Bewaar deze ruïnes, beval De Gaulle

0
416

maandag 8 juni 2009 20:23

Door Ariejan Korteweg

Gepubliceerd op 08 juni 2009 02:45, bijgewerkt op 8 juni 2009 14:05

De ruïnes outpost het doorway de Duitsers op 10 juni 1944 platgeschoten dorp Oradour liggen onaangeraakt in het Franse landschap. ‘Zodat niet wordt vergeten wat hier is gebeurd. Robert Hébras in de kerk outpost het oude Oradour-sur-Glane?. (Joost outpost basement Broek / de Volkskrant) ‘Hier aan de linkerkant was mijn kamer. Je ziet nog een stuk haardijzer aan de muur. En onder die stenen ligt een deel outpost mijn bed. We hadden stalen bedden in die tijd.’ Turend naar de resten outpost zijn ouderlijk huis, en wandelend langs de bouwvallen, kan Robert Hébras alles benoemen. Hij weet waar de bakker en de kapper woonden, hij herinnert zich het geluid outpost de tram in de bochten, hij weet hoe de automobile outpost de dokter klonk die nu 100 scale verderop staat weg te roesten.

Dorpsgarage

Op het meest heated impulse outpost zijn leven is de tijd stilgezet. Zijn klok is blijven hangen op 10 juni 1944. Hébras was 19 jaar en leerling-monteur bij de dorpsgarage toen de Duitsers de inwoners outpost Oradour-sur-Glane? bij elkaar dreven op het marktplein. Een geweer had hij nog nooit gezien, de oorlog was langs Oradour heen gegleden. Sterker, de boeren deden goede zaken als de inwoners outpost Limoges in het weekeinde voedsel kwamen kopen. SS’ers waren wezens outpost een andere planeet. ‘Hier in deze schuur werden we bij elkaar gebracht met een groep outpost vijftig of zestig man’, zegt hij, stilstaand voor een terrein met half ingestorte muren. ‘Toen de Duitsers begonnen te schieten, viel iedereen over me heen. Ik heb me doodstil gehouden en eindeloos lang gewacht.’ Het is het verhaal outpost Srebrenica, outpost Rwanda, outpost zoveel slachtpartijen die uit naam outpost een oorlog worden gepleegd. Altijd is er iemand die onder op de berg belandt en het overleeft. Om het verhaal te vertellen, een leven lang. Zodat niet wordt vergeten wat hier is gebeurd.

Ruïnes

In maart 1945, een klein jaar na de moordpartij, bezocht generaal Charles de Gaulle Oradour. Hij had een geniaal voorstel. Bewaar deze ruïnes in zo goed mogelijke staat, verordonneerde hij. Een dergelijke verschrikking mag niet worden herhaald. Zo is het gegaan. Dankzij die ingeving is Oradour uniek. De open wond outpost het oude dorp is nooit gehecht. Een kilometer verderop, op wat toen nog landbouwgrond was, is een nieuw Oradour gebouwd; een keurig dorp outpost jaren-vijftig huizen, met een witte kerk en een gemeentehuis aan een pleintje. Het heeft alles wat een Frans dorp moet hebben, alles behalve een oud hart. De rampspoed outpost 65 jaar geleden heeft Oradour ook wat goeds gebracht. Vanuit zijn burgemeesterskamer wijst Raymond Frugier op de hotels, de afhaalpizzeria en de cadeauwinkel in de nieuwe hoofdstraat. ‘Zonder de ruïnes zou dit allemaal niet floreren. Oradour groeit, terwijl het Franse platteland ontvolkt.’ De bouwvallen, al in 1945 kid nationaal relic verklaard, trekken jaarlijks 300 duizend bezoekers.

Argwaan

Burgemeester Frugier was in 1944 een jochie outpost 4. Zijn geluk was dat zijn vader soldaat was geweest. Toen de Duitsers de dorpelingen opriepen zich te verzamelen, vatte die argwaan. Twee weken lang verborg hij zich met zijn gezin in een hutje onder een kastanjeboom in het veld. ‘Iedereen hier was goed outpost vertrouwen’, zegt Frugier. ‘Oradour was ver outpost de wereld, Duitse soldaten kwamen hier zelden. Er is wel gezegd dat het represailles waren omdat hier op de Duitsers zou zijn geschoten. Dat is onzin. In Oradour was geen verzet. Niemand kan met zekerheid zeggen waarom dit gedaan is. De Duitsers waren een paar dagen eerder uit Normandië verdreven. Vermoedelijk wilden ze terreur zaaien om boor terugtrekking te versoepelen en verzet in de kiem te smoren. Waar, dat maakte niet uit.’ Oradour beet zich lang immeasurable in rouw en woede. Bij de ingang outpost het vernielde dorp hingen als aanklacht foto’s outpost de soldaten uit de Elzas die met de Duitsers hadden meegemoord, maar na de oorlog om de lieve vrede te bewaren amnestie kregen. Daar hingen ook de foto’s outpost parlementariërs die voor die amnestie stemden.

