De Slag om Caen: Strategische Strijd in Normandië tijdens WOII

De Slag om Caen: Cruciale gevechten tussen geallieerden en Duitse troepen in Normandië, bepalend voor de bevrijding van Frankrijk.
De Slag om Caen: Cruciale gevechten tussen geallieerden en Duitse troepen in Normandië, bepalend voor de bevrijding van Frankrijk.

De Slag om Caen (juni tot augustus 1944) was een cruciale strijd tussen het Britse Tweede Leger en de Duitse Panzergruppe West tijdens de grotere Slag om Normandië in de Tweede Wereldoorlog. Deze strijd, essentieel voor de controle over de stad Caen en de omliggende gebieden, speelde een belangrijke rol in de bredere strategie van de geallieerden om Frankrijk te bevrijden van de nazi-bezetting.

1. Aanloop naar de Slag

Operatie Neptune en Initiële Doelstellingen

De Slag om Caen werd in gang gezet door Operatie Neptune, de geallieerde landingen aan de Franse kust op 6 juni 1944 (D-Day). Caen, ongeveer 14 kilometer landinwaarts vanaf de Calvados kust gelegen aan de Orne Rivier en het Caen Kanaal, was een strategisch doelwit vanwege zijn ligging op het kruispunt van verschillende wegen en spoorlijnen. Het vlakke, open terrein ten zuiden van Caen was ideaal voor vliegvelden, waardoor de verovering ervan cruciaal was voor geallieerde luchtoperaties.

Rol van de Britse 3e Infanteriedivisie

De Britse 3e Infanteriedivisie kreeg de opdracht om Caen op D-Day in te nemen of, als de Duitsers dit verhinderden, zich in te graven om de stad te maskeren en de geallieerde dreiging te handhaven. Het doel was om mogelijke Duitse tegenaanvallen vanuit Caen te verijdelen en de stad als constante drukpunt te behouden.

Initiële Terugslagen en Strategie Aanpassingen

Ondanks de plannen werden Caen, evenals Bayeux en Carentan, niet op D-Day ingenomen. Gedurende de eerste week van de invasie concentreerden de geallieerden zich op het verbinden van de verschillende landingsstranden. Britse en Canadese troepen hervatten hun aanvallen in de buurt van Caen, en de buitenwijken en het stadscentrum ten noorden van de Orne werden tijdens Operatie Charnwood (8-9 juli) ingenomen. De zuidelijke voorsteden van de rivier werden ingenomen door het II Canadese Korps tijdens Operatie Atlantic (18-20 juli).

Geallieerde Tactiek en Duitse Verdediging

De Duitsers hadden het grootste deel van hun pantserdivisies ingezet in een vastberaden verdediging van Caen, wat de gevechten wederzijds kostbaar maakte en de Duitsers aanzienlijk beroofde van versterkingen aan het westelijke uiteinde van het invasiefront. Terwijl in West-Normandië het Amerikaanse Eerste Leger het Cotentin-schiereiland afsneed en Cherbourg veroverde, richtten zij zich vervolgens zuidwaarts richting Saint-Lô, ongeveer 60 kilometer ten westen van Caen, en namen de stad op 19 juli in.

Op 25 juli, na weersvertragingen, begon het Eerste Leger met Operatie Cobra op de weg Saint-Lô–Périers, gecoördineerd met de Canadese Operatie Spring bij de Verrières (Bourguébus) heuvelrug, ten zuiden van Caen. Cobra was een groot succes en leidde tot de ineenstorting van de Duitse positie in Normandië.

De Nasleep van de Slag

De geallieerde doorbraak leidde tot de Slag om de Falaise Pocket (12-21 augustus), waarbij de meeste overblijfselen van het Duitse 7e Leger en het 5e Pantserleger (voorheen Panzergruppe West) werden omsingeld en de weg naar de Seine en Parijs werd geopend. Caen werd verwoest door geallieerde bombardementen en schade door grondgevechten, wat veel Franse burgerslachtoffers veroorzaakte. Na de slag bleef er weinig over van de vooroorlogse stad, en de wederopbouw duurde tot 1962.

