
Op 23 augustus 1939 ondertekenden nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie het Molotov-Ribbentroppact, een niet-aanvalsverdrag met een geheime clausule waarin de invloedssferen in Oost-Europa werden verdeeld. Polen werd hierin verdeeld in twee zones: het westen viel toe aan Duitsland, het oosten aan de Sovjet-Unie. Deze afspraak vormde de diplomatieke basis voor de latere militaire invasie van Polen door beide staten. Duitsland viel Polen binnen op 1 september 1939, waarmee het begin werd gemarkeerd van de Tweede Wereldoorlog in Europa.
Politieke situatie in Europa
De internationale situatie in Europa was gespannen. Ondanks het Verdrag van Versailles en diverse pogingen tot diplomatie, groeide de Duitse agressie sinds de jaren 30. De annexatie van Oostenrijk (Anschluss) en het Sudetenland in 1938 vormden voorlopers van verdere territoriale ambities. Polen weigerde echter concessies te doen over de Duitse eis om Danzig (Gdańsk) te annexeren of een corridor naar Oost-Pruisen te verkrijgen.

Begin van de Duitse aanval
Operatie Himmler en het Gleiwitz-incident
In de nacht van 31 augustus 1939 voerden leden van de SS een valse vlag-operatie uit in Gleiwitz, nabij de Pools-Duitse grens. Zij vielen een Duits radiostation aan terwijl zij Poolse uniformen droegen. Dit incident, onderdeel van Operatie Himmler, werd gepresenteerd als een Poolse provocatie en bood Duitsland een voorwendsel voor de aanval.
Duitse inval op 1 september 1939
Op 1 september 1939 viel Duitsland Polen binnen. Deze aanval werd ingezet vanuit drie richtingen: Pruisen in het noorden, Silezië in het zuiden, en Duitsland zelf vanuit het westen. Deze operatie werd ondersteund door Slowaakse troepen die vanuit het noorden van Slowakije meededen.
De Duitse strategie was gebaseerd op het principe van Blitzkrieg: snelle, mobiele aanvallen ondersteund door luchtbombardementen. Hierdoor konden Duitse troepen de Poolse verdediging snel doorbreken.
Poolse defensie en gevechten
Terugtocht naar het oosten
De Poolse strijdkrachten, numeriek en technologisch in het nadeel, probeerden hun verdediging te hergroeperen. Zij trokken zich terug richting het oosten, in de richting van de Roemeense grens. De Slag bij de Bzura, van 9 tot 19 september, was de grootste tegenaanval van Poolse zijde, maar eindigde in een Duitse overwinning.
Verwachte steun van bondgenoten
Polen rekende op militaire steun van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, waarmee defensieve verdragen waren gesloten. Hoewel beide landen op 3 september 1939 de oorlog verklaarden aan Duitsland, bleef hun militaire actie beperkt. Frankrijk begon het Saaroffensief, maar trok zich na enkele schermutselingen terug. Het Verenigd Koninkrijk was op dat moment nog niet in staat om grote troepenmacht naar het vasteland te sturen.
Sovjet-invasie en dubbele aanval op Polen
De inval van het Rode Leger
Op 17 september 1939 viel de Sovjet-Unie Oost-Polen binnen. Deze actie volgde op het geheime protocol van het Molotov-Ribbentroppact, waarin Oost-Polen was toegewezen aan de Sovjet-invloedssfeer. Het Rode Leger stak de grens over voorbij de Curzon-lijn, een grensvoorstel dat eerder door de Entente was gedaan na de Eerste Wereldoorlog.
Deze tweede aanval op Polen kwam op een moment dat het Poolse leger al zwaar onder druk stond door de Duitse opmars. De Sovjet-Unie rechtvaardigde haar inval met de bewering dat de Poolse staat had opgehouden te bestaan en dat zij haar etnische minderheden wilde beschermen.
Poolse terugtocht naar Roemenië
Na de Sovjet-inval was het Poolse verdedigingsplan niet langer houdbaar. De Poolse regering besloot tot een strategische terugtocht richting Roemenië. De bedoeling was om vanuit het zogenaamde Roemeense bruggenhoofd een langdurige verdediging te organiseren en steun van de westerse geallieerden af te wachten.