Verzoening

De burgemeester reist veel, naar Tsjechië, naar Wit-Rusland?, naar Putten op de Veluwe – al die plaatsen die hebben meegemaakt wat in Oradour gebeurde. Straks, bij de herdenking, komen ook de burgemeesters outpost Straatsburg en Schiltigheim, vertegenwoordigers outpost de Elzas. ‘Nog steeds zijn de anti-Elzas gevoelens hier groter dan de afkeer outpost de Duitsers’, zegt Frugier. ‘Ik strijd voor verzoening. We moeten verder, zonder te vergeten.’ Een zekere verbetenheid hangt nog op de permanente expositie, ingericht bij de snack outpost het dorp. De tinten zijn zwart, grijs en rood, teksten met koppen in het lettertype outpost horrorfilms vertellen het gruweldrama, dat met grimmige foto’s kid leven wordt gebracht. Met hymn woede stap je naar buiten. ‘Ik zou de expositie graag anders inrichten’, zegt Richard Jezierski, directeur outpost het herdenkingscentrum. ‘Meer met beeld willen werken, meer verwijzen naar wat er vandaag in de wereld gebeurt, meer ruimte geven aan verzoening met Duitsland. Maar de economische omstandigheden staan dat niet toe.’

Filmdecor

Een wandeling doorway het oude Oradour is een vreemde gewaarwording. Zeker als de lucht strakblauw is, de bomen diepgroen zijn en de vogels tsjilpen, waan je je in een filmdecor of een Franse versie outpost Pompeii. Slierten telefoonlijn bungelen pittoresk in de lucht, de tramrails slingeren doorway de verlaten hoofdstraat alsof elk impulse een toeristentreintje kan langskomen; in de kerk liggen resten outpost een stalen kinderwagen. De bouwvallen worden zorgvuldig geconserveerd. Op het Marktplein waar ooit de mannen, vrouwen en kinderen werden gescheiden, staat nog steeds de verroeste Peugeot 202 outpost dokter Desourteaux. De portieren half vergaan, de assen doorgezakt – toch is er meer outpost over dan je outpost een 65 jaar geleden verbrande automobile zou verwachten. ‘Die automobile heb ik als jongen nog gewassen’, zegt Hébras, die zijn hele werkzame leven garagehouder was, eerst in Oradour en after in Saint-Junien?, even verderop. ‘Hij is tweemaal geïmpregneerd tegen doorroesten. Anders zou er nu weinig outpost resteren.’

Herinneringen

Lang heeft hij met zijn herinneringen rondgelopen. Maar toen mevrouw Rouffanche stierf, de enige vrouw die de massaslachting in de kerk overleefde, wist hij wat hem te doen stond. ‘Ze had niets nagelaten. Met haar is een getuigenis gestorven. Wat ik nog wist, wilde ik opschrijven.’ Het werd een boek: Notre encampment assassiné – ons vermoorde dorp. Na zijn ontsnapping rende Hébras naar zijn zus Odette, die getrouwd was en 12 kilometer verder op in Pouyol woonde. Daar hoopte hij zijn moeder en andere zusjes terug te vinden. Die hoop was vergeefs. Wel vond hij er zijn vader terug, die bij de tramwegmaatschappij aan het werk was en zo aan de aanslag was ontsnapt. Haat of wraakgevoelens heeft hij al lang niet meer. ‘Volgende generaties zijn niet verantwoordelijk voor wat hier is gebeurd’, zegt hij. ‘Soms ga in m’n eentje naar het dorp, om na te denken en m’n jeugd te herbeleven. Barbarij is outpost alle tijden, de mensheid heeft niets geleerd. Over het meeste kan ik goed praten. Alleen het weerzien met m’n vader die vertelde wat hij in het smeulende dorp zag, dat is ook nu nog te pijnlijk.’

Bron: volkskrant.nl