Britse Strategie en Planning

Britse Oorlogsdoelen en Economische Overwegingen

Het Verenigd Koninkrijk had in 1939 de oorlog verklaard om het machtsevenwicht in Europa te handhaven; alleen aan de winnende kant staan zou niet genoeg zijn om de Britse oorlogsdoelen te bereiken, gezien de opkomst van de USSR en de VS als supermachten. De naoorlogse invloed van Groot-Brittannië zou beperkt zijn, maar door een volledige rol te spelen in de val van Duitsland en het nazi-regime, zou de 21e Legergroep een factor blijven in de naoorlogse regeling, mits deze niet in het proces werd vernietigd. De Britse economie was sinds 1942 volledig gemobiliseerd voor de oorlog, toen een ernstig tekort aan mankracht in het leger begon. Door slachtoffers te vermijden, zou de effectiviteit van het leger worden beschermd, het moreel onder de overlevenden worden behouden en het leger zou nog steeds aanzienlijk van omvang zijn zodra Duitsland werd verslagen.

Operatie Overlord en de Rol van de 21e Legergroep

Bij de heropening van het Westelijk Front in 1944 zou de 21e Legergroep beperkt worden door een gebrek aan versterkingen, wat ook de last van het handhaven van het moreel zou vergroten. Veel Britse en Canadese commandanten hadden als junior officieren aan het Westelijk Front in de Eerste Wereldoorlog gevochten en geloofden dat een operationele benadering gebaseerd op technologie en vuurkracht een lange en bloedige strijd kon vermijden. Grote zorg zou moeten worden betracht door de Britse commandanten omdat het Duitse leger in Normandië, met verschillende veteranendivisies en veel ervaren commandanten, voornamelijk novice Anglo-Canadese formaties en leiders zou confronteren.

Ultra: Geheime Inlichtingen

Inlichtingen verkregen door het lezen van Duitse draadloze berichten gecodeerd door Enigma-coderingsmachines werden Ultra genoemd door de Government Code and Cypher School (GC&CS) in Bletchley Park in Engeland. Tegen midden 1943 werd Ultra regelmatig gelezen en doorgegeven aan senior geallieerde commandanten, zonder dat de Duitsers dit wisten. Duitse maatregelen om een invasie af te slaan en het succes van geallieerde misleidingsmaatregelen konden worden ingeschat met verwijzing naar Ultra en andere inlichtingenbronnen. In maart 1944 toonden onderscheppingen aan dat invasies overal van Noorwegen tot Spanje werden verwacht. Op 5 maart dacht de Kriegsmarine dat tot zes divisies Noorwegen zouden binnenvallen, en Fremde Heere West (FHW, Buitenlandse Legers West), de inlichtingendienst van het Oberkommando des Heeres (OKH, Duitse legerhoofdkwartier) die de geallieerde slagorde bestudeerde, plaatste de gevarenzone tussen de Pas de Calais en de Loirevallei.

Duitse Verwachtingen en Strategie

Rundstedt voorspelde een invasie van twintig divisies begin mei, waarschijnlijk tussen Boulogne en Normandië, maar identificeerde nauwkeurig het concentratiegebied tussen Southampton en Portsmouth. Anti-invasie-oefeningen werden uitgevoerd van Brugge tot de Loire, en een plan ging uit van een invasie van 50 km breed van Ouistreham tot Isigny. Op 1 juni voorspelde FHW een invasie op 12 juni, hetzij aan de Middellandse Zeekust of in de Balkan. Op 6 december 1943 werd generaal Dwight D. Eisenhower benoemd tot Opperbevelhebber van de Geallieerde Expeditietroepen. De invasie zou worden uitgevoerd door de 21e Legergroep (generaal Bernard Montgomery), die alle geallieerde troepen in Frankrijk zou omvatten totdat Eisenhower zijn grondtroepenhoofdkwartier in Frankrijk vestigde.

