oster-samenzwering tegen Hitler, die echter mislukte na de ondertekening van het Verdrag van München.

Tweede Wereldoorlog

Invasie van Polen en Slag om Frankrijk

Tijdens de invasie van Polen in 1939 leidde Hoepner het XVI Legerkorps en bereikte Warschau binnen een week. Hij werd geprezen om zijn militaire efficiëntie, maar toonde ook weerstand tegen de mishandeling van krijgsgevangenen. Tijdens de Slag om Frankrijk leidde hij aanvallen op Luik, Duinkerken en Dijon. Hoepner kwam in conflict met de SS, vooral na het bloedbad van Le Paradis, waarbij bijna honderd Britse krijgsgevangenen door de SS-divisie Totenkopf werden geëxecuteerd. Hij drong aan op onderzoek, maar de verantwoordelijken werden nooit bestraft.

Oorlog tegen de Sovjet-Unie

Operatie Barbarossa en Leningrad

In 1941 werd Hoepner benoemd tot commandant van de 4e Pantsergroep, die deel uitmaakte van Legergroep Noord tijdens Operatie Barbarossa. Zijn troepen moesten oprukken naar Leningrad. Hoepner onderschreef Hitlers plannen voor een ideologische vernietigingsoorlog tegen de Sovjet-Unie en droeg zijn troepen op om genadeloos op te treden tegen de vijand. Zijn eenheden werkten nauw samen met de Einsatzgruppen, die verantwoordelijk waren voor massamoorden op Joodse burgers en politieke commissarissen.

De Slag om Moskou: Operatie Typhoon

Na het mislukken van de belegering van Leningrad werd de 4e Pantsergroep overgeplaatst naar Legergroep Centrum voor de aanval op Moskou (Operatie Typhoon). Hoepner’s troepen speelden een belangrijke rol bij de omsingeling bij Vjazma, maar stuitten al snel op hevig verzet, slechte wegen en barre weersomstandigheden. Het gebrek aan voorraden en de toenemende kracht van het Rode Leger leidden tot het mislukken van de operatie. Hoepner botste met zijn superieur, Günther von Kluge, over de strategie.

Ontslag en Het Complot van 20 Juli 1944

Dismissal uit de Wehrmacht

In januari 1942 werd Hoepner ontslagen uit de Wehrmacht vanwege een ongeautoriseerde terugtrekking van zijn troepen. Hitler beschouwde dit als ongehoorzaamheid en Hoepner verloor niet alleen zijn positie, maar ook zijn pensioenrechten. Via een rechtszaak wist hij deze echter gedeeltelijk te herstellen.

Betrokkenheid bij het Verzet

Hoepner sloot zich aan bij het complot van 20 juli 1944, waarbij een groep Duitse officieren een moordaanslag op Hitler pleegde. Na het mislukken van de aanslag werd Hoepner gearresteerd, gemarteld en berecht door het Volksgerichtshof onder leiding van Roland Freisler. Hij werd veroordeeld tot de dood door ophanging in de beruchte Plötzensee-gevangenis in Berlijn.

Commemoratie en Controverse

Na de oorlog werd Hoepner aanvankelijk geëerd vanwege zijn deelname aan het verzet. In 1956 werd een school in Berlijn naar hem vernoemd, maar in 2008 werd deze naam verwijderd vanwege zijn rol in de oorlogsmisdaden aan het Oostfront. De discussie over zijn nalatenschap blijft complex vanwege de tegenstelling tussen zijn verzet tegen Hitler en zijn betrokkenheid bij de oorlogsmisdaden in de Sovjet-Unie.

Conclusie

Erich Hoepner was een complexe militair leider wiens carrière zowel getekend werd door strategische bekwaamheid als door morele tegenstrijdigheden. Zijn vroege verzet tegen SS-wreedheden in Polen stond in schril contrast met zijn steun aan de vernietigingsoorlog tegen de Sovjet-Unie. Zijn betrokkenheid bij het complot van 20 juli 1944 laat zien dat hij uiteindelijk afstand nam van het naziregime, hoewel dit geen volledige verlossing biedt voor zijn eerdere daden. Hoepners leven illustreert de ingewikkelde keuzes waarmee Duitse militaire leiders tijdens de Tweede Wereldoorlog werden geconfronteerd.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding: Bundesarchiv, Bild 146-1971-068-10 / CC-BY-SA 3.0CC BY-SA 3.0 DE, via Wikimedia Commons
  2. Burleigh, Michael (1997). Ethics and Extermination. Cambridge: Cambridge University Press. ISBN 978-0-521-58211-7. DOI:10.1017/CBO9780511806162.
  3. Evans, Richard J. (2008). The Third Reich at War: 1939–1945. New York: Penguin. ISBN 978-0-14-311671-4.
  4. Fest, Joachim (1997). Plotting Hitler’s Death: The Story of German Resistance. Basingstoke, United Kingdom: Macmillan. ISBN 978-0-8050-5648-8.
  5. Förster, Jürgen (1998). Operation Barbarossa as a War of Conquest and Annihilation. In Boog, Horst; Förster, Jürgen; Hoffmann, Joachim; Klink, Ernst; Müller, Rolf-Dieter; Ueberschär, Gerd R. (eds.). Germany and the Second World War: Attack on the Soviet Union. Vol. IV. Oxford and New York: Clarendon Press. ISBN 978-0-19-822886-8.
  6. Glantz, David (2012). Operation Barbarossa: Hitler’s Invasion of Russia 1941. The History Press. ISBN 978-0-7524-6070-3.
  7. Helm, Sarah (2015). If This Is A Woman. Inside Ravensbrück: Hitler’s Concentration Camp for Women. London, United Kingdom: Little, Brown. ISBN 978-1-4087-0538-4.
  8. Kershaw, Ian (2009). Hitler. London, United Kingdom: Penguin. ISBN 978-0-14-103588-8.
  9. Loeffel, Robert (2012). Family Punishment in Nazi Germany: Sippenhaft, Terror and Myth. Basingstoke: Palgrave Macmillan. ISBN 978-0-230-34305-4.
  10. Melvin, Mungo (2010). Manstein: Hitler’s Greatest General. London: Weidenfeld & Nicolson. ISBN 978-0-297-84561-4.
  11. Mitcham, Samuel W. (2006). Panzer Legions: A Guide to the German Army Tank Divisions of World War II and Their Commanders. Mechanicsburg, PA: Stackpole Books. ISBN 978-1-4617-5143-4.
  12. Stahel, David (2015). The Battle for Moscow. Cambridge: Cambridge University Press. ISBN 978-1-107-08760-6.
  13. Stein, Marcel (2007). Field Marshal von Manstein: The Janushead – A Portrait. Helion & Company. ISBN 978-1-906033-02-6.
  14. Tucker, Spencer C. (2016). World War II: The Definitive Encyclopedia and Document Collection. Santa Barbara, CA: ABC-CLIO. ISBN 978-1-85109-969-6.
  15. Zabecki, David T. (2014). Germany at War: 400 Years of Military History. Santa Barbara, California: ABC-CLIO. ISBN 978-1-59884-981-3.