Op 17 september 1939 stak president Ignacy Mościcki samen met de regering de grens met Roemenië over, waar zij internering onderging. Tegelijkertijd werd een deel van het Poolse leger geëvacueerd naar Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, waar zij zich opnieuw organiseerden als Poolse strijdkrachten in ballingschap.
Laatste gevechten en Poolse nederlaag
Slag bij Kock
De laatste georganiseerde Poolse weerstand vond plaats in de Slag bij Kock van 2 tot 5 oktober 1939. Deze strijd werd gevoerd door de Samodzielna Grupa Operacyjna „Polesie” onder bevel van generaal Franciszek Kleeberg. Ondanks beperkte middelen wist deze groep zich enkele dagen stand te houden tegen superieure Duitse troepen.
Op 6 oktober capituleerde de Poolse eenheid, waarmee de militaire campagne formeel tot een einde kwam. Polen gaf zich echter nooit formeel over als staat; de legale Poolse regering bleef bestaan in ballingschap.
Gevolgen van de invasie
Verdeling en annexatie van Pools grondgebied
Op 8 oktober begon Duitsland met de formele annexatie van West-Polen en de Vrije Stad Danzig. De overige bezette gebieden kwamen onder bestuur van het Generalgouvernement, met Hans Frank als gouverneur. Dit bezettingsgebied was geen onderdeel van het Duitse Rijk, maar diende als koloniaal wingewest onder streng militair bestuur.
De Sovjet-Unie annexeerde Oost-Polen en integreerde deze gebieden in de Wit-Russische en Oekraïense Sovjetrepublieken. Deze regio’s ondergingen een snelle sovjetisering, waarbij de lokale bevolking werd onderworpen aan deportaties, nationalisaties en politieke repressie.
De Poolse ondergrondse staat
Ondanks het verlies van hun territorium en het uitblijven van geallieerde hulp, organiseerden veel Polen zich in een ondergrondse verzetsstructuur. Deze zogenaamde Poolse ondergrondse staat omvatte burgerlijke en militaire organisaties die loyaliteit bleven tonen aan de regering in ballingschap.
De Armia Krajowa (Binnenlandse Leger) groeide uit tot de grootste verzetsorganisatie in Europa tijdens de oorlog. Vanuit het buitenland bleven Poolse militaire eenheden actief deelnemen aan de geallieerde strijd tegen de Asmogendheden.
Internationale reactie en diplomatieke gevolgen
De westerse geallieerden
Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk verklaarden op 3 september 1939 de oorlog aan Duitsland, maar hun militaire acties waren beperkt. De zogenaamde ‘schemeroorlog’ of ‘Phoney War’ kenmerkte de situatie aan het westfront in de maanden na de Duitse aanval op Polen. Hoewel beide landen formeel aan hun verdragsverplichtingen voldeden, volgden er geen grootschalige operaties om Polen daadwerkelijk te helpen.
De Franse troepen voerden het Saaroffensief uit, een beperkte aanval op de westgrens van Duitsland, maar trokken zich na enkele weken terug zonder aanzienlijke gevechten. Het Verenigd Koninkrijk mobiliseerde het Britse Expeditieleger, dat pas later dat jaar in Frankrijk arriveerde.
De Sovjet-Unie en haar positie
De Sovjet-Unie verdedigde haar inval door te stellen dat zij een machtsvacuüm in Oost-Polen opvulde, nadat de Poolse staat zou zijn opgehouden te bestaan. De Westerse mogendheden reageerden terughoudend. De Britten en Fransen waren formeel bondgenoten van Polen, maar hun verdragen met Polen waren gericht tegen Duitse agressie en niet specifiek tegen de Sovjet-Unie.
Desondanks leidde de Sovjetdeelname aan de opdeling van Polen tot spanningen tussen Moskou en Londen/Parijs. De Sovjet-Unie werd tijdelijk uitgesloten van de Volkenbond, maar formele sancties bleven uit.
Het juridische en politieke lot van Polen
Regering in ballingschap
Na de vlucht van de Poolse regering naar Roemenië werd in Parijs een nieuwe Poolse regering in ballingschap opgericht, met generaal Władysław Sikorski als premier. Deze regering werd erkend door de westerse geallieerden als de legitieme vertegenwoordiger van het Poolse volk.