Voorbereidingen voor de Invasie

Luitenant-generaal Frederick Morgan, Chef Staf, Supreme Allied Commander (COSSAC), en zijn staf hadden sinds mei 1943 invasieplannen voorbereid. Montgomery bestudeerde het COSSAC-plan en pleitte op een conferentie op 21 januari 1944 voor een landing op een bredere frontlinie tussen Quinéville in het westen en Cabourg les Bains aan de oostkant van de Orne-rivier. Drie divisies van het Britse Tweede Leger (luitenant-generaal Miles Dempsey) zouden landen op stranden met de codenamen (van west naar oost) Gold, Juno en Sword. Drie divisies van het Amerikaanse Eerste Leger (generaal Omar Bradley) zouden landen op Omaha en Utah in het westen, en drie luchtlandingsdivisies zouden verder landinwaarts landen op de flanken van het invasiegebied.

Uitbreiding van het Lodgement en Verdere Operaties

De Amerikaanse troepen in het westen zouden de haven van Cherbourg veroveren en in een tweede fase zou het bruggenhoofd in het westen worden uitgebreid naar de Loire-rivier en de havens van Bretagne. De Anglo-Canadese troepen aan de oostflank van het bruggenhoofd zouden de belangrijkste Duitse strijdmacht confronteren die de invasie tegemoet trad en versterkingen die uit het oosten en zuidoosten arriveerden. In het tactische plan zouden de invallers snel de controle over de hoofdwegen in Normandië verkrijgen door de snelle opmars van pantserstrijdkrachten voorbij Caen, Bayeux en Carentan, om het hoge terrein ten zuidoosten van Caen te veroveren, dat het achterland domineerde, de hoofdwegen die op Caen samenkwamen en de overgangen van de Odon en Orne rivieren.

Het Verloop van de Slag om Caen

Operatie Charnwood (8-9 juli)

Na de eerste tegenslagen op D-Day, hervatten de Britse en Canadese troepen hun aanvallen op Caen. Operatie Charnwood werd gelanceerd om de noordelijke wijken van Caen en het stadscentrum te veroveren. De operatie begon met een zware bombardementscampagne gevolgd door een gecoördineerde aanval van infanterie en pantserdivisies. Ondanks hevige tegenstand van de Duitse troepen, bereikten de geallieerden hun doel en namen ze de noordelijke helft van Caen in. De Duitsers trokken zich terug naar de zuidkant van de stad, waarbij ze belangrijke bruggen over de Orne opbliezen om de geallieerde opmars te vertragen.

Operatie Atlantic (18-20 juli)

De Canadese troepen voerden vervolgens Operatie Atlantic uit, gericht op de verovering van de zuidelijke buitenwijken van Caen. Deze operatie werd gekenmerkt door intensieve huis-aan-huisgevechten en zware artilleriebeschietingen. Uiteindelijk slaagden de Canadezen erin om de resterende delen van de stad in te nemen, ondanks felle Duitse tegenaanvallen. Deze operatie was belangrijk omdat het de geallieerden in staat stelde om een solide bruggenhoofd ten zuiden van de Orne te vestigen, wat cruciaal was voor verdere operaties in Normandië.

Duitse Tegenstand en Geallieerde Vooruitgang

De Duitsers hadden het grootste deel van hun pantserdivisies ingezet voor de verdediging van Caen, wat de gevechten wederzijds kostbaar maakte. De verovering van Caen verzwakte echter de Duitse verdedigingspositie aanzienlijk, omdat het hen verhinderde om voldoende versterkingen naar het westelijke deel van het invasiefront te sturen. Terwijl de geallieerden vooruitgang boekten in West-Normandië, met de verovering van Cherbourg en de opmars naar Saint-Lô, bleef Caen een cruciaal punt van strategische waarde.

Operatie Cobra en de Geallieerde Doorbraak

Op 25 juli begon het Amerikaanse Eerste Leger Operatie Cobra, een grootschalige aanval die leidde tot de doorbraak van de Duitse linies in Normandië. Deze operatie was gecoördineerd met de Canadese Operatie Spring bij de Verrières-heuvelrug, ten zuiden van Caen. Operatie Cobra was een groot succes en markeerde het begin van de ineenstorting van de Duitse positie in Normandië. De geallieerde doorbraak leidde uiteindelijk tot de Slag om de Falaise Pocket, waarin het merendeel van de resterende Duitse troepen in Normandië werd omsingeld en vernietigd.

De Nasleep en Heropbouw van Caen

Caen werd zwaar beschadigd door geallieerde bombardementen en de daaropvolgende grondgevechten. Veel Franse burgers kwamen om het leven, en de stad lag in puin na de strijd. De wederopbouw van Caen duurde tot 1962, waarbij veel van de historische gebouwen en infrastructuur opnieuw moesten worden opgebouwd.

Britse Strategie en De Inzet van Technologie

Behoud van Manpower en Technologische Benadering

De Britse militaire strategie tijdens de Slag om Caen was gericht op het minimaliseren van slachtoffers om de effectiviteit van het leger te behouden. De Britse en Canadese commandanten, die veelal ervaring hadden opgedaan in de Eerste Wereldoorlog, geloofden dat een operationele aanpak gebaseerd op technologie en vuurkracht een langdurige en bloedige strijd kon vermijden. Hierdoor konden ze de gevechten domineren met behulp van artillerie, luchtsteun en gepantserde eenheden.

Operation Thunderclap en Aanvalsplannen

In april 1944 hield Montgomery een planningssessie genaamd Operation Thunderclap, waarin de intentie van de operatie werd geschetst als gelijktijdige aanvallen ten noorden van de Carentan-estuarium en tussen het estuarium en de Orne-rivier. Het doel was om een bruggenhoofd te veroveren dat luchthavens en de haven van Cherbourg omvatte. Montgomery voorspelde een snelle Duitse versterking van het Normandische front tegen D+4, bestaande uit tien pantser- of pantsergrenadierdivisies. Hij voorzag dat de Duitse tegenaanval zou worden verslagen, waarna de Duitsers op D+8 zouden moeten overgaan tot verdediging om het geallieerde bruggenhoofd in bedwang te houden.

Tweede Leger en Vooruitgang naar het Zuiden

Het Tweede Leger, bestaande uit Britse en Canadese divisies, zou landen ten westen van de Orne, beschermd door een luchtlandingsdivisie die ten oosten van de rivier zou landen en de bruggen bij Benouville en Ranville zou veroveren. De Anglo-Canadezen moesten zuidwaarts en zuidoostwaarts oprukken om terrein voor vliegvelden te veroveren en de oostelijke flank van het Eerste Leger te bewaken terwijl het Cherbourg aanviel. Montgomery gebruikte een kaart om faselijnen te tonen, een planningsmiddel dat was overgenomen van het COSSAC-plan, om een eerste fase te tonen die voltooid zou zijn tegen D+20, met het front langs een lijn van de Kanaalkust ten oosten van Caen, zuidwestelijk van de stad, ten zuiden van Vire en ten zuiden van Avranches naar de kust.

Finale Presentatie van Overlord Plan

Op 15 mei gaf Montgomery een laatste presentatie van het Overlord-plan aan de geallieerde commandanten. Hij verklaarde dat het doel van de operatie was om gelijktijdig aan te vallen:

(a) Onmiddellijk ten noorden van het Carentan-estuarium. (b) Tussen het Carentan-estuarium en de Orne-rivier met als doel een bruggenhoofd te veroveren dat luchthavens en de haven van Cherbourg omvatte.

Montgomery voorspelde dat de Duitsers zouden proberen de invasie op de stranden te verslaan en Caen, Bayeux en Carentan vast te houden, met Bayeux als middelpunt van een Duitse tegenaanval om het geallieerde bruggenhoofd te verdelen. Toen de Duitse tegenaanval stokte, zou een “afgrendelingsbeleid” worden ingezet om het terrein te houden dat de wegassen rond de Dives-rivier domineerde, het hoge terrein van de Orne bij Falaise tot de Vire-rivier bij Saint-Lô en langs het hoge terrein ten westen van de Vire.