Vanuit Frankrijk en later Londen leidde deze regering het Poolse verzet en organiseerde zij Poolse militaire eenheden, die een belangrijke rol zouden spelen in latere campagnes zoals de Slag om Engeland, de campagne in Italië en de bevrijding van West-Europa.
Polen onder bezetting
Zowel Duitsland als de Sovjet-Unie voerden harde maatregelen door in de bezette Poolse gebieden. In het Duitse deel begon de systematische onderdrukking van de Poolse elite, waaronder de zogenaamde Intelligenzaktion. Universiteiten werden gesloten, leraren, priesters en ambtenaren werden gedeporteerd of geëxecuteerd.
In Sovjet-gebied volgden grootschalige deportaties van Polen naar Siberië en Centraal-Azië. Tienduizenden mensen werden gearresteerd, en velen kwamen om in gevangenissen of strafkampen. De Katyn-massamoord van 1940, waarbij de NKVD duizenden Poolse officieren en intellectuelen executeerde, werd pas decennia later officieel erkend.
Naoorlogse gevolgen en herinnering
Hertekening van de grenzen
Na de Tweede Wereldoorlog werd de kaart van Europa ingrijpend hertekend. Tijdens de Conferentie van Jalta (februari 1945) en Potsdam (juli-augustus 1945) bevestigden de geallieerden dat Polen haar oostelijke gebieden definitief aan de Sovjet-Unie moest afstaan. Ter compensatie kreeg Polen voormalige Duitse gebieden ten westen van de Oder-Neisse-lijn.
Deze grensverschuiving leidde tot de massale gedwongen verplaatsing van bevolkingsgroepen. Miljoenen Duitsers werden uit Polen verdreven, terwijl Polen uit het oosten naar het nieuwe grondgebied verhuisden. Dit betekende het einde van de etnisch gemengde samenleving die Polen eeuwenlang had gekend.
Herinnering aan de invasie
De inval van Polen wordt in Polen herdacht als het begin van zes jaar onderdrukking, oorlog en verzet. De oprichting van de Poolse ondergrondse staat, het lijden van burgers onder de bezetting en de offers van Poolse soldaten in geallieerde dienst vormen centrale elementen in de nationale herinnering.
In Duitsland en Rusland is de herinnering aan de invasie lange tijd controversieel geweest. In Duitsland wordt de aanval erkend als het begin van de Tweede Wereldoorlog en een daad van agressie. In de Sovjet-Unie werd de invasie aanvankelijk voorgesteld als een bevrijding van Wit-Russische en Oekraïense volkeren; pas na 1991 werd deze visie herzien.
Conclusie
De invasie van Polen in september 1939 markeerde het formele begin van de Tweede Wereldoorlog. De aanval was het resultaat van politieke afspraken tussen nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie, vastgelegd in het Molotov-Ribbentroppact. Polen werd binnen zes weken onderworpen, ondanks hardnekkig militair verzet en hoop op westerse steun.
De campagne leidde tot de opdeling en bezetting van het land, waarbij de bevolking blootstond aan geweld, repressie en deportaties. Toch bleef het Poolse volk zich verzetten, zowel in het binnenland als via de strijdkrachten in ballingschap. De gebeurtenissen van 1939 zouden de toon zetten voor de verdere loop van de oorlog in Europa en de naoorlogse herindeling van het continent.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: By Peter Hanula – Own workBased on File:Ribbentrop-Molotov.PNG., CC BY-SA 3.0,
- Vizulis, I. L. (1990). The Molotov‑Ribbentrop Pact of 1939: The Baltic Case. New York: Praeger. ISBN 978‑0‑275‑93456‑9 / 027593456X.
- Greve, Hanne S. (2015). “Fake attacks made by Germans served as a propaganda pretext …”, in European Journal of International Law, Vol. 25(4), pp. 1183–1193. doi:10.1093/ejil/chu081.
- Molotov–Ribbentrop Pact. In: Molotov–Ribbentrop Pact (Wikipedia). ISBN 1‑57181‑339‑X (referentie voor hoofdstukken in: Weiner & Russell, eds., Stalinist Forced Relocation Policies, 2001).
- Kozłowski, B. (2005). “Wybory do Zgromadzeń Ludowych Zachodniej Ukrainy i Zachodniej Białorusi”, in Polska, ISBN 83‑7096‑281‑5.
- Bronnen Mei1940