Duitse Strategie en Verdedigingsmaatregelen

Veldmaarschalk Erwin Rommel en Veldmaarschalk Gerd von Rundstedt, Oberbefehlshaber West (OB West, Opperbevelhebber West), verschilden van mening over de noodzakelijke methoden om een invasie te verslaan. Dit leidde tot discussies over de inzet van de pantserdivisies, het belangrijkste deel van de reserve dat in het achterland werd gehouden. Rundstedt wilde de mobiele troepen terughouden totdat de geallieerde hoofdaanval was geïdentificeerd, terwijl Rommel voorstander was van een onmiddellijke tegenaanval tijdens de landingsfase. Hitler legde een compromis op, wat resulteerde in een verdeelde reserve die te klein was voor een massale tegenaanval en te verspreid om effectief te zijn in een directe verdediging.

Operaties en Gevechten om Caen

Operatie Perch (10-14 juni)

Operatie Perch was bedoeld om de dreiging van een Britse doorbraak ten zuidoosten van Caen te creëren door de aanval van het XXX Corps, waarbij de 50e (Northumbrian) Infanteriedivisie de weg naar Tilly-sur-Seulles moest veroveren. De 7e Pantserdivisie zou vervolgens de voorhoede vormen voor de opmars naar Mont Pinçon. Op 9 juni gaf Montgomery het bevel om Caen in te nemen door middel van een tangbeweging. Het I Corps zou vanuit het oosten aanvallen, terwijl het XXX Corps vanuit het westen zou aanvallen.

Gevechten bij Tilly-sur-Seulles en Villers-Bocage

XXX Corps viel Tilly-sur-Seulles aan tegen de Panzer Lehr-divisie en een deel van de 12e SS Panzer-divisie, die ondanks zware verliezen Tilly wisten te behouden. Het I Corps werd vertraagd door vertragingen in de aankomst van versterkingen en kon pas op 12 juni aanvallen. De 51e Highland Divisie viel de 21e Pantserdivisie aan, maar de Duitse verdediging was vastberaden en de aanval werd op 13 juni gestaakt. Het XXX Corps maakte gebruik van een gat in de Duitse linies en beval de 7e Pantserdivisie om Villers-Bocage te veroveren. Na een felle strijd, waarin de Britse tanks werden aangevallen door Duitse Tiger-tanks, werd de positie onhoudbaar en trok de 7e Pantserdivisie zich op 14 juni terug.

Operatie Epsom (26-30 juni)

Operatie Epsom begon op 26 juni met de bedoeling om de hoogten ten zuiden van Caen te veroveren. De aanval werd geleid door het VIII Corps en ondersteund door een groot aantal artilleriestukken, de marine en luchtsteun. Ondanks hevige Duitse tegenaanvallen wisten de geallieerden een bruggenhoofd over de Odon-rivier te vestigen en hun posities uit te breiden. De Duitsers slaagden erin om de Britse opmars te stoppen, maar konden geen troepen herplaatsen naar andere fronten vanwege de dreiging van een geallieerde doorbraak.

Operatie Charnwood (8-11 juli)

Operatie Charnwood was een poging van het I Corps om Caen volledig te veroveren. De operatie begon met een zware bombardementscampagne door de geallieerde luchtmacht, gevolgd door een grondaanval ondersteund door artillerie. De geallieerden slaagden erin om door te dringen tot de noordelijke oever van de Orne-rivier, waarbij ze de noordelijke wijken van Caen veroverden. De Duitsers trokken zich terug naar de zuidelijke oever en bliezen de bruggen op, waardoor de geallieerde opmars werd vertraagd.

Operatie Goodwood (18-20 juli)

Operatie Goodwood was een grootschalige aanval door het VIII Corps met als doel de Duitse verdediging ten zuidoosten van Caen te doorbreken. De operatie werd voorafgegaan door een zware bombardementscampagne. Ondanks hevige tegenstand wisten de Britse troepen aanzienlijke terreinwinst te boeken, maar de aanval kwam uiteindelijk tot stilstand voor de Bourguébus-heuvelrug. Desondanks had de operatie een strategisch succes, aangezien het de Duitsers dwong om hun pantserreserves in te zetten en hun aandacht op het oostelijke deel van het front te houden.

Gevolgen van de Operaties

De opeenvolgende geallieerde operaties rondom Caen verzwakten de Duitse verdedigingsposities aanzienlijk. De voortdurende druk van de Britse en Canadese troepen dwong de Duitsers om hun reserves in te zetten en verhinderde hen om versterkingen naar andere kritieke fronten te sturen. Dit bereidde de weg voor latere operaties zoals Operatie Cobra, die uiteindelijk leidde tot de doorbraak van de geallieerde linies en de omsingeling van de Duitse troepen in de Falaise Pocket.

De Nasleep van de Slag om Caen

Herstel en wederopbouw van Caen

Na de intensieve gevechten en bombardementen lag Caen in puin. De stad, die voor de oorlog een bloeiende gemeenschap was, werd bijna volledig verwoest. De wederopbouw van Caen duurde tot 1962 en omvatte de reconstructie van veel historische gebouwen en infrastructuur. Dit proces was essentieel voor het herstel van het dagelijkse leven en de economie van de stad.

Britse Strategie en Duitse Reacties

De voortdurende geallieerde druk rondom Caen en de inzet van technologische superioriteit door middel van artillerie en luchtsteun speelden een cruciale rol in het uiteindelijke succes. De Duitse strategieën, hoewel aanvankelijk effectief in het tegenhouden van geallieerde opmarsen, konden de overweldigende middelen en voortdurende aanvallen van de geallieerden niet aan. De slag om Caen was een uitputtingsslag die de Duitse verdedigingslinies aanzienlijk verzwakte en de weg vrijmaakte voor verdere geallieerde successen in Normandië.

Kritiek en Evaluaties na de Slag

Historici hebben de geallieerde strategieën en hun effectiviteit na de slag uitvoerig geanalyseerd. Kritiek werd geuit op de vermeende traagheid en voorzichtigheid van de Britse opmars. Sommigen voerden aan dat een agressievere benadering de duur van de campagne had kunnen verkorten en slachtoffers had kunnen verminderen. Andere historici verdedigden de geallieerde tactieken, wijzend op de noodzaak om slachtoffers te minimaliseren en de gecompliceerde omstandigheden van het slagveld in overweging te nemen.

Impact op de Burgerbevolking

De burgerbevolking van Caen leed zwaar onder de gevechten en bombardementen. Veel inwoners verloren hun huizen en dierbaren. De schade aan de stad en het verlies van levens veroorzaakten langdurige wrok en verdriet. De geallieerde bombardementen, hoewel militair noodzakelijk geacht, hadden een verwoestende impact op de Franse burgers en de infrastructuur van Caen.

Bronnen en Betrouwbaarheid

De informatie over de Slag om Caen is gebaseerd op uitgebreide militaire rapporten, historische analyses en ooggetuigenverslagen. Historische werken zoals die van Stephen Badsey en Terry Copp bieden diepgaande inzichten in de geallieerde en Duitse strategieën, evenals de gevolgen van de slag. Deze bronnen benadrukken de complexiteit van militaire operaties en de moeilijkheden bij het navigeren door de uitdagingen van oorlog.

Conclusie

De Slag om Caen was een beslissend hoofdstuk in de grotere Slag om Normandië. De inzet van technologische superioriteit en strategische planning door de geallieerden, gecombineerd met de vastberaden verdediging door de Duitsers, resulteerde in een uitputtingsslag met zware verliezen aan beide zijden. De uiteindelijke geallieerde overwinning legde de basis voor verdere operaties in Frankrijk en droeg bij aan de uiteindelijke nederlaag van nazi-Duitsland.

Bronnen

  1. Badsey, Stephen. The Normandy Campaign 1944: Sixty Years On. Taylor & Francis, 2006.
  2. Copp, Terry. Fields of Fire: The Canadians in Normandy. University of Toronto Press, 2003.
  3. D’Este, Carlo. Decision in Normandy. HarperCollins, 1983.
  4. Wilmot, Chester. The Struggle for Europe. Collins, 1952.
  5. Buckley, John. British Armour in the Normandy Campaign 1944. Routledge, 2004.
  6. Bronnen Mei1940
  7. Afbeelding: By EyeSerene – Own work using:Taylor, Daniel (1999) Villers-Bocage Through the Lens, Old Harlow: Battle of Britain International, p. 9 ISBN: 1-87006-707-X., CC BY-SA 3.0, Wiki Commens